vrij
-
Vrijer
De rechter beschikte. Nu is het officieel. Hij is vrijgesproken van zijn trouw. Vrij van huwelijkse voorwaarden. Vrij om de vleugels weer uit te slaan. Vrijer fluit hij weer flier. De stoute schoenen zijn afgestoft.Ze passen nog, dus trekt hij ze aan.Onwennig schuifelen zijn vrije voeten.Vader mag van zichzelf weer op stap. Continue reading
-
Moest van poes
Blij, blijer, blijst. Vrij, vrijer, vrijst. Lui, luier, luist. Sneu, sneuer, sneust. Moe, moeër, moest. Ik zeg eigenlijk nooit “blijst”, of “vrijst”. Misschien zou ik “sneust” nog wel eens kunnen zeggen. Maar zeker nooit “moeër”. Wel “moest”, maar niet omdat ik zo moest uitdrukken dat ik me ooit het moest voelde. Moest is de verleden… Continue reading