ja….ja……ja……..ja……….hmm-hmm……ja…ja,ja,ja……ja maar…jaaja….hmm-hmm……ja……hahahahaha dat doet me..wat zeg je?…..ja…….ja……ja……zeg kee…..ja…jaaaja…zeg kees…o ja….nee hoor…neeeee….ja……ja…..ja…..ja…..ja……ja…..ja…..ja…..ja……ja…..ja…..ja…..ja……ja…..ja…..ja…..ja……ja…..ja…..ja…..ja……ja…..ja…..ja…..ja…..ja…..jjjjja…juist…ja helemaal goed joh….nee hoor…nee…tuurlijk….nee hoor geen prob…wat?….ja…ja…hmm-hmm…ja…ja…zeg kees ik moe………ja……….hmm-hmm……..hmm-hmm……..hmm-hmm………ja………leuk…….nee……ja….ja ik sprak hem van de week en….ja…ja…ja……zeg kees, ik wou nog even zeggen dat…wablief?…o…ja…ja..nee begrijp ik joh…ja…..okee….ja hoor…..ja….dag kees bedankt voor je tijd, joe! hoi..dahaag kees
ergernissen
Dingetjes
Ik vraag: “Heb je nog iets met dat idee van jou gedaan?”.
Collega antwoordt: “Eh, tja, het is een beetje een dingetje geworden”.
Ai, heel vervelend, dingetjes. We hebben liever geen dingetjes. Als iets een dingetje wordt, of dreigt te worden, gaan teveel mensen er iets van vinden. Meningen raken verdeeld. Wat eerst heel eenvoudig leek, is uitgegroeid tot een complicatie.
Plotseling lopen er beren op de weg. Beren die jij weg wuift. Maar door je gewuif wordt het dingetje alleen maar groter. Het wordt steeds moeilijker voor je om het dingetje te blijven zien voor wat het eerst was. Je oorspronkelijke idee wordt steeds minder leuk. Het is niet meer helemaal jouw ding, zeg maar.
Nep-Limburgs
Het Sinterklaas-journaal haalde vandaag het nieuws doordat er in een scene die zich in Roermond afspeelde “nep-limburgs” werd gesproken. Dat kon natuurlijk niet. De arme Limburgers zouden zich “te kakken” gezet voelen. Och gut. Laat me alsjeblieft niet lachen zeg. Dit gaat toch helemaal nergens over? Dialecten nabootsen is ontzettend alledaags. Ik heb Amsterdammers nog nooit horen klagen over nep-Amsterdams. Ik heb Hagenezen nog nooit horen zeuren over nep-Haags, Ik heb Groningers (en plattelanders uit het Noord’n) nog nooit horen mopperen over nep-Grunnings en andere nep-platte-taal. Cabaretiers doen het veelvuldig en vaak direct bedoeld als een te-kakken-zetting en dan lachen we ons allemaal dood. Maar wordt er in een onschuldig kinderprogramma (wat het Sinterklaasjournaal is) een heel onschuldige poging gedaan om een scene een beetje Limburgs te laten klinken, dan worden Limburgers boos. Kom op zeg.
Dialecten zijn prachtig. Niks mis mee. En als je je te kakken gezet voelt omdat een ander jouw dialect nadoet, dan komt dat voort uit je eigen weggestopte gene voor je dialect. Wees gewoon trots op je dialect en lach fier met de naäpers mee.
Pa Pier
Gisteren ging ik met mijn twee grote knaapjes zwemmen in zo’n “zwemparadijs”. Midden in de herfstvakantie. Dat is vragen om problemen natuurlijk, maar ik had het mijn zoontjes beloofd. Het begon al met de mededeling bij de balie dat het erg druk was en dat we even moesten wachten tot er wat paradijsbezoekers naar huis gingen. Hoe lang het zou duren wist hij niet.
Gelukkig droop al snel een aantal wachtenden voor ons af, dus dat schoot op. En even later druppelden er ook een aantal bezoekers naar buiten zodat wij er toch nog vrij vlot in mochten. Ik vroeg aan het kassameisje of ze een vijftig-cent-muntje zodanig kon breken dat ik twee van 20 zou hebben, voor twee kluisjes. “Nou, ik denk niet dat er nog vrije kluisjes zijn meneer, ’t is echt zoooo druk”.
Even later renden mijn (kn)apen en stapte ik behoedzaam (bangig om uit te glijden) in onze zwemkledij over de natte tegels. Er was nog precies 1 kluisje waar wij al onze jassen, schoenen en kleren in wisten te proppen. En toen, joepie, kon er gespetterd worden. Mijn apen renden het paradijs in. Ik wandelde regelrecht de hel in.
