Hoe ik doe wat ik vaak doe. Koffie zetten, een plaat opzetten. Mijn gewoontes. Mijn ordening. Hoe jij ritueel je vensterbank versiert. De tafel dekt. Jouw ordening. Zo noemen wij dat, al doet het woord te streng aan. Het zijn gewoon onze manieren van doen. Manieren die we prettig vinden. Waarmee we zijn vergroeid. Het is precisie. Het is aandacht voor detail. De vaas met bloemen ietsje draaien. Voor hoe het licht dan precies goed valt. Het gekookte water twee tellen langer laten rusten voor ik het op de koffie giet. Voor dat extra beetje smaak. Ordening is eigen. Ordening is liefde. Ordening is taal. Het zegt gewoon zo veel. Ordening is wezenlijk. Jouw ordening maakt jou jou. Ordening zit in mijn vingers. In mijn ritme. In jou oog voor schoonheid. In je bewegingen door het huis. Ons huis, waarin onze ordeningen zich met elkaar zullen vermengen. Langs elkaar zullen schuiven. We zullen ons over elkaars manieren verwonderen. Ik zal steeds zien hoe bijzonder je bent. Niks wil ik aan je veranderen. Ik ga gewoon precies goed staan als ik naar je kijk.
aandacht
Tijd nodig
Er is tijd verstreken waarin veel niet gebeurde en veel wel. Je had er geen erg in en je had er geen controle over. Tijd vervliegt nou eenmaal. Jouw tijd, onze tijd. Je kunt het niet in een hermetisch afgesloten fles stoppen om te bewaren voor later, voor nood. Tijd laat zich eenvoudig niet hamsteren. Tijd ís niet te bevatten. En toch verspillen we het roekeloos in onze beslommeringen, smeren we het rijkelijk op onze wonden, verdrijven we het kwistig met spelletjes. Tijd zat, en tegelijkertijd hebben en krijgen we daarvan nooit genoeg. De kwaliteit van tijd lijkt mij trouwens direct gerelateerd aan onze aandacht. Om het op waarde te kunnen schatten moet je de tijd bewust beleven, of het nou gaat om rottijd of niet. Je tijd op aarde maximaal benutten voelt wel belangrijk, maar dan vooral in kwalitatieve zin. Hoe ouder je wordt, hoe groter dat besef wordt. Je tijd raakt namelijk op. Mijn kinderen zwemmen er nog in. Voor hen ben ik een boei in de oceaan die wel zal meedeinen met hun tijd. Intussen drijven we uit elkaar. Tijd moet die afstand weer gaan overbruggen. Dat zeggen veel mensen om mij heen steeds: het heeft gewoon tijd nodig. Vooruit dan maar.
Tied
Vandaag is mijn vader jarig. Zou jarig zijn. Hij is ja oet de tied. Daar had hij wel wat mee, met de tied, want in zijn huis hangen overal klokken. Die hield hij draaiend en lopend. Nu staan ze allemaal stil. Die liefde voor techniek deelden we. Hij repareerde klokken, ik repareer oude platenspelers. Laatst kreeg ik het horloge dat mijn vader altijd om zijn pols had. Een stukje technisch vernuft. Allemaal wijzerplaatjes waar hij dagelijks naar keek. Het liep niet heel best meer, maar dat was een kwestie van een nieuw batterijtje. Ook heb ik het metalen bandje in een bakje met warm water en een drupje afwasmiddel gelegd. Ik zag het zwarte vuil bezinken. Huidvet van mijn vader, dacht ik. Op het alwetende internet vond ik de handleiding en leerde voorts dat een Pulsar een betaalbare Seiko is, maar dat de interne uurwerkjes uit dezelfde fabriek komen. In al die jaren dat hij het droeg heb ik nooit enige interesse voor het horloge getoond. Net zo min als ik deed voor die gouden zegelring die hij altijd droeg. Om zijn rechter ringvinger. Ik weet nu dat die ring van zijn vader is geweest, die hem weer van zijn vader had. Een gewichtig erfstuk waar ik nog een mooie plek voor moet bedenken. Dragen ga ik het in ieder geval niet. Maar de oude Pulsar zal ik sowieso twee keer per jaar dragen, om zijn sterfdag en zijn geboortedag te markeren.
