Ontwapend

Ik zeg niks”, zegt zij. Hij wil bijdehand terugwerpen dat ze zichzelf tegenspreekt, maar zegt niks terug. Hij kijkt haar alleen aan met een blik waarvan hij hoopt dat het een onverschillige is. Zij doet daarop driftig haar armen over elkaar en kijkt hem verbeten aan. Hij opent zijn handen en trekt zijn wenkbrouwen op. Even gaat zijn mond open, maar hij klemt zijn kaken meteen weer dicht.

“Ja, ik zeg dus niks”, zegt zij weer. Hij moet dat blijkbaar wel doen, maar vertikt het. Zijn lichaam werkt alleen niet mee. Zij trekt heel overdreven haar schouders op en doet hoofdschuddend haar mond open met haar tong half naar buiten. Hij klemt zijn kaken weer nijdig op elkaar en ontspant zijn schouders terwijl hij zijn longen door zijn neus leegblaast. Ook sluit hij zijn ogen om ze enkele tellen later weer rustig te openen. Zij kijkt nu nijdig door het raam naar buiten, de armen nog steeds over elkaar. Haar linkerbeen wipt over haar rechter knie.

Nu wendt hij zijn gezicht ook af en kijkt ook naar buiten. Twee mezen fladderen driftig rond een vetbol die hij in de boom heeft gehangen. Vanuit het niets springt daar ineens de kleine poes door de lucht, de zwaartekracht om de tuin leidend. Haar voorpoten maaien naar de fladderende mezen. Ze mist er eentje op een veertje na en wordt dan weer door de zwaartekracht teruggegrepen. Pardoes dondert poes, kat-onwaardig midden in een struik. Dolkomisch natuurlijk en hij schiet in de lach en zij tegelijkertijd ook. Hij kijkt naar haar en ze heeft de tranen op haar gezicht staan van het lachen.

“Stomme kat ook”, zegt hij en denkt dat het ijs nu weer is gebroken. Ze zit nog steeds te schuddebuiken en kan haar lachen nauwelijks onderdrukken. Dikke tranen biggelen over haar wangen. Maar ze wil helemaal niet lachen, en zoals alleen vrouwen dat kunnen, lukt het haar om tussen de lachstuipen door ook kwaad naar hem te kijken. Plotseling vindt hij haar oneindig lief. Hij is ontwapend en slaakt de diepste zucht ooit. Dan zegt hij zacht: “o…kee….”.

De buurtheks

Ze noemden haar de buurtheks. Regelmatig zag je haar in haar wildernis die ze tuin noemde kruiden verzamelen. Alle kinderen wisten zeker dat er in haar keuken geen fornuis stond, zoals bij normale mensen, maar een open vuur met een grote ketel erboven. En natuurlijk had ze zelfs een spinnenkwekerij en moesten haar kinderen iedere dag een boterham met spinnenpootjes eten. Uiteraard kon ze met katten praten.

Zelf kwam ik regelmatig bij haar over de vloer, want ik was vriendjes met haar zoon. En hoewel het opzich een bijzonder gezin was, heb ik die ketel nooit zien hangen in de keuken. Er stond toch echt een gewoon fornuis. Spinnen zag ik er wel, in de tuin, maar die werden niet op brood gesmeerd. Dat werd door andere kinderen dan uitgelegd met: “Ja, maar ze betovert je met zelfgemaakte heksenlimonade zodat je ziet wat zij wil dat je ziet”. 

Ze maakte wel heel veel zelf, en ze wist en kon alles beter. Als je haar trots iets liet zien dat je zelf had gemaakt, dan kon je er gif op in nemen dat ze dan zou zeggen: “je moet het eens zo en zo proberen” of “je moet eigenlijk…”. Ze had niet eens door hoe kleinerend dat op anderen overkwam. Ik had het dan ook wel met mijn vriendje te doen. Maar niet langer toen ik zag dat hij zijn moeder’s gewoontes begon over te nemen. Het werd een arogant en dominant ventje. Einde vriendschap natuurlijk.

