Dat pakken ze je niet meer af

“Groot gelijk dat jullie dat doen. Heerlijk! En je moet maar zo denken, dat pakken ze je niet meer af”. We gingen even samen uitwaaien en we kregen deze boodschap vooraf mee. Het is ontegenzeggelijk goedbedoeld en zo ontving ik het ook. Maar later, terwijl we de zilte zeelucht van het wad inademden, hadden we het erover hoe vreemd die uitspraak eigenlijk is. Dat je niet bang hoeft te zijn dat ze het van je afpakken. Dat je er überhaupt vanuit gaat dat mensen of mogendheden (ze) almaar dingen van je willen afpakken. Maar godzijdank, een ervaring kunnen ze lekker niet afpakken! Het deed me ook denken aan schapen die je op het droge zou moeten hebben. Als je ze niet hebt, kunnen ze ook niet gestolen worden. Die vrees voor het afpakken moet daar haast wel mee in verband staan. Het calvinisme is diep geworteld. Het zal je dan niet verbazen dat die schapen wat mij betreft gestolen kunnen worden. En pik als je toch bezig bent gelijk ook Fikkie’s portie maar in. Het wordt echt wel een keer weer winter. Je moet maar zo denken, wie wat afpakt van een ander die heeft wat.

Licht me

Ergens ontbreken woorden. Misschien schieten ze wel tekort en blijven ze daarom uit. Alsof de tijd niet roert. Misschien zijn het te zware woorden. Hou me vast lief. Onze liefde wortelt gelukkig al zo diep. Peilloos haast. Samen duiken we in een zee van zinnen. Dat basaltblok daar op de bodem van mijn ziel is mijn anker. Jij kan die bewegen. Hou me goed vast, en licht me.

Jeenzeggers

Ja noch nee zeggen. Jeen dus. Een jeen gaat vaak gepaard met een typische beweging van het hoofd. De nekspieren van de jeenzegger lijken ook niet goed te weten hoe ze nu moeten bewegen. Het hoofd kantelt een beetje heen een weer en knikt ook wat. Ook worden de mondhoeken in een gepijnigde grimas getrokken. Mijn gesloten vraag brengt mijn jeenzegger duidelijk in benarring. Eigenlijk zie ik de jeen al op het gelaat verschijnen voordat het uit de mond komt.

Een jeen doet mij inwendig ineen krimpen. Een opmerkzame jeenzegger zou mijn ongemak (lees: irritatie) kunnen waarnemen. Heel even knipper ik namelijk een keertje met mijn ogen. Eigenlijk wil ik op dat moment mijn schouders dramatisch laten zakken, mijn blik naar de grond richten en vertwijfeld mijn hoofd schudden. Maar ik onderdruk het geroutineerd en ontvang wat er allemaal nog op de jeen volgt, want op een jeen volgt ook altijd geheid een lezing.

Mijn alter ego steekt zijn irritatie natuurlijk niet onder stoel of bank, onderbreekt de noodlottige jeenzegger midden in de lezing en vuurt er een reeks vragen op af zoals: “Wanneer voelde jij je het laatst gelukkig? Wat is je diepste verlangen? Hoe ga jij om met sarcasme?”.

Tijd voor een beter vliegengordijn?

Toen ik laatst, op een avond waarop het na een paar zonnige dagen eindelijk zacht begon te regenen de tuindeur openzette om die welkome geur van dit lentebuitje binnen te kunnen laten drijven terwijl ik las in mijn boek, sprong er zomaar een behoorlijke kikker, dwars door het vliegengordijn mijn woonkamer binnen. Dit riep meteen diverse vragen op. Hoe is dit dier in mijn tuin terechtgekomen? Om daar maar eens te beginnen. Het amfibie in kwestie bleef doodgemoedereerd zitten terwijl ik dit overpeinsde.

Een jaar geleden had ik in mijn tuin namelijk een aanvaring gehad met een eekhoorn die later helaas een rat bleek te zijn. Deze had ik nietsvermoedend mijn tuin in gelokt met een te laag hangende pindaslinger. Het bleek zich te hebben gehuisvest in een hol onder mijn tuinbankje. Ik heb mijn rattenplaag toen rigoureus aangepakt. Eerst dichtte ik alle kieren in de omringende schutting waardoor het mijn tuin had kunnen binnendringen. Ook verlaagde ik de deur in de schutting zodat er nog geen tor onderdoor kan kruipen. Daarna joeg ik het ongedierte met de bezem de tuin uit. Nooit meer last van gehad sindsdien.

