Filosofie

Realtime Tao

Ken je het woord “realtime”? Helemaal van deze tijd, dat woord. Misschien denk jij bij dit woord ook aan snelheid en nú gebeurende dingen. Het bestaat uit twee delen: real en time. Los van elkaar weet iedereen wat de woordjes betekenen. Bij real denk ik zelf aan echt en waar, en bij time denk ik aan tijd. Waarachtige, echte tijd. Dingen die in echte tijd gebeuren, gebeuren echt én keurig op tijd. Snel is dan maar een relatief begrip die je er zelf aan toevoegt. De belofte dat het binnen de verwachte tijd gebeurt is de kale betekenis. Een duidelijk geval van Yang.

Dan is er ook een Yin-kant. Dat moet, want anders is er geen balans en vallen we om. Ik zie drie mogelijkheden: valse tijd, echt tijdgebrek en vals tijdgebrek.

valse tijd:
Dingen die in valse tijd gebeuren, gebeuren niet echt of op oneerlijke wijze, maar wel keurig op tijd. Ik kom dan uit op tijdig bedrog.

echt tijdgebrek:
De tegenhanger van tijd is tijdloosheid, tijdgebrek. Dan krijg je dat dingen echt niet op tijd, of echt nooit gebeuren. Er is wel een belofte, maar geen tijd, dus gebeurt er echt niks. Dan kom je dus al net zo bedrogen uit: valse beloftes.

vals tijdgebrek:
De combinatie levert vast niks beters op. Het gebrek aan tijd is dan gebaseerd op een leugen. Er wordt een smoes verzonnen om iets niet te hoeven doen. Iets dat niet gebeurt onder het mom van vals tijdgebrek zou prima kunnen gebeuren binnen redelijke tijd, maar er zijn andere belangen die verzwegen worden, verschuilend achter een te volle agenda. druk druk druk!

Heel duister dus die Yin-kant van realtime. We moeten er blijkbaar mee leven, want anders kan de Yang-kant niet bestaan. De Yang-kant stellen we erg op prijs, want de dingen gebeuren wis en waarachtig op tijd. Maar hoe zit het dan met de uitdrukking: eerlijk duurt het langst? Ach, als het maar binnen afzienbare tijd echt gebeurt, vind ik het allemaal nog heel Yang.

Powered by ScribeFire.

Ontloop je beslommeringen niet

Dit is beslist het zwaarste woord van de Nederlandse taal: beslommering. Spreek het maar eens uit: buh-slom-me-ring. Vooruit, nog eens: buh-slom-me-ring. Zo zwaar op de tong. Alleen het meervoud ervan is nóg zwaarder. Op gegeven moment krijg je de smaak van droge aarde in je mond. Beslommeringen zijn heel aards, vandaar die smaak. Oppergod Odin stuurde zijn zoon Thor zelfs op stage bij de aardbewoners, om te leren wat beslommeringen zijn.

Als ik een beslommering herken voor wat het is, dan wil ik er met een grote boog omheen lopen, want er liggen namelijk al genoeg beslommeringen op mijn schouders. Een beslommering is een last die je lang met je meedraagt. Een beslommering vermoeit. Een beslommering kom je niet gemakkelijk vanaf. Een beslommering is een soort wurgcontract dat je ooit vrijwillig en met energie aanging.

Beslommeringen vermommen zich vaak eerst als verlangens en dromen. Je kunt verlangen naar een eigen kind, dromen van een eigen huis, hunkeren naar meer aanzien en macht. De beslommering komt uit zijn schulp als de verantwoordelijkheden om de hoek komen kijken. En soms liggen de naakte beslommeringen gewoon ineens voor je voeten. Hulpeloos kijken ze je aan.  Íemand moet het toch doen, denk je bij jezelf, en je hebt er weer een verantwoordelijkheid en een zorg bij.

Gelukkig kunnen beslommeringen draaglijk worden gehouden door waardering en erkenning. Met een compliment kun je er weer maanden tegenaan. Ironisch genoeg zien we een uitbreiding van verantwoordelijkheden (promotie) ook als een erkenning. Mensen die al veel verantwoordelijkheden en zorgen hebben, kunnen meer hooi op hun vork erbij hebben dan mensen met weinig verantwoordelijkheden. Als je al veel kinderen hebt, dan kan er nog makkelijk eentje bij. Leiderschap over en verantwoordelijkheid voor steeds meer mensen gaat je steeds makkelijker af. Beslommeringen maken je dus ook meer flexibel, veerkrachtiger, sterker en robuuster. Kortom: ontloop je beslommeringen niet, want ze maken je een beter mens. Begrepen Thor?

