Filosofie

Zondags verslag

Zondag 14 april 2013

 

Pas om 8 uur wakker. Rond kwart voor negen hijs ik me uit bed om te douchen. Luiheid. Een half uurtje later zit ik met de kinderen te ontbijten. Ootjes (van die crispy ringetjes waar de kinderen erg dol op zijn) en bruine boterhammen met zoet. Ik maak een halve kan koffie en drink een eerste sloot bij de ontbijtkoek waar een dikke laag roomboter op gaat.

 

Al tijdens het ontbijt komt de doos met knutselpapier op tafel. De jongens vouwen vliegtuigjes die er prachtig uitzien, maar slecht vliegen. Ik zie “mijn stuntvliegtuig” heel slordig gevouwen worden en doe hem nog maar eens voor. Ik zeg: “Neem er de tijd voor, wees zorgvuldig, hoekjes op elkaar, maak scherpe vouwen. Doe het met aandacht”, maar mijn zoon is al weer weggevlogen.

 

Na het ontbijt bekommer ik me om de mount everest van te vouwen wasgoed. Dochterlief komt gezellig meevouwen. Ik leer haar hoe ze netjes vouwt en hoor mezelf al weer zeggen: “vouwen moet je met aandacht doen, dan wordt het netjes”.

 

De tweede sloot koffie slurp ik leeg terwijl ik lui op de bank zit met mijn gadget op schoot. Ik lees er maar een boek op. Raymond Feist. Niemandallige fantasie, heerlijk ontspannend. Dan belt moeders. Ze zag dat ik haar gisteravond had proberen te bereiken. Ik wilde alleen maar weten hoe het met haar ging. We praten over vervelende toestanden, maar er is hoop.

 

Ik heb helemaal geen plannen vandaag. Ja, alleen vage. Er moet nog geklust worden op zolder en daar besteed ik dan ook het grootste deel van de dag aan. Iets met latex. Ik wil het woord “wit” voorlopig even niet meer horen.

 

Als de dag goed en wel om is, kom ik ook eens naar buiten. De hele buurt is lekker aan het genieten van het warme weer dat er eindelijk is. Ik kom de kinderen halen omdat het bijna etenstijd is. Binnen warm ik de kippensoep van X weken geleden op en doe de bakbroodjes (met kaas en ui) in de oven. En er zijn kaasstengeltjes om in de soep te dippen! Ik geniet van dit eenvoudige maal.

 

Als het hele gezin al weer in het nest gekropen is (behalve ik) kijk ik naar de gemiste uitzending van College Tour met Nigella Lawson. Wat een heerlijk mens. Ze zegt op gegeven moment: “When I have to plan, I get very jumpy and do the first thing that comes to mind”, en ik denk: “zie je wel, je kunt best succesvol worden als je een hekel hebt aan plannen”. Maar even later besef ik me hoe dom die gedachte was. Ik verwarde geluk met succes. Aan het eind geeft Nigella de studenten het volgende advies: “always be honest with yourself and don’t be too frightened of fear”. Ik neem dat op mijn middelbare leeftijd ook maar ter harte.

 

Welterusten. O, en kan iemand me het recept van Nigella’s “olive oil chocolate cake” sturen. Die moet ik eens maken voor mijn schoonmoeder.

 

Ontmoet

we zouden ‘ns minder moeten zeuren,
minder zeiken en zaniken
we zouden beter moeten weten,
beter vertrouwen op ons verstand
we zouden ‘ns meer moeten geloven,
meer geloven in elkaar
we zouden ‘ns vaker moeten lachen
vaker onbedaard schateren
we zouden ‘ns vaker moeten leven
niet morgen, maar vaker leven in het nu
we zouden ‘ns meer moeten laten
meer laten los gaan, laat maar gaan
ja, we zouden ‘ns minder moeten móeten
ontsnap aan de waan van de dag, ontspan en ontmoet!

Wenkende perspectieven

Om redenen die ik niet helemaal begrijp hoor ik in mijn werkomgeving de laatste tijd vaak dat we van een wenkend perspectief willen uitgaan. Ik ben blijkbaar visueel ingesteld, want ik zie bij “wenkend perspectief” een soort paradijs voor me, een ideaal beeld, maar heel in de verte. Het pad ernaartoe gaat door wouden en dalen vol onbekende obstakels. Een heel eind van mijn gezichtspunt verwijderd staat op dat pad, bovenop een heuvel, een persoon die mij bemoedigend gebaart hem (of haar, dat kan ik niet zien) te volgen.

