Soort van

Laatst ging ik een soort van hiken. Of ik droomde dat soort van. Er liep een soort van pad door het bos. Langs het pad stonden van die prehistorische planten of zo, die zich qua vorm zeg maar soort van oneindig herhalen. Een soort van amandelbroodjes. Het juiste woord komt effe niet naar boven. Mijn tong staat een soort van te trappelen om het uit te spreken, maar mijn brein is nog aan het processen. Elk takje is weer een miniversie van die plant zeg maar. Een soort van broccoli maar dan anders. Het pad vertakte zich trouwens een soort van op dezelfde manier. Terwijl ik het pad een soort van volgde kreeg ik een soort gevoel van onrust. Er bekroop me een soort van twijfel of zo. Het is zo’n soort gevoel dat je ook krijgt als je zeg maar niet meer precies weet waar je soort van bent, weet je wel? Daar is ook een soort van woord voor geloof ik. Verdwaasd of zo. In mijn hoofd is het altijd een soort van chaos. Je hersenen zijn eigenlijk ook een soort van broccoli. Ja toch? Ik denk dan goh die planten die er ook waren toen de Dodo’s nog niet uitgestorven waren krullen zich takje voor takje eindeloos uit, zoals broccoli, je weet wel, een soort van groene bloemkool dat me altijd doet denken aan wolken die opstijgen van de zee die trouwens golven maakt die ook eindeloos omkrullen totdat ze op het strand uitrollen terwijl jij kijkt naar de schepen die je in de verte ziet varen. Varens! Wauw! Dat is toch een soort van wonderlijk, hoe het brein werkt? Een soort van organische computer. En als het een bepaald woord niet snel genoeg vinden kan, kan het je toch soort van intelligent laten overkomen door je iets te laten zeggen wat nog net niet helemaal klopt maar daar dan gewoon “soort van” voor te plakken. Waanzinnig toch?

Ordening

Hoe ik doe wat ik vaak doe. Koffie zetten, een plaat opzetten. Mijn gewoontes. Mijn ordening. Hoe jij ritueel je vensterbank versiert. De tafel dekt. Jouw ordening. Zo noemen wij dat, al doet het woord te streng aan. Het zijn gewoon onze manieren van doen. Manieren die we prettig vinden. Waarmee we zijn vergroeid. Het is precisie. Het is aandacht voor detail. De vaas met bloemen ietsje draaien. Voor hoe het licht dan precies goed valt. Het gekookte water twee tellen langer laten rusten voor ik het op de koffie giet. Voor dat extra beetje smaak. Ordening is eigen. Ordening is liefde. Ordening is taal. Het zegt gewoon zo veel. Ordening is wezenlijk. Jouw ordening maakt jou jou. Ordening zit in mijn vingers. In mijn ritme. In jou oog voor schoonheid. In je bewegingen door het huis. Ons huis, waarin onze ordeningen zich met elkaar zullen vermengen. Langs elkaar zullen schuiven. We zullen ons over elkaars manieren verwonderen. Ik zal steeds zien hoe bijzonder je bent. Niks wil ik aan je veranderen. Ik ga gewoon precies goed staan als ik naar je kijk.

Tijd nodig

Er is tijd verstreken waarin veel niet gebeurde en veel wel. Je had er geen erg in en je had er geen controle over. Tijd vervliegt nou eenmaal. Jouw tijd, onze tijd. Je kunt het niet in een hermetisch afgesloten fles stoppen om te bewaren voor later, voor nood. Tijd laat zich eenvoudig niet hamsteren. Tijd ís niet te bevatten. En toch verspillen we het roekeloos in onze beslommeringen, smeren we het rijkelijk op onze wonden, verdrijven we het kwistig met spelletjes. Tijd zat, en tegelijkertijd hebben en krijgen we daarvan nooit genoeg. De kwaliteit van tijd lijkt mij trouwens direct gerelateerd aan onze aandacht. Om het op waarde te kunnen schatten moet je de tijd bewust beleven, of het nou gaat om rottijd of niet. Je tijd op aarde maximaal benutten voelt wel belangrijk, maar dan vooral in kwalitatieve zin. Hoe ouder je wordt, hoe groter dat besef wordt. Je tijd raakt namelijk op. Mijn kinderen zwemmen er nog in. Voor hen ben ik een boei in de oceaan die wel zal meedeinen met hun tijd. Intussen drijven we uit elkaar. Tijd moet die afstand weer gaan overbruggen. Dat zeggen veel mensen om mij heen steeds: het heeft gewoon tijd nodig. Vooruit dan maar.

