Met decreten slaat hij om zich heen. Losse flodders. Het is een woest blaffende hond die heus niet bijt. Hopen we dan maar. Af en toe staat het schuim wel op zijn bek. Doe maar eens woke in zijn buurt. Dan ontslaat hij zomaar een bestuur van het Kennedy Center of Performing Arts. Ze doen er te woke en dat moest stoppen. Alsof je daarmee taal veranderen kan – ik lach in mijn vuistje – krast hij verwoed woorden door in het woordenboek. Woke, weg ermee! Net als climate science, minorities, black, women en diversity, om er een paar te noemen. Dan komen er gewoon nieuwe woorden. Zelf had ik het woordje “woke” nog niet in gebruik genomen. Ik wist niet wat ik er mee aan moest. Het zal mijn nuchtere inborst zijn dat me daarin remde. Misschien had ik het (nog) niet nodig. Laten we elkaar toch eens even gewoon in elkaars waarde laten. Respecteer verschillen. Diversiteit druk je heus de kop niet in met krassen en decreten. Maar goed, ik voel me nu dus woker than ever.
Taal
Aanwezig
De kans is aanwezig dat het morgen gaat regenen. De kans is aanwezig. Maar dat kunnen kansen helemaal niet. Aanwezig zijn. Een kans is niet tastbaar en kan daardoor nergens fysiek aanwezig zijn. Een kans heeft geen bewustzijn dus kan deze ook nooit mentaal of geestelijk aanwezig zijn. Zijn er nog andere vormen van aanwezigheid? Die vraag doet er eigenlijk niet eens toe. Ik begrijp best dat er bedoeld wordt dat de kans bestáát dat het morgen gaat regenen. Over de proporties van die kans krijg ik geen informatie. De kans dat ik de voorspelling serieus neem is dus volkomen afwezig. En als het morgen regent, is het zuur.
Want?
Je kan natuurlijk ook gewoon vragen waarom ik vind wat ik vind. “Want?” is niet eens een vraag. Een “Want?” vind ik tamelijk drammerig. Ik hoor er een eis om verklaring in. Dat heb ik trouwens ook bij “Dus?”. Een “Dus?” klinkt als een afkeuring en een bevel tegelijk. Een afkeuring van wat ik zeg en een bevel om er zelf een consequentie aan te verbinden. De laatste reactie die ik nu zou willen horen is “En?”.
Fundamenteel intellectualisme
Het voelt al haast als een scheldwoord. Intellectueel. Kun je het nog openlijk zijn? Doen intellectuelen dat überhaupt? Ik weet eigenlijk niet zo goed wat het is, hoewel ik de contouren wel zie. Intellect gaat blijkbaar samen met nuance en ambivalentie. Een intellectueel denkt fluïde. In tegenstelling tot de activist. Dat las ik in de column van Carel Peeters in Vrij Nederland. Dat contrast verbaast me een beetje. Alsof intellectueel en activist uitersten zijn. Toch maakt Carel de vergelijking. Het gaat hem vooral om de taal. De activist houdt van ondubbelzinnige leuzen, terwijl de intellectueel juist zoekt naar meerduidigheid en gelaagde betekenis.
Het huidige politieke klimaat heeft weinig geduld met intellect. Sander Schimmelpennick beschrijft in dit artikel de domrechtse stroming: “Onwetendheid vieren als ‘volks’ en kennis verwerpen als ‘elitair’, dat is de cultuur van de stroming die ik domrechts noem”. Domheid als politieke strategie. Minister Faber laat hiervan een schokkend staaltje zien wanneer ze bewust lastige feiten over de schending van kinderrechten bij de noodopvanglocaties van asielzoekers wegwuift. Ze houdt zich blatant en volledig van de domme. De strategie is volkomen helder. Het mag van haar allemaal mis gaan, want dat draagt allemaal mooi bij aan het gevoel van asielcrisis. Dit is opzettelijke nalatigheid zodat de gewenste juridische noodzakelijkheid kan worden verkregen voor een noodwet.
Schimmelpennick waarschuwt voor de normalisatie van dit soort antirechtsstatelijke ideeën. Domrechts omschrijft zich volgens hem steeds vaker als “andersdenkend”. Daarop moeten we inderdaad alert zijn. Het is niet anders denken maar bewust beperkt en selectief denken. Ik voel hier een diepe afschuw voor. En een diep verzet. Maar ik ben geen activist, dus hoe uit ik mijn verzet? Ik geloof in rede en nuance en ik denk gelaagd. Dat is mijn fundament. Volgens Peeters maakt mij dat een intellectueel. Fundamenteel intellectualisme. Laten we hier maar geen nieuwe stroming van maken.
Duaal gemijmer
Dat ijle geluid van de mondharmonica. Zet er een galmpje onder en ik snik bijkans mee. Tegen de virtuositeit van Toots ben ik sowieso niet opgewassen. Bij zijn spel vibreren mijn gevoelige snaren er ongecontroleerd op los. Ik zou mijn ziel zo ruilen voor de gave zo te kunnen spelen, maar ik ben non-dualist. Bovendien geloof ik dat de ziel essentieel is voor muzikaliteit. In muzikaal opzicht bezit ik zelf een verwaarloosbare hoeveelheid talent. Ik leg mijn ziel dan maar in mijn gemijmer.
Persoonlijkheidstemperatuur
Bij mijn weten is hier nog geen betrouwbare thermometer voor uitgevonden. Ik denk daarbij niet aan een schaal van nul tot honderd. Een kleurverloopje van kil naar warm is al heel wat. Het instrument zou dan gevoelsmatig de warmte van iemands glimlach moeten meten. Warme mensen glimlachen met hun hele gezicht. Kille mensen hebben daar vooral de onderste helft van het gezicht voor gereserveerd. Daarnaast meet de persoonlijkheidsthermometer de grootte van de onzichtbare cirkel die iemand om zich heen trekt. De persoonlijkheidstemperatuur is natuurlijk omgekeerd evenredig met de grootte van die cirkel.
