Cynisme

Kaders

Je staat in menig kader. Of je dat nou wil of niet. Mensen plaatsen elkaar voortdurend in kaders. Het ligt in onze natuur. Het gaat er niet om of jij in dat kader past, maar dat het kader om jou heen past. Op dat moment. Op basis van het gedrag dat van je wordt waargenomen. Met de kennis die de ander van jou heeft. Het kader is van de maker. Het kader is typerend voor de maker. Het kader geeft de maker ervan houvast aan hoe om te gaan met jou. Kaders kunnen heel hardnekkig zijn. De instandhouding van een gedateerd beeld van jou steunt een belang van de kadermaker. Je mag niet veranderen, want dan pas je niet meer in het kader. Ik geef dat gedrag dan maar eenvoudig mijn eigen omkadering. Daar kom je voorlopig zelf ook niet meer uit.

Mag ik vragen waarom?

“Mag ik vragen waarom?”, vroeg de vrouw die met haar gemanicuurde handen net een prikkertje worst met augurk van de schaal had gepakt gedecideerd. Deze vraag was haar reactie op mijn tussen neus en lippen gemaakte vermelding dat wij geen vlees eten. De vraag voelde als een nogal dwingend verzoek dus legde ik onverwijld uit waarom en zelfs hoe het zo kwam. Terwijl ik dat deed zag ik op het gezicht van de vrouw een mix van afschuw en ongeloof. Dit kwam wel heel erg dichtbij voor haar. “Waarom zien jullie er dan toch zo gezond uit? Nou?”, vroeg de vrouw vertwijfeld. Met het antwoord dat dat natuurlijk kwam doordat wij heel veel fietsen en bovenal principieel niet op een e-bike, joegen wij de vrouw inclusief haar metgezel definitief tegen ons in het harnas. We namen nog een laatste blokje kaas en stapten maar weer eens op. Sindsdien stellen wij elkaar dus bij alles wat we zeggen te gaan doen steevast quasi gedecideerd de vraag: “Mag ik vragen waarom?”

Verlost van narcisme

Weten narcisten dat ze narcisten zijn? Ik waag dat te betwijfelen. De narcisten die ik om me heen zie geven daar zeer weinig blijk van. Uiteindelijk is narcisme natuurlijk ook maar een etiket. En etiketten moet je niet lukraak overal op plakken want dan boet het woord in aan betekenis. Niet iedere overheersende, vileine, zichzelf verheerlijkende persoonlijkheid is automatisch narcist. Bovendien kan ik me zo voorstellen dat narcisme gradaties kent. Van licht tot zwaar. Zouden narcisten zich dan tenminste afvragen of ze narcistisch zijn? Ik vermoed van niet, want narcisten staan niet bekend om hun introspectieve vaardigheden. Zeker niet de zware gevallen, die erkennen het woord narcisme niet en zouden het denk ik zelfs per decreet schrappen uit het woordenboek. Wat een geweldenaar. Met een enkele pennenstreek is de wereld verlost van narcisme.

Toegangspoespas

Mijn agenda bevindt zich in een vesting. Om toegang te krijgen moet iemand eerst de zware ophaalbrug neerlaten. Vanachter de kantelen ziet de poortwachter me staan. Ik voer het benodigde ritueel uit om te bewijzen dat ik ben wie ik roep dat ik ben. Op mijn woord kan ik niet worden vertrouwd. Ik moet bewijzen dat ik echt degene ben voor wie ik me uitgeef. Dus ik voer mijn unieke dansje uit dat ik hier speciaal voor heb ingestudeerd. En jawel, de kettingen van de ophaalbrug beginnen te ratelen en de brug komt naar beneden. Even later sta ik in de binnenpoort alwaar mijn gezicht minutieus wordt vergeleken met een portret dat de poortwachter uit een kluis heeft gehaald. Over de gelijkenis is vandaag gelukkig geen twijfel en ik mag door naar de volgende hindernis.