Ik vroeg me laatst ineens af hoe het met hem zou zijn. Waarschijnlijk heeft hij, net als zijn moeder, een mak lammetje uitgezocht om mee te trouwen. Om te betuttelen en te beleren. Zijn vader was namelijk een sullige goedzak die zijn vrouw verafgoodde. In de ogen van zijn vrouw kon hij niks goed doen, en dus later ook niet in de ogen van zijn zoon. De brave man beantwoordde hun toorn altijd met een gedwee “ja lieverd” of “nee lieverd”. Ze had hem vast betoverd, de heks.

Stoute schaatsen

Stoute ik: Pik in, ’t is winter, werken kan altijd nog. Tsjakka! De ijslaag wordt er echt niet dikker op!

Brave ik: Nee mijn jongen, dat kan echt niet. Wij weten het beter. Wees verantwoordelijk!

Stoute ik: Ach, durf toch eens gek te doen man en te leven bij het moment! Bij de volgende strenge vorst ben je te oud!

Brave ik: Luister niet naar die popie praatjesmaker. Als het aan hem ligt wórdt je niet eens oud.

Stoute ik: Tut-tut-tut braverikje toch. Ben jij z’n moeder ofzo? Wat heeft oud worden voor zin, als je niet lééft.

Brave ik: Ik heb alleen maar het beste met hem voor, maar jij daarentegen…

Stoute ik: …ja ja, ik ben weer de slechterik. Prima, ik neem alle verantwoordelijkheid. 

Ik: eh…ik heb vorige week een ontzettend drukke week gehad en gisteravond ook nog zitten werken…

Stoute ik: Top! En nu pluk jij gewoon lekker de dag!

Brave ik: Mark, luister nou toch niet naar die flierefluiter…

Ik: Nee brafie, ik luister nu es effe een keertje níet naar jou! 

Stoute ik: Yessss! Wooot! Yiiiiihaaaaw! That’s the spirit!

Brave ik: Och…snotterdesnotter…jongen toch, doe het niet.. Snifsnif. Je krijgt er later vreselijke spijt van…

Ik: Schei toch uit met dat gesnotter. Ik dóe het. Ik krijg er spijt van als ik het níet doe. Deze jongen trekt vandaag de stoute schaatsen aan!


IJs voor de Koorts der Koortsen

De koorts der koortsen is weer uitgebroken, en het is blijkbaar besmettelijk. De koorts wordt verspreid via internet, kranten, radio en televisie. Maar weinigen zijn er tegen opgewassen. Het maakt niet uit hoe nuchter je bent, de koorts laat je niet koud. De strenge vorst stijgt ons naar het hoofd en maakt dat we hunkeren naar ouderwetse, oer-Hollandse taferelen. De Koorts vinden we eigenlijk best cool.

En hoezo Euro-crisis? De dikte en kwaliteit van het Friese ijs zijn nu veel belangrijker. Als er al ergens de crisis over is losgebarsten is het over het wel of niet ingeloot zijn voor deelname aan de Elfstedentocht. Koortsachtig poetst half Friesland het ijs op de route van de Tocht der Tochten schoon en wordt met blote nagels het aangekoekte sneeuw van het ijs gekrabd. De rest van Nederland ziet het machteloos aan vanaf hun banken en hangt aan de lippen van Gerrit Hiemstra voor hoopgevende ijsstatistieken. We snakken naar die Elfstedentocht, maar het ijs is nog te zwak. Het is ijscrisis!

Maar u bent niet machteloos! U kunt Nederland helpen aan de Elfstedentocht die het zo bitter nodig heeft. Er is een ijsinzamelingsactie gestart voor het verstevigen van de zwakke plekken en het dichten van de wakken. Zet daarom vanavond al het ijs op de stoep dat u kunt missen, zoals ijspegels, uitgebikte tuinvijvers, bevroren waterleidingen, ijsklontjes (maakt niet uit of ze al gebruikt zijn in de bacardi, whisky, vodka, bayley’s) of wat dan ook als het maar ijs is. Alle ijs is welkom: ijs voor de Koorts de Koortsen.