Powered by ScribeFire.

Een rat kan niet kotsen

Het schijnt dat ratten niet kunnen kotsen. Ik las dit toevallig op wikipedia omdat ik wilde weten welke kleur gal heeft. Omdat ik een verband zag met ergernis, dacht ik aan een mengsel van groen en geel. Klopt dus als een bus. Ik leerde er ook nog even bij dat groengeel in het Grieks cholè is, en dat De Klere (Cholera) dus is vernoemd naar de gal. Maar die arme ratten hebben geen galblaas. En daarom worden ze dankbaar gebruikt in onze laboratoria, want ze kunnen immers toch niet kotsen.

Zeg nou zelf, dat is toch bijzonder praktisch? Het scheelt een heleboel viezigheid en zure stank in je laboratorium. Je kunt een rat volproppen met allerlei chemicaliën zonder dat het beest deze – volkomen terecht – weer uitbraakt. Mensen die zwaar op de hand zijn noemen we cholerisch en zwartgallig. Deze mensen hebben blijkbaar een overactieve galblaas en spuien voortdurend gal. Maar een rat is fysiek niet in staat om gal te spuien. Dus je zou kunnen zeggen dat ratten van nature altijd heel zonnige karaktertjes hebben. Nooit zwaar op de hand, altijd blij en optimistisch. Ratten kunnen niet klagen. De ironie is hier zo schrijnend. Ik wordt er gewoon gallisch van!

Powered by ScribeFire.

De Worst

Voor mij hangt een verse worst. Hij ziet er mals uit. Het water loopt me in de mond. Ik weet natuurlijk niet of de worst ook echt lekker zal smaken. Ik weet zelfs niet eens of ik erin mág gaan happen. Vooralsnog bungelt die worst voor mijn ogen.

Eigenlijk vormt de worst geen bittere noodzaak voor me, want ik heb opzich al een hele fijne worst. En die worst smaakt nog steeds naar meer. Kortom, ik ben best tevreden over mijn huidige worst.

En toch, en toch… wat hangt daar een verleidelijke worst. Ik móet beslissen. Wanneer proef ik de bittere nasmaak van de spijt? Als ik niet toehap, of als ik wel toehap? Altijd hetzelfde lied.

Powered by ScribeFire.

Struisvogel versus nijlpaard.

Gek genoeg stond er op een ochtend ineens een nijlpaard in de achtertuin. Het beest maakte een verwarde indruk maar zag er verder gezond uit. Ik kreeg het gevoel dat ik iets moest doen. Er werd iets van mij verwacht. Maar wat? Ik besloot om een kop koffie in te schenken in de keuken. Na een kop koffie ziet de wereld er vaak eenvoudiger uit.

Nippend aan een dampende espresso liep ik terug naar de woonkamer. Ik keek strak naar de grond, want pas als ik de koffie op zou hebben zou mijn tuin er weer zo eenvoudig uitzien als het er altijd uitzag. Met mijn ogen dicht genoot ik overdreven van de veel te bittere, hete koffie. Even later was mijn kopje leeg en had ik er spijt van dat het geen dubbele espresso was. Ik haalde me mijn tuin voor de geest, nog steeds met de ogen gesloten. Met extra energie verdrong ik het beeld van een nijlpaard: ik maakte als het ware een antinijlpaard. Langzaam opende ik mijn ogen.

Het nijlpaard bleef onvermurwbaar realistisch. Draaiende met zijn (of haar?) staart sproeide het dier een zeer realistische fontein van nijlpaardenpoep over mijn gazon. Weer hing die verwachting in de lucht. Ik stond op het punt om dan maar de dierenbescherming te bellen, maar ik bedacht me. “Wát staat er in uw achtertuin???” Bovendien leek het nijlpaard niet in nood te zijn. Het had hooguit honger, maar dat probleem werd al door het gazon dat nodig moest worden gemaaid, opgelost.

Geen dierentuin in de buurt, maar nijlpaarden blijken ’s nachts, terwijl ze op zoek zijn naar graasland, met gemak 10 kilometer te kunnen wandelen. Wie weet had mijn nijlpaard tijdens zijn dwaaltocht al diverse gazonnetjes kaal gegeten. En daarin zat dan ook de oplossing van mijn situatie. Het nijlpaard zou vanzelf wel weer verder gaan als het in mijn tuin geen voedsel meer kon vinden. Gelukkig, ook deze uitdaging kon worden aangevlogen met de struisvogelmethode. Ik hoefde alleen maar te doen alsof er niets aan de hand was en wachten tot het vanzelf een probleem werd van iemand anders.