de wereld draait en draait en draait

Pas geboren draai je onwetend papa en mama’s hele wereld om
Als peuter weet je het zeker: de hele wereld draait om jou
Als kleuter wil je weten waarom de wereld draait
Als puber weet je zeker dat de hele wereld tegen jou indraait
Als schoolverlater ligt de wereld aan je voeten te wachten tot jij er een draai aan geeft
Als verse ouder draait de hele wereld ineens om je kind
Als werkende ouder draag je de hele doldraaiende wereld op je schouders
Als je nest leeg is, voelt het alsof de wereld zich van je weg draait
Als gepensioneerde draai je nog eens goed om die mooie wereld
Als bejaarde draait de wereld steeds sneller aan je voorbij
En als je op je sterfbed ligt, weet dan dat de wereld zonder jou gelukkig gewoon doordraait

Powered by ScribeFire.

Ziggopolie

Kabeltelevisie is eigenlijk een onduidelijk product. En het wordt er met digitale televisie al helemaal niet duidelijker op. Feitelijk is het een abonnement op een grote zak snoep waarvan je zelf niet mag kiezen wat er allemaal in zit. Een heel groot gedeelte van de snoep in de zak is voor de meesten niet te verteren en dan zit er tussen het snoep ook nog eens een heleboel schreeuwende, dubbelzoute pinda’s die in je mond springen, of je het nou wil of niet. Maar goed, dat hebben we met z’n allen nou eenmaal geaccepteerd. Het zou toch ook wat zijn als we per bekeken en opgenomen minuut van ieder programma zouden moeten gaan betalen. En dan kreeg je boete bij het wegzappen van schreeuwende pinda’s…

Bij Ziggo mocht je altijd kiezen uit een aantal basis-snoepzakken en kon je die aanvullen met kleinere zakjes snoep uit een bepaald assortiment. Wij namen dan maar het basispakket van zo’n 18 euro per maand, met, speciaal voor onze kleintjes, een kinderpakket van zo’n 3 euro per maand. Allemaal al digitaal snoepgoed natuurlijk. Veel betere kwaliteit en zo. Nou, het beeld is altijd heel scherp en het geluid is van mooie kwaliteit, maar het beeld kan het geluid vaak niet helemaal bijbenen. De smaak komt dan als je het snoepje hebt doorgeslikt, zeg maar. Maar ach, dat namen we min of meer voor lief.

Wij zijn helemaal niet zo veeleisend qua televisie. Een sitcommetje nu en dan, een crimietje af en toe, journaal, docu’s en kindertelevisie voor als het regent en papa even moet bloggen. Dik tevreden als dat allemaal kan. En als er niks op is, dan doen we hem gewoon uit en lezen we fijn een boekje of neuzen we wat op het internet met het laptopje. En wij houden niet van schreeuwende pinda’s. Koop die winkel maar fijn leeg dan als het jouw winkel is, maar val ons niet lastig, want wij zijn inderdaad niet gek.

En dan viel er deze week ineens een grote envelop van de Ziggo in onze brievenbus. Belangrijke informatie over uw abonnement, stond erop. De brief begint met grote blauwe letters dat er “Vanaf 1 september nóg meer te beleven is op uw televisie”. De “nóg” verwijst naar de huidige zak met snoep, die dus blijkbaar al boordevol zit met lekkers, en dat daaraan – hoe is het mogelijk? O Ziggo, wat zijn we heden blij! – nóg meer lekkers bijgepropt gaat worden. Joepiedepoepie.

De brief informeert mij verder dat steeds meer mensen digitale TV willen en dat Ziggo dat dan maar standaard maakt. Digitale TV voor alle abonnees. En blijkbaar willen steeds meer mensen ook steeds minder keuze want er staat ook: Vanaf 1 september 2011 gaat Ziggo van een grote diversiteit aan tv-pakketten terug naar drie overzichtelijke abonnementen.