Sascha de Boer versus Lange Frans

Wat hebben onze NOS nieuwslezer Sascha de Boer en rapper Lange Frans met elkaar te maken? Op dit moment nog niks, maar als het aan mij ligt gaat Sascha in logopedische therapie bij die lange rapper. Misschien moet hij haar leren rappen in straattaal. Misschien dat ze dan dat afschuwelijke, Gooise erretje kwijtraakt.

De Nederlandse R hoort namelijk fatsoenlijk te rollen, vind ik. Mensen die de R stevig kunnen laten rollen genieten meteen mijn respect, net als mensen met en stevige handdruk. Net zomin als ik hou van een klef en slap handdrukje, hou ik ook niet van een klef en slap uitgerold erretje. Het toppunt is nog wel dat de mensen die die slappe R bezigen de R meestal op twee manieren uitspreken. Een prachtig woord als “rabarber” begint dan met een soort Franse, achterin-de-keel-R en heeft twee slappe erren. Getverrrrr.

Sascha de Boer – die overigens een geheimzinnig glimlachje heeft waar de Mona Lisa een puntje aan kan zuigen – beheerst de moderne, slappe R als geen ander. Alhoewel, “beheersing” is hier een slechte keuze. Het is eerder een gebrek aan beheersing. Slap gedoe is het gewoon. Ik erger me al sinds Kinderen-voor-Kinderen aan de slappe R en had eigenlijk alle hoop op verbetering opgegeven. Mijn eigen kinderen slap-erren vreselijk mee en ik corrigeer ze nauwelijks nog. Zelf hou ik wel moedig stand en blijf daadkrachtig rollen (en ik geef een stevige vijf).

En dan komt er ineens hoop uit een onverwachte hoek: de Nederlandse rapmuziek. Ik ben geen uitgesproken fan van de Nederlandse rapmuziek, maar hun erren zijn echt fenomenaal. En je hoort de jeugd deze nieuwe strakke erren overnemen. Daarom stel ik voor dat Sascha leert rappen. Of zullen we gewoon Lange Frans nieuwslezer maken? Ik zou het heel verrrrfgissont vinden.

Post content

De blogger klapte zijn laptop open waardoor het ding met een schor piepje ontwaakte uit zijn sluimertoestand. Even later toonde het de blogger zijn meest gebruikte programma: een webbrowser dat hij had uitgedost met allerlei snufjes, waaronder een blogverwerker dat nog open stond. Het toonde een nog maagdelijke blogpost. Lege titel en ook het vlak onder “post content” was nog leeg.  

Lange tijd staarde hij eerst naar het nog lege, witte vlak. Zijn vingers beroerden zachtjes het toetsbord, alsof hij het voor het eerst in zijn leven aanraakte. De toetsen beantwoordden zijn streling met een zacht maar bemoedigend geratel. Hij drukte voorzichtig de shift-toets in, alsof hij bang was dat hij aan de andere kant van het web een orkaan zou veroorzaken. Weer staarde hij naar het nog immer blanke vlak. “Post content”, dacht de blogger verdwaasd.

Het lege vlak leek groter te worden deste langer hij ernaar staarde. Daarom klapte hij zijn laptop geirriteerd, met een klap dicht. Zuchtend gooide de blogger zijn laptop in de hoek van de bank en stond op om een kop koffie te tappen. Hij trok de pot met koffiepads open en keek er in. Er zat nog precies 1 pad in. De blogger stak zijn neus even in het blik en haalde het er vol afgrijzen weer uit. De pad rook naar een vochtige, bruine, papieren zak. Desondanks legde hij het toch in de senseo en liep even later met een kop heet slootwater terug naar de bank.

