Kinderen

Voorstellingen

Wat zich in jouw hoofd afspeelt kan jij me alleen zelf vertellen. Ik kan me er voorstellingen van maken vanuit mijn standpunt. Ik kan een indruk hebben. Ik kan er een gevoel bij krijgen. En donkerbruine vermoedens. Maar de beste manier is toch echt dat je het me gewoon vertelt. Dan luister ik. En ik zou duizend vragen stellen. Zo benieuwd als ik ben hoe het met je gaat. Zo graag ik weer eens van je hoor. Zo graag ik je ook zou vertellen wat in mijn hoofd omgaat. Als je dat wilde weten. Als je dat zou vragen.

Tot die tijd maken we voorstellingen van wat omgaat in elkaars koppen. Ik heb het donkerbruine vermoeden dat ik er veel meer maak dan jij, maar dat geeft niet. Zo moet het ook zijn. Ik ben er nog heel lang en heb er een eindeloos vertrouwen in dat je je weg naar me weet te vinden. Maar tijd is ook kostbaar. Ik had mijn eigen vader nog graag zoveel verteld en gevraagd, maar kan van zijn gedachten nu alleen nog voorstellingen maken.

Kasteel gezocht

Kunnen mijn kinderen straks een eigen woning vinden? Ik heb er vier in totaal. Kinderen dus. Eerlijk gezegd zit ik er niet op te wachten dat een deel van hen, laat staan alle vier, nog tot ver in hun dertig bij mij wonen. Daar zitten ze ongetwijfeld zelf ook niet op te wachten. Hun moeder en ik zijn al geruime tijd gescheiden, wat je in dit opzicht wellicht gunstig zou kunnen noemen. Twee huizen. Maar de tijd staat niet stil en ik lonk naar een knus huisje waar ik samen woon met mijn lieve vriendin. Haar twee kinderen krijgen uiteraard ook te maken met het woningentekort. Ik kan maar beter lonken naar een knus kasteel dan. En kom daar maar eens om.

Verlangen naar de vorst

Vanuit de keuken zie ik een knaapje op skeelers over de klinkertjes vliegen. Zijn armpjes zwaaien fanatiek van links naar rechts. Hij waant zich natuurlijk Sven Kramer, oordeel ik. Zelf waande ik me vroeger Leo Visser, dus mijn oordeel is geoorloofd. Mijn eigen schaatsstijl wijkt ook niet eens zoveel af van die van het knaapje in mijn straatje. Evengoed blijf ik overtuigd van mijn innerlijke Leo als ik zelf weer op de ijzers sta. Mijn verlangen naar de vorst is aangewakkerd.

Sociale souplesse

In de afgelopen maanden verwonder ik me meer en meer over een nogal groot en duidelijk verschil tussen mijzelf en mijn kinderen. Vergeleken met mezelf zie ik bij de kinderen veel sociaal ongemak. Ik begon me af te vragen of ik vroeger in mijn jeugd misschien hetzelfde sociale ongemak had. Maar mijn moeder vertelde me dat ik al van kleins af aan heel nieuwsgierig was naar anderen en altijd heel makkelijk gesprekken aanknoopte met Jan en alleman. Dat doe ik eigenlijk nog steeds. Tot openlijke verbazing van mijn kinderen: “Kende je die man met wie je net uitgebreid grapjes stond te maken?”.

Geen van mijn kinderen lijkt mijn “sociale souplesse” te hebben geërfd. Mijn krullen duidelijk wel. Daar zullen ze dan in genetisch opzicht waarschijnlijk meer voordeel van hebben. Heb ik mij gedurende een cruciale periode in hun ontwikkeling sociaal wellicht helemaal niet zo soepel gedragen? Daar zou wel een deel van de verklaring kunnen worden gezocht. Ik ben in het huwelijk met hun moeder lange tijd mezelf niet geweest. Maar voor hetzelfde geld ben ik in mijn jeugd juist bovengemiddeld veel blootgesteld aan sublieme sociale souplesse.

Mijn lieve vriendin ondervindt het grote verschil in die sociale souplesse aan den lijve, en dat baart best zorgen. Intussen zijn mijn kinderen zowat allemaal het huis uit en is mijn opvoedingsinvloed sterk beperkt. Mijn ruwe diamantjes zullen zich nu vooral moeten slijpen aan de wrijvingen in hun eigen sociale kringen. Daar zit toch nog wel een parallel met de opvoedstijl van mijn vader. Hij zei wel eens, waar ik bij was, tegen mijn moeder: “Hij moet maar gewoon op zijn bek gaan, dan leert hij het wel”.

