daar niet van

Wat ik ervan vond? Gut, ik vind het aardig dat je het me vraagt, daar niet van, maar waarom wil je het weten? Denk je dat ik me niet vermaakt heb soms? Nou heb ik me opzich wel vermaakt hoor, daar niet van, maar ik had me er iets anders bij voorgesteld denk ik. Niet dat je het niet duidelijk uitgelegd hebt allemaal, daar niet van natuurlijk hè. Je weet wel hoe dat is bij mij met dat soort dingen, toch? En ik verwijt jou ook helemaal niks, daar niet van hoor. Het is gewoon dat ik niet zo van dat soort dingen ben. Niet dat er iets mis mee is hoor, daar niet van! Ik heb er gewoon niets mee, snap je? Dat snap je toch? Ja toch? We kennen mekaar ook al zo ontzettend lang. Niet dat ik denk dat je nooit iets snapt van mij hoor, daar niet van. En het gaat het er toch om dat jij het naar je zin hebt gehad, toch? Begrijp me niet verkeerd hoor, ik meen dat echt. Niet dat je mij ooit verkeerd begrijpt hoor, daar niet van natuurlijk.

Gezien uw leeftijd…

Vanmiddag zat ik weer eens in de stoel van de orthoptist. En omdat ik een geëmancipeerde man ben (‘k zit al jaren onder de plak van een hoog opgeleide vrouwelijke wetenschapper), zeg ik niet dat het een orthoptis-te is. We zeggen immers ook geen artse. Wel diëtiste, visagiste, politica en boerin. De emancipatie heeft nog wel een weg te gaan dus, maar dat terzijde.

Ik zat dus bij de orthoptist. Dat is een paramedicus die precies (veel nauwkeuriger dan een opticiën) kan meten hoe goed je ogen functioneren. Om te beginnen scheen ze eens fijn met een fel klein lampje in mijn ogen. Ik zie er nu nog steeds vlekjes van. Ook moest ik lettertjes en cijfertjes van de muur lezen terwijl ze diverse lensjes voor mijn ogen hield. Na een tijdje was ze eruit. Ze pakte zo’n model-oog om mij aan de hand daarvan uit te leggen wat haar conclusie was. Dat oog haalde ze uit elkaar om mij te laten zien wat er met mijn ogen mis is.

“Om de lens zit een kringspier die de lens boller en minder bol kan maken. Als de kringspier ontspant wordt de lens minder bol, zodat je in de verte scherp ziet. Om dichtbij scherp te zien moet de lens boller worden, zodat de kringspier dus moet aanspannen. Snapt u?”. Ik knikte dat ik het snapte. “Nu is er met de werking van uw ogen niet zoveel mis, maar gezien uw leeftijd…”. En toen luisterde ik nog maar half. Ik ving nog iets op over verziendheid en wist al genoeg: ik takel af. Het is officieel. En dat in midlife! Ik heb onderweg naar huis terug maar snel wat folders gehaald bij een sportwagendealer en een motorfietsenzaak.

Hoe te neuzelen

Je neus volgen, met je neus kijken, tussen neus en lippen, iets aan je neus hangen, een neus voor iets hebben, je neus ophalen, doen alsof je neus bloedt, iemand bij de neus nemen, iets aan je neus voorbij laten gaan, de neuzen in dezelfde richting krijgen en met je neus in de boter vallen. Er zijn er nog veel meer. Geen lichaamsdeel dat zoveel wordt gebruikt in onze taal als de neus.

Je kunt dan ook moeilijk om de neus heen. Hij zit nogal prominent op onze aangezichten en is een erg veelzijdig orgaan. Het kan snuiven, snuffelen en snotteren. Je kunt het in boeken en andermans zaken steken. Je kunt er mee neuzen in archieven, bibliotheken en curieuze winkeltjes. Het is onze fijnste keurinstrument. En je kunt heerlijk neusie-neusie doen met een ander, ik stel zelfs voor dat we die vreselijke 3-wangzoen hierdoor gaan vervangen.

