Monsters

Ze lijkt dan wel schattig en onschuldig, maar dat is maar een facade. Hij kijkt daar natuurlijk dwars doorheen. Hij ziet haar voor wat ze werkelijk is: een monster. Dat is zijn gave. Hij ziet altijd het ware gezicht van monsters die doen alsof ze mensen zijn.

Vol afgrijzen moet hij toezien hoe het monster iedereen voor de gek houdt en telkens weg komt met zijn monsterachtige streken. Het is nooit de schuld van het monster. Altijd dat van een ander. Vaak ook dat van hem. Ze projecteren hun eigen slechtheid altijd op anderen. Natuurlijk gelooft niemand hem. Monsters hebben geen schattig en onschuldig voorkomen, dus hij heeft de schijn altijd tegen.

Hij veracht monsters. Hij haat het hoe ze hem minachtend aankijken met hun zelfingenomen blikken: ha ha, ik weet dat je mij doorziet, maar je kan me lekker niks maken. Lekker puh! Het is onverdraaglijk.

Hoe kan het dat hij als enige hun monsterlijkheid kan zien? Correctie: als enige mens. Onderling zien de monsters elkaar’s ware tronies wel, maar ze lijken elkaar maar moeilijk te verdragen. Alsof monsterlijke karakters van nature botsen. Dat is natuurlijk ook niet zo raar als je zo egocentrisch bent als monsters klaarblijkelijk zijn. Ze bejegenen elkaar al even minachtend als ze doen bij hem. Alsof hij ook een monster is. Tssss.

Het zit ‘m in

Het zit ‘m in hele kleine dingen. Hier zou “het” kunnen verwijzen naar bijvoorbeeld iets triviaals als “geluk”. Ik dacht dat ik hier iets kwijt wilde over geluk, maar ik ben plotseling gebiologeerd door dat “‘m”. Wat een bijzondere taalconstructie is het eigenlijk. Het overkomt me vaker dat dit soort dingen me ineens biologeren. Geen idee waar ‘m dat toch in zit.

Als geluk ‘m ergens in zit, dan bedoelen we dat datgene waar geluk ‘m dan in zit (meestal iets kleins), positieve invloed heeft op geluk. Tezamen betekent “zit ‘m in” dan ongeveer “hangt af van”. Maar afhankelijkheid is wel wat te sterk. Met “geluk zit ‘m in kleine dingen” bedoelen we te zeggen dat gelukszoekers juist aandacht voor kleine, eenvoudige dingen moeten hebben. Geluk is niet ingewikkeld en niet veelomvattend. Je moet er ook eigenlijk niet naar zoeken. Geluk is overal waar jij het ‘m in wil zien.

Naast geluk zitten ‘m ook dikwijls knepen in iets. Een kneep is wel iets ingewikkelds dat ‘m zit in iets dat essentieel is voor een goed resultaat. Een kneep moet je beheersen. Een kneep is een kunstje voor onder de knie. Knepen zorgen voor kwaliteit. Hier betekent “zit ‘m in” dus duidelijk “heeft vooral te maken met”. Iemand zei ooit eens tegen me: “Bij bierbrouwen zit ‘m de kneep in hoe schoon je werkt”.  Er zitten ongetwijfeld nog wel meer belangrijke kneepjes in het vak van de bierbrouwer, maar dit was blijkbaar een noemenswaardige.

En een verhaaltje zit ‘m soms helemaal niet in het onderwerp dat ik eerst in gedachten had. Terwijl ik dacht dat ik over geluk “moest” schrijven, dacht dit verhaaltje er anders over. Als ik het verhaal teveel leid, kom het op een dood spoor. Maar als ik me door het verhaal laat leiden ontdek ik prachtige zijsporen. Puur geluk eigenlijk. Verhaaltjes zitten ‘m meestal eigenlijk nooit ergens in bij mij. Het is precies omgekeerd. Ik zit ‘m zelf in mijn verhalen als ik ze de vrije loop laat.

De leeuw moet naar buiten

Dat je van binnen vecht als een leeuw, maar dat daar aan de oppervlakte niets van te merken is. Ken je dat? Die leeuw moet nodig naar buiten komen, dacht ik laatst. Dus ik zei: Hup leeuw, ga eens buiten jezelf brullen. Natuurlijk bleef hij stoïcijns in zichzelf gekeerd.

Die innerlijke leeuw vecht voor wat hij waard is, maar wat is hij eigenlijk waard? Of vecht hij niet voor zijn eigenwaarde? Misschien vecht hij voor andermans waarden. Soms denk ik dat hij eigenlijk vecht voor de waarheid in plaats van waardigheid. Waarheid maakt immers waardig.

Leeuwen zijn van nature hele waardige dieren. Maar als je ze opsluit, kan niemand hun waarachtig gebrul horen. Niemand kan dan zien hoe machtig die manen schudden. Dan wordt de leeuw steeds minder waardig. Dat geldt ook voor je innerlijke leeuw. Dus de leeuw móet naar buiten!

Maar de leeuw durft niet zo goed naar buiten. Ik denk dat hij bang is dat zijn brul te hard is, en dat zijn manen te woest zullen schudden. Hij weet niet zeker welk effect hij zal hebben op zijn omgeving. Maar misschien is hij eigenlijk bang voor het effect van de omgeving op zichzelf. Maar die leeuw moet niet zo piepen, vind ik. Hup, naar buiten, en brullen maar!

 

Hoe te stoppen met Facebook

Ergens halverwege december vorig jaar besloot ik dat ik cold turkey ging stoppen met Facebook. Wel na mijn verjaardag natuurlijk. Ik was er teveel aan verslaafd geraakt, vond ik. Vele minuten per dag werden door mij aan Facebook verspild, al hield ik die minuten natuurlijk niet bij. Minuten gevuld met flauwekul. Gekke kunsten, rare fratsen, opmerkelijke onzin, noem maar op. Die minuten had ik beter kunnen besteden aan het lezen van echt nieuws.