De blogger nam een slokje slootwater en probeerde smakkend de smaak van koffie te zoeken in zijn mond, maar hij had net zo goed een slok afwaswater kunnen nemen. Hij pakte zijn laptop maar weer en klapte het weer open. “Post content”, dacht de blogger weer, “post content…”. Die twee woorden bleven hem maar bezig houden. Hij typte het daarom maar eens in het titelvak. In het grote vak eronder schreef hij om te beginnen maar eens:

Wees een vent en schrijf dan in godsnaam maar iets over post content!!!! 

Vaak moest hij namelijk gewoon beginnen met schrijven. Het maakt niet uit wat. Gewoon beginnen en zien wat er uit zijn vingers zou komen. Wat er nu stond was natuurlijk wanstaltig, maar hij liet het toch staan. Om zichzelf uit te dagen. Hij zette de dialoog met zichzelf maar eens op scherp: “Wat een waardeloze eerste zin! En dan die belachelijke uitroeptekens! Kun je echt niet beter vandaag!?”. Als antwoord kreeg hij alleen wat gestamel en een geërgerde zucht. 

Nijdig zette de blogger, om zichzelf te ergeren, er nog 80 uitroeptekens bij en wenste toen dat hij de tekst ouderwets en woest uit de laptop kon trekken om het te kunnen verfrommelen en in een hoek te smijten. In plaats daarvan tilde hij zijn arm op en liet zijn vinger zwaar op de backspace landen. Letter voor letter vermoordde hij dit afstotelijke kind. Een belangrijke vaardigheid voor een schrijver: je aan je eigen hoofd ontsproten creaties kunnen ombrengen. Tevreden keek hij naar het resultaat: een leeg vlak. “Wis content”, dacht hij nu triomfantelijk. 

“Post content”, stond er nog steeds in de titel. “Ach!”, dacht de blogger ineens, en sloeg zich zo hard tegen zijn hoofd dat het gonsde. “Wat een bak!”, riep hij toen uit, “maar dáár zit wel een geinig stukje in!”. En toen schreef hij het hele voorval in één ruk van zich af, om er maar vanaf te zijn. Toen hij klaar was las de blogger zijn woorden nog eens door. Niet bepaald de sterren van de hemel geschreven, maar dit kind wilde hij wel een kansje geven, dus hij postte het zonder aarzeling naar zijn blog. “Post content!”, sprak de blogger tevreden en sloeg zich lachend op zijn knie.

Zemelhanen

Heeee, lang niet gezien! Hoe is het met jou?

Ach, de rug wordt toch minder hè, maar verder mag ik eigenlijk niet klagen. En jij?

Mwoch, afgezien van mijn knieën gaat ‘ie in principe best lekker.

Zo zo. Mooi hoor. Ach jij ook met je krakende knieën! … Hoorde je dat?

Wat?

Dat knak-knak-geluid. Dat zijn mijn onderste ruggewervels. Helemaal verrot joh.

Lachuh zeg! Doe nog es?

Wacht effe…oe…doet een tikkie zeer maar

Hahahaha!

Ja lach jij maar, het is anders geen pretje.

Ja, net als mijn piepende schouders. Dat is echt zo naar.

Laat es horen dan?

Let op…ai…aaah

Hihihihi, wat maf. Nou, jij kán ze tenminste nog zo draaien. Bij mij zit ’t helemaal op slot.

Dat ken ik maar al te goed. Heb ik een half jaar voor bij de fysio gelopen.

Ik loop er al bijna 2 jaar voor bij de haptonoom. Helpt allemaal niks.

Nee! Wat rot voor je. Nou, mijn nieuwe wagen met massagestoel is wel een uitkomst hoor. Kom ik heerlijk…eh redelijk los op mijn werk. Is ook wel iets voor jou misschien.

Ach, wees blij dat jij nog zélf kunt rijden. Ik heb tegenwoordig maar een chauffeur. Wordt overigens helemaal vergoed door de verzekering.

Zo zo, bofkont. Mijn verzekering wilde mijn aangepaste auto die ik toch echt nodig heb om nog enigszins te kunnen functioneren, niet vergoeden. Geen cent keerden ze uit. Ik moest er ons huis voor verkopen om niet failliet te gaan. We zijn er erg op achteruit gegaan.

