Leven

Jouw post mortem play list

Het is misschien een tikje macaber, en je zou me zelfs een control freak kunnen noemen, maar ik ben soort van begonnen met het samenstellen van een lijst met muziek waar ik me zo sterk mee verbonden voel, dat ik vind dat ze op mijn eigen crematie gedraaid moeten worden. Als een echo van mijn bestaan. En ik ben nog maar net midlife. Dus ik heb nog een heel half leven voor me. In die tijd verbind ik me misschien wel aan nog meer muziek, maar dan voeg ik die gewoon toe aan mijn lijst.

Het was helemaal niet zo dat ik dacht van: goh, laat ik eens een lijstje samenstellen met muziek die ik op mijn crematie gedraaid wil hebben. Nee, het ging andersom. Steeds als ik zo’n lied hoor waar ik me tot in mijn ziel door geraakt voel denk ik: die blijft voor altijd bij me. Zo mooi vind ik het. Het is van die muziek waar ik me in herken. Alsof het bij mij hoort. Soms zit het letterlijk in de tekst, maar soms ook gewoon in de melodie. En soms ook gewoon omdat het een anker is naar prettige tijden uit mijn jeugd. Mijn lijstje begint zich gestaag te vormen. Tegen de tijd dat mijn tijd is gekomen, heb ik vast wel een top-10. En dat is ook genoeg.

Ik bewijs er mijn nabestaanden beslist een dienst mee, want ze hoeven dan niet zelf al snotterend van verdriet (de stakkers) door mijn CD-verzameling en MP3-collectie te gaan. Maar misschien is het ook wel omgekeerd. Misschien willen ze mijn muzieksmaak wel helemaal niet meer verteren na mijn dood. Nou, dan hebben ze lekker pech! Post mortem steek ik dan mijn tong nog even uit. Desnoods zet ik het in mijn testament dat het mijn wil is dat ze mijn verzoeknummers spelen (zie je wel: control freak).

Dat er nog geen online dienst is waar je (in het geniep) jouw laatste verzoeknummers, jouw post mortem play list, kunt opgeven. Het is een gat in de markt als je het mij vraagt. Dan worden tijdens mijn verassing als verrassing voor mijn lieve nabestaanden (want zij wisten het niet en hadden een heel andere lijst samengesteld) mijn zorgvuldig geselecteerde lijfliederen – nee: lijkliederen – afgespeeld.

Ik heb mijn lijst nog lang niet compleet, maar ik weet al wel welke als eerste moet:
Van Dik Hout met “Zo stil in mij”

En dan, vlak voor ik de oven in mag:
“Fearless” van Massive Attack

En tot slot, keihard de Simple Minds:
“Don’t you forget about me”

Ben jij al begonnen met je post morten play list? Wie weet duik ik wel in dat gat in de markt: http://www.mypmplaylist.com ofzo…

www.kattenbakschepjes.nl

Internetten is soms bij het griezelige af. Het lijkt eigenlijk altijd precies de juiste website te hebben voor wat ik op een bepaald moment nodig heb. Ik koop vaak online. Helemaal sinds ik op de Drentse hei woon. Dan heb ik iets nodig dat het lokale boeren warenhuis (dat echt heel erg goed zijn best doet om alles te verkopen dat ik ooit nodig heb) niet verkoopt of mij onvoldoende keus in biedt.

Zo zag ik laatst bij het stofzuigen van de auto dat de mat voor de bestuurdersstoel helemaal door gesleten was op de plek van mijn gashak. Een gat waar een tennisbal doorheen past. Dus ik pakte de laptop en begon te typen in het adresvak van de browser. Al na de eerste aanslag op het toetsenbord verschijnt er een lijstje met suggesties voor wat ik bedoel te zoeken. En al bij “automat” staat er als eerste suggestie in dat lijstje:

www.automatten.nl

Wauw. En ze hadden ook gewoon de matten voor onze 9 jaar oude auto. In meerdere materialen en kleuren!

