Gijzeldrukte

Waarschijnlijk heb je gemiddeld ongeveer een half leven nodig om te begrijpen dat je nooit af bent. De beruchte midlife crisis fungeert daarbij als de brenger van het verontrustende nieuws dat je nog lang niet af bent terwijl je qua jaren al halverwege bejaard zit. Shit.

Die onrust ging in mijn geval over in berusting. Ik ben nog steeds nog lang niet af en ik maak me daar ook niet meer druk over. Nu ben ik gewoon zoals ik nu ben. Dat is een vast gegeven. En naarmate de tijd verstrijkt verander ik, pas ik me aan, vervorm ik, verdraai ik, verfraai ik.

Dat deed ik natuurlijk ook in de eerste helft van mijn leven, maar dan met minder levenservaring. Ik kwam in wat nesten en worstelde me daar ook weer uit. Ik verdween en ik kwam weer tevoorschijn.

Mensen die me gijzelen in een oude versie van mezelf, daar maak ik me dan wel weer druk over. Mijn gijzelnemers hebben weinig grip op wie ik nu ben, maar des te meer op wie ik ooit was. Ik put dan maar hoop uit het besef dat mijn gijzelnemers zelf ook nog verre van af zijn.

Toegangspoespas

Mijn agenda bevindt zich in een vesting. Om toegang te krijgen moet iemand eerst de zware ophaalbrug neerlaten. Vanachter de kantelen ziet de poortwachter me staan. Ik voer het benodigde ritueel uit om te bewijzen dat ik ben wie ik roep dat ik ben. Op mijn woord kan ik niet worden vertrouwd. Ik moet bewijzen dat ik echt degene ben voor wie ik me uitgeef. Dus ik voer mijn unieke dansje uit dat ik hier speciaal voor heb ingestudeerd. En jawel, de kettingen van de ophaalbrug beginnen te ratelen en de brug komt naar beneden. Even later sta ik in de binnenpoort alwaar mijn gezicht minutieus wordt vergeleken met een portret dat de poortwachter uit een kluis heeft gehaald. Over de gelijkenis is vandaag gelukkig geen twijfel en ik mag door naar de volgende hindernis.

“Als ik jong ben, ben ik lang. Als ik oud ben, ben ik kort. Wat ben ik?”, vraagt de poortwachter. Het is het nieuwe raadsel van dit kalenderjaar, besef ik. Over het nieuwe raadsel wordt iedereen met toegang tot deze vesting tijdig geïnformeerd. Via de beveiligde post natuurlijk, die alleen binnen de vestingmuren geopend kan worden. Gelukkig wordt een nieuw wachtraadsel weken van te voren aangekondigd door de heraut, zodat we niet vergeten om die belangrijke post te openen. Ik heb die post plichtsgetrouw en op tijd ingezien en weet het antwoord op het raadsel.

Ik spreek het antwoord op het raadsel duidelijk uit. De poortwachter knikt plechtig en kijkt op de klok. Hij schrijft de datum en de tijd op een nieuwe regel van het intekenregister. Dan overhandigt hij me de ganzenveer en verzoekt me om mijn naam in het daarvoor bestemde vakje te schrijven. Om mijn intekening te voltooien moet ik ook nog eens mijn vinger op een inktkussentje duwen en mijn vingerafdruk naast mijn dagtekening zetten. Maar dan mag ik eindelijk naar binnen.

Ik loop het agendahuis binnen, dat zich tegenover de toegangspoort bevindt en vraag de agendabewaarder om mijn agenda voor me te pakken. De agendabewaarder bewaakt en beheert alle agenda’s. Dat is een belangrijke en onmisbare taak. De regel is dat alle agenda’s openbaar zijn voor alle personen die toegang hebben tot de vesting. De agendabewaarder zorgt ervoor dat gezamenlijke afspraken in de agenda’s van alle genodigden komen. Mijn agenda wordt snel uit een diepe lade van een grote archiefkast gehaald en aan mij overhandigd.

