Cynisme

Begrip

Moet je alles altijd kunnen begrijpen? Het antwoord op die vraag ken ik natuurlijk best: nee. Het kan ook helemaal niet. Alles altijd begrijpen. Er lijkt een verschil te zitten tussen begrijpen en begrip hebben. Kan je begrip hebben zonder echt te begrijpen? Ook hier weet ik het antwoord denk ik wel: ja. Begrip en inleving lopen, bij mij althans, door elkaar. Je in de situatie van een ander kunnen verplaatsen (inleven) is het kunnen herkennen (en erkennen) van het gevoel van de ander. Daarmee kan je begrip “voelen”. Begrip breng je op, begrijpen doe je. Dat is het onderscheid. Begrijpen gaat dieper dan begrip. Bij begrijpen wil je ook weten hoe en waarom die situatie is ontstaan. Begrip beperkt zich meer tot het hier en nu. Next level begrijpen is doorgronden. Tot het naadje van de kous. Zover hoef je echt niet altijd te gaan. Ik breng dat in ieder geval allemaal niet op. Hopelijk mag ik rekenen op uw begrip.

PVdS

Een politieke loopbaan trok mij vooralsnog niet aan. Teveel druktemakerij. Niettemin loop ik met quasi serieuze ideeën voor het oprichten van een nieuwe partij. Helaas een zoveelste single-issue-partij, maar het zij zo. De partij komt op voor de belangen van de stiltebehoeftigen en rustzoekers. Het partijprogramma zal met name neerkomen op het inperken van veroorzakers van onrust. Zo zal de partij stevig doch op gedempte toon gaan lobbyen voor een verbod op bladblazers of op zijn minst een verbod op het gebruik ervan op onchristelijke uren. Idem dito voor hogedrukreinigers. Voorts zal de partij zich stilletjes inzetten voor een verbod op nachtelijk geblaf en de vaststelling van een “normkriektijd” teneinde te vroeg hanengekraai te kunnen reguleren. Maar eigenlijk vind ik het maar een boel gedoe. Dus ik trek me al op voorhand stilletjes terug. Een stille wereld begint toch echt bij jezelf.

Logisch

Wanneer is iets logisch? Als iemand in een gesprek met mij meent dat iets logisch is, dan voel ik meteen een mentale aanspanning. Het woordje “logisch” prijkt in mijn hoofd gelijk bovenaan in de lijst met te verwerken informatie. Mijn brein lijkt even te bevriezen. Alsof het schrok. Het woord kwam ook zomaar om de hoek zeilen. Iets is plotseling logisch en mijn denkproces liep mijlen ver achter. Op dat moment dienen zich eigenlijk maar twee opties aan.

De eerste optie is om mezelf niet laten kennen en te doen alsof ik het volledig begrijp. Ik knik en kijk vermoedelijk licht glazig. Dat laatste komt omdat ik nog naarstig zoek was naar houvast, maar die vind ik niet, of nauwelijks. Ik zal het naderhand weer moeten gaan uitzoeken en hopen dat ik het daarna inderdaad zelf ook logisch vind. De tweede optie is tactisch van aard. Ik snap het half en heb gewoon nog iets meer tijd nodig om het helemaal te snappen. Hardop denkend vervang ik de aangereikte logica door eentje van mezelf maar die eigenlijk op hetzelfde neerkomt. Ik pluk er theatraal bij aan mijn stoppelbaard, en ijsbeer desnoods gewichtig tussen raam en tafel. Volkomen logisch gedrag natuurlijk. Doet vast iedereen.

Deze maar

“Deze maar doen dan, meneer?”, vraagt de mevrouw vanachter haar kassa als ik mijn waren op de balie plaats. Deze maar doen. Alsof ik een betere keuze had kunnen maken. Alsof ik eindeloos heb staan wikken en wegen, en dan toch nog met deze artikelen bij de kassa uit kom. Ik kijk er vertwijfeld naar. Deze dan maar? Waarom eigenlijk? Ik draai mijn hoofd in de richting van de afdeling waar ik enkele minuten geleden nog wikte en woog. Ik kan mijn waren hier vandaan onmogelijk zien, maar ik tuur voor alle zekerheid nog eens grondig. Al was het maar om de schijn van nadenkendheid te wekken. Dan kijk ik de mevrouw meewarig aan en verzucht moedeloos: “Ja, deze in hemelsnaam dan maar”. De pinautomaat bliept evengoed genoeglijk het bedrag van mijn rekening.

De godvergeten rambam!

