Leven

Hoe haalde Johannes het ook in zijn razende bol

Op de dag dat de wereld had moeten vergaan, op mijn verjaardag for crying out loud, strandt er een bultrug op de Razende Bol. Bultruggen kunnen heel goed overweg met ondiepe zeeën zoals de Waddenzee. Toch liep dit dier vast op een zandbank. Maar Johannes hoefde niet te vrezen, want dankzij de dappere lieden van de Ecomare kwam hij prompt weer vrij. Dat moest. Bultruggen horen niet te stranden. Dat is tegennatuurlijk natuurlijk. Hoe haalt dat domme beest het ook – ik kon de woordgrap niet nalaten – in zijn razende bol. 

Dankzij Johannes hebben we er nu een gezegde bij: alleen een bultrug strandt twee keer op dezelfde zandbank. Dom zeg. Ja, maar wat nu als Johannes met opzet op die zandbank wilde stranden? Hij verzette zich toch bij de verwoede reddingspogingen? Hebben ze eigenlijk wel geprobeerd met Johannes te communiceren? Er loopt vast wel ergens een bultrugfluisteraar rond. Dan hadden ze misschien kunnen weten dat Johannes zwaar depressief was. Kotsmisselijk van het slechte milieu. Johannes was misschien wel gewoon klaar met leven. 

Ik was blij toen eindelijk werd besloten om het dier met rust te laten. Let it be. Nu is Johannes doodgelukkig. In de lucht boven de Razende Bol draaien aasgieren rondjes. Het water loopt ze uit de bek. En als ze Johannes tot op het bot hebben afgekloven slepen ze zijn geraamte naar Leiden. Ik zie het voor me. Tegen een bleke hemel afgestoken fladdert in het gloren van de kille ochtend een groep machtige aasgieren met een 12 meter lang bultrugskelet in hun klauwen. Van Texel naar Leiden. Van lijden naar Leiden.  

12-12-12, geen paniek!

Op 12-12-1970, vandaag precies 42 jaar geleden stierf een Belgisch astronoom en uurwerkmaker: Louis Zimmer. Hij is nog steeds ereburger van Lier en maakte de Jubelklok (zie de foto rechts) die nog immer prijkt op de Zimmertoren in Lier.

Het was ook de geboortedag van actrice Jennifer Connelly die in de fantasyfilm “Labyrinth” de rol van Sarah speelde en haar vervelende kleine broertje naar de wereld van de goblins wenst, waar goblinkoning Jareth (gespeeld door en op het lijf geschreven van David Bowie) regeert.

En met die bijzondere gebeurtenissen en nog de eerste verschijning van Jan,  Jans en de Kinderen in de Libelle, moet ik mijn eigen geboorte dan maar delen. Vandaag, op de allermooiste datum van deze eeuw ben ik op de kop af 42 jaren oud (ik bel je wel als ik wens te worden behaagd met welgemeende felicitaties…).

42. In Douglas Adams’ Hitchhiker’s Guide to the Galaxy (HHGTTG) draait het bestaan van de planeet Aarde om dat getal. In die hilarische fantasy moet de Aarde, op een donderdag, tijdens lunch plaats maken voor een nieuwe intergalactische snelweg, dus wordt de Aarde gesloopt. Arthur Dent, wiens huis diezelfde ochtend om vergelijkbare redenen werd gesloopt, overleeft dit alles omdat hij een lift krijgt op een buitenaards ruimteschip. In een belachelijk avontuur leert Arthur over een super-intelligent interdimensionaal ras dat Deep Thought creëerde, een superkrachtige computer die het antwoord moest vinden op een heel moeilijke vraag: Wat is de betekenis van het leven, het universum en alles?

42 bleek het antwoord. Maar de berekening duurde zo lang dat men toen al niet meer wist wat de vraag ook al weer was, dus werd een andere computer gemaakt die de vraag waarop 42 het antwoord is moest berekenen. Deze computer, en tevens onze geliefde planeet Aarde, werd dus enkele minuten voor het klaar was met het programma dat 10 miljoen jaar had gedraaid, vernietigd om plaats te maken voor die nieuwe intergalactische snelweg.

