Leven

Touwtjes

Het voelt goed om keuzes te maken. Iedere keuze bepaalt een stukje van de toekomst. Als het precies zo uitpakt als je dacht, dan is dat mooi, want dan was de keuze goed. En als het allemaal een beetje anders uitpakt, dan is het ook mooi, want dan weeg je een volgende keuze weer een beetje beter af.

Je leert eigenlijk altijd van je keuzes. Vooral als je zelf en bewust kiest. Bewust van de gevolgen van de keuze. Het maken van de keuze kan spannend zijn als de gevolgen ver in je leven strekken en/of niet omkeerbaar zijn. Ik vind die spanning stiekem best wel lekker. Op momenten voordat ik een spannende beslissing neemt, voel ik dat ik leef. Dus rek ik die momenten zo lang als ik durf.

Je kunt je verstand gebruiken om te kiezen, maar ook je onderbuik. Soms kan mijn verstand de keuze niet maken, terwijl mijn onderbuik het wel weet. Dan luister ik vaak naar die onderbuik. Je kan trouwens ook altijd besluiten om niet te kiezen, maar dan verandert er ook niks. En op zichzelf is dat natuurlijk ook altijd een keuze.

Het voelt voor mij goed om mijn eigen keuzes te maken. Dat heb ik een veel te lange periode te weinig gedaan. Ik had op gegeven moment nog maar heel weinig eigen touwtjes in handen. Misschien kwam dat omdat ik geloofde dat je altijd alle keuzes met je verstand moet maken. En dat is dus onzin, weet ik nu. Kiezen met gevoel kan me meestal veel gelukkiger maken dan kiezen met mijn verstand.

Als je écht zelf kiest, dan draag je daar ook veel makkelijker de verantwoordelijkheid voor. Een eigen keuze is een eigen touwtje. Soms werkt dat trouwens ook andersom. Als de keuze voor jou is gemaakt door iemand anders, en er is niets meer aan te doen, dan kun je meestal niet veel meer doen dan je lot accepteren. Maar dat hoeft niet te betekenen dat je het lijdzaam moet ondergaan. Door dan verantwoordelijkheid te nemen, wordt het toch jouw touwtje. Die bewuste binding met de touwtjes is denk ik ook waar het uiteindelijk om gaat.

Er zijn altijd touwtjes in je leven. Teveel is niet goed, maar te weinig ook niet. Wat teveel/te weinig is, bepaal je vooral zelf. Touwtjes moet je vast pakken of juist niet, maar ook los laten of juist niet. In wezen zijn dat de vier oerkeuzen in het leven van een mens.

Pre-vijftigplusser

Morgen flik ik het weer eens. Ik maak alweer een decennium vol. Het is ongekend! Een nieuwe mijlpaal die bij die andere vier kan gaan staan prijken. In de galerij van twijfelachtige certificaten van levenservaring.

Morgen word ik een nieuwe dertiger, zo wordt mij door menigeen goedmoedig verzekerd. Alsof dertiger zijn mijn vermeende leed zou verlichten. Zeggen dat zwaar het nieuwe licht is, is het nieuwe miskennen van gewichtigheid. Denk daarover niet te licht.

Morgen word ik oud-veertiger. Een veteraan, een legende. Mijn veertiger jaren waren bovengemiddeld woelig, dus wie bij mijn zesde mijlpaal durft te beweren dat ik een nieuwe veertiger zal zijn kan maar beter snel dekking zoeken. Maar dat zeg ik nu, terwijl ik nog een felle veertiger ben. Heel even nog. Mijn laatste uren als veertiger tikken weg.

Morgen betreed ik dan ook eindelijk de grijzige wereld der vijftigers. Maar eerst kom ik in een soort niemandsland, want pas als vijftigplusser wordt de vijftiger voor vol aangezien. Als 50-jarige ben je dus feitelijk nog veertigplusser.

Morgen word ik eigenlijk pre-vijftigplusser. Ik heb dan een heel jaar de tijd om mijn vijftigpluswaardigheid te onwikkelen. Vermoedelijk is de tijd die nodig is om je te kunnen vereenzelvigen met het getal 50 precies een jaar. Ik doe dat morgen gewoon meteen als ik wakker word en gebruik dan lekker het hele jaar om te flierefluiten!

Samenleving

Platgeslagen wordt alles eenvoudiger. Als ik iets wil begrijpen, dan sla ik het goed plat. Platgeslagen is een samenleving precies wat het woord zegt. Leven dat je samen doet. Leven is iets waar we allemaal recht op hebben. In onze samenleving is dat recht voor iedereen even groot. Ik vind dat heel wezenlijk. Daarom begrijp ik niet waarom anderen op dit moment tóch hun eigen recht op leven boven dat van anderen denken te mogen stellen.

Op nogal argeloze wijze wordt maar even besloten dat ze “niet meer meedoen” met die “belachelijke maatregelen” van die malle overheid van ons. Nogal argeloos wordt door die mensen voorbij gegaan aan het recht op leven van andere mensen. Het is ze letterlijk een rotzorg of die mensen in de intensive care belanden. En het is ze een rotzorg dat daarmee ons zorgstelsel, dat er voor ons allemaal is, enorm onder druk komt te staan. Dat is hoe ik dit zie. Ik vind het echt onbegrijpelijk, hoe plat ik dit ook sla. En wordt er nou echt zoveel van ons gevraagd?