Nou waren wij dus best tevreden met onze zak snoep. Hij zat veel te vol, en we gooiden eigenlijk elke dag het meeste weg, maar dat is hoe kabel-TV nou eenmaal werkt. Wat we fijn vonden is dat we konden kiezen, ook al was de keuze opzich beperkt. En nu moeten we een gat in de lucht gaan springen omdat Ziggo de keuze niet uitbreidt, maar beperkt!. En dan komt nu het zilveruitje op het blokje kaas, het geconfijte kersje op een stokje in je cocktail: onze zelf gekozen zakken snoep worden vervangen door 1 zak snoep waar een aantal snoepjes waar onze kleintjes zo verzot op zijn niet meer in zit. En we mogen er ook nog eens 4 euro en 5 cent per maand extra voor betalen. We stuiteren van blijdschap. We hossen door de straten van vreugde. Niet dus.

Gelukkig mogen we wel kostenloos op 1 september opzeggen, die vrije keuze laten ze ons dan tenminste nog wel. Op mijn todo-lijstje voor deze week staat met stip bovenaan: zoeken naar een alternatief voor Ziggo. Als er al een alternatief is. De TV-aanbieders spelen allemaal Ziggopolie alleen heet het dan anders. Misschien kan ik beter zelf gezellig, ouderwets monopolie gaan spelen met mijn gezin in plaats van de televisie aan te doen ’s avonds. De uitzending van het Journaal en die docu’s en zo missen wij dan maar en kijken die dan handig online.

Powered by ScribeFire.

Chili con Carne a la Otto

Otto de Magiër staat in zijn keuken. Hij haalt een paar uien en een groene paprika uit de papieren zak van de groenteboer en gooit ze argeloos over zijn schouder. De groenten blijven midden in de keuken in de lucht hangen. Otto schenkt een beetje olijfolie in een grote pan die op het fornuis staat en zet het vuur eronder aan. Eerst bakt Otto hierin het gehakt.

Dan pakt Otto een Japans Samuraizwaard van de muur en zwaait er gevaarlijk mee. Van schrik springen de uien, die nog steeds in de lucht hangen te zweven, uit hun droge velletjes. Maar Otto kent geen genade voor groenten. Hij zwaait het mes rond zijn schouders als een volleerd Ninja en loopt op de groenten af. Het zwaard beweegt nu op onmogelijke snelheid en Otto’s armen en het zwaard worden een zoevende, vage vlek om Otto’s bovenlijf. Als de uien en de paprika  in de baan van het zoevende zwaard komen worden ze in luttele seconden in fijne snippertjes gehakt. Als Otto klaar is, neemt hij de pan van het vuur en laat de uiensnippers en de stukjes paprika erin vallen. Behendigd schudt Otto met de hete, sissende pan zodat het gehakt, de uien en de paprika door elkaar gehusseld worden. Het begint al heerlijk te ruiken.

Otto kookt normaal eigenlijk nooit, maar hij heeft vandaag drie oude vrienden op bezoek. Ze hebben zijn snijkunsten met grote bewondering gadegeslagen. “Zo, en hoe was dat klassieke concert waar jullie gisteren heen waren eigenlijk?”. vraagt Otto terloops. Het valt meteen stil in het gezelschap. “Wat?”, vraagt Otto verbaasd, “Heb ik iets verkeerds gezegd ofzo?”. Otto hoopt dat hij zijn pokergezicht nog even kan vasthouden, want hij voelt een daverende lach opborrelen. “We werden alledrie ineens, eh, een beetje winderig”, zegt één van hen dan. “Een beetje? Man we zaten toch een partij te ruften!”, zegt een ander vervolgens. “Ja, er was geen houden meer aan, en die lúcht! Ik vond zelf zelfs dat ik stonk. We hebben alledrie vast iets heel verkeerds gegeten, maar wat?”.

