Plotseling duikt hij
vliegensvlug opzij
Onnavolgbaar
Onvoorspelbaar
Waar jij hem verwacht
komt hij nooit!
Tergende plaaggeest,
kriebelbeest dat vliegt
dat het een naam heeft
maar beter dan vlieg
In de ban van de groef
Ze rolde lang geleden uit een Duitse fabriek. Medio 1981. In die tijd high tech. Hoe wonderlijk dat het – met veel geduld en liefde – allemaal nog gewoon weer werkt. Een verhard rubber onderdeeltje fixen. Drupje olie op een asje. Hier en daar een stelschroefje minutieus draaien. Exact waterpas plaatsen, want alleen dan beweegt haar arm vanzelf en gracieus, vanuit het midden, terug naar het steuntje.
Ik liet eine neue Tonabnehmer besorgen. Nou ja, een kloon uit een Japanse fabriek, maar toch. Een nieuw naaldje van Deense makelij is daarin letterlijk in zijn element. Gedragen door de arm beweegt die nu vederlicht door de groef van het vinyl en laat een metertje of twee verderop, precies midden voor de speakers, mijn trommelvliezen verrassend prettig vibreren.
Ach, het kan allemaal vast nog veel prettiger. Het is natuurlijk nog hifi van lik-mijn-vestje. Alles op zijn tijd, zeg ik dan, tegen goed bedoelende adviseurs. Ik heb geen haast. Een hobby mag kabbelen.

Van harte genuanceerd
De mensheid bestaat natuurlijk uit twee helften. Zij die nuanceren en de rest. Vandaag de dag plaats ik mezelf bij die eerste helft. Alles moet genuanceerd. Nou ja, eigenlijk andersom. Ik ageer fel tegen de absolute absolutist. Met altijd en nooit heb ik een bijzonder moeizame relatie. Mensen die zich louter uitdrukken in termen van altijd of nooit, verdraag ik heel slecht. Ik verdraag ze uiteraard niet niet of nooit. Nuanceren doe ik met heel mijn hart, of beter gezegd, met een zo groot mogelijk deel van mijn hart. En met zowel goed als fout heb ik een haat-liefde-verhouding. Niet dat ik die uitersten niet erken, maar uitersten zijn toch wat ze zijn: uitersten? Alleen in het uiterste geval kom je daar toch op uit? Ik weiger me te beperken tot uitersten. Het is nuanceren of polariseren, en daartussen zit dan ook weer van alles.
Wel beschouwd
Dat je voelt wat je begrijpt.
Dat je bedoelt wat je zegt.
Dat je wil wat je besluit.
Dat je ziet wat je gelooft.
Dat je kan wat je geeft.
Dat je droomt wat uitkomt.
Dat je leest om te blijven.
Dat je maakt dat je terug komt.
Dat je wel doet wat je ziet.
Dat je niet bedenkt wie je bent.
Ter overweging
Van overweging
komt overgewicht
Denk daarover
maar niet te licht
Begrip
Moet je alles altijd kunnen begrijpen? Het antwoord op die vraag ken ik natuurlijk best: nee. Het kan ook helemaal niet. Alles altijd begrijpen. Er lijkt een verschil te zitten tussen begrijpen en begrip hebben. Kan je begrip hebben zonder echt te begrijpen? Ook hier weet ik het antwoord denk ik wel: ja. Begrip en inleving lopen, bij mij althans, door elkaar. Je in de situatie van een ander kunnen verplaatsen (inleven) is het kunnen herkennen (en erkennen) van het gevoel van de ander. Daarmee kan je begrip “voelen”. Begrip breng je op, begrijpen doe je. Dat is het onderscheid. Begrijpen gaat dieper dan begrip. Bij begrijpen wil je ook weten hoe en waarom die situatie is ontstaan. Begrip beperkt zich meer tot het hier en nu. Next level begrijpen is doorgronden. Tot het naadje van de kous. Zover hoef je echt niet altijd te gaan. Ik breng dat in ieder geval allemaal niet op. Hopelijk mag ik rekenen op uw begrip.
