Je staat in menig kader. Of je dat nou wil of niet. Mensen plaatsen elkaar voortdurend in kaders. Het ligt in onze natuur. Het gaat er niet om of jij in dat kader past, maar dat het kader om jou heen past. Op dat moment. Op basis van het gedrag dat van je wordt waargenomen. Met de kennis die de ander van jou heeft. Het kader is van de maker. Het kader is typerend voor de maker. Het kader geeft de maker ervan houvast aan hoe om te gaan met jou. Kaders kunnen heel hardnekkig zijn. De instandhouding van een gedateerd beeld van jou steunt een belang van de kadermaker. Je mag niet veranderen, want dan pas je niet meer in het kader. Ik geef dat gedrag dan maar eenvoudig mijn eigen omkadering. Daar kom je voorlopig zelf ook niet meer uit.
ruimte
Opmerkzame mensen
Het allerliefst omring ik mij
met aandachtige mensen
Mensen die nieuwsgierig zijn
naar wat de ander beweegt
Mensen die luisteren
om te begrijpen
Mensen die eerlijk zijn
over zichzelf
Mensen die opmerken
wat belangrijk is
Denkruimte
In een krappe ruimte kan je moeilijker op een afstandje naar iets kijken. Je kunt er ook niet goed omheen lopen. Niet alle invalshoeken zijn bereikbaar. In je hoofd werkt dat net zo. Gebrek aan ruimte beknelt het denken. Andere zienswijzen lijken onvoorstelbaar. Ruimte buiten je lijf kan zorgen voor ruimte in je hoofd. Een weiland, een leeg strand, een oceaan. Gedachten moeten kunnen stromen. Met de hete douche in mijn nek kijk ik naar het afvoerrooster waarin mijn gedachten ook wegspoelen. De witte strepen van de snelweg trekken mijn gedachten uit mijn hoofd. Ze schieten even onder me door en dan liggen ze achter me. Instant denkruimte.