Ik vermoed de betekenis van streefbeeld. Een wenkend perspectief is dan een ideaalbeeld waar wij ons naartoe getrokken zouden moeten voelen. Wenkende perspectieven liggen in de verte, dus ze zijn niet voor iedereen even scherp zichtbaar. Het is voor velen een stip op de horizon. Wenkende perspectieven worden geschetst door visionairen. Dat doen zij met veel overtuiging, zodat leiders op basis van de hen voorgeschotelde visie besluiten om hele legioenen te mobiliseren en te verplaatsen in de richting van de stip. Een visionair kijkt alleen maar in de verte, dus die ziet de voorgrond dan weer onscherp. Op de tocht naar de stip loopt hij voorop en wijst in de richting van het wenkende perspectief. Over de manieren om er te komen spreekt hij breeduit, zonder concreet te zeggen hoe precies. Dat laat hij over aan het inzicht van zijn volgers. De visionair neemt alleen de twijfel weg of de richting juist is.

In de verte zie ik de toekomst. Achter mij zie ik mensen die mij verwachtingsvol aankijken. Ik tuur weer in de verte en zie warempel iemand wuiven, maar als ik met mijn ogen knipper is hij weg. Of nee, nu staat hij een heuveltje verderop. Ik wijs in de richting van het heuveltje en kijk weer achterom. Niemand beweegt, maar uit de groep komt een leider naar voren. Ik wijs hem de paden die ons mogelijk dichterbij ons doel kunnen brengen. Ik wijs hem op de door mij ingeschatte risico’s bij ieder pad. Dan kiest de leider resoluut de snelste en de goedkoopste van de paden die ik adviseerde. Ach, zolang we het wenkende perspectief maar niet uit het oog verliezen, vind ik het goed.

Het kaartenhuis

Ons kaartenhuis schudt op haar grondvesten
terwijl de koude wind erom heen giert,
trekkend aan de zwakste kaartjes.
Ze beven en steunen, klagen en kreunen.
Het kaartenhuis staat bijna op instorten.
Maar ach, als het onvermijdelijke dan gebeurt,
vegen we de kaarten allemaal bijelkaar,
wrijven ze weer warm tot ze blozen.
Dan bouwen we het kaartenhuis weer liefdevol op,
geroutineerd, kaartje voor kaartje,
zodat het de maatschappij weer even kan dragen.

Mettertijd

Mettertijd wordt alles minder scherp, verzacht alle pijn
Mettertijd ontstaan alle wonderen en vervagen alle herinneringen
Mettertijd wint je lach aan glans maar doven alle sterren
Mettertijd klaren alle stormen op, wordt alles kraakhelder
Mettertijd baan je je pad en nadert de horizon

Glunders voor nop!

Glunderen heeft te maken met nopjes, geloof ik. Als ik namelijk erg in mijn nopjes ergens over ben, dan ga ik helemaal vanzelf glunderen. Hoe dat glunderen dan gaat weet ik eigenlijk niet zo precies. Het gaat gewoon vanzelf. Zodra je in je nopjes bent. Volgens mij kun je het ook niet op commando. Alhoewel, als ik denk aan iets waarover ik erg in mijn nopjes was, dan komt de glunder toch best snel op mijn gezicht. Oogjes gaan glanzen, mondhoekjes worden van elastiek en trekken helemaal door naar de oren. 

In het woordenboek staat dat glunderen “opgewekt kijken” betekent. Maar glunderen is natuurlijk veel meer dan een opgewekte blik. Ik kan heel goed veinzen dat ik opgewekt kijk. Maar een glunder kun je niet veinzen. Glunders zijn altijd echt. Glunders komen van binnenuit. Ik denk dat je een glunder ook maar met heel veel moeite kunt onderdrukken. Ik kan het in ieder geval helemaal niet. Voor mij is dus geen pokercarrière weggelegd.

Ik vermoed eigenlijk dat de mensen met hele goeie poker faces gewoon veel te weinig in hun nopjes zijn. Ze walsen hun nopjes plat door hun trots en tevredenheid te onderdrukken en af te vlakken. Dat gaat deste makkelijker als je ooit eens in een soort nopjes-overdosis was. Na die overdosis valt alle geluk die je dan nog overkomt, in het niet. Je glunderweerstand is daardoor sterk vergroot, als het ware.

