Hapsnap

Soms moet je wel eens even weer aan je beide oren naar de aarde terug getrokken worden. Een collega deed dit laatst eens eventjes voor me. Zonder zich daar echt van bewust te zijn denk ik. Moest ik ook maar niet naar zijn mening vragen natuurlijk.

“Ik vind het wel een beetje hapsnap over komen eigenlijk”, zei hij. Hij vond het een beetje willekeurig dus, en een beetje zonder lijn ook. Ik stond meteen weer met mijn beide poten op de aardkloot.

Als je ook zo hoog in de atmosfeer zit met je kop, adem je ook hele ijle lucht in. Dat is ook niet bevordelijk voor de helderheid van je gedachten. Je verliest blijkbaar ook het vermogen om een lijn te volgen. Benevelde (lees: “bezopen”) mensen kunnen geen rechte lijn volgen, maar tenminste nog wel een een slingerende lijn. Maar als je hersenen te lang te arme zuurstof krijgen, dan kun je helemaal geen lijn meer volgen. Volkomen logisch eigenlijk. 

En toen ik dus weer op de grond stond, kregen mijn hersenen weer rijke zuurstof toegediend. Alle gevoel voor lijnen, vooral rechte, kwam meteen weer terug. De reactie die ik op dat moment had willen geven op het commentaar van mijn collega was dan ook nogal onwillekeurig en nogal rechtlijnig: 

“Hapsnap? Man, weet je wel wat dat überhaupt betekent? Dat jij er geen lijn in ziet betekent niet dat die er niet is, maar alleen dat jij hem niet zien kan!”

Maar wat ik wel zei was dit: “Dat vind ik een goed signaal, waarom vind je dat precies?”.

Goed hè? Alleen de allerkoelbloedigsten kunnen dat.

Op rolletjes fitter én gelukkiger worden

Het moet nu toch echt maar eens: meer bewegen en minder en vooral gezonder snoepen. Mijn snelle metabolisme stelde mij altijd in staat om te vreten wat ik wilde zonder er dik van te worden. Die snelheid is echter blijkbaar tanende, want er zet zich nu toch echt een vetrolletje af rond mijn middel.

Ik maak me nog verre van zorgen hoor. Laatst liep ik in het zwembad met de kinderen, en merkte op dat ik relatief nog broodmager ben. Mijn buikje stelt nog niks voor, maar daarin schuilt een valkuil. Relativeren is een beetje als je kop in het zand steken. Het gaat hier niet om andermans vet, maar mijn vet. En mijn vet zit me in de weg. Mijn conditie laat bovendien ook te wensen over. 

Dus er is een zekere wil tot gezonde beweging. Nu heb ik echter door veel te fanatiek squashen en verkeerd joggen in het verleden het kraakbeen in mijn kniegewrichten nogal uitgehold, dus lekker joggen in de buitenlucht zit er voor mij niet in. Ik kan natuurlijk gaan fitnessen, maar dat voelt zo zinloos. Iets in dat bewegen zonder je te verplaatsen staat me enorm tegen. Ik wil sport en plezier bij elkaar houden. Zonder plezier ga ik het dus never nooit niet volhouden.

Jaren geleden kocht ik (na lang mijmeren) een paar inline skates. Ik deed zelfs een skate clinic om met voeten op rolletjes veilig te kunnen deelnemen aan het verkeer. Al met al heb ik er misschien 25 keer op gereden. Vraag mijn vrouw maar niet naar haar mening over de aanschaf ervan destijds. Diezelfde skates heb ik desalniettemin maar eens weer van zolder gehaald en voorzien van mooie, nieuwe, soepele wieltjes. Het is dus mijn bedoeling om, in plaats van hollen, te gaan rollen. Op rolletjes fitter worden dus. 

Gisteren heb ik met mijn kinderen een paar rondjes om het huizenblok aan de overkant gemaakt. De nieuwe wieltjes voelden zalig. En ik kende de kneepjes nog prima. Met kalme slagen zoefde ik zachtjes en geroutineerd over de klinkertjes van de straat. Mijn vier kinderen ratelden op hun speelgoed-skates op verschillende afstanden achter mij aan.

Af en toe stopte ik om de kinderen de kans te geven om bij te blijven, en om hun schaatshouding te corrigeren. “Door de knieën en kont naar achteren, alsof je moet poepen!”, riep ik. En het sorteerde resultaat. Ze kregen allemaal de slag te pakken en willen voor hun verjaardag ook échte skates. Ik genoot dus met enorme teugen. Mijn nieuwe wieltjes hebben zich nu al terug betaald in geluk. 

