In de stemming

Morgen mag het weer. Met uiterste precisie zal ik trefzeker mijn stem laten gelden. Ik stem de laatste tijd zo vaak, dat ik het al met mijn ogen dicht kan. Begrijp me niet verkeerd, ik bedoel niet dat ik het potloodpuntje op goed geluk met mijn ogen dicht op het stembiljet laat vallen. Stemmen is een ernstige zaak waarover ik geen grapjes duld. Ik heb ook geen begrip voor mensen die zeggen dat ze niet gaan stemmen. “Ik stem blanko”, zeggen ze stoer. Schei toch uit zeg! Je leeft in een maatschappij waarin het volk haar vertegenwoordigers van de wet mag kiezen. Niet kiezen staat wat mij betreft gelijk aan onverschilligheid tegenover die wetten. En kom niet aan met “waarom zou ik nog moeite doen, want de laatste tijd blijft er geen kabinet de volledige termijn overeind”. Wees blij dat wanregeringen in ons land vanzelf uit elkaar vallen in plaats van dat ze ons eindeloos blijven tergen. 

Morgen ga ik opgetogen naar het stemlokaal en laat mijn stem trots gelden. Het mag weer. Ik ben er helemaal voor in de stemming.

Waar genomen

Rond de zomervakantie hoor of lees je vaak dit: Jaap neemt de zaken waar tijdens Kees’ vakantie. Of: Henk neemt Piet waar tijdens zijn afwezigheid.
Dit moet je niet al te letterlijk nemen natuurlijk, als met zoveel dingen die we zeggen. Taal is daar natuurlijk helemaal niet voor bedoeld. Henk gaat Piet heus niet achterna reizen om hem een beetje gade te slaan. Evenmin gaat Jaap alleen maar kijken en luisteren naar de manier waarop Kees’ zaken gaan tijdens zijn vakantie. Er wordt ook verwacht dat Jaap ingrijpt of aan stuurt wanneer het nodig is. Alhoewel het in de praktijk toch meestal blijft bij het houden van het oog in het spreekwoordelijke zeil.

Met het werkwoord waarnemen is sowieso iets aan de hand. Bij vervoeging valt het uit elkaar als een slechte relatie. Bijvoorbeeld: Ik nam waar. Hoe zit dat überhaupt? Wat zijn de grammatikale wetten hier? Stofzuigen is ook zo’n werkwoord. Is het nou “ik heb stof gezogen” of “ik heb gestofzuigd”? Ik zeg zelf altijd expres het laatste, omdat ik een principieel mannetje ben. Nu weer terug naar dat waarnemen. In de kantoorsfeer schuilt daar een sexuele intimidatieadder onder het anti-statische tapijt. Alleen notoire sexisten of naïve taalklunzen schrijven dat zij hun collega waar hebben genomen.

Goeie shit dat pogen!

Hé Meneer, wat doet u nou?
Ik poog, jongeman, ik poog.
Pogen, hihihi, wa’s dat nou weer?
Pogen is een edele bezigheid, jij kan het ook. Probeer het maar eens.
Ja doei, ik ga echt niet zitten pogen zeg. Wat heeft dat nou voor zin?
Pogen is de zin des levens. Leven is pogen en pogen is leven.
Wat bazelt u toch ouwe. Leven gaat vanzelf. Daar hoef je toch niks voor te doen?
Nee jongeman, geleefd wórden gaat vanzelf, zélf leven niet.
Wacht effe, dus iemand anders kan mij leven? Cool!
Nee, niet “cool” jongeman. Zij die worden geleefd, bestaan niet.
Huh, dus geleefd worden kán helemaal niet?
In tegendeel, het gebeurt maar al te vaak.
Meneer, ik snap er de ballen van.
Jongeman, het is echt heel eenvoudig: bepaal jij wie je morgen bent, of doet een ander dat?
Ja dùh, ik natuurlijk. En trouwens, ik ben altijd wie ik ben, morgen en over honderd jaar.
Dat zeggen allen die geleefd worden. Zélf leven is jezelf ontwikkelen. Pogen is ontwikkelen.
Jaaaa, ja. Dus van pogen wordt je, zeg maar, nog vetter. En eh… kun je dat leren, dat pogen?
Zoals ik al zei, je kunt het al lang. Iedereen heeft het in zich om te pogen. Gewoon een kwestie van doen.
Dus ik hoef er niet voor te leren?
Eh, juist, dat zeg ik.
Goeie shit dat pogen!

ik blokkeer je doodleuk terug!

