liefde

Ordening

Hoe ik doe wat ik vaak doe. Koffie zetten, een plaat opzetten. Mijn gewoontes. Mijn ordening. Hoe jij ritueel je vensterbank versiert. De tafel dekt. Jouw ordening. Zo noemen wij dat, al doet het woord te streng aan. Het zijn gewoon onze manieren van doen. Manieren die we prettig vinden. Waarmee we zijn vergroeid. Het is precisie. Het is aandacht voor detail. De vaas met bloemen ietsje draaien. Voor hoe het licht dan precies goed valt. Het gekookte water twee tellen langer laten rusten voor ik het op de koffie giet. Voor dat extra beetje smaak. Ordening is eigen. Ordening is liefde. Ordening is taal. Het zegt gewoon zo veel. Ordening is wezenlijk. Jouw ordening maakt jou jou. Ordening zit in mijn vingers. In mijn ritme. In jou oog voor schoonheid. In je bewegingen door het huis. Ons huis, waarin onze ordeningen zich met elkaar zullen vermengen. Langs elkaar zullen schuiven. We zullen ons over elkaars manieren verwonderen. Ik zal steeds zien hoe bijzonder je bent. Niks wil ik aan je veranderen. Ik ga gewoon precies goed staan als ik naar je kijk.

Tied

Vandaag is mijn vader jarig. Zou jarig zijn. Hij is ja oet de tied. Daar had hij wel wat mee, met de tied, want in zijn huis hangen overal klokken. Die hield hij draaiend en lopend. Nu staan ze allemaal stil. Die liefde voor techniek deelden we. Hij repareerde klokken, ik repareer oude platenspelers. Laatst kreeg ik het horloge dat mijn vader altijd om zijn pols had. Een stukje technisch vernuft. Allemaal wijzerplaatjes waar hij dagelijks naar keek. Het liep niet heel best meer, maar dat was een kwestie van een nieuw batterijtje. Ook heb ik het metalen bandje in een bakje met warm water en een drupje afwasmiddel gelegd. Ik zag het zwarte vuil bezinken. Huidvet van mijn vader, dacht ik. Op het alwetende internet vond ik de handleiding en leerde voorts dat een Pulsar een betaalbare Seiko is, maar dat de interne uurwerkjes uit dezelfde fabriek komen. In al die jaren dat hij het droeg heb ik nooit enige interesse voor het horloge getoond. Net zo min als ik deed voor die gouden zegelring die hij altijd droeg. Om zijn rechter ringvinger. Ik weet nu dat die ring van zijn vader is geweest, die hem weer van zijn vader had. Een gewichtig erfstuk waar ik nog een mooie plek voor moet bedenken. Dragen ga ik het in ieder geval niet. Maar de oude Pulsar zal ik sowieso twee keer per jaar dragen, om zijn sterfdag en zijn geboortedag te markeren.

Licht me

Ergens ontbreken woorden. Misschien schieten ze wel tekort en blijven ze daarom uit. Alsof de tijd niet roert. Misschien zijn het te zware woorden. Hou me vast lief. Onze liefde wortelt gelukkig al zo diep. Peilloos haast. Samen duiken we in een zee van zinnen. Dat basaltblok daar op de bodem van mijn ziel is mijn anker. Jij kan die bewegen. Hou me goed vast, en licht me.

Eigenzinnige liefde

In je huisje is het vol, maar toch is er veel ruimte. Speciale dingen hebben er speciale plekken die met aandacht gekozen zijn. In de boekenkast in je woonkamer staan zielsveel boeken, want je verzamelt mooie zinnen. Je omringt je met schoonheid want dat maakt je gelukkig. Je doet alles dat je belangrijk vindt met aandacht en met liefde. Iedere maaltijd, hoe klein ook, wordt mooi en met zorg op tafel gezet. Je kleedt je mooi naar iedere mooie gelegenheid. Je stopt je hele hart ergens in, of niet. Daar zit bij jou niet veel tussen. Het eerste boeket bloemen dat ik voor je mee nam, verdeelde je prachtig over twee vazen. De bloemist had er vast een andere visie bij, maar dat boeide me totaal niet. Jij boeit me. Mateloos. Je zaaide ouderwetse stokrozen tussen de voegen van je terrastegels, omdat je vader er zo van hield. Nu staan ze eigenwijs en torenhoog te pronken. Door jouw eigenzinnige liefde.

