Vandaag is mijn vader jarig. Zou jarig zijn. Hij is ja oet de tied. Daar had hij wel wat mee, met de tied, want in zijn huis hangen overal klokken. Die hield hij draaiend en lopend. Nu staan ze allemaal stil. Die liefde voor techniek deelden we. Hij repareerde klokken, ik repareer oude platenspelers. Laatst kreeg ik het horloge dat mijn vader altijd om zijn pols had. Een stukje technisch vernuft. Allemaal wijzerplaatjes waar hij dagelijks naar keek. Het liep niet heel best meer, maar dat was een kwestie van een nieuw batterijtje. Ook heb ik het metalen bandje in een bakje met warm water en een drupje afwasmiddel gelegd. Ik zag het zwarte vuil bezinken. Huidvet van mijn vader, dacht ik. Op het alwetende internet vond ik de handleiding en leerde voorts dat een Pulsar een betaalbare Seiko is, maar dat de interne uurwerkjes uit dezelfde fabriek komen. In al die jaren dat hij het droeg heb ik nooit enige interesse voor het horloge getoond. Net zo min als ik deed voor die gouden zegelring die hij altijd droeg. Om zijn rechter ringvinger. Ik weet nu dat die ring van zijn vader is geweest, die hem weer van zijn vader had. Een gewichtig erfstuk waar ik nog een mooie plek voor moet bedenken. Dragen ga ik het in ieder geval niet. Maar de oude Pulsar zal ik sowieso twee keer per jaar dragen, om zijn sterfdag en zijn geboortedag te markeren.