“Zak in de stront” brommen
tegen een vervelend varken,
“Je kan me de boom in!” roepen
tegen een eikel van een eekhoorn,
“Vlieg toch allemaal op!” brullen
naar een plein vol stomme stadsduiven,
“Ga toch op dak zitten!” schreeuwen
tegen de kat van de buurvrouw
lucht allemaal natuurlijk helemaal niet op.
Nare ziektes verwens ik dier noch mens,
maar dwarsbomers mogen toch rekenen
op de godvergeten rambam!

Verkeerd verbonden

Achter mij zei iemand op afwezige toon: “goedemorgen”. Ik stond koffie te tappen en draaide me even half om, nieuwsgierig wie mij dit toewenste. Ik antwoordde dan ook met een waarvan ik dacht vlot en vrolijk “goedemorgen!”. De collega liep me voorbij en keek me niet aan. Blijkbaar was hij diep in gedachten en goedemorgende hij mij gewoon uit automatisme en niet omwille van het maken van een verbinding. Wat dacht ik ook wel zeg? Was ik daar even verkeerd verbonden.

Wildparkeerperikelen

Omdat er geen geld meer zou zijn voor wat meer parkeerhaventjes, wordt er voor mijn deur driftig wildgeparkeerd. Ik doe het zelf ook. Al maanden zet ik mijn bolide direct voor mijn huis, aan de overkant van de straat op de rand van onze “brink”. Natuurlijk mag ik aan “mijn” plek geen enkel recht ontlenen. Toch deed ik dat, want het irriteerde me mateloos dat mijn plek ineens was ingepikt door de buuf. De buuf nog wel. Zij woont al een tijdje samen met haar nieuwe liefde. En hij brengt een boot en twee auto’s mee. Heb ik helemaal geen moeite mee. En ik begrijp ook dat dat allemaal niet op hun oprit – want die hebben ze – past.

Nu ben ik niet iemand die het conflict opzoekt. Dat is gewoon niet mijn aard. Ik maak geen olifanten van muggen. Eerder het omgekeerde. Ik kan toch ook wel een stukje verderop wildparkeren? Waarom zou ik per se precies voor mijn deur moeten kunnen parkeren? Mijn buuf doet dat eigenlijk nu zelf ook. Haar eigen buren – eveneens met eigen oprit – moeten ook drie auto’s kwijt (zo’n beetje 1 auto per gezinslid). En daarvan staat er eentje wildgeparkeerd. Buuf kan in principe ook 2 huizen naar rechts wildparkeren. En ik snap helemaal dat ze dat niet doet, want dat zou ik ook niet doen.

Bovenstaande gedachten bleven bij gedachten. Ik ben (nog) niet met buuf in gesprek gegaan hierover. Wat zegt dit over mij? Wat zegt het over mij dat ik me erger aan het inpikken van een parkeerplek die niet eens een parkeerplek is, laat staan van mij? Ik laat deze mug geen olifant worden. Zo zit ik immers niet in elkaar.

Hoe zit ik dan wel in elkaar? Welnu, achter mijn voortuintje ligt ook een strookje gemeentegrond. Daar kan mijn auto ook best staan. Dat heb ik dus laatst gedaan toen ik een vracht boodschappen moest uitladen. Ik heb de auto er de hele nacht demonstratief laten staan. Nu weet ik niet of ik het me verbeeld dat mijn nukkige boodschap is aangekomen, maar buuf zet nu al een aantal dagen haar auto niet meer op “mijn” wildparkeerplek. Dankzij deze wildparkeerprikelen ben ik toch mooi weer een inzicht rijker.

Wat het is

Het is inmiddels een vaste lijfspreuk van me geworden: “het is wat het is”. Gedurende het leven houdt veel mensen deze vraag bezig: “ben ik wie ik ben?”. Die vraag lijkt te overlappen met mijn lijfspreuk. Betekent het misschien dat we helemaal niet hoeven te zoeken naar onze identiteit? Zijn we al automatisch wie we zijn? Ubuntu zegt ons nog dat we “door anderen zijn”, dus we zijn ook hoe we door anderen worden waargenomen. Die filosofie is ook nog eens wederkerig. Misschien moet je dus gewoon eens door de ogen van je naasten naar jezelf kijken om een deel van jezelf te zien. En laatst ving ik een gesprek op over projecties. Mensen blijken vooral eigen eigenschappen op anderen te projecteren. We zijn wat we projecteren. En ten slotte ben je nog wat je eet. Kortom: zoek jezelf in anderen en wat jij op ze projecteert terwijl je eet waar je zin in hebt. Zou het zo simpel zijn? Mijn leven is me te kort om me daar te druk over te maken. Ik leef nu, en nog niet weten wie ik ben is ook maar wat het is.