Wat nou als ik een collega zou tegenkomen in de sauna? Dat je net uit het ijskoude dompelbad klimt waar je je kort daarvoor met veel oeh en aah in liet zakken en plots je poedelnaakte collega tegenover je ziet. En die collega mij, in al even schaars ornaat. “Hee Mark, jij ook hier?”, zegt de collega alsof we elkaar gewoon in de supermarkt tegenkomen. “Ja, en jij ook zo te zien”, zeg ik dan maar. Nu geneer ik mij niet voor mijn lijf, maar dat ervaar ik alleen bij totale onbekenden en uiteraard mijn geliefde. Ook zit ik er niet mee als buren ’s ochtends na het douchen glimpen van mijn lijf zouden opvangen. We zijn allemaal naakt geboren. Collega’s ongetwijfeld ook, maar met hen moet ik nog sparren, vergaderen en projecten doen. Ten overstaan van collega’s presenteer ik plannen en wenkende perspectieven. Dat dan in de zaal die ene collega heimelijk zit te glimlachen en ik weet waarom. Vanonder de boord van mijn hemd zouden rode vlekken omhoog kruipen, zo rood als mijn hele huid was op het moment dat ik uit het dompelbad klom en zij doodleuk tegenover me stond bloot te wezen.
Month: juni 2026
Kaders
Je staat in menig kader. Of je dat nou wil of niet. Mensen plaatsen elkaar voortdurend in kaders. Het ligt in onze natuur. Het gaat er niet om of jij in dat kader past, maar dat het kader om jou heen past. Op dat moment. Op basis van het gedrag dat van je wordt waargenomen. Met de kennis die de ander van jou heeft. Het kader is van de maker. Het kader is typerend voor de maker. Het kader geeft de maker ervan houvast aan hoe om te gaan met jou. Kaders kunnen heel hardnekkig zijn. De instandhouding van een gedateerd beeld van jou steunt een belang van de kadermaker. Je mag niet veranderen, want dan pas je niet meer in het kader. Ik geef dat gedrag dan maar eenvoudig mijn eigen omkadering. Daar kom je voorlopig zelf ook niet meer uit.
Tied
Vandaag is mijn vader jarig. Zou jarig zijn. Hij is ja oet de tied. Daar had hij wel wat mee, met de tied, want in zijn huis hangen overal klokken. Die hield hij draaiend en lopend. Nu staan ze allemaal stil. Die liefde voor techniek deelden we. Hij repareerde klokken, ik repareer oude platenspelers. Laatst kreeg ik het horloge dat mijn vader altijd om zijn pols had. Een stukje technisch vernuft. Allemaal wijzerplaatjes waar hij dagelijks naar keek. Het liep niet heel best meer, maar dat was een kwestie van een nieuw batterijtje. Ook heb ik het metalen bandje in een bakje met warm water en een drupje afwasmiddel gelegd. Ik zag het zwarte vuil bezinken. Huidvet van mijn vader, dacht ik. Op het alwetende internet vond ik de handleiding en leerde voorts dat een Pulsar een betaalbare Seiko is, maar dat de interne uurwerkjes uit dezelfde fabriek komen. In al die jaren dat hij het droeg heb ik nooit enige interesse voor het horloge getoond. Net zo min als ik deed voor die gouden zegelring die hij altijd droeg. Om zijn rechter ringvinger. Ik weet nu dat die ring van zijn vader is geweest, die hem weer van zijn vader had. Een gewichtig erfstuk waar ik nog een mooie plek voor moet bedenken. Dragen ga ik het in ieder geval niet. Maar de oude Pulsar zal ik sowieso twee keer per jaar dragen, om zijn sterfdag en zijn geboortedag te markeren.