Volgende voorbeeld. Mijn horloge stond zomaar stil. Ondanks de grote wijzerplaat gaat er een miniscuul batterijtje in dat ik hier in’t dorp nergens kon vinden. Dus maar even internetten. En jawel, ik hoefde slechts “horlogebat” in te typen en ik krijg:

www.horlogebatterijen.nl

Indrukwekkend. Batterijtje op typenummer opgezocht, besteld, volgende dag in de brievenbus. Belachelijk gemakkelijk. Een mens hoeft nooit meer van de bank af te komen. Eigenlijk heb ik geen horloge nodig, want de wandklok hangt tegenover de bank aan de muur…

Nog eentje. Mijn kinderen hebben zo’n grote skelter met van die grote, dikke luchtbanden. Tot voor kort waren er drie chronisch lek vanwege de oude, versleten buitenbanden en binnenbanden die voor de helft uit plakkertjes bestaan. De bandmaat is hetzelfde als die van doorsnee kruiwagens. De lokale tuinbouwbenodigdhedenwinkel verkoopt sets bestaande uit één buitenband en één binnenband voor 19,95 euro per stuk. En dan had ik er dus drie nodig. Vond ik dus wel veel geld. Dus ik ging maar eens internetten. Al bij “skelterb” krijg ik:

www.skelterbanden.nl

Goeie genade. Ik heb er dus 3 sets binnen+buitenband besteld voor 28 euro inclusief verzendkosten. De volgende dag had ik ze in huis.

Okee, nog een voorbeeld. Nu iets ingewikkelder. Ik heb een headsetje voor mijn laptop zodat ik vanaf de voornoemde bank kan televergaderen met collega’s. De headset heeft twee stekkertjes: eentje voor audio uit, en eentje voor audio in (microfoon). Toen kreeg ik een nieuwe laptop dat audio in en uit combineerde in een enkel gaatje. Dus ik had dringend een verloopje nodig. Maar hoe zoek je zoiets? Dit ging minder makkelijk. Omdat ik niet wist hoe je zo’n verloopje precies moet noemen. In een poging van wanhoop zocht ik dan maar een winkel dat alle mogelijke soorten kabeltjes verkoopt. Dus ik typte “alle kabels” en drukte op Enter. Google gaf mij als eerste hit:

www.allekabels.nl

En geloof het of geloof het niet, maar op die website vond ik na enkele clicks mijn verloopje. Griezelig goed. Het heet overigens een “jacksplitter”. Weer wat geleerd.

En nu schepte ik net de kattenbak uit met zo’n handig schepje. Een vies klusje dat ik gelukkig maar eens in de week hoef te doen. Ik schraapte eens goed over de bodem om de aangekoekte zooi ook los te bikken. Krak! zei het plastic schepje. Nu vraag ik me dus af…

 

Weer

Een stad is op haar mooist bij de dageraad op de eerste dag van het voorjaar. Als de straten nog slapen. Als de pleinen nog verlaten zijn. Als je eigen voetstappen overal om je heen weerklinken. Alleen die van jou. Mijn eigen voetstappen deden bij het grote, door kale bomen omringde plein verderop ineens een kliekje stadsduiven opschrikken.

Met hun panische gefladder verstoorden ze de stilte rond het plein. Alsof iemand een handvol kiezelstenen in een rimpelloos meertje wierp. Tijdelijk is er eventjes een beetje chaos, maar het dempt snel uit zodat het oppervlak van het meer weer helemaal glad wordt.

Zo ging het ook op mijn plein. Het chaotische geklapwiek van de duivenvleugels ebde langzaam weg. En terwijl ik daarnaar luisterde zag ik de grijsaard. Hij lag midden op het plein, op zijn rug. Hij lag er heel vredig en keurig bij. Voeten recht naast elkaar, armen langs zijn lichaam. Alsof hij daar lag opgebaard. Zijn ogen waren gesloten en zijn gezicht zag zo grauw als de straatstenen zelf.

Ik versnelde meteen mijn pas en even later rende ik. Bij de man aangekomen hurkte ik neer en raakte zijn hals aan. Warmte! De man opende meteen zijn ogen en staarde verwonderd naar een punt ver boven hem. “Ben ik weer?”, vroeg hij toen verbaasd. “Nee, hoor, u bent nog steeds”, zei ik, eveneens verbaasd. Maar de man leek me niet te horen. “Ik bén weer”, zei hij. Toen keek hij mij recht aan. Ik keek in een onmetelijke diepte en voelde het hele universum. Het duurde maar een tel, maar ik voelde alles.