Je hebt ook mensen die totaal geen glunderweerstand hebben en zelfs doorslaan naar de andere kant. Die kunnen glunderen zonder in hun nopjes te hoeven zijn. Die lopen de hele dag gelukzalig voor zich uit te stralen. Die moeten eerst aan een moment denken dat ze ergens over in de put (een negatieve nop eigenlijk) zaten, om hun smoel glad te kunnen strijken.  

En dan nog dit bijzondere fenomeen: glunderen omdat je in de nopjes van iemand anders bent. Ouders en grootouders hebben daar bijvoorbeeld heel vaak last van als ze zien hoe trots hun (klein)kind is op een eigen prestatie. Die lekkere glunderkoppies die mijn kindertjes soms hebben om een eigen prestatie zijn gewoon ontzettend aanstekelijk. Dan glunder ik vanzelf mee, in hun kleine, o zo lieve nopjes. Gratis glunders, als het ware. Glunders voor nop! De allerlekkerste glunders zijn dat.

Superman geveld door groene kloddertjes-virus

Volgens mij ben ik een superheld geworden. Ik kan me natuurlijk vergissen, maar ik overweeg serieus de aanschaf van zo’n strakke hansop waar je onderbroek dan overheen draagt. Met bijpassende wappercape.

Het zit zo: Mijn halve gezin, echtgenote incluis, ligt in de lappenmand te blaffen en te steunen. Ik vlieg (vuist naar voren, één knietje opgetrokken) af en aan met kopjes thee en kippensoep. Ik dep gloeiend hete voorhoofdjes met natte washandjes. Ik wring nat gezweette lakens uit. Tegelijkertijd doe ik boodschappen, vier ik het kampioenschap van het voetbalteam van mijn zoontje (die niet ziek is) en breng ik een beleefd bezoekje aan het 40-jarige jubieumfeest van de buren. En tussen de heldentoeren door stop ik ook even de halve inboedel in verhuisdozen, doe ik de was en kook ik het eten (waar vervolgens de helft van over blijft).

Ik moet onfaalbaar zijn voor mijn geliefde Metropolisje. Dus ik suis stoer rond het huis. Te snel voor het menselijk oog. Dan flits ik hier heen dan zoef ik daar heen. Maar het griepvirus dat ik zo dapper bestrijdt, vecht gemeen terug. Ook bij mij ontwikkelen zich de kryptonietgroene klodders. Te snel, te snel. Plotseling ben ik toch weer die sterfelijke sukkel met die bril. Mijn Lois wil ineens een tosti, maar haar held laat het afweten, of toch niet…

Woorden en daden

Daadkracht dat is, zeg maar, je capaciteit om daden te verrichten. Het maakt niet zoveel uit of het goede of slechte daden zijn. Hoe groter je daadkracht, des te makkelijker je overgaat tot daadverrichting. Koelbloedige moordenaars zijn dus bijvoorbeeld behoorlijk daadkrachtig. Daar worden ze vaak dik voor betaald. Net als topmanagers eigenlijk. Die worden ook geselecteerd op hun daadkracht. Een topmanager hakt los op lastige knopen en een moordenaar hakt er, zeg maar, ook op los.

Daden gaan vaak gepaard met woorden. Eerst is er dan het woord en vervolgens wordt daar een daad bij gevoegd. Zo gaat dat. De daad is de bekrachtiging van het woord. Je hebt mensen die aan 1 woord genoeg hebben om tot de bijbehorende daad over te gaan. Anderen hebben iets meer woorden nodig. Zolang ze de daad maar bij die woorden voegen vertonen ze een bepaalde mate van daadkracht. Daadkracht heb je dus in gradaties.

Mensen die zeggen dat ze iets gaan doen, maar vervolgens de daad achterwege laten, ontberen blijkbaar de moed om die daad te verrichten. Die zou je daadzwak kunnen noemen. Doe mij maar daadzwakke moordenaars. Niets mis mee. Dat zijn die spreekwoordelijke blaffende honden die heus niet bijten.

Maar er is nog een tandje erger. Je hebt ook mensen die A zeggen en dan vervolgens B doen. Die mensen verrichten een daad die niet in overeenstemming is met het woord. De verrichter van de daad is dan niet getrouw aan zijn woord. Het zijn de types waar je moeilijk vat op krijgt. Ze kronkelen en verdraaien je woorden, de valse slangen. Ik stap liever in een kennel vol blaffende honden dan in een kamer waarin zich één valse slang bevindt.