Eigenlijk wilde ik liever naar de bios, maar mijn jongens wilden heel erg graag naar een tropisch zwemparadijs. Ik heb in het paradijs vooral genoten van het plezier van mijn knulletjes. Maar verder niet. Ik voelde me als een pier in een potje pieren. Het was te vol. Vooral in het tropische gedeelte. En als de golfslag aan ging werd het golfslagbad één grote wriemelende en over elkaar heen tuimelende massa pieren. Ook de hormoonspiegel was me veels te hoog: geflikvlooi tussen jonge goden en godinnen. Pa Pier voelde zich hier gewoon heel oud.
Ik smachtte naar een rustig plekje met een kop koffie en een stuk lektuur. Die was er niet. Er stonden ook wachtrijen pieren te wachten voor de stoomcabine’s en de sauna’s, dus ook dat genoegen liet ik maar zitten. Gelukkig was er wel een gewoon recht-toe-recht-aan baantjes-bad waar een aantal grijsaards rustig hun bedaarde baantjes trokken. Daar was minder gekrakeel. Pa Pier voelde zich hier al veel beter. Hij kwam hier weer ruim onder de gemiddelde leeftijd en kon als hij zijn buikje wat introk zelfs doorgaan voor fitte dertiger. Met een lenige snoekduik dook ik het bad in, zwom een soepele 20 meter onder water, kwam niet eens zoveel buiten adem weer boven en voelde me toch even weer een jonge God.
Schaamteloze uitbuiting van kinderen
Reklame is een gegeven. Zonder reklame te maken van je goederen en diensten raak je je waren aan de straatstenen niet kwijt. Dat snap ik. Dat reklames in de meeste gevallen ook nog eens misleidend zijn, daar kan ik me ook nog wel overheen zetten. Natuurlijk schilderen ze hun waren zo ideaal mogelijk af. Natuurlijk verkopen ze in de reklamespotjes een hoop leugens. Natuurlijk worden de addertjes onder het gras niet luid en duidelijk vermeld. Dat weet iedereen. Ik kan daar mee leven.
Waar ik niet mee kan leven is de uitbuiting van kinderen. Wij krijgen bijvoorbeeld herhaaldelijk reklamemateriaal en proefproducten mee van het kinderdagverblijf. Dan komt mijn zoontje mij bij het afhalen helemaal verguld een mooie placemat (van een zuivelfabrikant) laten zien die hij heeft gekregen. Thuis kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om het ding weg te gooien, dus het ding ligt een tijdlang onze kinderen bloot te stellen aan reklame. Nog een voorbeeld is een gratis zak met ontbijtringetjes. Ik vind dit een heel zorgelijke ontwikkeling. In eerste instantie omdat de bedrijven kinderen uitbuiten om hun waren aan de man te brengen, maar in tweede instantie dat de organisaties die de kinderen juist zouden moeten beschermen hiervoor (de kinderdagverblijven waar je je kinderen aan toevertrouwt), hier ook nog aan mee werken.
En de R is weer in de maand. Sinterklaas en Kerst komen eraan, dus worden kinderen een extra belangrijk doelwit voor reklamemakers. Op de radio hoorde ik een speelgoedwinkel zonder enige schaamte bij kinderen bedelen om hun SInterklaas-verlanglijstjes. En om de kinderen daarvoor te motiveren maken ze kans dat ze alles dat ze op hun lijstje zetten winnen! Het doel is me duidelijk: de speelgoedwinkel wil graag weten wat kinderen zoal leuk vinden zodat ze hun logistieke organisatie zo efficiënt mogelijk kunnen runnen. Slim bedacht. En het gaat ook werken…. tenzij heel jeugdig Nederland lijsten inlevert met tenminste 500 peperdure wensjes, liefst meer. Dit is dus mijn snode plan: ik laat een paar miljoen placemats drukken die ik via de kinderdagverblijven verspreid met de oproep om massaal belachelijk lange verlanglijsten in te leveren bij de ToysXL. Nu zoek ik nog een sponsor…
Schuitje varen, crisisje remmen
Zolang er wat te ergeren valt, valt er voor mij wat om over te bloggen. Dat is de pluskant. Nu de minkant.
Ik rij regelmatig langs de Drentse Hoofdvaart. Die is vergeven van de sluizen en bruggen. En ook van de plezierjachtjes met van die kijk-mij-nou-toch-eens-genieten-van-mijn-wel-verdiende-pensioen-grijsaards erop. Dit zijn de mensen uit de generatie die onze economie weer hebben opgebouwd na de oorlog. En ze zullen het snotverdorie ook weer helemaal opmaken ook! Asociale levensgenieters! Het zou maar zo kunnen dat de gezamenlijke waarde van al die plezierschuitjes ons begrotingstekort ruimschoots afdekt.