Zo, daar word ik wel even stil van. Dat klinkt niet best.

Nee, ’t is nie best nee. We wonen nu noodgedwongen in een hutje op de hei. Krap 450 vierkante meter. Maar wel knus, dat wel.

Tjongejonge.

Nou, en ik ben ook nog eens hardstikke allergisch voor hei.

Daar kan ik over meepraten. Zie je deze vlekken?

Ziet er niet best uit. Uitslagje?

Uitslagje?? Nee joh, dat is afgestorven huid. Visallergie. Als ik nu ook maar vislucht ruik, krijg ik binnen 10 seconden een shock. Ik moest er mijn directeursfunctie voor opgeven.

Jij directeur? Goh. Waar dan?

Ik was directeur van een grote visafslag. Nu ben ik noodgedwongen directeur van een Zwitserse chocoladefabriek. Ik moest van de dokter naar Zwitserland verhuizen namelijk. Vanwege de schone, visluchtvrije lucht. Is ook best behelpen hoor.

Jaaa ja. Goh.

Oei, is het al zo laat. Ik moet rennen…als ik dat zou kunnen tenminste. Nou, het ga je goed hè. Hou je maar taai ouwe mopperkont.

Insgelijks! En hou jij je ook taai ouwe knorrepot.

Internetmanieren

In een grijzend verleden blogde ik namens een grote multinational. Prominent prijken mijn autoritaire gedachten en meningen over trends in technologie nog steeds op de website. Ik was als het ware een soort bloggend boegbeeld. Ze lieten me in principe behoorlijk vrij in de thema’s waarover ik schreef en de manier waarop ik schreef. Ik moest mezelf kunnen zijn. Toch waren er wel regels. Schuttingtaal, sex en religieuze thema’s waren bijvoorbeeld taboe en er werd toch ook wel verwacht dat ik enigszins prikkelend schreef. Ik moest thought provoking zijn. Ook werd ik geacht altijd vriendelijk en beleefd terug te reageren. Dus ik moest én authentiek, én provocerend én een keurige gastheer zijn. 

Dat moest. Verleden tijd. All good things must come to an end, schreef ik heel luchtig op mijn allerlaatste bijdrage op de hierboven genoemde blog. Ik wilde eigenlijk hartgrondig vloeken, want ik had ontzettend last van opgekropte vloeknood. Maar dat mocht ik niet en vond ik zelf ook niet verstandig. Het plaatsen van een vals verhaal zou bovendien zielig zijn geweest. Mij kregen ze er dus niet onder. Ik bleef professioneel en goedgemanierd. Always the gentleman. Maar ik wilde huilen naar de maan, als een wolf.

Ook in mijn eigen blogs en alle andere sociale media waar ik verwoed gebruik van maak, hou ik in mijn achterhoofd dat alles wat ik schrijf onuitwisbaar op het internet staat. Alles wordt door de zoekmachines geindexeerd en met elkaar in verband gebracht. Wat je op het internet zet is er vaak heel lastig weer af te halen en kan zich tegen je keren. Je internetgedrag is onuitwisbaar en door iedereen te vinden. Ga daar maar van uit. Dat besef en goede internetmanieren moeten al op de basisschool worden onderwezen, vind ik. 

Goede manieren. Ik probeer ze op mijn kinderen over te brengen: doe een das om, kam je haren, spreek met twee woorden, stel je netjes voor en zeg U, u, u, u, u, u, u, u…. Ze zullen tegensputteren: maar papa luister nou, ik doe de dingen die ik doe….met mijn ogen dicht. Papa kan alleen maar hopen dat ze het later in zullen zien, net als hijzelf deed. Laat ik maar steeds het goede voorbeeld blijven geven dan en hopen dat mijn kinderen de wijze woorden van hun pa later zullen waarderen. Ze zullen altijd blijven rondzingen op het internet, dus ze kunnen het later zo op google opzoeken.