Ik vond leuk bij de vleet. Ik kreeg er niet genoeg van. Eerst kon je alleen maar leuk vinden, maar later kon je ook lachen, huilen, tieren en zwijmelen als reactie op een bericht. Daar trok ik mijn streep. Ik vind het leuk, of ik vind niets. Punt. Ik geloof niet dat mijn totale aantal vind-ik-leuks als percentage van het totale aantal berichten dat ooit op facebook is geplaatst, boven de miljoenste procent komt. Ik heb praktisch niets leuk gevonden eigenlijk. Het is compleet verwaarloosbaar.

Maar mijn vind-ik-leuks zijn toch uitingen van mijn identiteit? – zou je kunnen denken. Ik ben wat ik leuk vind, en dat wil ik met de hele wereld delen. En hopelijk krijg je dan veel bijval van anderen. Die bijval is heerlijk. En dus verslavend. Eigenlijk wil je dus graag dat anderen leuk vinden dat jij leuk vindt wat je leuk vindt. Te triest voor woorden dus. Met name die realisatie maakte dat ik met facebook wilde stoppen.

Helemaal facebook-vrij ben ik trouwens nog (lang) niet. Mijn account bestaat nog steeds. Je kunt je account verwijderen, maar dat voelt nog teveel als een amputatie. Een zuiver teken van afhankelijkheid. Facebook biedt je ook de mogelijkheid om je account tijdelijk in de koelkast te zetten. Maar dat heb ik ook nog niet gedaan. Ik weet niet wat me tegen houdt. Misschien het signaal dat ik op die manier mijn vingers virtueel in mijn oren steek. Nu negeer ik iedereen alleen maar. Dat voelt minder erg.

Dat cold turkey stoppen betekende eigenlijk alleen maar dat ik de facebook app van mijn telefoon heb gegooid. Dat bevalt heel goed. Zo krijg ik geen push-meldingen van facebook meer op mijn telefoon. Dat is eigenlijk toch virtueel de vingers in de oren steken. Sindsdien vind ik niks meer expliciet, digitaal leuk. Laatst keek ik stiekem even via de browser. Er stonden honderden berichtjes op me te wachten. Vele gemiste nieuwe uitnodigingen voor een spelletje, vele gemiste nieuwe foto’s, vele gemiste reacties op een reactie van een vriend/vriendin op een berichtje van daar weer een vriend of vriendin van. Ik heb ze maar gelaten voor wat ze waren.

Dus tja, hoe te stoppen met facebook? Willen is 1, kunnen is 2. Als je echt wilt stoppen, dan is het zo gebeurd. Gewoon je account opheffen. Dat dat voelt als een virtuele zelfmoord is precies wat Mark Zuckerberg heeft willen bereiken bij je. Of je doet het net als ik: je wordt een virtuele zombie.

minecraft-zombie

Reetfilter

Vanaf nu hoor ik geen reet meer. Ik kan namelijk letterlijk geen reet meer horen. Ik wíl ook geen reet meer horen. Ik verdraag geen ene reet meer.

Daarom heb ik een reetfilter laten implanteren. Een aanrader wat mij betreft. Nu kan reet me geen reet meer schelen. Het doet me eenvoudig geen ene reet meer.

Achter mijn beide oren zit nu dus een miniscuul reetfiltertje die het lijntje tussen oor en brein aftapt. Zit er een reet op de lijn, dan wordt het getagd met “ruis” en doorgestuurd naar het brein. Dat brein vat het vervolgens op als irrelevant waardoor reet me geen reet meer doet. Retegoed toch?

.

Moest van poes

Blij, blijer, blijst.
Vrij, vrijer, vrijst.
Lui, luier, luist.
Sneu, sneuer, sneust.
Moe, moeër, moest.

Ik zeg eigenlijk nooit “blijst”, of “vrijst”. Misschien zou ik “sneust” nog wel eens kunnen zeggen. Maar zeker nooit “moeër”. Wel “moest”, maar niet omdat ik zo moest uitdrukken dat ik me ooit het moest voelde. Moest is de verleden tijd van moet, en ik moet niks, dus ik moest ook nooit iets. Als ik al moest, dan was het op de plee, en dan had het doorgaans een bevrijdend effect op me. Niks zo bevrijdend als heerlijk zelfsloos moeten op de plee. Heel zen dus (alsof ik daar verstand van heb, maar toch). Hoewel moeten en zen volgens mij weinig met elkaar op hebben.

Zen is in de volksmond ook een bijvoeglijk naamwoord. Iemand zei laatst tegen me dat strijken heel zen kan zijn. En katten zijn ook altijd zen. Daar ben ik het mee eens. Niets is zenner dan een kat. Katten trekken zich niks aan van regels. Katten zijn de zenste wezens op Aarde. Katten zijn te edel om te moeten. Katten mogen schaamteloos lui doen. Niets zo lui als een kat. Katten zijn het allerluist. Ze wakkeren luiheid bij je aan. Als poeslief bij je op schoot springt, zich uitstrekt en uitgebreid gaapt, voel je je ineens ontzettend moe. Je vergeet ineens wat je eigenlijk doen moest. Je moet eigenlijk helemaal niks, vind je ineens.  Je gaapt zelf ook eens flink en zakt wat meer onderuit. Je bent ineens veel te moe om te moeten. Nog voordat je hoofd tegen de bankleuning zakt, lig je, net als poeslief, heerlijk zelfloos te ronken. Je was er ook aan toe, en poes wist dat. Het moest van poes.