Cynisme

Duaal gemijmer

Dat ijle geluid van de mondharmonica. Zet er een galmpje onder en ik snik bijkans mee. Tegen de virtuositeit van Toots ben ik sowieso niet opgewassen. Bij zijn spel vibreren mijn gevoelige snaren er ongecontroleerd op los. Ik zou mijn ziel zo ruilen voor de gave zo te kunnen spelen, maar ik ben non-dualist. Bovendien geloof ik dat de ziel essentieel is voor muzikaliteit. In muzikaal opzicht bezit ik zelf een verwaarloosbare hoeveelheid talent. Ik leg mijn ziel dan maar in mijn gemijmer.

Naamnesie

Waarom ontschieten namen van mensen me, maar niet het telefoonnummer dat mijn ouders vroeger hadden? Als ik voor het eerst kennis maak met iemand, dan vergeet ik de uitgesproken naam soms al binnen luttele minuten, vooral bij een kennismaking met meerdere mensen. Ik vergeet namen van collega’s die ik maanden niet heb gesproken. Ik vergeet namen van radiopresentatoren als ze naar commerciรซle zenders verhuizen.

Gezichten (en stemmen) vergeet ik niet zo snel, maar dan sta ik bij een wederzien (of wederhoren) meestal toch diep en zonder resultaat in mijn geheugen te graven naar de naam. Dit is blijkbaar duidelijk aan mijn gezicht af te lezen, want in de blik van de ander zie ik een mengeling van verbazing en verontwaardiging. Gelukkig zie ik vaak ook juist een blik van herkenning. Die ander lijdt dan zelf ook aan “naamnesie” en stelt zich met vergoelijkende glimlach gewoon nog eens voor.

Impulsmoment

Misschien is dit wel mijn reactie op de mid life crisis. Waar ik overigens kalmpjes doorheen zeilde. Net als mijn pubertijd. Bij een crisis hoort toch een soort paniekgevoel, maar die heb ik gemist. Er is hooguit een beetje paniek door het ontbreken ervan. Had ik niet al eens een keertje bij het punt moeten aanbelanden waarop ik besef dat ik halverwege mijn leven ben en inzie dat ik in mijn leven nog teveel niet heb bereikt om in die andere helft te kunnen verwezenlijken? Ik heb het niet gevoeld. Misschien komt dat wel omdat ik me nooit heel druk maak over later. Ik leef nu. In het moment. En af en toe heb ik dan een moment van impuls.

Nadat ik terug kwam uit Londen, waar ik met mijn twee vrienden vierde dat die vriendschap al dertig jaar duurt, kreeg ik er weer eentje. Een wild impuls. Het idee daarvoor begon in Sister Ray, een platenzaakje in Soho Londen. Ik kocht daar twee platen, tot zover niets bijzonders. Maar toen ik me voorstelde hoe ze zouden klinken, had ik ineens de ingeving dat mijn luidsprekers totaal niet tot hun recht kwamen nog. Ze moesten hoger staan. Veel hoger. En dat is waarom ik vrijwel direct na thuiskomst begon met het eigenhandig bouwen van twee luidsprekerstandaards.

De standaards moesten erg stevig worden en vibraties van en naar de luidsprekers zoveel mogelijk dempen. En ze moesten mooi worden, passend in mijn interieur. Ik begon met het meten van de benodigde hoogte. De tweeters wilde ik op oorhoogte hebben als ik op de bank zit. Op basis van de metingen maakte ik aanvankelijk wel een ontwerpschets. Een driepotig ontwerp, voor de stabiliteit. Het ontwerp heb ik nadien niet meer bekeken. Mijn handen en hoofd wisten precies wat er gedaan moest worden. Gewapend met mijn op youtube opgedane kennis ging ik aan het werk. In de schuur had ik nagenoeg al het benodigde materiaal.

Ik maakte van twee lagen multiplex twee vloerplaten en twee draagplaten waarop de speakers precies passen. Twee dikke, massieve, houten middenpoten, gemaakt van resten dakspant die onder een helling van 80 graden omhoog zouden stuwen. Die hellingshoek loopt door in de voor en achterkant van de bodemplaten. Strakke lijnen. Voor de andere twee poten van de standaards gebruikte ik vier holle, aluminium tafelpoten. Die maakte ik akoestisch dood door ze te vullen met zand. De poten zijn op de kop gemonteerd met bouten en glimmende dopmoeren. Ik lakte al het hout knalblauw af. De metalen poten liet ik blank.