Otto kan zijn lachen nu niet meer inhouden. Hij begint onbedaarlijk te schateren. De tranen springen uit zijn ogen. Als hij minuten later is uitgeschaterd, ziet hij dat zijn vrienden hem verbijsterd aanstaren. “Het was echt supergenant man”, zegt iemand en hij wil nog meer zeggen, maar Otto barst weer in lachen uit. Nog nasnikkend van de pret loopt Otto naar het fornuis en roert in de pan. Dan neemt hij de pan van het vuur en zet het op tafel. Als zijn gasten zien wat er in de grote pan zit, krijgen ze een vuurrode kleur. “Eh, Ik weet niet of het nou wel zo verstandig is, gezien onze extreme winderigheid van gisteren”, begint één van hen.

“O, maak je geen zorgen”, zegt Otto geruststellend,  “Ik verzeker je dat deze heerlijke Chili con Carne à la Otto je mórgen géén winderigheid bezorgt”. Zijn gasten kijken hem wantrouwend aan, maar scheppen dan toch op. Even later zijn de complimenten niet van de lucht. Ze vinden het alledrie voortreffelijk. “Gek, daarnet had ik nog buikpijn van gisteren en een borrelende maag, maar dat is ineens over”, zegt iemand. “Dat komt door de bijzondere en zeldzame soort bruine bonen dat ik heb gebruikt”, zegt Otto dan. Nu heeft hij weer hun volle aandacht.

“Kijk, het zit zo”, legt Otto uit, “Het zijn contratemporale* bruine bonen. Ik móet ze volgende maand zaaien, anders kon ik ze vorig jaar niet hebben geoogst. Het zijn absoluut de lekkerste bruine bonen die er zijn, maar ze werken wel in tegengestelde tijd. Je wordt de dag vóór je ze eet al vreselijk winderig,  zie je, en moet je dus niet naar een klasiek concert gaan bijvoorbeeld”. Triomfantelijk kijkt Otto zijn vrienden aan, “jullie kunnen toch wel tegen een geintje, toch?”. Maar Otto ziet dat hij zichzelf maar beter ergens heeeeel ver van zijn vrienden vandaan kan fwoepen.

* geïnspireerd door de “reannual plants” gefantaseerd door Terry Pratchett

Powered by ScribeFire.

Op molentjes lopen

Wie met molentjes loopt is niet goed wijs, zeggen ze. Maar mijn moeder zegt dikwijls dat ze óp molentjes loopt. Nu kun je denken dat mensen die niet helemaal wijs zijn ook hun spreekwoorden niet kennen, maar mijn moeder is niet gek. Prettig gestoord en op zijn tijd knettergek, maar ze is niet gek. Ze zegt dat ze op molentjes loopt als ze erg veel aan haar hoofd heeft. Alles loopt dan allemaal goed, maar vraag haar op zo’n moment dan niet hoe. En stel haar ook geen al te ingewikkelde vragen, want haar hoofd loopt zoveel om dat het een beetje door elkaar draait allemaal. Op zulke momenten komt ze moe en verward over.

Een andere grappige uitdrukking van mijn moeder is “het voelt alsof je op eieren loopt”. Dat zei ze ooit eens toen ze mijn nieuwe schoenen uitprobeerde. Ik was een jaar of 12 denk ik, en had toen nog niet zulke grote voeten als ik nu heb. Ik weet nog precies wat voor schoenen het waren. Blauwe, suède schoenen met een superzacht voetbed. Ze liepen inderdaad heerlijk, maar ik kon de link met die eieren niet maken. Ik denk dat mijn moeder het zei op een moment dat haar hoofd weer eens op molentjes liep. Met alle respect hoor, lief moedertje.

Maar veruit haar mafste spreuk die ik nu zelf ook te pas en te onpas gebruik is “Het kan me niks verlampekappen!”. En ik denk er sterk over om ook het “op molentjes lopen” over te nemen. Het komt gewoon overeen met hoe ik me soms voel. Mijn hoofd loopt dan ontzettend om. Op zulke momenten moet je niet teveel meer van me verwachten, want er kan niks meer bij. En het kan me dus niks verlampekappen wat jij daar van vindt!