Maar hoe kwam dan die kikker in mijn tuin? Had het zich strategisch achter de voornoemde deur gepost en gewacht tot ik daar even doorheen ging om iets in één van mijn kliko’s die ik daar heb staan te mikken? Had het mijn gedrag vanuit die positie bestudeerd om het juiste moment in te schatten om mijn tuin te kunnen binnenwippen? Is een kikker überhaupt in staat tot dergelijke snode planningen? Kikkers kunnen springen, maar niet over schuttingen. Ze kunnen graven, maar mijn kikker had dan diep moeten gaan, minimaal twintig centimeter, vanwege de betonnen randen die overal onder de schuttingen liggen. Kortom: de intelligentie van mijn kikvors nam al peinzende allengs toe. Hoe hij in mijn tuin is weten te komen blijft vooralsnog een raadsel.

Volgende kwestie. Waarom sprong het mijn woonkamer binnen? Ik mag mijn kikker inmiddels bovengemiddelde intelligentie toedichten, dus ik moet deze vraag uitbreiden. Waarom sprong hij (of zij, dat weet ik niet) ondanks het vliegengordijn, tóch mijn huis binnen? Het moet toch hebben kunnen beredeneren dat er in mijn huis dus niet bijster veel van zijn favoriete snackjes rond zoemen? Terwijl ik dit allemaal bedacht, zat de kikker daar maar met zijn natte, glimmende lijf op mijn laminaatvloer. Het leek wel of het zelf ook nadacht over zijn irrationele gedrag.

Het maakte echter geen aanstalten om rechtsomkeert te maken dus ik stond op van mijn bank om het motblik te pakken dat ik voor dit soort gelegenheden paraat houd. Toen ik daarmee gewapend mijn kikker te lijf ging, kwam het toch maar in beweging. Natuurlijk niet richting tuin, maar richting een slinks gespot kruiphoekje. Listig frustreerde ik dit plannetje met behulp van mijn wapen. De kikker ging voor plan B. De gordijnen. Ook dat plan wist ik met een snelle polsdraai te verijdelen. De kikker dook nu naar links, richting de grote pot van mijn huiskamerdrakenbloedboom. Daar slaagde ik erin mijn listige kikvors klem te zetten tussen motblik en raam en kon ik het uiteindelijk richting de opening van de tuindeur manouvreren. Mijn kikker koos daar dan toch maar eieren voor zijn geld en belandde zo weer van de drup in de regen. Ik trok de deur zelfvoldaan dicht, zette een plaatje op en las weer verder in mijn boek.

Tussen de regels die ik wist te lezen dwaalden mijn gedachten naar mijn “encounter with the frog kind”. Het moet iets te betekenen hebben, dacht ik. Zou mijn hoogbegaafde kikker smalend hebben gelachen om de kwaliteit van mijn vliegengordijn en derhalve hebben besloten dat hij in mijn huis én droog zou zitten én onmogelijk zou kunnen verhongeren? Ik overwoog daarom alvast maar om een beter vliegengordijn te zoeken.

Woker than ever

Met decreten slaat hij om zich heen. Losse flodders. Het is een woest blaffende hond die heus niet bijt. Hopen we dan maar. Af en toe staat het schuim wel op zijn bek. Doe maar eens woke in zijn buurt. Dan ontslaat hij zomaar een bestuur van het Kennedy Center of Performing Arts. Ze doen er te woke en dat moest stoppen. Alsof je daarmee taal veranderen kan – ik lach in mijn vuistje – krast hij verwoed woorden door in het woordenboek. Woke, weg ermee! Net als climate science, minorities, black, women en diversity, om er een paar te noemen. Dan komen er gewoon nieuwe woorden. Zelf had ik het woordje “woke” nog niet in gebruik genomen. Ik wist niet wat ik er mee aan moest. Het zal mijn nuchtere inborst zijn dat me daarin remde. Misschien had ik het (nog) niet nodig. Laten we elkaar toch eens even gewoon in elkaars waarde laten. Respecteer verschillen. Diversiteit druk je heus de kop niet in met krassen en decreten. Maar goed, ik voel me nu dus woker than ever.