Interessanter is natuurlijk hoe iemand aan zijn of haar persoonlijkheidstemperatuur komt. Is het erfelijk? Kan je een temperatuur aanleren? Kan een kille persoon veranderen in een warme persoon? En die temperatuur is natuurlijk sterk subjectief. In een veilige omgeving is een daarbuiten kille persoon misschien wel heel warm. Je temperatuur is voor een groot deel wat anderen bij je voelen. Warme types kunnen zich voor je gevoel kil gedragen en vice versa. Ik ben er niet over uit, maar die thermometer moeten we maar niet willen denk ik. Er zijn al apps die je stemming kunnen aflezen van je gezicht, en daar word ik al niet bepaald warm van.
De Systeemdenker
Systemen zijn elementair, zo zegt hij. Systemen kunnen worden ontleed in kleinere systemen. Hij bekijkt het holistisch. Het hele universum is een systeem. Sterrenstelsels zijn systemen. Sterren en planeten, die om elkaar draaien. De Aarde is een systeem vol draaiende systemen. Het klimaat, de Oceanen en talloze ecosystemen. Een wereld vol samenlevingen vol clubs, partijen en verenigingen. Mensen organiseren zich in systemen, raken eraan verslaafd en raken erin verstrikt. Een mens ontsnapt niet aan systemen. Iedere samenwerking is een systeem. Talen zijn systemen, en misschien ook wel andersom. Als mens is hij zelf ook een systeem. Een waanzinnig complexe bovendien. Hij heeft daar allemaal geen verstand van, maar weet wel dat het steeds weer systemen vol systemen zijn. Dat is namelijk zijn paradeparadigma. Hij houdt van systemen, hoe abstract ze ook zijn. Misschien wel juist daarom. Hoe abstracter hoe mooier. Aan systemen kan hij alles ophangen. Systemen lossen alles voor hem op. Als hij praat gaat zijn blik op het oneindige en bewegen zijn handen onnavolgbaar met de dynamiek van de systemen in zijn gedachten.
Donkerte
Is de donkerte hetzelfde als het donker? Misschien moet ik dezelfde vraag stellen voor het duister en de duisternis. Die laatste vind ik overigens beduidend donkerder dan donkerte. Voor mij voelt donkerte als een halfslachtige duisternis. In de duisternis zie ik in mijn verbeelding overwegend minder hand voor ogen dan in de donkerte. Duisternis voegt echt wel wat toe naast het duister. Donkerte niet. Het bekt gewoon ook niet, donkerte. Het geslacht is ook niet duidelijk. Het donkerte kan wat mij betreft ook. Ik heb niet eens voorkeur. Donkerte zelf klinkt bovendien alsof het verkeerd wordt gespeld. Alsof er letters ontbreken. Of overbodig zijn. Misschien is donkerte wel geheel overbodig. Ik bezig het zelf nooit. Lezen doe ik het wel regelmatig, en telkenmale als me dat overkomt, bevreemd het me. Ik weet niet wat ik met donkerte aan moet. Donkerte doet me hoegenaamd niets. Nee, dat is niet waar, want anders zou ik er hier niet zoveel woorden aan kwijt moeten. Wat het me doet is denk ik nog het best vergelijkbaar met wat dood bier met me doet. Donkerte is vlak, lauw en schuimt niet.
Gevlekte melk
Grappig hoe iets dat zo vies klinkt, zo veel en grif gedronken wordt. Macchiato klinkt natuurlijk veel waarder voor je geld.
Driedimensionaal nadenken
Nadenken. Eigenlijk zegt het woord het al. Aan nadenken gaat altijd iets vooraf. Iets dat gebeurde. Ik beperk me even tot gebeurtenissen waar je zelf bij betrokken was. Misschien wel zonder dat je denken er aan te pas kwam. Van iets kleins zoals een vriendelijke groet van een dorpsgenoot op een wandeling tot iets groots zoals een klimaatverandering. Daar dan over nadenken is reflectief. Een weerspiegeling van je herinnering van wat er gebeurde. Wat gebeurde er? Waarom gebeurde het? Wat deed ík? Waarom? Welk effect had mijn gedrag? Moet ik mijn gedrag veranderen? Moet ik mijn houding ten aanzien van het gedrag van anderen veranderen?
Over dit nadenken zelf kan je dan ook weer nadenken. Dat is nadenken op een diepere laag. Voor mij hoort daar het besef bij dat gedachten in je hoofd gebeuren. Ik vraag me dan af waarom ik denk wat ik nu denk. Om het te verklaren ontrafel ik de gedachte zo ver als ik kan tot de oorsprong. Een gedachte begint in mijn eigen verbeelding als een ragfijn, glinsterend draadje dat drijft op de golven van mijn brein. Draadjes klonteren vanzelf samen tot dikkere of langere draden.
Gedachten over gedachten worden eigenlijk teveel verdrongen door wat we “de waan van de dag” noemen. In mijn hoofd drijven na verloop van tijd zoveel gedachten dat er een voelbare, opwaartse druk ontstaat. Ze drijven dan naar de oppervlakte als de waan afneemt. Bij voldoende opwaartse druk kunnen gedachten de dagwaan zelfs verdringen. Ook die gebeurtenis kan aanleiding geven tot nadenken. Dan moet alle waan wel erg ver op de achtergrond kunnen blijven. Het is nadenken over gedachten over gedachten. De gewaarwording van zo’n gedachte is dan haast niet te bevatten, maar ook dat kan.