In je huisje is het vol, maar toch is er veel ruimte. Speciale dingen hebben er speciale plekken die met aandacht gekozen zijn. In de boekenkast in je woonkamer staan zielsveel boeken, want je verzamelt mooie zinnen. Je omringt je met schoonheid want dat maakt je gelukkig. Je doet alles dat je belangrijk vindt met aandacht en met liefde. Iedere maaltijd, hoe klein ook, wordt mooi en met zorg op tafel gezet. Je kleedt je mooi naar iedere mooie gelegenheid. Je stopt je hele hart ergens in, of niet. Daar zit bij jou niet veel tussen. Het eerste boeket bloemen dat ik voor je mee nam, verdeelde je prachtig over twee vazen. De bloemist had er vast een andere visie bij, maar dat boeide me totaal niet. Jij boeit me. Mateloos. Je zaaide ouderwetse stokrozen tussen de voegen van je terrastegels, omdat je vader er zo van hield. Nu staan ze eigenwijs en torenhoog te pronken. Door jouw eigenzinnige liefde.
Onvervalste kunstliefhebber
Soms ben ik wel eens bang dat ik als een vervalsing over kom. Ik bevind me dan in een gesprek over bijvoorbeeld kunst. De anderen in het gesprek weten daar veel over, maar ik bar weinig. Ik hou ervan, maar weet nooit zeker of iets wel officieel kunst is. Af en toe bezoek ik wel eens een kunstmuseum of -expositie. Vaak in gezelschap van iemand die meer verstand heeft van kunst dan ik. Ik weet best wanneer ik een kunstwerk mooi vind of niet. Op mijn eigen manier kan ik ook prima uitleggen waarom, maar voor alle zekerheid zeg ik er dan vaak bij dat ik er natuurlijk geen verstand van heb. Ik verontschuldig me daarmee eigenlijk voor mijn ondeskundige mening, wat natuurlijk idioot is. Het staat me toch vrij om kunst te waarderen zoals ik dat kan? Misschien ben ik gewoon een onvervalste kunstliefhebber.
Persoonlijkheidstemperatuur
Bij mijn weten is hier nog geen betrouwbare thermometer voor uitgevonden. Ik denk daarbij niet aan een schaal van nul tot honderd. Een kleurverloopje van kil naar warm is al heel wat. Het instrument zou dan gevoelsmatig de warmte van iemands glimlach moeten meten. Warme mensen glimlachen met hun hele gezicht. Kille mensen hebben daar vooral de onderste helft van het gezicht voor gereserveerd. Daarnaast meet de persoonlijkheidsthermometer de grootte van de onzichtbare cirkel die iemand om zich heen trekt. De persoonlijkheidstemperatuur is natuurlijk omgekeerd evenredig met de grootte van die cirkel.
Interessanter is natuurlijk hoe iemand aan zijn of haar persoonlijkheidstemperatuur komt. Is het erfelijk? Kan je een temperatuur aanleren? Kan een kille persoon veranderen in een warme persoon? En die temperatuur is natuurlijk sterk subjectief. In een veilige omgeving is een daarbuiten kille persoon misschien wel heel warm. Je temperatuur is voor een groot deel wat anderen bij je voelen. Warme types kunnen zich voor je gevoel kil gedragen en vice versa. Ik ben er niet over uit, maar die thermometer moeten we maar niet willen denk ik. Er zijn al apps die je stemming kunnen aflezen van je gezicht, en daar word ik al niet bepaald warm van.
De Systeemdenker
Systemen zijn elementair, zo zegt hij. Systemen kunnen worden ontleed in kleinere systemen. Hij bekijkt het holistisch. Het hele universum is een systeem. Sterrenstelsels zijn systemen. Sterren en planeten, die om elkaar draaien. De Aarde is een systeem vol draaiende systemen. Het klimaat, de Oceanen en talloze ecosystemen. Een wereld vol samenlevingen vol clubs, partijen en verenigingen. Mensen organiseren zich in systemen, raken eraan verslaafd en raken erin verstrikt. Een mens ontsnapt niet aan systemen. Iedere samenwerking is een systeem. Talen zijn systemen, en misschien ook wel andersom. Als mens is hij zelf ook een systeem. Een waanzinnig complexe bovendien. Hij heeft daar allemaal geen verstand van, maar weet wel dat het steeds weer systemen vol systemen zijn. Dat is namelijk zijn paradeparadigma. Hij houdt van systemen, hoe abstract ze ook zijn. Misschien wel juist daarom. Hoe abstracter hoe mooier. Aan systemen kan hij alles ophangen. Systemen lossen alles voor hem op. Als hij praat gaat zijn blik op het oneindige en bewegen zijn handen onnavolgbaar met de dynamiek van de systemen in zijn gedachten.