Powered by ScribeFire.

Emiel op pad met papa

Emiel en papa gaan samen weg, in de auto.
De auto moet naar de garage, dus papa doet de fiets achterop.
Emiel kan zelf in de auto klimmen.
Papa tilt hem in zijn zitje en maakt zijn riempje vast.
Zo, daar gaan we dan! Zegt Papa.

Kijk, daar rijdt een bus!
Hij stopt bij de bushalte.
Er stappen mensen uit.
Emiel vindt het prachtig.
Doei Bus! roept hij.

Papa rijdt langs het weiland.
Er staan koeien in de wei.
Maar Emiel ziet een tractor.
Die is veel mooier dan een koe.
Emiel zwaait met zijn handje: Doei tractor!

Bij de garage staan heel veel auto’s.
Emiel wijst omhoog.
Ja, zegt papa, die auto staat op de brug.
Dan kan de meneer hem maken.
Auto stuk! zegt Emiel.

Papa haalt de fiets van de auto.
Emiel’s stoeltje gaat achterop de fiets.
Papa geeft de sleutel van de auto aan de meneer,
en dan mag Emiel achterop de fiets.
Één, twee… hoppekee!

Papa fietst langs de sluis.
Daar staat de brug open.
Dus we moeten wachten.
Er varen heel veel bootjes voorbij.
Emiel zwaait naar de mensen op de bootjes.
En iedereen zwaait lachend terug.

Oei, zegt papa, wat een donkere wolken.
Straks gaat het regenen.
Gelukkig heeft Emiel heeft zijn stoere regenjas aan.
Muts op!, zegt Emiel.

Nee, nu nog niet kleine vent.
Maar Papa gaat wel heel hard fietsen.

Even later ziet Emiel zijn huis.
Zijn we weer!, roept Emiel.
Papa stapt van de fiets.
Emiel mag ook uit zijn stoeltje.
Gauw naar binnen, zegt Papa.

In de keuken maakt papa koffie.
Emiel speelt met de tractor van zijn grote broer.
Emiel, kijk eens wat ik voor je heb!
Sap en koekje erbij!, roept Emiel.
Dat is lekker!

Vandaag beleefde ik tijdens mijn papadag zo’n lekker suf maar o zo fijn en stoer avontuur met mijn kleinste ventje Emiel. Het zijn die kleine momentjes waarin je dan enorm van je kind geniet. In mijn hoofd ziet het er dan net zo uit als het avontuur van Tijn op de fiets (met zijn mama) door Betty Sluyzer en Pauline Oud. Daarom schreef ik het kleine avontuur maar eens net zo op.

bron: http://www.bettysluyzer.nl


Ik heb het boekje “Tijn op de fiets” intussen al zeker 1000 keer voorgelezen aan mijn kinderen. Het is een grote favoriet. Als Pauline nou van die mooie illustraties maakt bij mijn eigen verhaaltje, dan wordt het vast net zo’n geliefd boekje.

Otto De Omslachtige

In de garage van Otto de Magiër staat zijn 26 jaar oude VW Golf. De garage is opvallend en tegelijk ook weer niet, want het heeft geen deuren. De oprit ernaar toe eindigt in een muur die helemaal is volgewoekerd met Wilde Wingerd. Met een zacht “fwoep” verschijnt Otto ineens in zijn garage. Hij knipt met zijn vingers en het portier van zijn auto zwaait open. Hij stap in zijn auto, start de motor en sluit zijn ogen.

Op Rijksweg N371, tientallen kilometers van Otto’s huis vandaan, zou de bestuurder van een bestelbusje toch zweren dat de weg voor hem zoëven nog leeg was. Maar nu rijdt er honderd meter voor hem ineens een ouwe, roestige Golf. Maar het is grijs, bewolkt weer en het miezert, dus daar wijt de bestelbusbestuurder het maar aan.