Ik ben enorm tevreden over het resultaat. De standaards zijn niet alleen mooi, maar laten de luidsprekers geweldig tot hun recht komen. Ik had niet gedacht dat de verbetering van de geluidskwaliteit zo groot zou zijn. Nu stond ik altijd vrij sceptisch tegenover audiofielen, maar die scepsis vertoont barsten. Grote barsten. Er gaat een wereld voor me open en ik stap daar nu pas in. Ik heb een half leven verspild aan het niet inzien hiervan. Voel ik dan nu zowaar toch paniek?

Onvervalste kunstliefhebber

Soms ben ik wel eens bang dat ik als een vervalsing over kom. Ik bevind me dan in een gesprek over bijvoorbeeld kunst. De anderen in het gesprek weten daar veel over, maar ik bar weinig. Ik hou ervan, maar weet nooit zeker of iets wel officieel kunst is. Af en toe bezoek ik wel eens een kunstmuseum of -expositie. Vaak in gezelschap van iemand die meer verstand heeft van kunst dan ik. Ik weet best wanneer ik een kunstwerk mooi vind of niet. Op mijn eigen manier kan ik ook prima uitleggen waarom, maar voor alle zekerheid zeg ik er dan vaak bij dat ik er natuurlijk geen verstand van heb. Ik verontschuldig me daarmee eigenlijk voor mijn ondeskundige mening, wat natuurlijk idioot is. Het staat me toch vrij om kunst te waarderen zoals ik dat kan? Misschien ben ik gewoon een onvervalste kunstliefhebber.

Donkerte

Is de donkerte hetzelfde als het donker? Misschien moet ik dezelfde vraag stellen voor het duister en de duisternis. Die laatste vind ik overigens beduidend donkerder dan donkerte. Voor mij voelt donkerte als een halfslachtige duisternis. In de duisternis zie ik in mijn verbeelding overwegend minder hand voor ogen dan in de donkerte. Duisternis voegt echt wel wat toe naast het duister. Donkerte niet. Het bekt gewoon ook niet, donkerte. Het geslacht is ook niet duidelijk. Het donkerte kan wat mij betreft ook. Ik heb niet eens voorkeur. Donkerte zelf klinkt bovendien alsof het verkeerd wordt gespeld. Alsof er letters ontbreken. Of overbodig zijn. Misschien is donkerte wel geheel overbodig. Ik bezig het zelf nooit. Lezen doe ik het wel regelmatig, en telkenmale als me dat overkomt, bevreemd het me. Ik weet niet wat ik met donkerte aan moet. Donkerte doet me hoegenaamd niets. Nee, dat is niet waar, want anders zou ik er hier niet zoveel woorden aan kwijt moeten. Wat het me doet is denk ik nog het best vergelijkbaar met wat dood bier met me doet. Donkerte is vlak, lauw en schuimt niet.

Ecodictator

Als ik het voor het zeggen zou krijgen, dan wist ik het wel. Schiphol ging subiet dicht en ik zou rijkelijk strooien met gratis fietsen en OV. Daarop volgt uiteraard meteen een invordering van alle voertuigen die fossiele brandstoffen verbruiken. Deze worden per decreet omgebouwd tot electrisch aangedreven voertuigen en verdeeld over het land naar rato van de locale bevolkingsgrootte, als deelauto’s. Onder mijn regime bezit niemand nog een privรฉ-auto. Alle automobielen worden van iedereen. Daarnaast komt, met onmiddelijke ingang na mijn feestelijke inhuldiging, een landelijk verbod op alle gemotoriseerde tuingereedschappen, vooral bladblazers. Tenslotte zou ik een landelijke allerlaatste barbecue organiseren om al het huidige vee in รฉรฉn keer te ruimen. Aan mijn hof zou ik sowieso alleen vegetariรซrs toelaten. Het koningshuis maak ik tot een publieke toeristische attractie. Een glazen koningshuis. Dat levert hoge kijkcijfers op en dito reklameinkomsten die mijn staatskas lekker zullen spekken. De rijkdom van de adel en de multimiljonairs zal ik natuurlijk ook moeten afromen om al deze plannen te kunnen bekostigen. Het is dus maar goed dat ik het niet voor het zeggen heb dan. Het zou wat zijn, zo’n ecodictatuur.