Influencer
Als zogeheten boomer snap ik uiteraard niets van influencers. Eigenlijk ben ik helemaal geen boomer, want boomers zijn van een generatie eerder dan die van mij. Maar het begrip boomer is opgerekt naar mijn generatie. Ik moet daar maar mee “dealen”. Net als met influencers. Het woord “influencer” stuit me al jaren tegen de borst. In mijn hoofd hoor ik “influenza” en ik krijg het spontaan benauwd en warm. Instinctief wil ik niets met influencers te maken hebben. Ik zet ze in een negatief frame. Daarmee verdwijnen de influencers natuurlijk niet. En de omvang van hun invloed heeft angstaanjagende proporties aangenomen. Ik zal met dit fenomeen moeten dealen.
Decennia geleden schreef ik mijn eerste blog. Dat was in het pre-twitter-tijdperk. Online volgers waren nog niet bedacht. Maar de aandacht voor de dingen die ik schreef vond ik wel belangrijk. Dat vind ik nog steeds. Het gaat mij niet om invloed of het maximaliseren daarvan. Het is een fijn gevoel als ik merk dat mensen in positieve zin worden geraakt door wat ik schrijf, maar dat beschouw ik als een geschenk, niet als doel.
Influencing is veelal vooral een verdienmodel. Het draait om weergaven en volgers. Daarmee creëert de influencer een bereik voor adverteerders. Dat bereik is het primaire doel van de influencer. Een groot bereik geeft uiteraard ook veel invloed. Ik betwijfel of die invloed altijd wenselijk is. Er wordt nogal gekwakzalfd met alle gevolgen van dien, helemaal als het viral gaat. Voor de influencer is viral gaan het droomscenario. De influencer wil infecteren. De naam is bij nader inzien spot on.
Zelfscan
Jezelf op iets betrappen. Daarop betrap ik mijzelf eigenlijk ook best wel eens. Dat je ineens door hebt dat je door hebt wat je aan het doen bent. En zie op zo’n moment dan maar eens tot jezelf door te dringen om duidelijk te maken dat je tot jezelf probeert door te dringen. Ik betrap me dan eigenlijk vooral op verwarrend gebazel.
Barst maar
Het voorjaar fluit
mij maar aan
al mijn aandacht
gaat naar de knoppen
Barst maar
Opmerkzame mensen
Het allerliefst omring ik mij
met aandachtige mensen
Mensen die nieuwsgierig zijn
naar wat de ander beweegt
Mensen die luisteren
om te begrijpen
Mensen die eerlijk zijn
over zichzelf
Mensen die opmerken
wat belangrijk is
Is het een cadeautje?
Zijn het cadeautjes? Dit vroeg de mevrouw achter de kassa mij gisteren. Ik reageerde met een “jazeker” waarin mijn tevredenheid over mijn keuzes weerklinken moest. De mevrouw trok toen twee glimmende, zwarte vellen cadeaupapier van een rol. Niet helemaal mijn idee van feestelijk, maar goed, ik liet het los. Ik keek toe hoe de vellen papier vrij argeloos om mijn artikelen werden gedrapeerd. De lat lag blijkbaar bij “wikkelen in cadeaupapier”. Misschien was het de allerlaatste rol plakband, want daar ging ze erg spaarzaam mee om. Ik rekende dan ook maar argeloos af. Mijn lat was gedaald naar “afrekenen en wegwezen”.