Otto heeft er behoorlijk de sokken in. Hij trekt zich weinig aan van de maximale snelheid van 80. Verderop houdt een motoragent met een mobiele radar snelheidscontrole. Otto geeft gas bij en zwaait naar de agent, maar de agent kan niet terugzwaaien, want hij rent achter zijn motor aan die plotseling startte en in de richting van de sloot hobbelt.

Otto baalt als hij even later achter zo’n brommobiel rijdt. Op de achterkant zit een sticker met “World’s best driver”. Het ding rijdt nog geen 50 kilometer per uur. Op de andere weghelft rijden teveel auto’s dus inhalen is er niet bij. Otto laat daarom zijn stuur los en sluit even zijn ogen. Dan klemt hij zijn kaken op elkaar, brengt hij zijn handen voor zijn borstkas en duwt ze krachtig van zich af. De brom-mobiel schiet ineens als een raket vooruit. Verbijsterd kijkt de brom-mobielrijdster naar de snelheidsmeter. Die staat voorbij de 60, maar ze weet zeker dat ze nu minstens 90 rijdt. Met een tevreden grijns trapt Otto zijn gaspedaal weer in.

Maar verderop ontstaat het volgende obstakel al. De brug gaat open. Otto slaakt een gefrustreerde zucht en schudt zijn hoofd. Zeker weer zo’n suf plezierjacht. Theatraal gooit hij zijn handen omhoog en de Golf verdwijnt. Op de P&R van Station Meppel klinkt het typische fluitende geluid van een vallend projectiel. Enkele mensen die op de parkeerplaats liepen, turen en wijzen naar boven. Dan smakt plotseling een aftandse, oude VW Golf precies op een parkeervak. Er komt witte rook onder de motorkap vandaan. Even later stapt er heel kalmpjes een man uit. Tegen de verbaasde mensen zegt Otto: “Dat heb ik weer, een kokende motor! Dan maar met de trein”. Op dat moment zakt het golfje kreunend door beide assen.

Otto stapt koeltjes in de 1e klas coupé van de Intercity richting Zwolle en gaat prinsheerlijk zitten. Maar het zit Otto weer tegen. Ergens tussen Meppel en Zwolle remt de trein en staat dan een heel kwartier stil. Iets met een bovenleiding. Daardoor gaat hij zijn aansluiting naar Arnhem missen. Daarom gaat Otto naar de WC. Daar komt net een knappe meid uit. Otto glimlacht vriendelijk naar haar en gaat dan zelf het smalle toilet in en sluit de deur. In een toilet van de Intercity naar Roosendaal die klaar staat op perron 7 van Station Zwolle klinkt weer dat zachte “fwoep”-geluid. De wc-deur gaat open en Otto stapt eruit.

Otto komt op tijd aan in Arnhem. Natuurlijk had hij zichzelf ook in één keer naar Arnhem kunnen “fwoepen”, maar Otto wil zo gewoon mogelijk leven. Dat hij toevallig een beetje kan toveren betekent niet dat hij er maar te pas en te onpas gebruik van hoeft te maken. En hij begrijpt al helemaal niet waarom zijn collega-magiërs hem toch steeds Otto De Omslachtige noemen…

Powered by ScribeFire.

Niks en alles

Hier gebeurt regelmatig helemaal niks. Laatst ook weer. Soms gebeurt er wel drie keer niks op één dag (een vette knipoog naar Herman Finkers). En dan ineens gebeurt er een heleboel tegelijk in een periode van een dag of 10:

Ons kleine ventje en zijn moeder werden samen 2+38. We vierden het maar op de stukjes niks die er in de plotselinge drukte nog waren.

Onze grote vent mocht afzwemmen voor B. Mijn schoenen willen nooit meer aan mijn voeten blijven zitten. Te veel trots. Het regende kadoos en pannenkoeken.