Maar wat moeten we dan met dit gezegde: geen woorden maar daden? Die moeten we maar niet al te letterlijk nemen. We grijpen naar dit gezegde als er teveel woorden zijn uitgesproken terwijl er nog niets is gedaan. Zolang dit uiteindelijk leidt tot de beoogde daad, is er niets aan de hand. Er was slechts een tijdelijke daadzwakte, maar met de juiste pep talk kregen we de mekkerende schapen allemaal over de dam.

Honden, slangen, schapen. Hebben we ze dan allemaal gehad? Nou, ik weet er nog wel eentje. Deze wezens leven volgens het motto: geen daden maar woorden. Deze wezens zijn bijzonder vaardig met woorden. Net als de slangen, maar dan zonder daadkracht. Op de momenten waarop ze hun verantwoordelijkheid moeten nemen, steken ze hun kop in het zand. In de politiek zie je ze maar al te vaak: struisvogels.

Zelf ben ik een man van woorden. Ik bouw er dammen mee.  

12-12-12, geen paniek!

Op 12-12-1970, vandaag precies 42 jaar geleden stierf een Belgisch astronoom en uurwerkmaker: Louis Zimmer. Hij is nog steeds ereburger van Lier en maakte de Jubelklok (zie de foto rechts) die nog immer prijkt op de Zimmertoren in Lier.

Het was ook de geboortedag van actrice Jennifer Connelly die in de fantasyfilm “Labyrinth” de rol van Sarah speelde en haar vervelende kleine broertje naar de wereld van de goblins wenst, waar goblinkoning Jareth (gespeeld door en op het lijf geschreven van David Bowie) regeert.

En met die bijzondere gebeurtenissen en nog de eerste verschijning van Jan,  Jans en de Kinderen in de Libelle, moet ik mijn eigen geboorte dan maar delen. Vandaag, op de allermooiste datum van deze eeuw ben ik op de kop af 42 jaren oud (ik bel je wel als ik wens te worden behaagd met welgemeende felicitaties…).

42. In Douglas Adams’ Hitchhiker’s Guide to the Galaxy (HHGTTG) draait het bestaan van de planeet Aarde om dat getal. In die hilarische fantasy moet de Aarde, op een donderdag, tijdens lunch plaats maken voor een nieuwe intergalactische snelweg, dus wordt de Aarde gesloopt. Arthur Dent, wiens huis diezelfde ochtend om vergelijkbare redenen werd gesloopt, overleeft dit alles omdat hij een lift krijgt op een buitenaards ruimteschip. In een belachelijk avontuur leert Arthur over een super-intelligent interdimensionaal ras dat Deep Thought creëerde, een superkrachtige computer die het antwoord moest vinden op een heel moeilijke vraag: Wat is de betekenis van het leven, het universum en alles?

42 bleek het antwoord. Maar de berekening duurde zo lang dat men toen al niet meer wist wat de vraag ook al weer was, dus werd een andere computer gemaakt die de vraag waarop 42 het antwoord is moest berekenen. Deze computer, en tevens onze geliefde planeet Aarde, werd dus enkele minuten voor het klaar was met het programma dat 10 miljoen jaar had gedraaid, vernietigd om plaats te maken voor die nieuwe intergalactische snelweg.

Stel nou dat die Maya’s gelijk hebben met hun voorspelling dat onze wereld, zoals wij hem nu kennen, eindigt op 21-12-2012, 9 dagen na vandaag. En stel nou dat dat gebeurt op het ironische moment dat er nog slechts enkele minuten nodig zijn voor het vinden van de vraag waarop 42 het antwoord is. Dat is zo ontzettend ver gezocht dat de kans dat dit waar kan zijn uiterst miniem is (1 op 1 miljard), dus mijn advies luidt:

My Precious Lie

Last night I slept poorly
I seem to have lost my lie 

I think it lies low
to hide from the truths

Torturing truths that haunt me
Driving away the lie I cherisch most

Everyday worries paint too vivid pictures
On the inside of my buzzing skull

My headlights won’t switch off
Preventing me from submerging into my lie

If I could smash those lights
Smother the echoing worries

If I could just flush my mind
Paint black the inside of my skull

Worriesome truths be gone!
Come back to me, my precious lie!