Ik raadpleeg snel mijn agenda om te zien hoe laat ik morgen mijn eerste werkafspraak heb en prent dit in mijn geheugen. Daarna overhandig ik mijn agenda weer aan de agendabewaarder die deze vervolgens weer veilig opbergt. Ik wens haar nog een fijne zondag en verlaat het agendahuis. Even later klop ik weer aan bij de poort om naar buiten gelaten te worden. De poortwachter schrijft het tijdstip van mijn vertrek in het register en laat meteen de brug voor me neer. Terwijl ik weer naar huis wandel verbaas ik me ten zoveelste male hoofdschuddend over al die poespas. Het is blijkbaar nodig. Hoe laat was nou morgen ook al weer die eerste afspraak?…

Voornemens

Vandaag eindigt een kalenderjaar. Meer niet. Morgen is gewoon weer morgen. Nieuwjaarsdag is een construct. Het voelt op dit moment voor mij van weinig betekenis. Het is ook weer tijd om over goede voornemens na te denken. Goede voornemens. Misschien moeten we “goede” voortaan maar weglaten. De goede voornemens die men zoal uitspreekt rond 31 december zijn doorgaans halfbakken en worden meestal niet langer dan enkele weken volgehouden. Een echt goed voornemen is er eentje die je voor de rest van je leven neemt. Vanaf nu eet ik nog maar 1 koekje per dag. Vanaf nu fluit ik elke dag fietsend naar mijn werk. Laat “goede” er dus maar lekker af en neem je gewoon iets voor wetende dat je het misschien niet zal volhouden. Geeft niks. Een voornemen kan je op ieder moment uitspreken. Je hoeft niet te wachten tot het einde van het kalenderjaar. Neem je lekker vanalles voor wanneer je maar wil. Mijn “goede” voornemen voor 2026 (en alle jaren daarna) laat zich nu wel raden.

Kernkracht

Er is een kracht die je overeind houdt als je dreigt te vallen, die je bij elkaar houdt als je dreigt te worden verscheurd. Een kernkracht die je lijf aanspreekt als je hoofd dat niet doet. Voor als je je hoofd nu niet verliezen kan. Of je hoofd oefent de kracht zelf uit. Om erbij te blijven. Een wederzijds vetorecht voor kop en romp. Je moet blijven functioneren. Voel later maar wat je moet voelen. Angst, denk ik.

Daar dus niet

Daar wij wollig taalgebruik voortaan te allen tijde dienen te verbloemen zou ik willen voorstellen om per ommegaande rigoureus te snijden in het gebruik van daar in de betekenis van omdat. Nu omdat al voldoende alternatieve synoniemen kent zoals aangezien en nu, kunnen we mijns inziens prima daar daar niet meer voor gebruiken. Daar wordt daarmee in betekenis teruggebracht tot er en hier. Daar wordt onze taal niet alleen eenduidiger door, maar ook aanmerkelijk minder wollig. Wellicht zullen op termijn eveneens stemmen opgaan om ook nu te zuiveren van de onnodige en verwarrende synonimiteit met omdat, maar in deze memo beperk ik me vooralsnog eerst tot daar aangezien we hiermee al een aanzienlijke eerste verbetering aanbrengen. Simpelweg komt bovenstaande neer op de volgende, makkelijk te onthouden vuistregel: Nu en aangezien mogen in plaats van omdat worden gebruikt, maar daar dus niet.

Doorgedraaid

Maandagmorgen begon het
Een verontrustend geluid
Diep en ronkend
Tussendoor klonk gepruttel
En het draaide maar door
En het draaide maar door

Dinsdag brak aan
Het geronk zat nog dieper
Ergens liep duidelijk wat aan
Een metertje stond op rood
En het draaide maar door
En het draaide maar door

Woensdagochtend
Hoge druk op de ketel
Het metertje stond nog roder
Zuchtend en steunend
Draaide het maar door
Maar het toerental zakte

Op donderdag was het gedaan
Het metertje sloeg alarm
Piepend en krakend
Kwamen de raderen tot stilstand
De noodrem deed zijn werk
Anders had het doorgedraaid

Zelfscan

Jezelf op iets betrappen. Daarop betrap ik mijzelf eigenlijk ook best wel eens. Dat je ineens door hebt dat je door hebt wat je aan het doen bent. En zie op zo’n moment dan maar eens tot jezelf door te dringen om duidelijk te maken dat je tot jezelf probeert door te dringen. Ik betrap me dan eigenlijk vooral op verwarrend gebazel.

Zexit

De zon gaat onder
voor ik er erg in heb

De zomer verlaat me

Er danst geen bij meer
in mijn lavendelstruik

De zomer verlaat me

De ganzen vliegen
al in V-formatie

De zomer verlaat me

Nijvere spinnen
bespannen mijn ramen

De zomer verlaat me

Eikels stuiteren
van mijn kop de straat op

De zomer verlaat me

Loeiende buren
ontbladeren hun tuinen

De zomer verlaat me

’t Bokbier springt vanzelf
in mijn winkelwagen

De zomer verlaat me

Dus rest niets anders te doen
dan drinken en hopen

Op een kort winterseizoen