Stel nou dat die Maya’s gelijk hebben met hun voorspelling dat onze wereld, zoals wij hem nu kennen, eindigt op 21-12-2012, 9 dagen na vandaag. En stel nou dat dat gebeurt op het ironische moment dat er nog slechts enkele minuten nodig zijn voor het vinden van de vraag waarop 42 het antwoord is. Dat is zo ontzettend ver gezocht dat de kans dat dit waar kan zijn uiterst miniem is (1 op 1 miljard), dus mijn advies luidt:

Goeie shit dat pogen!

Hé Meneer, wat doet u nou?
Ik poog, jongeman, ik poog.
Pogen, hihihi, wa’s dat nou weer?
Pogen is een edele bezigheid, jij kan het ook. Probeer het maar eens.
Ja doei, ik ga echt niet zitten pogen zeg. Wat heeft dat nou voor zin?
Pogen is de zin des levens. Leven is pogen en pogen is leven.
Wat bazelt u toch ouwe. Leven gaat vanzelf. Daar hoef je toch niks voor te doen?
Nee jongeman, geleefd wórden gaat vanzelf, zélf leven niet.
Wacht effe, dus iemand anders kan mij leven? Cool!
Nee, niet “cool” jongeman. Zij die worden geleefd, bestaan niet.
Huh, dus geleefd worden kán helemaal niet?
In tegendeel, het gebeurt maar al te vaak.
Meneer, ik snap er de ballen van.
Jongeman, het is echt heel eenvoudig: bepaal jij wie je morgen bent, of doet een ander dat?
Ja dùh, ik natuurlijk. En trouwens, ik ben altijd wie ik ben, morgen en over honderd jaar.
Dat zeggen allen die geleefd worden. Zélf leven is jezelf ontwikkelen. Pogen is ontwikkelen.
Jaaaa, ja. Dus van pogen wordt je, zeg maar, nog vetter. En eh… kun je dat leren, dat pogen?
Zoals ik al zei, je kunt het al lang. Iedereen heeft het in zich om te pogen. Gewoon een kwestie van doen.
Dus ik hoef er niet voor te leren?
Eh, juist, dat zeg ik.
Goeie shit dat pogen!

Eikel met Wortelnijd?

In Zweden zag ik deze monumentale eik. De boom is ontzagwekkend dik. Op het oog minstens twee meter. Het ventje (mijn zoon) dat er een beteuterd naast staat zou met gemak languit kunnen liggen in de boom. Iemand vertelde me dat de eik meer dan 500 jaar oud is. De eikel waaruit deze boom is ontsproten schoot dus ergens aan het eind van de middeleeuwen wortel. 

De eik staat op het terrein van een oude en beetje vervallen camping aan het grote Vänern-meer. We staan er met onze tent tussen dikke, bejaarde berkenbomen (en dikke, bejaarde Zweedse campeerders die alleen uit hun dikke caravan kwamen om óf naar de wc te gaan óf het gras om hun caravan te maaien). ’s Nachts zou het er heel stil zijn als de aftandse ijscovriezer in het kiosk-gebouwtje niet zo bromde. Het bromde niet heel hard, maar draaide niet continu. Als de vriezer zich uitschakelde werd de stilte even hoorbaar, tot het kreng weer aan sprong.

Toch sliep ik er heerlijk en in de laatste nacht op de camping had ik een bijzondere droom:

Ik loop midden in de nacht blootsvoets in een dun, hagelwit gewaad door een dicht woud van spierwitte berken. Het is heel helder en bijna volle maan. Mijn adem beslaat, maar ik heb het niet koud. Ook is het doodstil. Ik hoor geen enkel geluid behalve mijn eigen ademhaling en het gedempte ritselen van mijn eigen voetstappen in het zachte mos. Door de bomen zie ik het spiegelgladde wateroppervlak van het meer. Vastberaden loop ik in de richting van het meer. Het woud wordt minder dicht, en de berken worden steeds dikker.

Dan gebeurt het. Ik kom steeds moeizamer vooruit. Het kost me steeds meer moeite om mijn voeten op te tillen. Ik kijk naar mijn voeten. Ze zijn spierwit en zien er pezig uit. En het gewaad dat ik draag lijkt wel van spinrag. Het hangt in losse flarden om me heen. Steeds moeilijker kom ik vooruit. Mijn voeten komen steeds vaster in de grond te zitten en mijn benen worden steeds zwaarder en stijver. Er steekt een zachte, koele bries op vanaf het water. De raggen om mijn lijf waaien helemaal van me af, maar ik voel geen kou. De berken om me heen fluisteren geruststellend: “Shhhhhh, het is goed. Shhhhhhh”.