Mijn echtgenote ging een week naar een congres in Italië. Op zondag om 4 uur ’s ochtends haalde  de luchthaventaxi haar op. Toen ze in het vliegtuig zat wandelde ik met mijn vier kinderen over het Dwingelderveld. We zwaaiden allemaal even naar de wolken. In die week gingen 3 van onze kinderen op schoolreis en werd 1 kind ziek. Ik was even vader op vol vermogen. Nee, dubbel vermogen. Er viel van alles om, maar het gaf niks. De boel bleef de boel.

Die zelfde week was ook mijn laatste week bij mijn vorige werkgever, waarin op de valreep een felle discussie losbrandde over “middelwaar”. Met de smeuïge IT-details zal ik je niet vermoeien, maar het uiteindelijke resultaat van de discussie is dat er niks veranderde. Ja, inderdaad, niks.

Mijn laatste werkdag bij mijn oude werkgever werd op de voet gevolgd door een afdelingsuitje bij mijn nieuwe werkgever. Oude baan ging over in nieuwe baan. Veel nieuwe indrukken, ook nogal letterlijk op het toetsenbord van mijn nieuwe laptop.

Nu mag er wel even een tijdje niks gebeuren. Niks is fijn. Niks is lekker. Ach weet je, eigenlijk vind ik niks maar niks. Ik heb geen rust in mijn gat. Ik vaar beter bij drukte en hektiek. Dan ben ik wakker en scherp. Teveel niks stompt me af. Maar teveel drukte mat me ook weer af en dan wil ik even niks. Heel even maar. Een weekje of wat kamperen in Zweden bijvoorbeeld. Niks dan eindeloze bossen, eindeloze dagen vol niksen met mijn gezin. Heerlijk. En dan weer gauw aan het werk. Te lang niks is niks en te weinig niks ook. Niks is alles en niks tegelijk.

Powered by ScribeFire.

Realtime Tao

Ken je het woord “realtime”? Helemaal van deze tijd, dat woord. Misschien denk jij bij dit woord ook aan snelheid en nú gebeurende dingen. Het bestaat uit twee delen: real en time. Los van elkaar weet iedereen wat de woordjes betekenen. Bij real denk ik zelf aan echt en waar, en bij time denk ik aan tijd. Waarachtige, echte tijd. Dingen die in echte tijd gebeuren, gebeuren echt én keurig op tijd. Snel is dan maar een relatief begrip die je er zelf aan toevoegt. De belofte dat het binnen de verwachte tijd gebeurt is de kale betekenis. Een duidelijk geval van Yang.

Dan is er ook een Yin-kant. Dat moet, want anders is er geen balans en vallen we om. Ik zie drie mogelijkheden: valse tijd, echt tijdgebrek en vals tijdgebrek.

valse tijd:
Dingen die in valse tijd gebeuren, gebeuren niet echt of op oneerlijke wijze, maar wel keurig op tijd. Ik kom dan uit op tijdig bedrog.

echt tijdgebrek:
De tegenhanger van tijd is tijdloosheid, tijdgebrek. Dan krijg je dat dingen echt niet op tijd, of echt nooit gebeuren. Er is wel een belofte, maar geen tijd, dus gebeurt er echt niks. Dan kom je dus al net zo bedrogen uit: valse beloftes.

vals tijdgebrek:
De combinatie levert vast niks beters op. Het gebrek aan tijd is dan gebaseerd op een leugen. Er wordt een smoes verzonnen om iets niet te hoeven doen. Iets dat niet gebeurt onder het mom van vals tijdgebrek zou prima kunnen gebeuren binnen redelijke tijd, maar er zijn andere belangen die verzwegen worden, verschuilend achter een te volle agenda. druk druk druk!

Heel duister dus die Yin-kant van realtime. We moeten er blijkbaar mee leven, want anders kan de Yang-kant niet bestaan. De Yang-kant stellen we erg op prijs, want de dingen gebeuren wis en waarachtig op tijd. Maar hoe zit het dan met de uitdrukking: eerlijk duurt het langst? Ach, als het maar binnen afzienbare tijd echt gebeurt, vind ik het allemaal nog heel Yang.

Powered by ScribeFire.