Het viel me ineens op dat ik al een tijdje geen tweet meer had gezien van een kennis van me. Het was nog vakantie, maar gezien de enorme activiteit van de persoon in kwestie ongeacht vakantietijden, vroeg ik me meteen af wat er aan de hand was.

Misschien lag het wel gewoon aan de twitter app die ik gebruik, dus ik ging maar eens ouderwets met de web browser kijken op twitter.com. Even zoeken en ik vond mijn nog immer vrolijk twitterende kennis. Niets aan de hand dus. En ik zag ook al wat er wel aan de hand was. Om één of andere reden volgde ik mijn kennisje niet meer. Een klein bugje in twitter ofzo. De techniek staat weer voor niets, zeg maar. Kwestie van gewoon even op het volgknopje drukken en mijn kennisje en ik zijn weer in touch.

Mooi niet dus. Twitter weigerde de achtervolging in te zetten. Ook na 10 keer driftig klikken. En toen viel me een niet bijzonder in ’t oog opspringend boodschapje op, dat steeds verscheen als ik op de volg-knop klikte. Die zegt normaal gesproken dat de achtervolging is ingezet, maar deze keer dus niet. Deze keer vertelde het me dat ik deze persoon niet kan volgen omdat de persoon mij heeft geblokkeerd.

Ik. Geblokkeerd. Boem. De deur in mijn gezicht. Zonder enige waarschuwing. Tegen mijn ego in gestreeld. Nou “kennis”, ik blokkeer je doodleuk terug! Pah!

meligte

hoogte – hoogheid
droogte – droogheid
nattigte – nattigheid
stilte – stilheid
kilte – kilheid
moeite – moeiheid
schoonte – schoonheid
luwte – luwheid
lulligte – lulligheid
waarte – waarheid
zwaarte – zwaarheid
heette – heetheid
blijte – blijheid
vrijte – vrijheid
boete – boeheid
klote – kloheid
gelijkte – gelijkheid
apartte – apartheid
wijdste – wijdsheid
wijste – wijsheid
mafte – mafheid
lengte – lengheid
lenigte – lenigheid
menigte – menigheid
onenigte – onenigheid
slaperigte – slaperigheid
veelte – veelheid
eente – eenheid
grootte – grootheid
gemeente – gemeenheid
overte – overheid
zinlooste – zinloosheid
oppervlakte – oppervlakheid
narigte – narigheid
rijpte – rijpheid
verste – versheid
groente – groenheid
verte – verheid
nabijte – nabijheid
dichtte – dichtheid
constante – constanheid
onzinnigte – onzinnigheid
gete – geheid
afscte – afscheid
flauwte – flauwheid
meligte – meligheid

Schuitje varen, crisisje remmen

Zolang er wat te ergeren valt, valt er voor mij wat om over te bloggen. Dat is de pluskant. Nu de minkant.

Ik rij regelmatig langs de Drentse Hoofdvaart. Die is vergeven van de sluizen en bruggen. En ook van de plezierjachtjes met van die kijk-mij-nou-toch-eens-genieten-van-mijn-wel-verdiende-pensioen-grijsaards erop. Dit zijn de mensen uit de generatie die onze economie weer hebben opgebouwd na de oorlog. En ze zullen het snotverdorie ook weer helemaal opmaken ook! Asociale levensgenieters! Het zou maar zo kunnen dat de gezamenlijke waarde van al die plezierschuitjes ons begrotingstekort ruimschoots afdekt.

En alsof ze het ons ook nog eens even extra in willen wrijven hebben die suffe schuitjes ook nog eens voorrang op het wegverkeer. Zelfs in de spits. Dan mag je vanuit je auto, waarvan ik braaf om economische redenen de motor heb gestopt, gelaten toezien hoe je eigen dreigende pensioentekort tergend langzaam voorbij tuft. Ik haat ze!