Donkerte
Is de donkerte hetzelfde als het donker? Misschien moet ik dezelfde vraag stellen voor het duister en de duisternis. Die laatste vind ik overigens beduidend donkerder dan donkerte. Voor mij voelt donkerte als een halfslachtige duisternis. In de duisternis zie ik in mijn verbeelding overwegend minder hand voor ogen dan in de donkerte. Duisternis voegt echt wel wat toe naast het duister. Donkerte niet. Het bekt gewoon ook niet, donkerte. Het geslacht is ook niet duidelijk. Het donkerte kan wat mij betreft ook. Ik heb niet eens voorkeur. Donkerte zelf klinkt bovendien alsof het verkeerd wordt gespeld. Alsof er letters ontbreken. Of overbodig zijn. Misschien is donkerte wel geheel overbodig. Ik bezig het zelf nooit. Lezen doe ik het wel regelmatig, en telkenmale als me dat overkomt, bevreemd het me. Ik weet niet wat ik met donkerte aan moet. Donkerte doet me hoegenaamd niets. Nee, dat is niet waar, want anders zou ik er hier niet zoveel woorden aan kwijt moeten. Wat het me doet is denk ik nog het best vergelijkbaar met wat dood bier met me doet. Donkerte is vlak, lauw en schuimt niet.
Gevlekte melk
Grappig hoe iets dat zo vies klinkt, zo veel en grif gedronken wordt. Macchiato klinkt natuurlijk veel waarder voor je geld.
Zeezooi
Van de ene in de andere verbazing vielen we. Een eindeloos strand vol wonderschone creaties die de golven er hadden gedrapeerd. Fossielvormige plantenslierten die achteloos mooi lagen te wezen tussen de schelpen. Fel gekleurde kluwen die scherp afstaken tegen het grijze, natte zand. Slierten kelp, vervlochten met feloranje touw. Drijfhout waaraan baby-oestertjes zich hadden vastgeklampt. Een plompverloren Antwerps viskrat. De verdwaalde bovenkant van een speelgoed-bestelbus. Al die zeezooi bood zowel een schoon als onheilspellend aanblik. Wij wentelden ons echter in louter strandjuttersgeluk en kiekten de batterij van de telefoon zowat helemaal leeg. Hand in hand liepen we daarna door de duinen terug. Verliefder dan ooit.

Driedimensionaal nadenken
Nadenken. Eigenlijk zegt het woord het al. Aan nadenken gaat altijd iets vooraf. Iets dat gebeurde. Ik beperk me even tot gebeurtenissen waar je zelf bij betrokken was. Misschien wel zonder dat je denken er aan te pas kwam. Van iets kleins zoals een vriendelijke groet van een dorpsgenoot op een wandeling tot iets groots zoals een klimaatverandering. Daar dan over nadenken is reflectief. Een weerspiegeling van je herinnering van wat er gebeurde. Wat gebeurde er? Waarom gebeurde het? Wat deed ík? Waarom? Welk effect had mijn gedrag? Moet ik mijn gedrag veranderen? Moet ik mijn houding ten aanzien van het gedrag van anderen veranderen?
Over dit nadenken zelf kan je dan ook weer nadenken. Dat is nadenken op een diepere laag. Voor mij hoort daar het besef bij dat gedachten in je hoofd gebeuren. Ik vraag me dan af waarom ik denk wat ik nu denk. Om het te verklaren ontrafel ik de gedachte zo ver als ik kan tot de oorsprong. Een gedachte begint in mijn eigen verbeelding als een ragfijn, glinsterend draadje dat drijft op de golven van mijn brein. Draadjes klonteren vanzelf samen tot dikkere of langere draden.
Gedachten over gedachten worden eigenlijk teveel verdrongen door wat we “de waan van de dag” noemen. In mijn hoofd drijven na verloop van tijd zoveel gedachten dat er een voelbare, opwaartse druk ontstaat. Ze drijven dan naar de oppervlakte als de waan afneemt. Bij voldoende opwaartse druk kunnen gedachten de dagwaan zelfs verdringen. Ook die gebeurtenis kan aanleiding geven tot nadenken. Dan moet alle waan wel erg ver op de achtergrond kunnen blijven. Het is nadenken over gedachten over gedachten. De gewaarwording van zo’n gedachte is dan haast niet te bevatten, maar ook dat kan.
Des te wegger
Hoe langer wij
weg zijn van elkaar
des te wegger
ik voel
dat ik van je ben
Ecodictator
Als ik het voor het zeggen zou krijgen, dan wist ik het wel. Schiphol ging subiet dicht en ik zou rijkelijk strooien met gratis fietsen en OV. Daarop volgt uiteraard meteen een invordering van alle voertuigen die fossiele brandstoffen verbruiken. Deze worden per decreet omgebouwd tot electrisch aangedreven voertuigen en verdeeld over het land naar rato van de locale bevolkingsgrootte, als deelauto’s. Onder mijn regime bezit niemand nog een privé-auto. Alle automobielen worden van iedereen. Daarnaast komt, met onmiddelijke ingang na mijn feestelijke inhuldiging, een landelijk verbod op alle gemotoriseerde tuingereedschappen, vooral bladblazers. Tenslotte zou ik een landelijke allerlaatste barbecue organiseren om al het huidige vee in één keer te ruimen. Aan mijn hof zou ik sowieso alleen vegetariërs toelaten. Het koningshuis maak ik tot een publieke toeristische attractie. Een glazen koningshuis. Dat levert hoge kijkcijfers op en dito reklameinkomsten die mijn staatskas lekker zullen spekken. De rijkdom van de adel en de multimiljonairs zal ik natuurlijk ook moeten afromen om al deze plannen te kunnen bekostigen. Het is dus maar goed dat ik het niet voor het zeggen heb dan. Het zou wat zijn, zo’n ecodictatuur.