En alsof ze het ons ook nog eens even extra in willen wrijven hebben die suffe schuitjes ook nog eens voorrang op het wegverkeer. Zelfs in de spits. Dan mag je vanuit je auto, waarvan ik braaf om economische redenen de motor heb gestopt, gelaten toezien hoe je eigen dreigende pensioentekort tergend langzaam voorbij tuft. Ik haat ze!
In de kantine vanmiddag blies ik hierover al wat stoom af. Een bijna gepensioneerde haalde zijn schouders op en merkte op dat die luizenlevenslijders wel eens een remmende werking op de economische crisis zouden kunnen hebben. Zonder hun uitgavenpatroon zou de crisis immers nog wel eens veel erger kunnen zijn, zo redeneerde hij. Klink walgelijk logisch dus het zal wel waar zijn ook. Bah.
De K-schaaf
Toen ik – lang geleden – introk bij mijn (toen nog) vriendin, maakte ik kennis met de killer-kaasschaaf. Een geslepen ding dat al menige duim had gescalpeerd. Die van mij niet. Ik leerde al snel om het loeder met respect te behandelen, vooral bij de belegenere kazen. Ik zorgde er dus altijd voor dat bij het uitschieten bij het schaven mijn duim- en ook andere vingertoppen niet konden worden geraakt.
De killerkaasschaaf hebben we nog steeds en nog altijd is het ding gemeen scherp. Maar onlangs meende mijn vrouw dat het tijd was voor een nieuwe. Ik was eigenlijk nog heel tevreden met de oude, dus ik gebruik die nieuwe dan maar als de oude in de vaatwasser zit. Het nieuwe geval blijkt een regelrechte K-schaaf. Er valt gewoonweg niet fatsoenlijk mee te schaven. Het lukt me niet om er mooie regelmatige plakjes mee te schaven. Het schraapt meer dan dat het schaaft. Het is een regelrechte kaasverkrachter en heeft het vooral gemunt op zachte, jonge kaas.
De kaasschaaf is overigens uitgevonden in Noorwegen. Tijdens onze vakantie trokken wij door dit prachtige land. En de bewuste K-schaaf was mee. Mijn vrouw had het heel praktisch in het ontbijt- en lunchkratje gestopt. Bij de eerste schaafgelegenheid pakte ik het uit het krat. Toen ontdekte ik pas dat het de K-schaaf was. Ik zweer je dat het er zeer zelfingenomen uitzag. En toen ik het over een zacht Noors stukje kaas trok, waren verfrommelde frotjes kaas mijn deel. “Ach, jij kan ook niet met dat ding overweg!”, sneerde vrouwlief. De K-schaaf keek me zo mogelijk nog zelfingenomener aan. Er stak nog een flapje kaas uit de snede waardoor het ook nog leek alsof het een tong naar me uitstak: “lekker puh!”.
Je begrijpt het, ik koester een zekere wrok jegens de K-schaaf. Temeer omdat het zich in de handjes van mijn vrouw voorbeeldig gedraagt. Op een dag moest ik even wat bekers omspoelen. Die lagen in het (opvouwbare) afwasteiltje. In het campingkeukentje kwam ik er achter dat ik bloeide. Er drupte namelijk bloed in de gootsteen. Mijn bloed. Afkomstig uit een jaap aan mijn middelvinger. En ik kon me niet herinneren dat ik iets had gevoeld. Dus ik ben langs iets vlijmscherps gekomen met mijn vinger.
Terug bij de tent liep ik mijn recente handelingen eens na. Te beginnen bij de afwasteil. Daarin lag de K-schaaf onschuldig maar o zo verdacht voor zich uit te kijken. Het valse kreng moet me hebben gepakt toen ik de bekers uit de teil haalde. Sindsdien weet ik het zeker, de haat is wederzijds. Weer thuis heb ik die goeie ouwe killer-kaasschaaf teder ter hand genomen en liefdevol – met de keukenla open zodat de K-schaaf het kon zien – een perfect plakje heerlijke jong-belegen kaas geschaafd en in volste vertrouwen zo met mijn mond van mijn geliefde killertje gehapt. En toen nog eens. En nog eens! Hah!
Mooi Weer Partij
Nu wisten we al dat er politieke geluiden opgegaan zijn over de verpakking van de weersvoorspellingen. Die verpakkingen moeten prettiger. Het weerbericht moet positiever. Ik vind dat dus al dikke stierenpoep. Maar toen ik las over die protestmars in Amsterdam tegen het slechte weer, brak mijn klomp. Ze eisen nota bene betere weersomstandigheden. Het moet toch niet gekker worden? Alsof weersomstandigheden beïnvloedbaar en onderhandelbaar zijn. Wat een mafkezen!