Het was zo overweldigend dat het me duizelde. In de volgende tel stond alles stil. Alleen mijn eigen hart klopte nog. Het sloeg één oorverdovende slag. Bij de volgende hartslag werd ik weer terug gezogen in het nu. Het gaf me het gevoel dat ik van grote hoogte op de aarde af suisde. Ik kneep mijn ogen dicht omdat ik bang was dat ik te pletter zou slaan.

De oude man sprak weer, maar het klonk van heel ver: “altijd…”. Ik moest mijn oren spitsen om hem te verstaan, want ik wilde niets liever dan dat. Zijn stem werd steeds zachter alsof het verwaaide: “ben ik…”. De sensatie te vallen hield plotseling op. Ik opende voorzichtig mijn ogen. Ik zat nog steeds op mijn hurken, precies midden op het plein. Voor me zag ik de lange, brede winkelstraat die op het plein uitkwam. De goudgele gloed van de net opkomende zon werd precies op dat moment zichtbaar op de plek waar de straat in de verte verdween.

De stad ontwaakte langzaam. Ook de wind ontwaakte en ruiste zachtjes, haast aarzelend door de bomen. En in het geruis hoorde ik weer de stem van de grijsaard. Het klonk als een diepe zucht. Ik keek naar de plek waar ik de grijsaard had aangetroffen. Niemand. Verwonderd keek ik om me heen, maar ik voelde dat ik de oude man nergens zou zien, dus ik richtte mijn blik weer naar het oosten. De zon schonk me de eerste warme straal van de dag. Een warme en onstuimige windvlaag kwam me van opzij tegemoet en deed de bomen vol verwachting ruisen. Er doorheen klonk fluisterzacht maar duidelijk, de stem van de oeroude man: “…weer!”.

Intrinsieke Motivatie

Dat ik hierover nadenk beschouw ik maar als een luxe-probleem. Eigenlijk is er helemaal geen probleem. Wat is jouw intrinsieke motivatie? In mijn omgeving hoor ik die vraag de laatste tijd regelmatig. Alsof ik eens goed bij mezelf te rade zou moeten gaan waarom ik doe wat ik doe. Als ondertoon hoor ik vooral dat ik me zou moeten afvragen of mijn motivatie niet teveel wordt bepaald door afhankelijkheid of angst.

Dat is een nogal wezenlijk vraagstuk. Wezenlijk is synoniem aan intrinsiek, dus dat komt dan handig uit. Wezenlijk, essentieel, fundamenteel. De vraag die ik mezelf dan ook maar stel is deze: Wat zijn mijn essentiële drijfveren? De vraag lijkt heel eenvoudig, maar het valt me niet mee om een soort lijstje te maken met die drijfveren waarzonder ik niet kan functioneren.

De zelfbeschikkingstheorie geeft houvast, en zegt dat ieder mens behoefte heeft aan autonomie, competentie en verbondenheid. Volgens deze theorie wordt ieder mens gedreven door de bevrediging van deze basisbehoeften. Een te grote controle van anderen over jouw gedrag frustreert deze bevrediging en maakt dat je niet optimaal functioneert.

Dat “functioneren” is natuurlijk beladen. Ik associeer het meteen met beoordeling door anderen. Ik denk aan “functioneringsgesprekken” waarin jouw gedrag wordt vergeleken met de externe verwachtingen. De mate waarin je aan die verwachtingen voldoet wordt beloond. Dit heet extrinsieke motivatie. De zelfbeschikkingstheorie doelt juist op gedrag dat voortkomt vanuit jezelf. Externe verwachtingen staan er helemaal los van. Sterker nog, jij hebt verwachtingen t.a.v. je omgeving en probeert deze zo te beïnvloeden dat jij goed tot je recht komt. Je hebt ruimte nodig om je te kunnen ontwikkelen. Iedereen heeft recht op die ruimte, en de hoeveelheid benodigde ruimte verschilt per mens.