“Wat een zinloos gewauwel!”, zul je nu wellicht denken, en “Heeft die blogger niks beters te doen dan een beetje ouwehoeren over het reukorgaan?”. Ja, haal je neus er maar voor op. Dat is de gebruikelijke reactie. Dit fenomeen heet “neuzelen” en is helemaal niet moeilijk. Iedereen kan het en jij ook (alhoewel…). Om te neuzelen hoef je alleen maar eindeloos en nasaal te wauwelen over een ongelooflijk suf onderwerp dat niemand ene moer interesseert. In alle bescheidenheid durf ik te beweren dat ik er zelfs bijzonder goed in ben. En dat je dit nog leest zegt wel veel over jezelf hoor 😉

120 MB internet? Lariekoek!

Autofabrikanten die graag hun (zogenaamd) zuinige auto’s verkopen, hebben het over het aantal kilometers dat je kunt rijden op 1 liter brandstof. En als je graag een snelle auto wilt kopen, dan krijg je de verleidelijke accelleratiecijfers voorgeschoteld: van 0 tot 100 km/uur in 6 seconden. Ook al word je bedrogen, in ieder geval weet je, als beoogde koper van een auto, wat de mooie cijfers betekenen. Of in ieder geval wat de cijfers je beloven, hoe misleidend ze ook zijn. 

Maar nu zag ik net een reklamespotje – o nee, dat heet tegenwoordig TV commercial (in ’t Engels klinkt het minder erg) – van UPC. Die hebben het over hun snelle internet. Wel 120 MB! Wat een onzin! Wat betekent het? Het is niet alleen misleidend, maar ook onvolledig. Ik koop toch ook geen auto met wel 120 KM? 

Het is misleidend vanwege de afkorting ‘MB’. En het is onvolledig vanwege het weglaten van ‘per seconde’. Wat ze bedoelen is dat een downloadsnelheid van 120 Megabits per seconde mogelijk is. Dus onder ideale omstandigheden zou je in 1 seconde in één keer 125829120 bits (120 x 1024 x 1024) kunnen ophalen van het internet. Om op een getal uit te komen waar je als consument iets meer aan hebt, moet je de 120 even delen door 8. Dat is namelijk het aantal bitjes dat past in een byte. Consumenten denken namelijk eerder in bytes dan in bits. Dan belooft UPC je dus eigenlijk 15 Megabytes (wat MB wél betekent) per seconde. O nee, dat het per seconde is, zeggen ze er niet bij, want dat weet toch iedereen. Wist jij het?

En wat weet je dan als je weet dat jouw internetverbinding een downloadsnelheid heeft van 15 MB per seconde? Nee, dan ben je eigenlijk nog niks wijzer. Weet je dan of al je gezinsleden tegelijkertijd, ieder een verschillende HD-kwaliteit film kunnen streamen (dat is downloaden en tegelijkertijd afspelen) naar hun schermpjes? En weet je dan ook hoe ideaal jouw verbinding met dat internet is, en hoe betrouwbaar die verbinding is?. Dat blijkt meestal vies tegen te vallen. Met die belofte van 120MB weet je niks. Alleen dat het lariekoek is. 

hoe ‘m te knijpen

“Nou, ik knijp ‘m wel hoor” is een algemeen gebezigde uitdrukking. Ik vraag me er altijd het volgende bij af: wát dan? Het is namelijk nogal onspecifiek en dat stuit me tegen de borst. Wat wordt er geknepen? 

Misschien is er een reden dat het onspecifiek is. Misschien wil ik helemaal niet weten wat er geknepen wordt. ‘m kan natuurlijk vanalles zijn. Kijk, ik snap dat er sprake is van angst. Je kunt bang zijn in allerlei gradaties: van een licht gevoel van onbehaagelijkheid tot het schijten van zeven kleuren stront in je broek (zeven ja, er bestaan waarschijnlijk niet zoveel kleuren stront).