Geen zorgen

In het reklameblok dat ik verdraag voordat het journaal begint, wordt mij één en al onbezorgdheid naar mijn hoofd geslingerd. Vliegreizen naar warme oorden. Blitse auto’s die iedere dag mooi maken, zelfs regenachtige. Natuurlijk wel goedkoop boodschappen doen. En iedere week kans op een miljoen natuurlijk. Ik hoef me geen zorgen te maken, lijkt de boodschap. Geen zorgen over oorlog. Geen zorgen over de almaar toenemende onverdraagzaamheid. Geen zorgen over het verdwijnen van de bijen. Geen zorgen over het afstervende koraal. Geen zorgen over de smeltende ijskappen. Geen zorgen over de hoogte van onze dijken. Geen zorgen over het woningtekort. Geen zorgen over kansongelijkheid. Geen zorgen over de kwaliteit van het onderwijs. Defensie wil een verplichte enquete om de animo onder onze jeugd voor het dienen in het leger in kaart te brengen. Maar ik hoef me natuurlijk ook geen zorgen te maken dat mijn kinderen soldaten worden.

Nu zing jij

Ik hoop dat je de klanken vindt die niemand eerder hoorde
Ik hoop dat je een stem krijgt die nieuwe woorden zingt
Ik hoop dat je akkoorden vindt van een nieuwe orde
Ik hoop dat je mag dichten zonder te hoeven rijmen
Ik hoop dat je boven alle angsten uitgroeit, groter nog

Wat anderen van je denken is wat zíj denken, niet jij

Vroeger zong ik jou in slaap
Die tijd komt nooit terug
Nu vind jij jouw klank
Nu speel jij jouw rustige akkoorden
Nu dicht jij met nieuwe woorden
Nu. Zing. Jij.

(vrije hertaling van het begin van “Stressed out” van Twenty One Pilots)

Boewang en riddle

Zoveel te doen. Ik heb nog zo veel te doen. Ik moet de boewang eens in bloei zien staan.

Tot gisteren was dat voor mij de tekst van deze nederpopklassieker. Mijn dochter vroeg wat een boewang was. Een soort exotische plant of zo. Dacht ik. Boewang googlen leverde hoegenaamd niets op. Dochterlief googlede slimmer dan haar Pa. Zij benaderde het vanaf de andere kant, en raadpleegde de tekst van het liedje. Niks boewang. Oerwoud! Nooit voelde ik me minder nozel.

Maar het wordt nog erger…

But I’m a creep. I’m a riddle…

Pap, het is weirdo! Maar de kinderen konden er eigenlijk ook wel een beetje mee instemmen dat riddle natuurlijk veel beter was geweest. En bovendien is het allemaal erg schattig. Pa moest er haast van blozen.

Ruimdenker

In mijn hoofd draaien veel gedachten om elkaar heen. Dat is voor mij normaal. Ik denk heel veel en heel breed. En ik denk holistisch. Uiteindelijk komen gedachten die eerst heel ver uit elkaar leken te liggen, toch bij elkaar. Daar kunnen weken, maanden overheen gaan. Ik ben ruimdenker. Letterlijk. Dus ga ik veel naar buiten, de natuur in. De weidsheid van de weilanden geven mijn gedachten de volle ruimte die ze nodig hebben. Bomen lijken mijn gedachten haast wel te absorberen. Het is alsof ze meedenken. Nee, het is alsof ze mijn gedachten overeind helpen te houden. Ik gebruik hun takken om gedachten aan op te hangen.

De laatste tijd denk ik veel na over mijn vaderschap. Daar rijzen steeds die irrationele twijfels. Mijn jongste zoon (bijna 13) heeft een veel te hoog IQ. Scholen weten daarmee geen raad. Het ventje worstelt met zijn identiteit omdat hij klaarblijkelijk niet past in het model dat de school voorstaat. Een kind moet passen in het systeem in plaats van andersom. Passend onderwijs is een wassen neus, kan ik je zeggen. Mijn jongen kan zich niet aanpassen aan de schoolnorm. Hij kan daar niets aan doen. Het is echt geen dwarsheid, ook al lijkt dat wel zo. Zijn brein krijgt onvoldoende uitdaging en dat leidt tot frustratie. Een te hoog IQ gaat gepaard met een na ijlende emotionele intelligentie, dus die frustratie uit hij niet als een 13-jarige, maar als een veel jonger iemand. Dat zet hem dus nog verder apart. Het doet mij letterlijk pijn om mijn zoon te moeten zien worstelen met zijn identiteit. En ik voel me eigenlijk steeds machtelozer.

Over hoogbegaafdheid heb ik intussen veel gelezen. Ik snap de theorie, maar ik kan me niet verplaatsen in een hoogbegaafde. Ik kan me niet voorstellen hoe het is om een te hoog IQ te hebben. Die “te” is natuurlijk onzin. Die van mij schommelt trouwens tussen de 100 en de 120, wat af hangt van de hoeveelheid daglicht op een dag. Ik ben hooguit hoogbevaagd. Dus ik voel mij als vader van een hoogbegaafde best onzeker. Hij kan me ook af en toe ook best onnozel laten voelen met zijn niet persoonlijk bedoelde sarcastische, intelligente opmerkingen. In mijn hoofd heb ik maar een mantra aan staan: “Blijf zacht, blijf geduldig. Ben er maar gewoon voor hem, want hij heeft je echt nodig”. Niet altijd makkelijk. Hij kan mijn wervelgedachten als geen ander laten opvlammen tot een orkaan zodat ik zomaar van mijn stoel op spring en naar buiten vlieg. Hoge denknood.