Ruimte. Ja, ik hou absoluut van ruimte voor mezelf. En wie niet? Ruimte, bewegingsvrijheid,  autonomie. De minste beperking voelt voor mij al beklemmend. Het behoud van en het vergroten van mijn bewegingsvrijheid drijft mij voort. Bij bewegingsvrijheid hoort ook vertrouwen. Het vertrouwen van je mede-mensen in jouw vrije, eigen manier van bewegen. En het leuke is dat je dit vertrouwen schaadt als je deze mede-mensen in hun vrijheid beperkt. Dus het is eigenlijk toch best eenvoudig: intrinsieke motivatie gaat in wezen over het nemen en geven van vrijheid. 

Verschil

Er is iets in me ontwaakt waarvan ik niet wist dat het sliep. Of sluimerde. Het is net of ik de wereld nu ineens nog steeds hetzelfde zie, maar dan een beetje contrastrijker. Het is maar heel miniem, maar ik voel van binnen uit een verschil.

Alsof mijn gezichtsveld fijner gedetaileerd is. Alsof mijn perceptie helderder is geworden en mijn horizon verder ligt.

Er is iets in mij ontkiemd waarvan ik niet wist dat het ooit geplant was. Of wortelde. Het is net of ik mijn omgeving ineens nog als voorheen beleef, maar dan ietsje levendiger. Het is maar heel miniem, maar ik voel van binnen uit een verschil.

Alsof mijn wortelstelsel fijner vertakt is. Alsof mijn kruin breder is geworden en hoger rijkt. 

Er is iets bij me gebarsten waarvan ik niet wist dat het scheurde. Of kriebelde. Het is net of ik eerdaags ineens mijn huid weer moet afwerpen. Eronder zit net zo’n vel, maar dan ietsje ruimer. Het is maar heel miniem, maar ik voel diep van binnen het verschil al.

Alsof mijn zenuwstelsel fijner vertakt is. Alsof mijn intuïtie scherper is geworden en duidelijker spreekt.

Overstekende huppel…

Om me heen zie ik louter hippe mensen. Erg thuis voel ik me er niet. Rondom mijn hotel bevinden zich clubs vol met hippe gasten. Het hotel zelf is ook hip. Door mij is de hipte in het hotel en de omgeving wel wat gedaald, maar ik denk niet dat het erg opvalt. Ik bevind me kennelijk in één van Stockholm’s hipste regionen. Mijn Zweedse gastheer legde me uit dat dit een upper class area is. Vandaar namelijk al die schone Zweedsen, zo legde hij verder uit. Die komen blijkbaar op dit gebied af als vliegen op een koeievlaai.

Ik dacht eigenlijk ook al dat die Zweedse schonen helemaal niet bestonden, net zo min als al die elanden waarvoor langs de Zweedse wegen wordt gewaarschuwd. Misschien zitten die elanden dan ook wel hier in Stockholm, in de upper class area. In mijn veel te hippe hotel staat wel een hip kunstwerk (zie foto) dat dit vermoeden verder versterkt.

moose-art.jpg

Die Zweedse schonen zien er overigens opvallend uniform uit. Ze hebben allemaal een paardestaart (of zouden ze het hier een moose tail noemen?) en dragen opvallend vaak een zwarte legging met vaak ook iets zwarts erboven. Ze bewegen zich vooral huppelend voort op felgekleurde sneakers, terwijl ze via de witte oorplugjes van hun hippe iphone kwetteren met andere hippe vogeltjes. Het zijn bijna wandelende silhoueten. Je zou ze zo op een verkeersbord kunnen plakken: let op, overstekende huppel…

Zondags verslag

Zondag 14 april 2013

 

Pas om 8 uur wakker. Rond kwart voor negen hijs ik me uit bed om te douchen. Luiheid. Een half uurtje later zit ik met de kinderen te ontbijten. Ootjes (van die crispy ringetjes waar de kinderen erg dol op zijn) en bruine boterhammen met zoet. Ik maak een halve kan koffie en drink een eerste sloot bij de ontbijtkoek waar een dikke laag roomboter op gaat.