In de kantine vanmiddag blies ik hierover al wat stoom af. Een bijna gepensioneerde haalde zijn schouders op en merkte op dat die luizenlevenslijders wel eens een remmende werking op de economische crisis zouden kunnen hebben. Zonder hun uitgavenpatroon zou de crisis immers nog wel eens veel erger kunnen zijn, zo redeneerde hij. Klink walgelijk logisch dus het zal wel waar zijn ook. Bah.

Eikel met Wortelnijd?

In Zweden zag ik deze monumentale eik. De boom is ontzagwekkend dik. Op het oog minstens twee meter. Het ventje (mijn zoon) dat er een beteuterd naast staat zou met gemak languit kunnen liggen in de boom. Iemand vertelde me dat de eik meer dan 500 jaar oud is. De eikel waaruit deze boom is ontsproten schoot dus ergens aan het eind van de middeleeuwen wortel. 

De eik staat op het terrein van een oude en beetje vervallen camping aan het grote Vänern-meer. We staan er met onze tent tussen dikke, bejaarde berkenbomen (en dikke, bejaarde Zweedse campeerders die alleen uit hun dikke caravan kwamen om óf naar de wc te gaan óf het gras om hun caravan te maaien). ’s Nachts zou het er heel stil zijn als de aftandse ijscovriezer in het kiosk-gebouwtje niet zo bromde. Het bromde niet heel hard, maar draaide niet continu. Als de vriezer zich uitschakelde werd de stilte even hoorbaar, tot het kreng weer aan sprong.

Toch sliep ik er heerlijk en in de laatste nacht op de camping had ik een bijzondere droom:

Ik loop midden in de nacht blootsvoets in een dun, hagelwit gewaad door een dicht woud van spierwitte berken. Het is heel helder en bijna volle maan. Mijn adem beslaat, maar ik heb het niet koud. Ook is het doodstil. Ik hoor geen enkel geluid behalve mijn eigen ademhaling en het gedempte ritselen van mijn eigen voetstappen in het zachte mos. Door de bomen zie ik het spiegelgladde wateroppervlak van het meer. Vastberaden loop ik in de richting van het meer. Het woud wordt minder dicht, en de berken worden steeds dikker.

Dan gebeurt het. Ik kom steeds moeizamer vooruit. Het kost me steeds meer moeite om mijn voeten op te tillen. Ik kijk naar mijn voeten. Ze zijn spierwit en zien er pezig uit. En het gewaad dat ik draag lijkt wel van spinrag. Het hangt in losse flarden om me heen. Steeds moeilijker kom ik vooruit. Mijn voeten komen steeds vaster in de grond te zitten en mijn benen worden steeds zwaarder en stijver. Er steekt een zachte, koele bries op vanaf het water. De raggen om mijn lijf waaien helemaal van me af, maar ik voel geen kou. De berken om me heen fluisteren geruststellend: “Shhhhhh, het is goed. Shhhhhhh”.

Op enkele meters voor de waterkant kom ik tot stilstand. Ik kom nooit meer vooruit, weet ik, maar ik voel me volkomen op mijn gemak. Ik kan me bijna niet meer bewegen. Ik kan mijn armen nog één keer optillen. Ik kijk naar mijn linkerhand, maar zie een dikke tak. Mijn rechterarm is ook een tak. Ik verander in een eik. Dat wat ooit mijn voeten waren zit ergens heel ver onder me, diep in de aarde. En dan groeien mijn ogen dicht en de wereld verstomt. Eindelijk zíe ik. Opgelucht blaas ik mijn longen leeg. Alles is goed.

Rare droom vol clichématige symboliek. Ik onderga in mijn droom gelaten een metamorfose die ik best griezelig vind. Mijn interpretatie is dat ik de eindigheid van het leven niet moet bestrijden, maar juist omarmen. Moet ik loslaten om echt goed te kunnen wortelen? Moet ik me ontdoen van omhullingen omdat ze me belemmeren te voelen? Moet ik mijn ogen en oren sluiten om echt te kunnen zien? Of ben ik gewoon een eikel met wortelnijd?

De K-schaaf

Toen ik – lang geleden – introk bij mijn (toen nog) vriendin, maakte ik kennis met de killer-kaasschaaf. Een geslepen ding dat al menige duim had gescalpeerd. Die van mij niet. Ik leerde al snel om het loeder met respect te behandelen, vooral bij de belegenere kazen. Ik zorgde er dus altijd voor dat bij het uitschieten bij het schaven mijn duim- en ook andere vingertoppen niet konden worden geraakt.

