Taal
Struikelpartijen over taalkronkels
-
Hoe te neuzelen
Je neus volgen, met je neus kijken, tussen neus en lippen, iets aan je neus hangen, een neus voor iets hebben, je neus ophalen, doen alsof je neus bloedt, iemand bij de neus nemen, iets aan je neus voorbij laten gaan, de neuzen in dezelfde richting krijgen en met je neus in de boter vallen. Er… Continue reading
-
hoe ‘m te knijpen
“Nou, ik knijp ‘m wel hoor” is een algemeen gebezigde uitdrukking. Ik vraag me er altijd het volgende bij af: wát dan? Het is namelijk nogal onspecifiek en dat stuit me tegen de borst. Wat wordt er geknepen? Misschien is er een reden dat het onspecifiek is. Misschien wil ik helemaal niet weten wat er geknepen… Continue reading
-
Hoe te popelen
Popelen. Dat is een werkwoord dat, als je het heel vaak achter elkaar zegt, op je lachspieren gaat werken. Popelen doe je vanuit een soort acuut gebrek aan geduld. “Ik popel om te beginnen”, zegt iemand die niet kan wachten om te beginnen. Popelen betekent dus “niet kunnen wachten”. Het is een gek werkwoord, want… Continue reading
-
van gisteren
– jaaaa, die is óók niet van gisteren hoor – hoezo, óók niet? – nou gewoon, omdat het niet normaal is – wát is niet normaal? – van gisteren zijn natuurlijk! – mag je niet van gisteren zijn dan? – nee slimmerd, dat probeer ik je dus duidelijk te maken! – van wanneer mag je… Continue reading
-
Tussen de middag
Een middag bestaat blijkbaar uit twee helften. Je kunt er namelijk iets tussen doen. Een boterham bijvoorbeeld. Ja, eigenlijk bedoelen we met “tussen de middag” een periode tussen de ochtend en de middag. In Nederland begint de ochtend ergens tussen half 6 of 6 uur, en eindigt om 12 uur. Daarna begint in Nederland (en… Continue reading
-
mijntens en jountens
Terwijl ik in de vakantie mijn ogen bij de weg hield, hield ik mijn oren bij mijn kinderen achter mij. Zo hoorde ik deze vakantie regelmatig de woorden “jountens” en “mijntens”. Een voorbeeld van een stukje gesprek: “Mijntens is lekker al bijna af” “Ja maar jountens is ook veel makkelijker” Je moet weten dat ik… Continue reading
-
Twijfelachtig
Schilderachtig: Als het wel een schilderij lijkt Heuvelachtig: Als de glooiingen wel heuvels lijken Lenteachtig: Als het wel voorjaar lijkt Regenachtig: Als het wel lijkt te regenen Fabelachtig: Als het onvoorstelbaar lijkt Kernachtig: Als het wel lijkt of je duidelijk bent Koortsachtig: Als het wel lijkt of je verhit bent Leugenachtig: Als de leugen wel… Continue reading
-
Onderschat nooit de macht van ooit
Zeg nooit ‘nooit’, zeggen ze wel eens. Nooit is namelijk nooit zo definitief als het soms lijkt. Met ‘nooit’ zeggen moet je blijkbaar voorzichtig zijn. Laatst legde ik nog aan mijn zoon uit dat de bliksem echt nooit inslaat, en prompt sloeg hij binnen een week drie keer in de omgeving van ons dorp in.… Continue reading
-
Het punt van de punt
Dit is een zin. Dit niet. De grammatica heeft daar, taaltechnisch, een punt. Persoonlijk vind ik zin 2 best zinnig in zijn context, maar technisch is het inderdaad geen zin. En dat is ook precies het punt van dit verhaal. Een ónzijdig punt dus. Punten kunnen ook zijdig zijn. Denk aan de punt van je… Continue reading
-
Ontmoet
we zouden ‘ns minder moeten zeuren, minder zeiken en zaniken we zouden beter moeten weten, beter vertrouwen op ons verstand we zouden ‘ns meer moeten geloven, meer geloven in elkaar we zouden ‘ns vaker moeten lachen vaker onbedaard schateren we zouden ‘ns vaker moeten leven niet morgen, maar vaker leven in het nu we zouden… Continue reading