Vanochtend besloot ik gelijk het lelijke cadeaupapier eraf te scheuren en de cadeaus zelf mooier in te pakken. Terwijl ik dat deed dacht ik na over die vraag of het cadeautjes waren. Ik vind dat normaal gesproken een fijne vraag. In bepaalde winkels, waarvan ik weet dat ze echt werk maken van het inpakken, zeg ik ook “jazeker!” als ik iets voor mezelf koop. Ik geniet in die winkel namelijk alleen al van de manier waarop mijn cadeau wordt ingepakt. Eerst wordt met een zwierig gebaar een vel papier van een rol getrokken en gescheurd dat meestal ook nog eens precies de juiste lengte heeft. Van cadeaupapierscheuren mogen ze van mij een olympische sport maken. Ik wil wel jurylid zijn. Naast de atletiek hecht ik grote waarde aan de papierkwaliteit. Het mooist zijn de vellen die aan beide zijden mooi zijn. Met lenige, gemanicuurde handen vouwt en plakt de inpakatleet het mooie papier om mijn cadeautje. Het wordt een waar kunstwerk waarbij de kleuren van beide zijden van het vel worden benut. Ik zou het daarna nooit meer willen uitpakken.
Die beleving had ik gisteren dus duidelijk niet. Uit beleefdheid trok ik het papier er niet meteen, na het afrekenen weer af. Had ik er dan misschien iets van moeten zeggen? Zijn mijn verwachtingen te hoog? “Mevrouw, als ik u een tip mag geven…dat scheuren van die rol mag wel wat zwieriger, en experimenteer vooral ook eens met kleurrijker papier”.
Eigenzinnige liefde
In je huisje is het vol, maar toch is er veel ruimte. Speciale dingen hebben er speciale plekken die met aandacht gekozen zijn. In de boekenkast in je woonkamer staan zielsveel boeken, want je verzamelt mooie zinnen. Je omringt je met schoonheid want dat maakt je gelukkig. Je doet alles dat je belangrijk vindt met aandacht en met liefde. Iedere maaltijd, hoe klein ook, wordt mooi en met zorg op tafel gezet. Je kleedt je mooi naar iedere mooie gelegenheid. Je stopt je hele hart ergens in, of niet. Daar zit bij jou niet veel tussen. Het eerste boeket bloemen dat ik voor je mee nam, verdeelde je prachtig over twee vazen. De bloemist had er vast een andere visie bij, maar dat boeide me totaal niet. Jij boeit me. Mateloos. Je zaaide ouderwetse stokrozen tussen de voegen van je terrastegels, omdat je vader er zo van hield. Nu staan ze eigenwijs en torenhoog te pronken. Door jouw eigenzinnige liefde.
Driedimensionaal nadenken
Nadenken. Eigenlijk zegt het woord het al. Aan nadenken gaat altijd iets vooraf. Iets dat gebeurde. Ik beperk me even tot gebeurtenissen waar je zelf bij betrokken was. Misschien wel zonder dat je denken er aan te pas kwam. Van iets kleins zoals een vriendelijke groet van een dorpsgenoot op een wandeling tot iets groots zoals een klimaatverandering. Daar dan over nadenken is reflectief. Een weerspiegeling van je herinnering van wat er gebeurde. Wat gebeurde er? Waarom gebeurde het? Wat deed ík? Waarom? Welk effect had mijn gedrag? Moet ik mijn gedrag veranderen? Moet ik mijn houding ten aanzien van het gedrag van anderen veranderen?
Over dit nadenken zelf kan je dan ook weer nadenken. Dat is nadenken op een diepere laag. Voor mij hoort daar het besef bij dat gedachten in je hoofd gebeuren. Ik vraag me dan af waarom ik denk wat ik nu denk. Om het te verklaren ontrafel ik de gedachte zo ver als ik kan tot de oorsprong. Een gedachte begint in mijn eigen verbeelding als een ragfijn, glinsterend draadje dat drijft op de golven van mijn brein. Draadjes klonteren vanzelf samen tot dikkere of langere draden.
Gedachten over gedachten worden eigenlijk teveel verdrongen door wat we “de waan van de dag” noemen. In mijn hoofd drijven na verloop van tijd zoveel gedachten dat er een voelbare, opwaartse druk ontstaat. Ze drijven dan naar de oppervlakte als de waan afneemt. Bij voldoende opwaartse druk kunnen gedachten de dagwaan zelfs verdringen. Ook die gebeurtenis kan aanleiding geven tot nadenken. Dan moet alle waan wel erg ver op de achtergrond kunnen blijven. Het is nadenken over gedachten over gedachten. De gewaarwording van zo’n gedachte is dan haast niet te bevatten, maar ook dat kan.