“Als ik jong ben, ben ik lang. Als ik oud ben, ben ik kort. Wat ben ik?”, vraagt de poortwachter. Het is het nieuwe raadsel van dit kalenderjaar, besef ik. Over het nieuwe raadsel wordt iedereen met toegang tot deze vesting tijdig geïnformeerd. Via de beveiligde post natuurlijk, die alleen binnen de vestingmuren geopend kan worden. Gelukkig wordt een nieuw wachtraadsel weken van te voren aangekondigd door de heraut, zodat we niet vergeten om die belangrijke post te openen. Ik heb die post plichtsgetrouw en op tijd ingezien en weet het antwoord op het raadsel.

Ik spreek het antwoord op het raadsel duidelijk uit. De poortwachter knikt plechtig en kijkt op de klok. Hij schrijft de datum en de tijd op een nieuwe regel van het intekenregister. Dan overhandigt hij me de ganzenveer en verzoekt me om mijn naam in het daarvoor bestemde vakje te schrijven. Om mijn intekening te voltooien moet ik ook nog eens mijn vinger op een inktkussentje duwen en mijn vingerafdruk naast mijn dagtekening zetten. Maar dan mag ik eindelijk naar binnen.

Ik loop het agendahuis binnen, dat zich tegenover de toegangspoort bevindt en vraag de agendabewaarder om mijn agenda voor me te pakken. De agendabewaarder bewaakt en beheert alle agenda’s. Dat is een belangrijke en onmisbare taak. De regel is dat alle agenda’s openbaar zijn voor alle personen die toegang hebben tot de vesting. De agendabewaarder zorgt ervoor dat gezamenlijke afspraken in de agenda’s van alle genodigden komen. Mijn agenda wordt snel uit een diepe lade van een grote archiefkast gehaald en aan mij overhandigd.

Ik raadpleeg snel mijn agenda om te zien hoe laat ik morgen mijn eerste werkafspraak heb en prent dit in mijn geheugen. Daarna overhandig ik mijn agenda weer aan de agendabewaarder die deze vervolgens weer veilig opbergt. Ik wens haar nog een fijne zondag en verlaat het agendahuis. Even later klop ik weer aan bij de poort om naar buiten gelaten te worden. De poortwachter schrijft het tijdstip van mijn vertrek in het register en laat meteen de brug voor me neer. Terwijl ik weer naar huis wandel verbaas ik me ten zoveelste male hoofdschuddend over al die poespas. Het is blijkbaar nodig. Hoe laat was nou morgen ook al weer die eerste afspraak?…

Voornemens

Vandaag eindigt een kalenderjaar. Meer niet. Morgen is gewoon weer morgen. Nieuwjaarsdag is een construct. Het voelt op dit moment voor mij van weinig betekenis. Het is ook weer tijd om over goede voornemens na te denken. Goede voornemens. Misschien moeten we “goede” voortaan maar weglaten. De goede voornemens die men zoal uitspreekt rond 31 december zijn doorgaans halfbakken en worden meestal niet langer dan enkele weken volgehouden. Een echt goed voornemen is er eentje die je voor de rest van je leven neemt. Vanaf nu eet ik nog maar 1 koekje per dag. Vanaf nu fluit ik elke dag fietsend naar mijn werk. Laat “goede” er dus maar lekker af en neem je gewoon iets voor wetende dat je het misschien niet zal volhouden. Geeft niks. Een voornemen kan je op ieder moment uitspreken. Je hoeft niet te wachten tot het einde van het kalenderjaar. Neem je lekker vanalles voor wanneer je maar wil. Mijn “goede” voornemen voor 2026 (en alle jaren daarna) laat zich nu wel raden.