Het is dus alleen nog een kwestie van tijd voor zo’n mafkees de Mooi Weer Partij opricht. Ik zie het al helemaal voor me. De partijkleur is geel met een zonnetje als logo. Op het programma staan belachelijke zaken zoals het instellen van een wettelijke maximale neerslagnorm waarbij gemeenten die niet onder die norm blijven een boete krijgen, of een nationaal verbod op het bezit van paraplu’s en andere vormen van weerpessimisme. En zonnestudio’s moeten natuurlijk gratis worden en emigratie naar warme landen moet binnen ieders handbereik komen. Een enorme berg stierenpoep dus. Maar mafkezen te over in dit land, dus die partij maakt nog een goeie kans op zetels ook. Zucht.
Aanstaande zaterdag is de protestmars. Ik kan niet wachten tot de krantenkoppen van maandag, als het eindelijk zomerweer is: “Protestactie tegen slecht weer bijzonder succesvol!”. Laat me alsjeblieft niet lachen.
Ik pleit voor een Nederlandse vertaling van WTF: WDW (Wat De Wip)
Nachtmerrie van een bumperklever
Waldo heeft een afspraak bij een belangrijke klant en hij is laat, maar als hij even gas geeft kan hij nog op tijd zijn. De weg voor hem is leeg dus hij trapt het gaspedaal van zijn zilvergrijze Mercedes helemaal in. De auto schiet gretig naar voren. De weg is van hem. Iedereen zal wijken.
Verderop doemt de eerste sukkelaar al op. Even een kort tikje groot licht en de sukkel schiet schichtig als een hert opzij. Hij is heer en meester van de weg. Dat heerlijke gevoel van superioriteit geeft hem een geweldige kick. Hij aait voorzichtig langs de zijkant van zijn hoofd. Strak in de gel. Hij checkt het even snel in de binnenspiegel. “Goeie kop”, zegt hij hardop.
Hij passeert een colonne vrachtwagens. Als slakken kruipen ze over het asfalt. Een halve kilometer verderop voegt een lullig klein autootje in op de snelweg, tussen twee van die dikke slakken. Waldo geeft nog meer gas. Tot zijn grote ergernis besluit dat kleine kutautootje ineens in te gaan halen. Het gore lef. Waldo trapt nijdig op zijn rem en gaat vlak achter het aftandse karretje rijden. Het is een roestige, oude VW Golf, met gaten in de achterklep.
Waldo stuurt een beetje naar links en kruipt er nog dichter op. Nijdig flitst hij een paar keer met zijn groot licht. De bestuurder van het golfje draait bedaard zijn raampje open, steekt een grote harige hand naar buiten en geeft hem een middelvinger. Waldo wordt woest. Rechts is er ruimte, dus hij duikt naar de rechter baan. Maar dan schiet die ouwe roestbak naar voren. Dit wordt dus persoonlijk. Waldo trapt zijn Mercedes op zijn staart, maar de Golf is belachelijk snel.
Traag gepeupel belemmert hem verderop op de rechter baan. Zonder richting aan te geven duikt Waldo weer naar de linker baan. Het Golfje rijdt nog steeds voor hem maar mindert snelheid. Even later kleeft Waldo weer aan zijn roestige, scheve bumper. Weer wordt het raampje bedaard open gedraaid. Tot zijn ontsteltenis ziet hij dan hoe de bestuurder nota bene door het raampje naar buiten klimt! Het is een bizar lange gozer met woeste, zwarte haren en borstelige wenkbrauwen.
Tot Waldo’s verbijstering klimt de mafkees op het dak van de Golf en gaat staan. Het is onmogelijk, maar de man weet zich staande te houden. Wie bestuurt nu die Golf!? Ineens beseft Waldo dat hij maar beter zijn afstand vergroot en haalt zijn voet van het gaspedaal. Hij ziet de toerenteller teruglopen, maar de afstand tot de Golf wordt geen millimeter kleiner. Hij remt flink bij, maar behalve dat de mafkees op het dak van de Golf wild met zijn armen moet zwaaien om zijn balans te bewaren, wordt de afstand tot de Golf niks kleiner. Het lijkt wel alsof hij letterlijk aan de Golf zit vastgeplakt.
Otto de Magiër kijkt naar de bestuurder van de dikke Mercedes die hij heeft gevangen. De stumper schijt nu vast zeven kleuren stront. Moet ‘ie ook maar niet zo plakken. De gril van de Mercedes is versmolten met de achterkant van zijn Golf. Tsss, hoe is het mogelijk. Otto grijnst tevreden. Wijdbeens staat hij op het randje van het dak van zijn ouwe Golfje. Zijn lange zwarte jas wappert om hem heen. Otto steekt zijn rechterhand in zijn jas, alsof hij een pistool gaat trekken. Hij lacht boosaardig. Dan springt hij op de motorkap van de Mercedes en trekt een fel brandende snijbrander uit zijn binnenzak….