De killerkaasschaaf hebben we nog steeds en nog altijd is het ding gemeen scherp. Maar onlangs meende mijn vrouw dat het tijd was voor een nieuwe. Ik was eigenlijk nog heel tevreden met de oude, dus ik gebruik die nieuwe dan maar als de oude in de vaatwasser zit. Het nieuwe geval blijkt een regelrechte K-schaaf. Er valt gewoonweg niet fatsoenlijk mee te schaven. Het lukt me niet om er mooie regelmatige plakjes mee te schaven. Het schraapt meer dan dat het schaaft. Het is een regelrechte kaasverkrachter en heeft het vooral gemunt op zachte, jonge kaas.

De kaasschaaf is overigens uitgevonden in Noorwegen. Tijdens onze vakantie trokken wij door dit prachtige land. En de bewuste K-schaaf was mee. Mijn vrouw had het heel praktisch in het ontbijt- en lunchkratje gestopt. Bij de eerste schaafgelegenheid pakte ik het uit het krat. Toen ontdekte ik pas dat het de K-schaaf was. Ik zweer je dat het er zeer zelfingenomen uitzag. En toen ik het over een zacht Noors stukje kaas trok, waren verfrommelde frotjes kaas mijn deel. “Ach, jij kan ook niet met dat ding overweg!”, sneerde vrouwlief. De K-schaaf keek me zo mogelijk nog zelfingenomener aan. Er stak nog een flapje kaas uit de snede waardoor het ook nog leek alsof het een tong naar me uitstak: “lekker puh!”.

Je begrijpt het, ik koester een zekere wrok jegens de K-schaaf. Temeer omdat het zich in de handjes van mijn vrouw voorbeeldig gedraagt. Op een dag moest ik even wat bekers omspoelen. Die lagen in het (opvouwbare) afwasteiltje. In het campingkeukentje kwam ik er achter dat ik bloeide. Er drupte namelijk bloed in de gootsteen. Mijn bloed. Afkomstig uit een jaap aan mijn middelvinger. En ik kon me niet herinneren dat ik iets had gevoeld. Dus ik ben langs iets vlijmscherps gekomen met mijn vinger.

Terug bij de tent liep ik mijn recente handelingen eens na. Te beginnen bij de afwasteil. Daarin lag de K-schaaf onschuldig maar o zo verdacht voor zich uit te kijken. Het valse kreng moet me hebben gepakt toen ik de bekers uit de teil haalde. Sindsdien weet ik het zeker, de haat is wederzijds. Weer thuis heb ik die goeie ouwe killer-kaasschaaf teder ter hand genomen en liefdevol – met de keukenla open zodat de K-schaaf het kon zien – een perfect plakje heerlijke jong-belegen kaas geschaafd en in volste vertrouwen zo met mijn mond van mijn geliefde killertje gehapt. En toen nog eens. En nog eens! Hah!

Tijdschijf

image

Vandaag heb ik zo’n gigahorloge gekocht. Is helemaal in naar het schijnt. Het is echt een enorme plak aan mijn pols. En dan heb je ze nog veel groter. Met deze lijkt mijn pols wel een kinderpolsje.

Je hebt ze ook nog een stuk dikker ook. Ik zag laatst een vent met zo’n joekel van een uurwerk om zijn pols. Met allerlei wijzertjes erop. Het leek wel een cockpit. Ik vroeg hem eens hoe laat het was, waarop hij zijn arm optilde. Hij zwoegde duidelijk, maar liet het niet merken. “Aaaaacht over drie”, zei hij met de tanden op elkaar geklemd. Zwaar als een molensteen. Mocht hij het leven ooit moe worden hoeft ‘ie het ding alleen maar om zijn nek te hangen en van de brug te springen. Wat een bikkel.

Dat bikkelen hoeft van mij dus niet, maar ik moest mijn oude polsjapanner toch eens vervangen. En grote uurwerken zijn vandaag wat de klok slaat in de mode. Dus ik zeul nu ook zo’n enorme tijdschijf mee aan mijn pols. Tja, wie bij de tijd wil zijn, moet zijn pols aan de grote klok hangen.