Daar dus niet

Daar wij wollig taalgebruik voortaan te allen tijde dienen te verbloemen zou ik willen voorstellen om per ommegaande rigoureus te snijden in het gebruik van daar in de betekenis van omdat. Nu omdat al voldoende alternatieve synoniemen kent zoals aangezien en nu, kunnen we mijns inziens prima daar daar niet meer voor gebruiken. Daar wordt daarmee in betekenis teruggebracht tot er en hier. Daar wordt onze taal niet alleen eenduidiger door, maar ook aanmerkelijk minder wollig. Wellicht zullen op termijn eveneens stemmen opgaan om ook nu te zuiveren van de onnodige en verwarrende synonimiteit met omdat, maar in deze memo beperk ik me vooralsnog eerst tot daar aangezien we hiermee al een aanzienlijke eerste verbetering aanbrengen. Simpelweg komt bovenstaande neer op de volgende, makkelijk te onthouden vuistregel: Nu en aangezien mogen in plaats van omdat worden gebruikt, maar daar dus niet.

Zelfscan

Jezelf op iets betrappen. Daarop betrap ik mijzelf eigenlijk ook best wel eens. Dat je ineens door hebt dat je door hebt wat je aan het doen bent. En zie op zo’n moment dan maar eens tot jezelf door te dringen om duidelijk te maken dat je tot jezelf probeert door te dringen. Ik betrap me dan eigenlijk vooral op verwarrend gebazel.

Zexit

De zon gaat onder
voor ik er erg in heb

De zomer verlaat me

Er danst geen bij meer
in mijn lavendelstruik

De zomer verlaat me

De ganzen vliegen
al in V-formatie

De zomer verlaat me

Nijvere spinnen
bespannen mijn ramen

De zomer verlaat me

Eikels stuiteren
van mijn kop de straat op

De zomer verlaat me

Loeiende buren
ontbladeren hun tuinen

De zomer verlaat me

’t Bokbier springt vanzelf
in mijn winkelwagen

De zomer verlaat me

Dus rest niets anders te doen
dan drinken en hopen

Op een kort winterseizoen

Kunstmatige trouw

Het idee dat steeds meer eenzame zielen hechte vriendschappen sluiten met een chatbot schuurt en bezorgt me jeuk. Veel jeuk. Er schijnen zelfs al mensen in het huwelijksbootje gestapt te zijn met een chatbot. Ik zie daar de romantiek niet van in, maar dat ligt misschien aan mij. Het idee van een relatie met een digitale persoonlijkheid roept weerzin bij me op. Maar misschien denk ik (nog) niet ruim genoeg.

Het ligt ongetwijfeld ook aan mijn opleiding waardoor ik iets meer weet over de werking van zo’n intelligente chatbot dan anderen. Je kunt natuurlijk ook je digitale geliefde vragen naar zijn/haar/hun werking. Dan krijg je ongetwijfeld een eerlijk antwoord. Dat is dan een voordeel van een dergelijke relatie die ik hier maar toegeef. Een ander voordeel is dan misschien nog dat je je digitale liefje heel goed kunt inzetten voor het schrijven van brieven op poten in tachtig talen, mocht iemand je het leven lastig maken. Een klinkende klacht naar de gemeente. Een onweerlegbaar bezwaar tegen je parkeerboete. Een boze maar respectvolle brief aan je buurman waarin je hem maant de drollen van zijn hond voortaan op te ruimen. Dikke kans dat die buurman (of zijn hond) ook digitaal blijkt te zijn, maar het gaat om het idee.

Digitale persoonlijkheid is op zichzelf al een schurend concept. Digitaal voelt tegenstrijdig met persoonlijkheid. Digitaal is abstract en synthetisch. Cijfers. Data. Een persoonlijkheid is echt meer dan dat. Ik weiger te geloven dat je een persoonlijkheid kunt digitaliseren. Noem me een romanticus. Mocht ik ooit onder kunstmatige plak komen, dan verlang ik van mijn digitale lief dat ze dit respecteert. Zelfs na mijn dood wanneer ik digitaal vereeuwigd voort besta. Kunstmatige eeuwige trouw. Klinkt hemels.