Bloot te wezen

Wat nou als ik een collega zou tegenkomen in de sauna? Dat je net uit het ijskoude dompelbad klimt waar je je kort daarvoor met veel oeh en aah in liet zakken en plots je poedelnaakte collega tegenover je ziet. En die collega mij, in al even schaars ornaat. “Hee Mark, jij ook hier?”, zegt de collega alsof we elkaar gewoon in de supermarkt tegenkomen. “Ja, en jij ook zo te zien”, zeg ik dan maar. Nu geneer ik mij niet voor mijn lijf, maar dat ervaar ik alleen bij totale onbekenden en uiteraard mijn geliefde. Ook zit ik er niet mee als buren ’s ochtends na het douchen glimpen van mijn lijf zouden opvangen. We zijn allemaal naakt geboren. Collega’s ongetwijfeld ook, maar met hen moet ik nog sparren, vergaderen en projecten doen. Ten overstaan van collega’s presenteer ik plannen en wenkende perspectieven. Dat dan in de zaal die ene collega heimelijk zit te glimlachen en ik weet waarom. Vanonder de boord van mijn hemd zouden rode vlekken omhoog kruipen, zo rood als mijn hele huid was op het moment dat ik uit het dompelbad klom en zij doodleuk tegenover me stond bloot te wezen.

Kaders

Je staat in menig kader. Of je dat nou wilt of niet. Mensen plaatsen elkaar voortdurend in kaders. Het ligt in onze natuur. Het gaat er niet om of jij in dat kader past, maar dat het kader om jou heen past. Op dat moment. Op basis van het gedrag dat van je wordt waargenomen. Met de kennis die de ander van jou heeft. Het kader is van de maker. Het kader is typerend voor de maker. Het kader geeft de maker ervan houvast aan hoe om te gaan met jou. Kaders kunnen heel hardnekkig zijn. De instandhouding van een gedateerd beeld van jou steunt een belang van de kadermaker. Je mag niet veranderen, want dan pas je niet meer in het kader. Ik geef dat gedrag dan maar eenvoudig mijn eigen omkadering. Daar kom je voorlopig zelf ook niet meer uit.

Tied

Vandaag is mijn vader jarig. Zou jarig zijn. Hij is ja oet de tied. Daar had hij wel wat mee, met de tied, want in zijn huis hangen overal klokken. Die hield hij draaiend en lopend. Nu staan ze allemaal stil. Die liefde voor techniek deelden we. Hij repareerde klokken, ik repareer oude platenspelers. Laatst kreeg ik het horloge dat mijn vader altijd om zijn pols had. Een stukje technisch vernuft. Allemaal wijzerplaatjes waar hij dagelijks naar keek. Het liep niet heel best meer, maar dat was een kwestie van een nieuw batterijtje. Ook heb ik het metalen bandje in een bakje met warm water en een drupje afwasmiddel gelegd. Ik zag het zwarte vuil bezinken. Huidvet van mijn vader, dacht ik. Op het alwetende internet vond ik de handleiding en leerde voorts dat een Pulsar een betaalbare Seiko is, maar dat de interne uurwerkjes uit dezelfde fabriek komen. In al die jaren dat hij het droeg heb ik nooit enige interesse voor het horloge getoond. Net zo min als ik deed voor die gouden zegelring die hij altijd droeg. Om zijn rechter ringvinger. Ik weet nu dat die ring van zijn vader is geweest, die hem weer van zijn vader had. Een gewichtig erfstuk waar ik nog een mooie plek voor moet bedenken. Dragen ga ik het in ieder geval niet. Maar de oude Pulsar zal ik sowieso twee keer per jaar dragen, om zijn sterfdag en zijn geboortedag te markeren.