Dus “‘m knijpen” is dus eigenlijk in het midden laten hoe bang je precies bent. Je moet dan bijvoorbeeld als martelaar op lichaamstaal en je neus afgaan om te bepalen hoe bang de uitspreker van de uitdrukking, de gemartelde, is. Deze legt ook altijd sterk de nadruk op “knijp”. Wat de suggestie wekt dat ‘m ook anders behandeld zou kunnen worden, maar dat gezien de huidige gemoedstoestand de voorkeur wordt gegeven aan knijpen. Allemaal vaagheden waar je als martelaar niet zoveel mee kan.

Maar wacht es even, ik vat ‘m (vraag me niet wat precies, ik hou dit graag vaag): angst beïnvloedt blijkbaar de zindelijkheid. Ofwel, bij verhoogde angst vermindert het knijpvermogen van je sluit- en bilspieren. Dus als iemand zegt: “ik knijp ‘m”, geeft deze aan zich bewust te zijn van aangespannen sluit- en bilspieren ter voorkoming van het bevuilen van het ondergoed. Volkomen logisch eigenlijk. Dus martelaren doen er verstandig aan de aanspanning van sluit- en bilspieren te controleren om zich een goed beeld te vormen van de mate van angst die zij teweeg brengen. Buitengewoon praktisch toch? Zeg nou zelf…

Hoe te popelen

Popelen. Dat is een werkwoord dat, als je het heel vaak achter elkaar zegt, op je lachspieren gaat werken. Popelen doe je vanuit een soort acuut gebrek aan geduld. “Ik popel om te beginnen”, zegt iemand die niet kan wachten om te beginnen. Popelen betekent dus “niet kunnen wachten”.

Het is een gek werkwoord, want eigenlijk doe je helemaal niks als je popelt. Je bent vaak wel druk als je popelt. Heel druk met niet kunnen wachten. Van binnen gloeien en jeukende handen zijn de bijwerkingen. Gek genoeg kun je niet op commando popelen, zo van: “Hee, jij daar! Ja jij daar met je zielige kop. Ga onmiddellijk popelen! Nou? Komt er nog wat van?” Dat gaat averechts werken dus.

En als je in de gelukkige omstandigheid verkeert te popelen, dan valt het ook niet onmiddelijk op. Mensen merken het niet echt. Hebben er ook geen last van voor zover ik weet. Je hoort nooit dat mensen zich eraan ergeren als een ander popelt. “Potverdorie, wat zit jij ontzettend te popelen zeg! Schei es uit! Weet je wel hoe irritant dat is? Hè?”

Popelen doe je ook niet vrijwillig. Het overkomt je. Net als bij twijfelen, treuzelen, hopen, vallen of schrikken. Je gaat immers niet zomaar voor je lol even lekker twijfelen, treuzelen, hopen, schrikken of vallen, toch? Hoewel vallen een twijfelgeval is waarbij schrikken een handige bijwerking zou kunnen zijn, maar dat terzijde.

Popelen is in ieder geval wel altijd positief, volgens mij. Wie popelt barst van verlangen om te beginnen te doen waar je je zo op verheugt. We popelen om in een nieuwe baan te starten, we popelen om onze geliefden weer te zien, we popelen om op reis te gaan, noem het maar op.

Popelen is dus fijn. Ja, het is misschien wel iets waar je naar zou kunnen verlangen. Dus dat je als het ware popelt om weer es te popelen. En daar ligt de sleutel tot “vrij popelen”. Popelen wanneer je er zin in hebt dus. Het zal waarschijnlijk wel een beetje hol voelen dat vrije popelen, maar misschien baart oefening ook hier kunst. Nou, waar wacht je nog op? Hup, popelen geblazen!

Hoe te bloggen (of niet)

Er is me een nieuw soort trendje opgevallen in de blog-o-sphere (kan iemand me vertellen wie dat stomme woord heeft bedacht, dan was ik hem even zijn oren): het doorhalen. Heel interessant. Het heeft zo te zien de volgende functie: iets zeggen, maar daar maar half achter staan. Je veroorlooft je daarmee dus iets te zeggen dat je niet (echt) meent of niet letterlijk zo bedoelt, dus haal je het en plein public door.