Op enkele meters voor de waterkant kom ik tot stilstand. Ik kom nooit meer vooruit, weet ik, maar ik voel me volkomen op mijn gemak. Ik kan me bijna niet meer bewegen. Ik kan mijn armen nog één keer optillen. Ik kijk naar mijn linkerhand, maar zie een dikke tak. Mijn rechterarm is ook een tak. Ik verander in een eik. Dat wat ooit mijn voeten waren zit ergens heel ver onder me, diep in de aarde. En dan groeien mijn ogen dicht en de wereld verstomt. Eindelijk zíe ik. Opgelucht blaas ik mijn longen leeg. Alles is goed.

Rare droom vol clichématige symboliek. Ik onderga in mijn droom gelaten een metamorfose die ik best griezelig vind. Mijn interpretatie is dat ik de eindigheid van het leven niet moet bestrijden, maar juist omarmen. Moet ik loslaten om echt goed te kunnen wortelen? Moet ik me ontdoen van omhullingen omdat ze me belemmeren te voelen? Moet ik mijn ogen en oren sluiten om echt te kunnen zien? Of ben ik gewoon een eikel met wortelnijd?

Stil in mij

Zo’n beetje heel Dwingeloo is nog steeds verbijsterd. Hoe kon iemand die zo gezond en nog zo midden in het leven stond en nog zo hard nodig was, plotseling overlijden aan een hartaanval? Zelf kende ik de man helemaal niet, maar ik kende zijn dochtertjes, een tweeling van 7 jaar. Even oud als onze eigen tweeling. Vlak voor hun vader overleed waren ze nog op het feestje van onze tweeling. Vooral voor die twee kleine meisjes, maar ook hun moeder voel ik mee.

Mijn vrouw deed waar ik natuurlijk niet aan dacht: ze kocht drie mooie rouwkaarten. Ze had de tekst van Ren Lennie Ren van Akda en de Munnik aangepast naar Ren Meisje Ren en als gedicht bij de twee kaarten voor de tweeling gedaan. Mijn vrouw verdient een standbeeld. Ze is de liefste engel die ik ken.

Ik ging naar de kerkdienst om hen mijn medeleven en steun te betuigen. Ik gaf de weduwe een warme knuffel en zei zachtjes: “van harte gecondoleerd”. Ze beantwoordde het met een even warm “dankjewel”. De dienst maakte een hele diepe indruk op me. De kerk zat tot de nok toe gevuld met treurende mensen. Zoveel medeleven. De tweeling stak ieder en kaars aan voor hun papa in de kist. Hartverscheurend lief. En even later klonk “Ren Lennie Ren” door de luidsprekers. Nu heb ik voor altijd iets met dat lied. Het zal me nog lange tijd een brok in de keel bezorgen, ieder keer als ik het hoor.

Eigenlijk maakt de hele tragedie een diepe indruk op me. Je beseft je dat je zelf ook zomaar ineens kunt verdwijnen. Je beseft je ineens wat de betekenis is van je eigen leven. Je beseft je ineens dat je de tijd die je met elkaar hebt beter kunt koesteren dan er in grote haast aan voorbij te leven. Je beseft je ineens wat echt belangrijk is.

Na de kerkdienst keek ik naar de stille stoet die statig achter de lijkwagen aan liep. Mijn vrouw en onze tweeling liepen ook mee. Ik kon niet mee lopen omdat ik onze jongste zoon moest ophalen bij de oppas. De dienst was nogal uitgelopen vanwege de enorme opkomst, vandaar. De stoet moest van de Sint Nicolaas Kerk, langs de Brink naar de begraafplaats lopen. De zaterdagmarkt was er speciaal voor verplaatst. Ik zag de stille stoet vertrekken en keek hen na. De serene stilte en het hypnotiserende beieren van de klokken van de Siepeltoren maakten het stil in mij.

Het is zo stil in mij ik heb nergens woorden voor
Het is zo stil in mij en de wereld draait maar door

Van Dik Hout. Zo mooi. Control freak die ik ben, zet ik dit lied bij dezen op mijn eigen uitvaartlijst.