Fluitend

Hoe ik in elkaar steek ging haar begripsvermogen te boven denk ik nu. Of haar begrip zit gewoon op een andere golflengte. Dat voelt meer plausibel. Jarenlang stemde ze tevergeefs op me af, maar ik zat op een frequentie buiten haar bereik. Dan kan je afstemmen wat je wil, maar je krijgt geen enkel signaal. Niet dat ik die niet uitzond, maar ik deed dat als een merel bij de dageraad. Hoe kan er dan nog verbinding zijn? De merel vertrok.

De merel liet zich een tijdje doelloos meevoeren op de wind maar is toch weer neergestreken. Op het nokje van jouw dak. Hoe ik in elkaar steek voel jij feilloos aan. Bij dageraad zingen we wang aan wang. Verbinden doen wij fluitend.

Kleinheidswaanzin

In alle bescheidenheid groot zijn. Dat is zijn basishouding. Aan kleineren heeft hij een flinke broer dood. Hij wil gewoon met de juiste maat gemeten worden. En bovendien graag met droge vinger. Met kleinzieligheid bereik je bij hem bar weinig. Je doet niet alleen hem tekort, maar ook jezelf. Vooral jezelf.

Welgeteld

In mijn tuin tel ik de bijen, vlinders, zweefvliegen, krekels, spinnen, mezen, mussen en de vleermuizen. Ik laat alles groeien waar ze van houden. Niet dat het woekert, maar ik laat het aanrommelen. Qua tuinieren heb ik totaal geen pretenties. Ik laat me vooral leiden door de planten zelf. Wat goed gaat, gaat goed, wat dood gaat, gaat dood. Bladeren laat ik gewoon liggen. Als de bomen kaal zijn hark ik de blaren wel van het gras. Geen gelazer met zo’n stomme bladblazer dus. Eens in de zoveel tijd verspreid ik de compost dat door de nijvere bewoners van mijn wormenhotel wordt gemaakt, over stukjes van mijn tuin. Door de wormeneitjes die daarin zitten is het aantal wormen in de bodem ook toegenomen. Het gaat eigenlijk allemaal vanzelf. De natuur doet altijd zijn werk.

De natuur geeft me de hoop en troost die ik nodig had na de uitslag van de verkiezingen. De toekomst ziet er niet mooi uit nu. Daarop zouden we ons moeten richten namelijk, de toekomst. Een humane toekomst. Een groene toekomst. Een vrije toekomst. Ik hou vast aan mijn eigen overtuigingen en steun de partij achter wiens standpunten ik echt sta. Dat voel ik als mijn plicht. Mijn stem is niet verspild aan een strategische keuze. Ik heb ook geen moment gezweefd. In die vele zwevers zit eigenlijk mijn grootste bezorgdheid.

Als ik eerlijk ben, ben ik vooral geërgerd. Als je kort voordat je mag stemmen nóg niet weet op welke partij je wil stemmen, moet je je schamen. Ik geloof niet in strategisch stemmen. Dat is namelijk vooral zelfverloochening. Stem vanuit je eigen overtuiging. Lees en verdiep je. Wees kritisch. Laat je inspireren maar niet omver lullen. En neem daar de tijd voor. Die oproep is dus te laat, maar zal ik bij de volgende verkiezingen fanatiek gaan herhalen. Er moet sowieso ook meer aandacht voor komen in het onderwijs. Je eigen overtuiging vinden en vasthouden wordt steeds moeilijker in de steeds digitalere wereld waarin algoritmen en AI ons meer en meer zullen afstompen en plooien. Egocentrisme en kortzichtigheid zijn het gevolg. De uitslag van de verkiezingen weerspiegelt dat maar al te duidelijk.

Streeploos denken

Gedeminiraliseerd water met alcohol. In de verhouding 3 op 1. Voorzichtig een enkele druppel Dreft erbij. Meer niet. Alles in een sprayflesje dat ik schud voor gebruik. Een doek geweven van de fijnste vezels dat ik hier speciaal voor kocht, benevel ik met mijn oplossing. Tegen de klok in, van buiten naar binnen, veeg ik dan, zacht, alle storende stofdeeltjes de groeven van mijn platen uit. Onder strijkend lamplicht keur ik mijn werk. Ik zie het oppervlak streeploos opdrogen. Een enkel achtergebleven stofje hier en daar bezem ik er met een zacht borsteltje nog af. Liefkozend bijna. En dan stop ik ze weer in hun veilige hoezen. Het ritueel, want dat is het eigenlijk, geeft me een fijne soort voldoening. Iets met zorg doen, is voor mij ook onderhoud van mijn geest. Ik kan weer even kraakhelder en streeploos denken.