Recreatie

Op celniveau is je lijf steeds bezig om zichzelf te regenereren. Volgens de formule, de genen, die je hebt gekregen van je ouders en al je voorouders. Regenereren, ofwel: weer genereren. Dit blijven je cellen doen tot je sterft. En de regeneratie van een deel van jouw genen gaat weer door in je nakomelingen. Dat is de zin van alle leven: het voortplanten van je genen, zodat ze wederom een uniek levend wezen genereren dat zichzelf kan regenereren.

Wij mensen regenereren onszelf dus voortdurend. Daar denk je niet eens bewust bij na. Het gebeurt gewoon en je merkt er eigenlijk niet zoveel van. Het komt mij nooit voor dat ik denk: “oh, wat voelt die nieuwe baardhaarcel daar op mijn kin lekker zeg!” Ik zie er natuurlijk wel de resultaten van. Ik zie toch echt iedere keer, ondanks de ultragladde scheerbeurt, een afternoon shadow op mijn gezicht. Maar je voelt je baard dus niet groeien. Ik tenminste niet.

Vanochtend, terwijl mijn brakke, door een vage griep geplaagd lijf zich desondanks maar bleef doorregenereren, besloot ik dat dat regenereren een stuk beter zou gaan met een frisse neus. Het weer buiten reflecteerde mijn vage ellende: het regende. Ik liet me er niet door ontmoedigen. Ik pakte mijn regenlaarzen, trok mijn regenjas aan en toog naar het bos.

De parkeerplaats waar ik mijn wandeling begon was door de regen veranderd in een modderpoel. Ik ploegde de wagen er doorheen en parkeerde het op een droge plek. Daar trok ik mijn laarzen aan en begon mijn wandeling, met bonkende slapen en een piepende borstkas. Ik negeerde deze signalen en stapte gewoon door. En jawel, het begon me al snel goed te doen.

De regen tikte onafgebroken op mijn capuchon en de stoppels op mijn ongeschoren wangen schuurden langs de binnenkant ervan, dus ik kon het bos nauwelijks horen. Die capuchon ging dus af, en ik liet mijn hoofd lekker nat miezeren. Op de achtergrond hoorde ik nog de geluiden van de weg, dus ik besloot om diep het bos in te gaan. Het eerste de beste smalle en zeer blubberige paadje sloeg ik in. En toen hervond ik mezelf, met iedere stap die ik dieper het bos in ging.

Ik liep heerlijk te recreëren. Ja, dat is wat ik heel bewust voelde. Ik was bezig om mezelf opnieuw op te bouwen. Ik zette alle elementaire deeltjes die mij mij maken weer in het gelid. Ik voelde hoe al mijn spieren zich opnieuw creëerden. Ik voelde hoe mijn hoofd zich opnieuw creëerde. Ik voelde hoe mijn voetzolen zich opnieuw creëerden. Alles, mijn hele wezen recreëerde zichzelf. Het deed me enorm goed.

In alle bescheidenheid

Om de mensheid niet te verpletteren met mijn indruk,
doe ik maar gewoon en precies gek genoeg.

Om de mensheid niet te verbluffen met mijn alwetendheid,
meet ik me een vertwijfelde blik aan, hou me van de domme.

Om de mensheid niet te verblinden met mijn schoonheid,
kleed ik mij heel gewoontjes, eigenlijk bij het saaie af.

Om de mensheid niet te overdonderen met mijn charmes,
doe ik me bot voor, dus voel je maar niet beledigd.

Om de mensheid niet te bederven met mijn ruimdenkendheid,
stel ik me moedwillig bekrompen op, voor jullie bestwil.

Om de mensheid niet te verbijsteren met mijn kunst,
hou ik me maar in en schrijf ik flauwe versjes zoals deze.

Deze storm werd mede mogelijk gemaakt door…

Het is dus voor een deel Ulla’s schuld dat een groot deel van Engeland blank staat. Willemijn de weervrouw zei even tussen neus en lippen door dat de storm die over GB trok in Duitsland Ulla werd genoemd. En als jij je naam ook op de internationale weerkaart wil hebben, dat dat kan als je daar veel geld voor over hebt.

Ik zag dat dus meteen voor me. En dan natuurlijk ook meteen de wedijver die daaruit ongetwijfeld gaat voortvloeien. Wie is de eerste die een storm claimt? Er zal een heus internationaal storm claimers hall of fame komen met daarop de storm top scores: windsnelheid, neerslagvolume, totale schade (hectares verwoest oerwoud, aantal verwoeste woningen, aantal doden). Uiteraard kunnen claims ook worden verhandeld. En allicht kan de storm-eigenaar advertentie-inkomsten werven: Deze storm werd mede mogelijk gemaakt door Gamma… Over 10 jaar vinden we dat heel normaal.