 

Al tijdens het ontbijt komt de doos met knutselpapier op tafel. De jongens vouwen vliegtuigjes die er prachtig uitzien, maar slecht vliegen. Ik zie “mijn stuntvliegtuig” heel slordig gevouwen worden en doe hem nog maar eens voor. Ik zeg: “Neem er de tijd voor, wees zorgvuldig, hoekjes op elkaar, maak scherpe vouwen. Doe het met aandacht”, maar mijn zoon is al weer weggevlogen.

 

Na het ontbijt bekommer ik me om de mount everest van te vouwen wasgoed. Dochterlief komt gezellig meevouwen. Ik leer haar hoe ze netjes vouwt en hoor mezelf al weer zeggen: “vouwen moet je met aandacht doen, dan wordt het netjes”.

 

De tweede sloot koffie slurp ik leeg terwijl ik lui op de bank zit met mijn gadget op schoot. Ik lees er maar een boek op. Raymond Feist. Niemandallige fantasie, heerlijk ontspannend. Dan belt moeders. Ze zag dat ik haar gisteravond had proberen te bereiken. Ik wilde alleen maar weten hoe het met haar ging. We praten over vervelende toestanden, maar er is hoop.

 

Ik heb helemaal geen plannen vandaag. Ja, alleen vage. Er moet nog geklust worden op zolder en daar besteed ik dan ook het grootste deel van de dag aan. Iets met latex. Ik wil het woord “wit” voorlopig even niet meer horen.

 

Als de dag goed en wel om is, kom ik ook eens naar buiten. De hele buurt is lekker aan het genieten van het warme weer dat er eindelijk is. Ik kom de kinderen halen omdat het bijna etenstijd is. Binnen warm ik de kippensoep van X weken geleden op en doe de bakbroodjes (met kaas en ui) in de oven. En er zijn kaasstengeltjes om in de soep te dippen! Ik geniet van dit eenvoudige maal.

 

Als het hele gezin al weer in het nest gekropen is (behalve ik) kijk ik naar de gemiste uitzending van College Tour met Nigella Lawson. Wat een heerlijk mens. Ze zegt op gegeven moment: “When I have to plan, I get very jumpy and do the first thing that comes to mind”, en ik denk: “zie je wel, je kunt best succesvol worden als je een hekel hebt aan plannen”. Maar even later besef ik me hoe dom die gedachte was. Ik verwarde geluk met succes. Aan het eind geeft Nigella de studenten het volgende advies: “always be honest with yourself and don’t be too frightened of fear”. Ik neem dat op mijn middelbare leeftijd ook maar ter harte.

 

Welterusten. O, en kan iemand me het recept van Nigella’s “olive oil chocolate cake” sturen. Die moet ik eens maken voor mijn schoonmoeder.

 

Voor altijd

We hadden het hele eind naar het grote veld in het park gehold. Mijn boezemvriend met de afgetrapte, leren voetbal onder zijn arm. Het was voorjaar. Alles geurde er naar. Vanuit de blauwe hemel lachtte de zon puur geluk naar ons toe. Twee jonge honden die barstten van de levensenergie. Als dollen renden we achter elkaar aan. Probeerden de bal van elkaar af te pakken. We hadden geen remmen, want wat heb je daar nou aan op die leeftijd?

Hijgend ploften we languit op onze rug neer op het verende mos- en grastapijt onder “onze” boom en staarden omhoog naar de lentegroene pracht boven ons. We zwegen in koor. Alles om ons heen gonsde van leven. Als je je blik in de verte hield vermengden de kleuren van de jonge bladeren zich met het blauw van de lucht. Het voelde alsof we konden opstijgen. Licht in ons hoofd van al dit pure geluk. “Weet je?”, vroeg mijn boezemvriend. “Ja”, zei ik, “we blijven hier voor altijd liggen”. 

Het kaartenhuis

Ons kaartenhuis schudt op haar grondvesten
terwijl de koude wind erom heen giert,
trekkend aan de zwakste kaartjes.
Ze beven en steunen, klagen en kreunen.
Het kaartenhuis staat bijna op instorten.
Maar ach, als het onvermijdelijke dan gebeurt,
vegen we de kaarten allemaal bijelkaar,
wrijven ze weer warm tot ze blozen.
Dan bouwen we het kaartenhuis weer liefdevol op,
geroutineerd, kaartje voor kaartje,
zodat het de maatschappij weer even kan dragen.