PVdS
Een politieke loopbaan trok mij vooralsnog niet aan. Teveel druktemakerij. Niettemin loop ik met quasi serieuze ideeën voor het oprichten van een nieuwe partij. Helaas een zoveelste single-issue-partij, maar het zij zo. De partij komt op voor de belangen van de stiltebehoeftigen en rustzoekers. Het partijprogramma zal met name neerkomen op het inperken van veroorzakers van onrust. Zo zal de partij stevig doch op gedempte toon gaan lobbyen voor een verbod op bladblazers of op zijn minst een verbod op het gebruik ervan op onchristelijke uren. Idem dito voor hogedrukreinigers. Voorts zal de partij zich stilletjes inzetten voor een verbod op nachtelijk geblaf en de vaststelling van een “normkriektijd” teneinde te vroeg hanengekraai te kunnen reguleren. Maar eigenlijk vind ik het maar een boel gedoe. Dus ik trek me al op voorhand stilletjes terug. Een stille wereld begint toch echt bij jezelf.
Nu zing jij
Ik hoop dat je de klanken vindt die niemand eerder hoorde
Ik hoop dat je een stem krijgt die nieuwe woorden zingt
Ik hoop dat je akkoorden vindt van een nieuwe orde
Ik hoop dat je mag dichten zonder te hoeven rijmen
Ik hoop dat je boven alle angsten uitgroeit, groter nog
Wat anderen van je denken is wat zíj denken, niet jij
Vroeger zong ik jou in slaap
Die tijd komt nooit terug
Nu vind jij jouw klank
Nu speel jij jouw rustige akkoorden
Nu dicht jij met nieuwe woorden
Nu. Zing. Jij.
(vrije hertaling van het begin van “Stressed out” van Twenty One Pilots)
Logisch
Wanneer is iets logisch? Als iemand in een gesprek met mij meent dat iets logisch is, dan voel ik meteen een mentale aanspanning. Het woordje “logisch” prijkt in mijn hoofd gelijk bovenaan in de lijst met te verwerken informatie. Mijn brein lijkt even te bevriezen. Alsof het schrok. Het woord kwam ook zomaar om de hoek zeilen. Iets is plotseling logisch en mijn denkproces liep mijlen ver achter. Op dat moment dienen zich eigenlijk maar twee opties aan.
De eerste optie is om mezelf niet laten kennen en te doen alsof ik het volledig begrijp. Ik knik en kijk vermoedelijk licht glazig. Dat laatste komt omdat ik nog naarstig zoek was naar houvast, maar die vind ik niet, of nauwelijks. Ik zal het naderhand weer moeten gaan uitzoeken en hopen dat ik het daarna inderdaad zelf ook logisch vind. De tweede optie is tactisch van aard. Ik snap het half en heb gewoon nog iets meer tijd nodig om het helemaal te snappen. Hardop denkend vervang ik de aangereikte logica door eentje van mezelf maar die eigenlijk op hetzelfde neerkomt. Ik pluk er theatraal bij aan mijn stoppelbaard, en ijsbeer desnoods gewichtig tussen raam en tafel. Volkomen logisch gedrag natuurlijk. Doet vast iedereen.
Deze maar
“Deze maar doen dan, meneer?”, vraagt de mevrouw vanachter haar kassa als ik mijn waren op de balie plaats. Deze maar doen. Alsof ik een betere keuze had kunnen maken. Alsof ik eindeloos heb staan wikken en wegen, en dan toch nog met deze artikelen bij de kassa uit kom. Ik kijk er vertwijfeld naar. Deze dan maar? Waarom eigenlijk? Ik draai mijn hoofd in de richting van de afdeling waar ik enkele minuten geleden nog wikte en woog. Ik kan mijn waren hier vandaan onmogelijk zien, maar ik tuur voor alle zekerheid nog eens grondig. Al was het maar om de schijn van nadenkendheid te wekken. Dan kijk ik de mevrouw meewarig aan en verzucht moedeloos: “Ja, deze in hemelsnaam dan maar”. De pinautomaat bliept evengoed genoeglijk het bedrag van mijn rekening.