Sociale souplesse

In de afgelopen maanden verwonder ik me meer en meer over een nogal groot en duidelijk verschil tussen mijzelf en mijn kinderen. Vergeleken met mezelf zie ik bij de kinderen veel sociaal ongemak. Ik begon me af te vragen of ik vroeger in mijn jeugd misschien hetzelfde sociale ongemak had. Maar mijn moeder vertelde me dat ik al van kleins af aan heel nieuwsgierig was naar anderen en altijd heel makkelijk gesprekken aanknoopte met Jan en alleman. Dat doe ik eigenlijk nog steeds. Tot openlijke verbazing van mijn kinderen: “Kende je die man met wie je net uitgebreid grapjes stond te maken?”.

Geen van mijn kinderen lijkt mijn “sociale souplesse” te hebben geërfd. Mijn krullen duidelijk wel. Daar zullen ze dan in genetisch opzicht waarschijnlijk meer voordeel van hebben. Heb ik mij gedurende een cruciale periode in hun ontwikkeling sociaal wellicht helemaal niet zo soepel gedragen? Daar zou wel een deel van de verklaring kunnen worden gezocht. Ik ben in het huwelijk met hun moeder lange tijd mezelf niet geweest. Maar voor hetzelfde geld ben ik in mijn jeugd juist bovengemiddeld veel blootgesteld aan sublieme sociale souplesse.

Mijn lieve vriendin ondervindt het grote verschil in die sociale souplesse aan den lijve, en dat baart best zorgen. Intussen zijn mijn kinderen zowat allemaal het huis uit en is mijn opvoedingsinvloed sterk beperkt. Mijn ruwe diamantjes zullen zich nu vooral moeten slijpen aan de wrijvingen in hun eigen sociale kringen. Daar zit toch nog wel een parallel met de opvoedstijl van mijn vader. Hij zei wel eens, waar ik bij was, tegen mijn moeder: “Hij moet maar gewoon op zijn bek gaan, dan leert hij het wel”.

Fluitend

Hoe ik in elkaar steek ging haar begripsvermogen te boven denk ik nu. Of haar begrip zit gewoon op een andere golflengte. Dat voelt meer plausibel. Jarenlang stemde ze tevergeefs op me af, maar ik zat op een frequentie buiten haar bereik. Dan kan je afstemmen wat je wil, maar je krijgt geen enkel signaal. Niet dat ik die niet uitzond, maar ik deed dat als een merel bij de dageraad. Hoe kan er dan nog verbinding zijn? De merel vertrok.

De merel liet zich een tijdje doelloos meevoeren op de wind maar is toch weer neergestreken. Op het nokje van jouw dak. Hoe ik in elkaar steek voel jij feilloos aan. Bij dageraad zingen we wang aan wang. Verbinden doen wij fluitend.

Van harte genuanceerd

De mensheid bestaat natuurlijk uit twee helften. Zij die nuanceren en de rest. Vandaag de dag plaats ik mezelf bij die eerste helft. Alles moet genuanceerd. Nou ja, eigenlijk andersom. Ik ageer fel tegen de absolute absolutist. Met altijd en nooit heb ik een bijzonder moeizame relatie. Mensen die zich louter uitdrukken in termen van altijd of nooit, verdraag ik heel slecht. Ik verdraag ze uiteraard niet niet of nooit. Nuanceren doe ik met heel mijn hart, of beter gezegd, met een zo groot mogelijk deel van mijn hart. En met zowel goed als fout heb ik een haat-liefde-verhouding. Niet dat ik die uitersten niet erken, maar uitersten zijn toch wat ze zijn: uitersten? Alleen in het uiterste geval kom je daar toch op uit? Ik weiger me te beperken tot uitersten. Het is nuanceren of polariseren, en daartussen zit dan ook weer van alles.

Nu zing jij

Ik hoop dat je de klanken vindt die niemand eerder hoorde
Ik hoop dat je een stem krijgt die nieuwe woorden zingt
Ik hoop dat je akkoorden vindt van een nieuwe orde
Ik hoop dat je mag dichten zonder te hoeven rijmen
Ik hoop dat je boven alle angsten uitgroeit, groter nog

Wat anderen van je denken is wat zíj denken, niet jij

Vroeger zong ik jou in slaap
Die tijd komt nooit terug
Nu vind jij jouw klank
Nu speel jij jouw rustige akkoorden
Nu dicht jij met nieuwe woorden
Nu. Zing. Jij.

(vrije hertaling van het begin van “Stressed out” van Twenty One Pilots)