Eigenlijk geef je in het openbaar dan toe dat de doorgehaalde tekst een onbetrouwbare uiting van je is. Het huidige regeerakkoord zou dus grotendeels doorgehaald moeten zijn. Oeps! Wat zeg ik nu toch weer, gelukkig kan ik het doorstrepen! Doorstrepen is de blogger-manier voor het quasi-beschaamd je hand voor je mond houden bij een welgemeende ontdeugende uitspraak.

Dat is althans mijn analyse. Dus ik geloof dat ik het snap. Maar ik begrijp het alleen niet. Waarom zou je iets willen overbrengen waar je niet geheel achter staat? Bloggen bestaat uit schrijven en schrappen. Dat doorhalen is, als je het mij vraagt, ofwel een verkapte vorm van valse bescheidenheid ofwel een uiting van onzekerheid. Daarom is mijn bescheiden mening en advies: Doorhalen is voor sukkels, doe het niet!Doorhalen is te gék! Het voegt écht iets toe aan je blog!

Update: Naar het schijnt, leef ik onder een rots. Dat heb je ook met al die zwerfkeien hier in Drenthe. Dat doorhalen blijkt in de blog-o-sphere (ooit in de blog-oertijd door een Amerikaan bedacht) al jaren in gebruik te zijn. Ik ben een trage trendspotter, zo blijkt. Ik stel mijn mening dan een beetje bij: doorhalen is zooooo 1995!Doorhalen is heel hip! Doe het ook!

Hoe te smalen

Smaal jij wel eens? Moet je echt eens doen joh. Er gaat namelijk niets boven een potje uitgebreid smalen. Laatst smaalde ik wel anderhalf uur achter elkaar. Het voelt ook ongelooflijk lekker om even ongenegeerd te honen. Dat lijkt heel veel op smalen, dus je kunt het daar uitstekend mee combineren. Het voelt in het begin wel een beetje ongemakkelijk dat honen en smalen, maar dan denk je gewoon bij jezelf: ik ben beter dan de hele wereld!

Visualiseren werkt ook heel goed. Vooral bij de beginnende smaler of honer. Visualiseer jezelf in een hoge, ivoren toren van waaruit je op de mensen neerkijkt. Nietige, kleine mensjes krioelen als mieren onderaan de voet van jouw toren. Ze zijn jouw blik natuurlijk niet waardig, maar je doet het desondanks. Je mondhoeken trekken ietwat naar beneden en je heft je kin zodat je langs je neus naar de wereld kijkt. Het is maar goed dat er gelukkig ook halfgoden zoals jijzelf bestaan zodat er nog enige orde in die chaos daar onderaan jouw toren kan worden gebracht.

En als ze je betichten van hoogmoed, minachting, zelfingenomenheid, of zelfs arogantie, dan weet je dat je in je smaling en honing bent geslaagd. Dan geef je die zeurpieten als blijk van dank je allerbeste hoonlach: Mwah-hah-hah-hah-hah!, jullie zijn toch zoooo zielig. Laat me niet lachen zeg.

van gisteren

– jaaaa, die is óók niet van gisteren hoor
– hoezo, óók niet?
– nou gewoon, omdat het niet normaal is
– wát is niet normaal?
– van gisteren zijn natuurlijk!
– mag je niet van gisteren zijn dan?
– nee slimmerd, dat probeer ik je dus duidelijk te maken!
– van wanneer mag je dan wel zijn?
– wat bedoel je?
– nou, mag je bijvoorbeeld wel van éérgisteren zijn? of van vorige week of vorige maand?
– eh, wat?
– ik bedoel of het alleen om gisteren gaat
– eh, ja, ‘k geloof het wel, maar eh…
– dus als je van gisteren bent hoef je alleen maar tot morgen te wachten om weer normaal te worden?
– hè, wat bazel je nou man??
– laat maar, morgen snap je het wel