Ja, ik vind de sociale isolatie ook niet fijn. Ook ik mis het oude normaal. Ook ik verlang naar innige omhelzingen met mijn lieve medemensen. Maar in vergelijking met de lijdensweg van hen die vreselijk ziek worden na besmetting met het Coronavirus, en letterlijk voor hun leven moeten vechten, vind ik het een zeer draaglijke last. Als ik op die manier meevecht voor het leven van anderen, is het me dat meer dan waard. Niet meedoen is eigenlijk niet eens een optie. Dan zou je moeten emigreren denk ik. Naar een samenleving waarin samen leven niet zo hoog in het vaandel staat. Ik zeg het nog maar een keer: samenleving. Met de nadruk op samenleving.

De Opticynist

Het leven is mooi. Laat ik dat alvast voorop stellen. Altijd de optimist natuurlijk. Waarschijnlijk is het kenmerkend voor de fase waarin ik mij momenteel bevind, dat sterker waarderen van het leven. Het is een soort bezwering eigenlijk. In deze tweede helft van mijn bestaan zal ik verdomme meer van het leven genieten, zowaar ik Mark heet. Niets zal mij daarvan natuurlijk ook kunnen weerhouden. Het leven zal mooi gevonden worden als is het het laatste wat ik doe! Mij krijg je er sowieso niet onder. Mijn natuur is te weerbarstig. Dus geef ik aan alles met mijn grootste overtuiging de positiefste draaien. Zo van: die permanente, wazige vlekken in mijn blikveld maken de zonsondergang voor mij natuurlijk een uniek, psychedelisch spectakel! Opticynisme. Een zegen.

Meerzaam

Het is leeg in mij. Ik mis iedereen die ik nooit eerder miste. Eenzaamheid past niet bij me. Het staat me eenvoudig niet. Diep van binnen houdt niemand toch echt van eenzaamheid? Mensen houden van mensen. Ja, soms heeft een mens ruimte nodig. Soms heeft een mens even meer dan genoeg aan zichzelf als enig gezelschap.

Het alleen zijn kan je eigenlijk des te meer waarderen na teveel leven om je heen. Veel leven maakt honger naar stilte, maar het omgekeerde geldt ook. Zeker als dat leven op afstand blijven moet. Het leven lonkt en plaagt. Leven zonder mensen is een (te) stil leven.

Wat een bizarre situatie dat we sociale afstand moeten bewaren, omwille van onze nationale gezondheid. Maar mentaal takelt ons land af. Misschien stonden we er met z’n allen verstandelijk sowieso al niet bijster goed voor trouwens. Makke lammeren zijn we. We lijken wel betoverd. Bang voor vervloeking.

Nou, ik mag vervloekt worden als ik nog lang op sociale afstand moet leven van mijn lieve medemens. Ik kan niet wachten tot ik me weer zo meerzaam voel dat ik weer kan verlangen naar een momentje alleen.

Slechte timing

Dat uitgerekend nu mijn land in crisis moet verkeren. Dat we uitgerekend nu elkaar op afstand moeten houden. Dat uitgerekend nu het sociale leven volledig moest worden stil gelegd. Dat ik uitgerekend deze tijd uitkies om het uitgaansleven weer te willen vieren. Dat uitgerekend nu mijn hart weer wil dansen. Dat ik uitgerekend nu lentekriebels als nooit tevoren voel. Dat ik uitgerekend nu met een tred zo licht als nooit tevoren loop. Dat ik uitgerekend deze tijd kies om weer op te bloeien. Ik isoleer mijn tochtend hart dan maar zo goed en kwaad als dat gaat, tot de crisis weer voorbij is. Mijn slechte timing is weer feilloos.

Slepen

Mijn leven is natuurlijk helemaal niet zo zwaar als hij voelt. Al relativerende maak ik mijn leven maar zo draaglijk mogelijk. Maar toch voelt het alsof ik me niet voort beweeg, maar sleep.

Ik probeer me uit alle macht los te trekken, maar ik lijk maar niet los te kunnen komen. Ik wijt het aan mijn twijfelachtige besluitvaardigheid. De door te hakken knopen zijn gewoon te levensgroot. En misschien is mijn bijl te bot. Verbeten hou ik hem in mijn vuist geklemd. Als ik hem naast me neer leg, pak ik hem misschien wel nooit meer op.

Vorige week heb ik er een helse knoop mee doorkliefd. Dat had maanden geleden al moeten gebeuren, maar het ontbrak me aan overzicht en daardoor aan moed. De maat was meer dan vol, dus de knoop móest eraan geloven.

Nu heb ik eieren voor mijn geld, maar ik kom niet op mijn besluit terug. A is gezegd. Nu komt B. Het voelt goed om de stap te hebben gezet. Ik richt me op de voorwaartse beweging. Ik richt me op mijn horizon. Stug door blijven slepen.

Mijn 2020

Het jaar waarin…
ik een extra geluksdag heb
ik nóg vaker in de roos schiet
ik huppel in mijn wijdse weide
ik nóg vrijer fluiten zal
ik de horizon weer tegemoet fiets
ik weer een tintje dieper vergrijs
ik precies een halve eeuw vol maak
ik me de koning nóg te rijker ga voelen
ik steviger sta dan ooit
ik mijn schatten nóg liever heb
ik met nóg vollere teugen geniet
ik nóg meer verstil en luister
ik weer meer verschil voel
ik zelfs jou niet veroordeel
ik nóg krachtiger vooruit beweeg
ik mijn horizon verder verbreed
ik niets verwacht en alles accepteer
ik mag barsten van onbescheidenheid