Voorstellingen

Wat zich in jouw hoofd afspeelt kan jij me alleen zelf vertellen. Ik kan me er voorstellingen van maken vanuit mijn standpunt. Ik kan een indruk hebben. Ik kan er een gevoel bij krijgen. En donkerbruine vermoedens. Maar de beste manier is toch echt dat je het me gewoon vertelt. Dan luister ik. En ik zou duizend vragen stellen. Zo benieuwd als ik ben hoe het met je gaat. Zo graag ik weer eens van je hoor. Zo graag ik je ook zou vertellen wat in mijn hoofd omgaat. Als je dat wilde weten. Als je dat zou vragen.

Tot die tijd maken we voorstellingen van wat omgaat in elkaars koppen. Ik heb het donkerbruine vermoeden dat ik er veel meer maak dan jij, maar dat geeft niet. Zo moet het ook zijn. Ik ben er nog heel lang en heb er een eindeloos vertrouwen in dat je je weg naar me weet te vinden. Maar tijd is ook kostbaar. Ik had mijn eigen vader nog graag zoveel verteld en gevraagd, maar kan van zijn gedachten nu alleen nog voorstellingen maken.

Mag ik vragen waarom?

“Mag ik vragen waarom?”, vroeg de vrouw die met haar gemanicuurde handen net een prikkertje worst met augurk van de schaal had gepakt gedecideerd. Deze vraag was haar reactie op mijn tussen neus en lippen gemaakte vermelding dat wij geen vlees eten. De vraag voelde als een nogal dwingend verzoek dus legde ik onverwijld uit waarom en zelfs hoe het zo kwam. Terwijl ik dat deed zag ik op het gezicht van de vrouw een mix van afschuw en ongeloof. Dit kwam wel heel erg dichtbij voor haar. “Waarom zien jullie er dan toch zo gezond uit? Nou?”, vroeg de vrouw vertwijfeld. Met het antwoord dat dat natuurlijk kwam doordat wij heel veel fietsen en bovenal principieel niet op een e-bike, joegen wij de vrouw inclusief haar metgezel definitief tegen ons in het harnas. We namen nog een laatste blokje kaas en stapten maar weer eens op. Sindsdien stellen wij elkaar dus bij alles wat we zeggen te gaan doen steevast quasi gedecideerd de vraag: “Mag ik vragen waarom?”

Vast en zeker

In mijn hoofd klinkt een oud liedje. Daarnaast blijft het liedje ook nog eens hardnekkig vastzitten in die ene groef. Steeds dezelfde frase. Hoe langer dat duurt des te dieper die groef inslijt. De plaat draait stug door, en de naald blijft stug vasthouden aan de groef. De groef representeert haar absolute zekerheid, de enige juiste zienswijze. Andere invalshoeken worden verwaarloosd, omdat van daaruit ongunstig licht valt. Zou zij ook een hardnekkige echo uit het verleden horen en ervan overtuigd zijn dat ik dit nog steeds zing? Zou zij dan ook niet geloven dat de ander over de introspectieve vaardigheden beschikt om tot hetzelfde inzicht te komen? Vast en zeker.

Verhuizen

Was verhuizen maar als vervellen. Dat je je oude huis eenvoudig afwerpt en dan klaar bent. Je nieuwe huis moet even drogen in de zon maar je voelt je er meteen thuis. Je oude huis ligt dan nog een tijdje te verdorren en te verteren tot het uiteen valt en verwaait.

Verhuizen is denk ik vooral het verworden tot huis. Een transformatie. Een plek dat gaandeweg verhuist en waar je je steeds meer thuis voelt. En op een dag gaat het weer kriebelen en werp je je huis weer af. Net zo makkelijk.