Er is tijd verstreken waarin veel niet gebeurde en veel wel. Je had er geen erg in en je had er geen controle over. Tijd vervliegt nou eenmaal. Jouw tijd, onze tijd. Je kunt het niet in een hermetisch afgesloten fles stoppen om te bewaren voor later, voor nood. Tijd laat zich eenvoudig niet hamsteren. Tijd ís niet te bevatten. En toch verspillen we het roekeloos in onze beslommeringen, smeren we het rijkelijk op onze wonden, verdrijven we het kwistig met spelletjes. Tijd zat, en tegelijkertijd hebben en krijgen we daarvan nooit genoeg. De kwaliteit van tijd lijkt mij trouwens direct gerelateerd aan onze aandacht. Om het op waarde te kunnen schatten moet je de tijd bewust beleven, of het nou gaat om rottijd of niet. Je tijd op aarde maximaal benutten voelt wel belangrijk, maar dan vooral in kwalitatieve zin. Hoe ouder je wordt, hoe groter dat besef wordt. Je tijd raakt namelijk op. Mijn kinderen zwemmen er nog in. Voor hen ben ik een boei in de oceaan die wel zal meedeinen met hun tijd. Intussen drijven we uit elkaar. Tijd moet die afstand weer gaan overbruggen. Dat zeggen veel mensen om mij heen steeds: het heeft gewoon tijd nodig. Vooruit dan maar.
Kinderen
Voorstellingen
Wat zich in jouw hoofd afspeelt kan jij me alleen zelf vertellen. Ik kan me er voorstellingen van maken vanuit mijn standpunt. Ik kan een indruk hebben. Ik kan er een gevoel bij krijgen. En donkerbruine vermoedens. Maar de beste manier is toch echt dat je het me gewoon vertelt. Dan luister ik. En ik zou duizend vragen stellen. Zo benieuwd als ik ben hoe het met je gaat. Zo graag ik weer eens van je hoor. Zo graag ik je ook zou vertellen wat in mijn hoofd omgaat. Als je dat wilde weten. Als je dat zou vragen.
Tot die tijd maken we voorstellingen van wat omgaat in elkaars koppen. Ik heb het donkerbruine vermoeden dat ik er veel meer maak dan jij, maar dat geeft niet. Zo moet het ook zijn. Ik ben er nog heel lang en heb er een eindeloos vertrouwen in dat je je weg naar me weet te vinden. Maar tijd is ook kostbaar. Ik had mijn eigen vader nog graag zoveel verteld en gevraagd, maar kan van zijn gedachten nu alleen nog voorstellingen maken.
Ik mag hangen
Bij vrienden hang ík
mezelf uit
kinderen
Daar buiten hang ík
kleren uit
kinderen
Aan neuzen hang ík
dus geen fluit
kinderen
In wilgen hang ík
naar verluidt
kinderen
Kasteel gezocht
Kunnen mijn kinderen straks een eigen woning vinden? Ik heb er vier in totaal. Kinderen dus. Eerlijk gezegd zit ik er niet op te wachten dat een deel van hen, laat staan alle vier, nog tot ver in hun dertig bij mij wonen. Daar zitten ze ongetwijfeld zelf ook niet op te wachten. Hun moeder en ik zijn al geruime tijd gescheiden, wat je in dit opzicht wellicht gunstig zou kunnen noemen. Twee huizen. Maar de tijd staat niet stil en ik lonk naar een knus huisje waar ik samen woon met mijn lieve vriendin. Haar twee kinderen krijgen uiteraard ook te maken met het woningentekort. Ik kan maar beter lonken naar een knus kasteel dan. En kom daar maar eens om.
Verlangen naar de vorst
Vanuit de keuken zie ik een knaapje op skeelers over de klinkertjes vliegen. Zijn armpjes zwaaien fanatiek van links naar rechts. Hij waant zich natuurlijk Sven Kramer, oordeel ik. Zelf waande ik me vroeger Leo Visser, dus mijn oordeel is geoorloofd. Mijn eigen schaatsstijl wijkt ook niet eens zoveel af van die van het knaapje in mijn straatje. Evengoed blijf ik overtuigd van mijn innerlijke Leo als ik zelf weer op de ijzers sta. Mijn verlangen naar de vorst is aangewakkerd.
Sociale souplesse
In de afgelopen maanden verwonder ik me meer en meer over een nogal groot en duidelijk verschil tussen mijzelf en mijn kinderen. Vergeleken met mezelf zie ik bij de kinderen veel sociaal ongemak. Ik begon me af te vragen of ik vroeger in mijn jeugd misschien hetzelfde sociale ongemak had. Maar mijn moeder vertelde me dat ik al van kleins af aan heel nieuwsgierig was naar anderen en altijd heel makkelijk gesprekken aanknoopte met Jan en alleman. Dat doe ik eigenlijk nog steeds. Tot openlijke verbazing van mijn kinderen: “Kende je die man met wie je net uitgebreid grapjes stond te maken?”.