Koppie koppie

Het gebeurt wel eens dat ik mijn kop verlies. Vaak als gevolg van een overdosis aan flauwekul. Zonder kop ben ik alleen nog twee benen en een romp. De kop laat gewoon ineens los en zweeft richting de wolken, maar nooit hoger dan de gemiddelde boomtop. Zonder kop vergeet ik zomaar de controle op de sleutelbos in de jaszak voor ik de deur uit wandel.

Die wandeling moest dienen tot het legen van die kop, maar het was al na twaalven. Ergens rond vijf voor twaalf stootte de onderrug wel een felle scheut door mijn gedachten, maar de kop zat al te vol met hete lucht. Ondanks de scheut kreeg ik wel mijn veters vast en wist mezelf met kop en al in de auto te krijgen. Ik moest even naar de apotheek namelijk.

Op de terugweg bedacht ik eigenlijk pas dat ik mijn hoofd nodig leeg wandelen moest. Thuis bracht ik de medicijnen eerst naar binnen. Voor de zoveelste keer vroeg ik me af hoe lang ik nog dat stomme sleuteletuitje met dat stomme ritsje bleef gebruiken. Ik trek het ritsje altijd bruusk open, vaak met mijn tanden, en laat de twee kettinkjes met sleutels eruit vallen. De sleuteltjes weer netjes in het etuitje krijgen is teveel gedoe, dus dat stel ik geregeld uit. Ook vandaag kwakte ik de naakte sleutelbos geรซrgerd op de eettafel.

Mijn kop hing al helemaal tegen het plafond en deed niet meer mee. Ik moest echt dringend wandelen. Het lukt nog om de oortjes in de oren te doen en een podcast aan te zetten. De romp kon nog slechts denken met mijn ruggenmerg, liep naar buiten en trok de deur achter zich dicht. Mijn kop schoot meteen richting hemel, dus er werd geen tel bedacht dat de sleutels niet in de jaszak zaten.

De wandeling was broodnodig. Zwaar achterstallig onderhoud. Zoals altijd daalde mijn kop tijdens de wandeling weer vanzelf terug op zijn plek. Tien meter voor mijn huis was mijn kop er weer bij en vroeg zich dus af of ik de sleutels wel bij me had. De romp tastte gedwee in de jaszak en trof daarin alleen de autosleutel aan. Er zat niets anders op dan helemaal naar het huis van mijn exโ€‚- prominent veroorzaker van hete lucht – te rijden en de sleutel van zoonlief op te halen. Die sleuteletuit is dus passรฉ. Die ligt nu in de auto met een reservesleutel. Koppie koppie!

Kleinheidswaanzin

In alle bescheidenheid groot zijn. Dat is zijn basishouding. Aan kleineren heeft hij een flinke broer dood. Hij wil gewoon met de juiste maat gemeten worden. En bovendien graag met droge vinger. Met kleinzieligheid bereik je bij hem bar weinig. Je doet niet alleen hem tekort, maar ook jezelf. Vooral jezelf.

Van harte genuanceerd

De mensheid bestaat natuurlijk uit twee helften. Zij die nuanceren en de rest. Vandaag de dag plaats ik mezelf bij die eerste helft. Alles moet genuanceerd. Nou ja, eigenlijk andersom. Ik ageer fel tegen de absolute absolutist. Met altijd en nooit heb ik een bijzonder moeizame relatie. Mensen die zich louter uitdrukken in termen van altijd of nooit, verdraag ik heel slecht. Ik verdraag ze uiteraard niet niet of nooit. Nuanceren doe ik met heel mijn hart, of beter gezegd, met een zo groot mogelijk deel van mijn hart. En met zowel goed als fout heb ik een haat-liefde-verhouding. Niet dat ik die uitersten niet erken, maar uitersten zijn toch wat ze zijn: uitersten? Alleen in het uiterste geval kom je daar toch op uit? Ik weiger me te beperken tot uitersten. Het is nuanceren of polariseren, en daartussen zit dan ook weer van alles.