Aanwezig

De kans is aanwezig dat het morgen gaat regenen. De kans is aanwezig. Maar dat kunnen kansen helemaal niet. Aanwezig zijn. Een kans is niet tastbaar en kan daardoor nergens fysiek aanwezig zijn. Een kans heeft geen bewustzijn dus kan deze ook nooit mentaal of geestelijk aanwezig zijn. Zijn er nog andere vormen van aanwezigheid? Die vraag doet er eigenlijk niet eens toe. Ik begrijp best dat er bedoeld wordt dat de kans bestáát dat het morgen gaat regenen. Over de proporties van die kans krijg ik geen informatie. De kans dat ik de voorspelling serieus neem is dus volkomen afwezig. En als het morgen regent, is het zuur.

Want?

Je kan natuurlijk ook gewoon vragen waarom ik vind wat ik vind. “Want?” is niet eens een vraag. Een “Want?” vind ik tamelijk drammerig. Ik hoor er een eis om verklaring in. Dat heb ik trouwens ook bij “Dus?”. Een “Dus?” klinkt als een afkeuring en een bevel tegelijk. Een afkeuring van wat ik zeg en een bevel om er zelf een consequentie aan te verbinden. De laatste reactie die ik nu zou willen horen is “En?”.

Freubelvirus

In mijn kleine vriendenkring waren er twee onlangs min of meer tegelijk en zonder dit van elkaar te weten begonnen aan dezelfde activiteit. De twee mannen kennen elkaar niet eens. Met beide sta ik in contact via whatsapp. Zo ontving ik op een dag een foto van een versterker. De behuizing verwijderd. Alle ingewanden bloot. Een niet werkende marktplaatsvondst dat weer tot leven moest worden gebracht. Van de andere vriend ontving ik dito beelden. Krasse knarren bedwelmd door de geur van soldeertin. Gezien de aanzienlijke blootstelling raakte ik dus ook meteen besmet met hetzelfde virus.

Zodoende bemachtigde ik, eveneens via marktplaats, een vintage platenspeler. Een Philips F7511. Volautomatisch en werkt perfect, als ik de verkoper moest geloven. Heeft alleen wat liefde nodig. Precies wat ik zocht. Voor drie tientjes wisselde het van eigenaar. Mijn eerste plan was om een ouderwetse naaidoos om te bouwen tot platenspeler, maar dat idee parkeer ik vanwege gebrek aan geschikte naaidozen.

Het huidige plan bestaat er nu uit om de Philips te pimpen. Ondanks het feit dat alles inderdaad nog perfect werkt, zie je dat het apparaat betere tijden heeft gekend. Het ziet eruit alsof het lang in een schuur heeft gestaan. De metallic lak op het frontje is zwaar aangetast. Die moet worden overgespoten. Ik overweeg om de gehele behuizing over te spuiten. Een lekkere kleur. Azuurblauw of zo. Frontje metallic. De rest mat. Zoiets, maar morgen kan ik zomaar een ander wild idee hebben.

Daarnaast wil ik het apparaat voorzien van een bluetooth zender. Omdat het kan. De benodigde elektronica wordt met voortschrijdend inzicht duidelijk. Dus om de zoveel dagen bestel ik weer wat. Een mini-preamp om het phono-signaal om te zetten in een audio-signaal. Een bluetooth-zender die dat signaal kan digitaliseren en de kamer in kan stralen. Een zakje 3-pins printplaatconnectoren. Een strip condensatoren. Dit alles wil ik aansluiten op de interne voeding van de Philips. Ik ben op elektronisch gebied nogal een leek, dus ik zocht online raad. Zo kwam ik erachter dat ik ook nog een stabiele bruggelijkrichter en gelijkstroomregelaar nodig had. Bestellen maar weer.

Terwijl de DHL en PostNL mij druppelsgewijs alle elektronische ingrediënten leveren, begon ik alvast aan het bedieningsfrontje. Ik wil de originele belettering inclusief het klassieke Philips-logo weer zo goed mogelijk herstellen na het overspuiten. Dit vormt op zichzelf een leuke uitdaging. Die belettering zal ik moeten gaan afdrukken op transferpapier, heb ik geleerd. Met de zoekmachine onder de vingers word ik almaar wijzer. Ik heb het frontje minutieus gescand en gedigitaliseerd. Hier ben ik op vertrouwd terrein. De digitale scan vormt de sjabloon voor de nieuwe belettering.

Ik heb geen plan en barst weer van de beginzin. Lekker eerst doen en dan pas denken. Of tegelijk. Dit is wat er doorgaans bij me gebeurt als ik weer eens besmet ben geraakt met het freubelvirus. En bedankt makkers!