Geen van mijn kinderen lijkt mijn “sociale souplesse” te hebben geërfd. Mijn krullen duidelijk wel. Daar zullen ze dan in genetisch opzicht waarschijnlijk meer voordeel van hebben. Heb ik mij gedurende een cruciale periode in hun ontwikkeling sociaal wellicht helemaal niet zo soepel gedragen? Daar zou wel een deel van de verklaring kunnen worden gezocht. Ik ben in het huwelijk met hun moeder lange tijd mezelf niet geweest. Maar voor hetzelfde geld ben ik in mijn jeugd juist bovengemiddeld veel blootgesteld aan sublieme sociale souplesse.
Mijn lieve vriendin ondervindt het grote verschil in die sociale souplesse aan den lijve, en dat baart best zorgen. Intussen zijn mijn kinderen zowat allemaal het huis uit en is mijn opvoedingsinvloed sterk beperkt. Mijn ruwe diamantjes zullen zich nu vooral moeten slijpen aan de wrijvingen in hun eigen sociale kringen. Daar zit toch nog wel een parallel met de opvoedstijl van mijn vader. Hij zei wel eens, waar ik bij was, tegen mijn moeder: “Hij moet maar gewoon op zijn bek gaan, dan leert hij het wel”.
Geen zorgen
In het reklameblok dat ik verdraag voordat het journaal begint, wordt mij één en al onbezorgdheid naar mijn hoofd geslingerd. Vliegreizen naar warme oorden. Blitse auto’s die iedere dag mooi maken, zelfs regenachtige. Natuurlijk wel goedkoop boodschappen doen. En iedere week kans op een miljoen natuurlijk. Ik hoef me geen zorgen te maken, lijkt de boodschap. Geen zorgen over oorlog. Geen zorgen over de almaar toenemende onverdraagzaamheid. Geen zorgen over het verdwijnen van de bijen. Geen zorgen over het afstervende koraal. Geen zorgen over de smeltende ijskappen. Geen zorgen over de hoogte van onze dijken. Geen zorgen over het woningtekort. Geen zorgen over kansongelijkheid. Geen zorgen over de kwaliteit van het onderwijs. Defensie wil een verplichte enquete om de animo onder onze jeugd voor het dienen in het leger in kaart te brengen. Maar ik hoef me natuurlijk ook geen zorgen te maken dat mijn kinderen soldaten worden.
Nu zing jij
Ik hoop dat je de klanken vindt die niemand eerder hoorde
Ik hoop dat je een stem krijgt die nieuwe woorden zingt
Ik hoop dat je akkoorden vindt van een nieuwe orde
Ik hoop dat je mag dichten zonder te hoeven rijmen
Ik hoop dat je boven alle angsten uitgroeit, groter nog
Wat anderen van je denken is wat zíj denken, niet jij
Vroeger zong ik jou in slaap
Die tijd komt nooit terug
Nu vind jij jouw klank
Nu speel jij jouw rustige akkoorden
Nu dicht jij met nieuwe woorden
Nu. Zing. Jij.
(vrije hertaling van het begin van “Stressed out” van Twenty One Pilots)
Boewang en riddle
Zoveel te doen. Ik heb nog zo veel te doen. Ik moet de boewang eens in bloei zien staan.
Tot gisteren was dat voor mij de tekst van deze nederpopklassieker. Mijn dochter vroeg wat een boewang was. Een soort exotische plant of zo. Dacht ik. Boewang googlen leverde hoegenaamd niets op. Dochterlief googlede slimmer dan haar Pa. Zij benaderde het vanaf de andere kant, en raadpleegde de tekst van het liedje. Niks boewang. Oerwoud! Nooit voelde ik me minder nozel.
Maar het wordt nog erger…
But I’m a creep. I’m a riddle…
Pap, het is weirdo! Maar de kinderen konden er eigenlijk ook wel een beetje mee instemmen dat riddle natuurlijk veel beter was geweest. En bovendien is het allemaal erg schattig. Pa moest er haast van blozen.
Boterham met pindakaas
In mijn woud drijft
diepe stilte als nevel
boven een zwarte poel
waarvan ik mijmerend
af en toe nippend
proef
Dan wordt de heilige stilte
van mijn bittere oase
opeens bruut doorkliefd
door ritselend gewroet
en even later
genoeglijk gesmak!