Voortschrijdend inzicht

Terwijl ik voort ga, concentreert mijn aandacht zich. Naarmate ik meer doorleef wat gebeurde, wordt duidelijk wat wezenlijk is en wat niet. Zo zie ik dat voor me. Al voortschrijdende ben ik steeds beter in staat te zien wat is en hoe ik me daartoe wil verhouden. Inzichten zijn ook net als vruchten. Ze moeten rijpen. Sommige langer dan andere. Misschien worden ze zelfs nooit helemaal rijp. Pluk je inzichten. Beproef onbevangen de rijpheid ervan. Er groeien altijd weer nieuwe. Misschien is dit wel het meest wezenlijke inzicht in het leven. Het besef dat je bloeit en rijpt tot je sterft. Je bent nooit af.

Gemak versus aandacht

Lekker makkelijk hoor. Capsule in het apparaat. Beugel naar beneden, op de knop drukken en even later heb je een dampend kopje koffie met een smeuïg laagje schuim. Gemak dient de mens. Niet het klimaat natuurlijk. Daarom heb ik zo’n apparaat niet. Dat recyclen van die capsules heb ik weinig vertrouwen in. Ik heb zelf een ouderwetse koffiemolen en een espressomachientje. Een espressootje maken kost me zo’n 5 minuten. Het is een heerlijk geurend ritueel. Gemak versus aandacht.

Natuurlijk ben ik schijnheilig, met die vieze, stikstof en broeikasgas uitstotende auto van me. Jakkes. Ook een gemak dat alleen mensen dient. In het gebied waar ik woon kan ik alleen niet zonder. Een verhuizing ligt ook wel in het verschiet, maar dat ligt nu nog te ingewikkeld qua co-ouderschap. Mijn werkgever moedigt me gelukkig aan om veel thuis te werken. Daar maak ik dus dankbaar gebruik van. Wél een gemak dat zowel mens als klimaat dient.

In de ban van de groef

Ze rolde lang geleden uit een Duitse fabriek. Medio 1981. In die tijd high tech. Hoe wonderlijk dat het – met veel geduld en liefde – allemaal nog gewoon weer werkt. Een verhard rubber onderdeeltje fixen. Drupje olie op een asje. Hier en daar een stelschroefje minutieus draaien. Exact waterpas plaatsen, want alleen dan beweegt haar arm vanzelf en gracieus, vanuit het midden, terug naar het steuntje.

Ik liet eine neue Tonabnehmer besorgen. Nou ja, een kloon uit een Japanse fabriek, maar toch. Een nieuw naaldje van Deense makelij is daarin letterlijk in zijn element. Gedragen door de arm beweegt die nu vederlicht door de groef van het vinyl en laat een metertje of twee verderop, precies midden voor de speakers, mijn trommelvliezen verrassend prettig vibreren.

Ach, het kan allemaal vast nog veel prettiger. Het is natuurlijk nog hifi van lik-mijn-vestje. Alles op zijn tijd, zeg ik dan, tegen goed bedoelende adviseurs. Ik heb geen haast. Een hobby mag kabbelen.

Van harte genuanceerd

De mensheid bestaat natuurlijk uit twee helften. Zij die nuanceren en de rest. Vandaag de dag plaats ik mezelf bij die eerste helft. Alles moet genuanceerd. Nou ja, eigenlijk andersom. Ik ageer fel tegen de absolute absolutist. Met altijd en nooit heb ik een bijzonder moeizame relatie. Mensen die zich louter uitdrukken in termen van altijd of nooit, verdraag ik heel slecht. Ik verdraag ze uiteraard niet niet of nooit. Nuanceren doe ik met heel mijn hart, of beter gezegd, met een zo groot mogelijk deel van mijn hart. En met zowel goed als fout heb ik een haat-liefde-verhouding. Niet dat ik die uitersten niet erken, maar uitersten zijn toch wat ze zijn: uitersten? Alleen in het uiterste geval kom je daar toch op uit? Ik weiger me te beperken tot uitersten. Het is nuanceren of polariseren, en daartussen zit dan ook weer van alles.