Het claimen van een storm met potentie kost veel geld, maar ik zie ook een markt voor andere natuurrampen zoals tsunami’s, vulkaanuitbarstingen en natuurlijke bosbranden. De wedijver zit in de plek die je zult krijgen op de natural disaster hall of fame.  En je zou natuurlijk moeten kunnen wedden op de omvang van de schade van de natuurrampen. Er zullen apps komen zodat je altijd en overal, terwijl je de ramp ter plekke ziet ontstaan, je weddenschap kunt plaatsen. En omdat dat nogal macaber is moeten de opbrengsten van die weddenschappen voor een belangrijk deel naar de gevallen slachtoffers gaan.

Ik zie een nieuwe startup. Nu nog een crowd die het wil funden. Wat een gekte, maar over 10 jaar denk ik daar anders over en heb ik er spijt van dat ik toen ik dit schreef de ondernemendheid ontbeerde.

Timing

Kleine vent wil niks eten.
Hangt slapjes tegen mij aan
Zijn buikje doet zeer
Mama brengt hem maar naar bed
Dat kan nog net voor ze gaat.

Dan is ’t bedtijd voor de tweeling
Dus ik jaag ze in hun pyama’s
Kleine vent zit al in zijn bedje
Mama leest hem verhaaltjes voor
Daarna knuffelt ze hem extra lang

Ik pak ook maar snel een knuffel
Een slecht voorgevoel bekruipt me
Vier voetjes schuifelen de trap weer af
Ze mogen nog eventjes naar beneden
Totdat mama in de taxi stapt

Dochterlief kleeft aan haar moeder 
Dikke tranen met dikke tuiten
Mama heeft haar koffer weer gepakt 
En ze was net weer terug
Ik ruim de vaatwasser maar in

Net als ik me afvraag of hij slaapt
Hoor ik ons zieke ventje huilen
Ik vlieg snel naar hem toe
Hij voelt zich hartstikke beroerd
Kom maar, zeg ik, kom maar mee

Voor ik hem naar beneden draag
Graaf ik in de medicijnendoos
Naar kinderparacetamolletjes
Kijk eens? Papa heeft ze gevonden
O nee, wat doe je nou dan!?

Alle medicijnen onder gespuugd
Gauw naar de badkamer!
Och, het blijft maar komen
Uiteraard niet in de wc
En dan gaat natuurlijk de deurbel…

Mama’s taxi staat dus klaar
Ik krijg nog een haastig kusje
En ontferm me over de zieke
Lekker onder de warme douche
Hij kan er ook niks aan doen

Wat later ligt hij opgelucht in bed
Slaap maar fijn, kleine stumper
Papa gaat nergens heen
Alleen even naar beneden
Om een emmer sop te halen

Jongens, jullie gaan nu ook naar bed
De badkamer is nog buiten gebruik
Ja, ik weet het, ik stink heel erg
Ga nou maar naar boven
Ik krijg het allemaal wel weer schoon

Als ik klaar ben is het al ver na achten
Onze grootste vent is nog niet naar bed
Maar ik krijg een hele fijne knuffel
Omdat hij het met me te doen heeft
Ik krijg er écht heel veel voor terug

Ik duim een whatsappje de wereld in
Op zoek naar nog meer medeleven
Niet leuk, bliept vrouwlief meteen terug
Hoi met mij, zeg ik even later schor
Ze is net in Zwolle aangeland

Zij vindt het ook een geweldige timing.
Dit is echt een kutafscheid, zegt ze
Nee, leuk is inderdaad anders
Ach, afscheid moet je kort houden
Maar dit voelt wel heel schraal

Nou, hou je maar taai lieverd
Ja, jij ook. 
Goeie reis en geniet ervan he.
Dank je, zal ik doen. Doeoeg
Doehoeg

Taelinconsistentii

Gek hoe je soms ineens kan denken van: goh, wat gek eigenlijk dat iets is zoals het is. Ik heb dat vaak als ik bijna in slaap val. Meestal hou ik de verwondering niet vast, zodat ik het de volgende ochtend ben vergeten, maar die van gisteravond is blijven hangen. Wat ik dacht was dit: “goh, wat gek eigenlijk dat we in het Nederlands zo anders omgaan met de i”.

Ik werd op deze gedachte gebracht omdat mijn zoon mij ’s middags in de aanwezigheid van een kamer vol visite een papiertje liet zien waarop hij het symbool Pi had getekend met daar direct achter geplakt de letters M, E en L. Mijn zoon is een nerd van bijna 12, moet u weten. Er stond dus eigenlijk “piemel” op het papiertje. Wijsneuzige Onderbroekenlol. Hij had het met grote letters geschreven zodat alle aanwezigen het duidelijk konden lezen. Erg komisch dus. Het ergste is dat ik hem een aantal dagen terug zelf op het idee had gebracht ook nog.

Die avond, terwijl ik langzaam in slaap viel, kon ik er nog steeds om glimlachen. En toen rezen dus deze vragen: Waarom spreken we de klinkers in de woordjes zoals “nu”, “sta”, “po” en ” uit als een lange klank, maar hebben de ‘i’ en de ‘e’ daar een (extra) ‘e’ voor nodig? En waarom laten we alle andere klinkers langer klinken door ze gewoon te verdubbelen, maar niet met de ‘i’?

Wat als in het Nederlands alle klinkers gelijk behandeld werden… dat kan eigenlijk op twee manieren:

1. Zii je dii fiitser daar, met dii riiten mand aan het stuur?

2. Zie je die fietser daer, met die rieten mand aen het stuer?

Maniir 1 vind ik persoonlijk het mooist. Bovendiin komen we bij maniir 2 in de knoep met de o. En door elkaar vind ik het ook niit goed, want ik hou namelijk niit van taelinconsistentiis.

Eerbetoon

Dit is het beste, meest geweldige gedicht ooit…

Op een dag, lang, lang geleden, stond ik alleen
te liften langs een onmetelijk lange, verlaten weg
en zomaar ineens, schitterde daar een duivels wezen,
midden op de weg…en het sprak deze epische woorden:

Draag nu het beste gedicht ter wereld voor, of je ziel…is mijn!

Dus ik haalde mijn schouders op en zei:

okee

En dit is wat toen spontaan in me op kwam
Het was de bestemming van mijn lot
Dat ik het beste gedicht ter wereld voordroeg:

Kijk maar in mijn ogen, het is duidelijk te zien
Eén en één is twee, en twee maal vijf is tien
Was dit voorbestemd misschien?
Een kans van één op honderduizend zo klein
als in de stralende zon en in heldere maneschijn
de grassprieten aan het groeien zijn

Natuurlijk was de duivel met stomheid geslagen
Swiep-klap deed zijn wapperstaart,
en het monster was er klaar mee.
Het vroeg me knorrend: Zijt gij een Engel?
En ik zei: Nee, ik ben slechts ’n mens.
Hah!

En dit is niet het beste gedicht ter wereld
Dit is slechts een betoon van eer.
Ik kon me het beste gedicht niet meer herinneren, o nee
Dit is een eerbetoon, ja, aan het beste gedicht ter wereld
Okee! Het was het meest geweldige gedicht ter wereld ja!
Okee! Het was het beste fokking gedicht, het meest geweldige gedicht ter wereld. 

En weet je wat het gekke is vrienden?
Dat gedicht dat ik opdroeg op die onheilspellende avond
Klonk in de verste verte niet zoals deze

Dit is echt maar een eerbetoon, geloof me!
En ik wou dat je getuige was, dan waren we het eens
O shit, o goeie God, God Allemachtig
Je zou echt versteld hebben gestaan

Mijn overtallige regenboog

Jaren geleden (1999) stond ik met mijn oude Yashica FR I (0,0 megapixels) op het juiste moment op de juiste plek. Mijn vrouw en ik hadden ons vanwege de alsmaar aanhoudende regen verschanst in een huisje in Oltjärn (Zweden, bij Hedeviken). Het was rond een uur of 9 in de avond dacht ik, en het regenen hield eindelijk op. De zon kwam plots achter de wolken vandaan en bescheen de wegtrekkende bui. Als afscheidscadeautje kregen wij toen deze prachtige overtallige regenboog voorgeschoteld (zie foto hierboven). En ik stond dus klaar met mijn ouwe camera. Ik had er een polarisatiefilter op gedraaid waardoor ik de regenboog perfect kon vastleggen op de diafilm. 

Later kwam mijn foto via een collega van mijn vrouw in de kringen van de meteorologen en kreeg ik het verzoek of mijn plaatje mocht worden gebruikt voor wetenschappelijke doeleinden. Ik stemde meteen in onder de voorwaarde dat mijn naam erbij werd vermeld. In Duitsland (waar ik toendertijd woonde) werd in het jaar nadat ik de foto had genomen zelfs een boekje over weerverschijnselen uitgebracht waarin mijn foto werd gebruikt. En mijn foto werd gepubliceerd in een Deens meteorologisch vakblad. Van beide kreeg ik een exemplaar, die ik nu ik dit schrijf even nergens meer kan vinden. Ze liggen beslist in een oude doos ergens op zolder, niet ver van mijn oude Yashica.

Ik was mijn regenboog al weer haast vergeten tot ik hem zomaar tegenkwam op Pinterest in een heus virtueel regenbogenmuseum. Mijn regenboog, in een museum! Terwijl ik de virtuele traan wegpinkte bedacht ik me dat dat moment waarop ik vol ontzag dit wondertje van de natuur aanschouwde, dus nu virtueel door de hele wereld kan worden herbeleefd. Toch leuk.