Het zit ‘m in

Het zit ‘m in hele kleine dingen. Hier zou “het” kunnen verwijzen naar bijvoorbeeld iets triviaals als “geluk”. Ik dacht dat ik hier iets kwijt wilde over geluk, maar ik ben plotseling gebiologeerd door dat “‘m”. Wat een bijzondere taalconstructie is het eigenlijk. Het overkomt me vaker dat dit soort dingen me ineens biologeren. Geen idee waar ‘m dat toch in zit.

Als geluk ‘m ergens in zit, dan bedoelen we dat datgene waar geluk ‘m dan in zit (meestal iets kleins), positieve invloed heeft op geluk. Tezamen betekent “zit ‘m in” dan ongeveer “hangt af van”. Maar afhankelijkheid is wel wat te sterk. Met “geluk zit ‘m in kleine dingen” bedoelen we te zeggen dat gelukszoekers juist aandacht voor kleine, eenvoudige dingen moeten hebben. Geluk is niet ingewikkeld en niet veelomvattend. Je moet er ook eigenlijk niet naar zoeken. Geluk is overal waar jij het ‘m in wil zien.

Naast geluk zitten ‘m ook dikwijls knepen in iets. Een kneep is wel iets ingewikkelds dat ‘m zit in iets dat essentieel is voor een goed resultaat. Een kneep moet je beheersen. Een kneep is een kunstje voor onder de knie. Knepen zorgen voor kwaliteit. Hier betekent “zit ‘m in” dus duidelijk “heeft vooral te maken met”. Iemand zei ooit eens tegen me: “Bij bierbrouwen zit ‘m de kneep in hoe schoon je werkt”.  Er zitten ongetwijfeld nog wel meer belangrijke kneepjes in het vak van de bierbrouwer, maar dit was blijkbaar een noemenswaardige.

En een verhaaltje zit ‘m soms helemaal niet in het onderwerp dat ik eerst in gedachten had. Terwijl ik dacht dat ik over geluk “moest” schrijven, dacht dit verhaaltje er anders over. Als ik het verhaal teveel leid, kom het op een dood spoor. Maar als ik me door het verhaal laat leiden ontdek ik prachtige zijsporen. Puur geluk eigenlijk. Verhaaltjes zitten ‘m meestal eigenlijk nooit ergens in bij mij. Het is precies omgekeerd. Ik zit ‘m zelf in mijn verhalen als ik ze de vrije loop laat.

De leeuw moet naar buiten

Dat je van binnen vecht als een leeuw, maar dat daar aan de oppervlakte niets van te merken is. Ken je dat? Die leeuw moet nodig naar buiten komen, dacht ik laatst. Dus ik zei: Hup leeuw, ga eens buiten jezelf brullen. Natuurlijk bleef hij stoïcijns in zichzelf gekeerd.

Die innerlijke leeuw vecht voor wat hij waard is, maar wat is hij eigenlijk waard? Of vecht hij niet voor zijn eigenwaarde? Misschien vecht hij voor andermans waarden. Soms denk ik dat hij eigenlijk vecht voor de waarheid in plaats van waardigheid. Waarheid maakt immers waardig.

Leeuwen zijn van nature hele waardige dieren. Maar als je ze opsluit, kan niemand hun waarachtig gebrul horen. Niemand kan dan zien hoe machtig die manen schudden. Dan wordt de leeuw steeds minder waardig. Dat geldt ook voor je innerlijke leeuw. Dus de leeuw móet naar buiten!

Maar de leeuw durft niet zo goed naar buiten. Ik denk dat hij bang is dat zijn brul te hard is, en dat zijn manen te woest zullen schudden. Hij weet niet zeker welk effect hij zal hebben op zijn omgeving. Maar misschien is hij eigenlijk bang voor het effect van de omgeving op zichzelf. Maar die leeuw moet niet zo piepen, vind ik. Hup, naar buiten, en brullen maar!

 

Hoe te stoppen met Facebook

Ergens halverwege december vorig jaar besloot ik dat ik cold turkey ging stoppen met Facebook. Wel na mijn verjaardag natuurlijk. Ik was er teveel aan verslaafd geraakt, vond ik. Vele minuten per dag werden door mij aan Facebook verspild, al hield ik die minuten natuurlijk niet bij. Minuten gevuld met flauwekul. Gekke kunsten, rare fratsen, opmerkelijke onzin, noem maar op. Die minuten had ik beter kunnen besteden aan het lezen van echt nieuws.

Ik vond leuk bij de vleet. Ik kreeg er niet genoeg van. Eerst kon je alleen maar leuk vinden, maar later kon je ook lachen, huilen, tieren en zwijmelen als reactie op een bericht. Daar trok ik mijn streep. Ik vind het leuk, of ik vind niets. Punt. Ik geloof niet dat mijn totale aantal vind-ik-leuks als percentage van het totale aantal berichten dat ooit op facebook is geplaatst, boven de miljoenste procent komt. Ik heb praktisch niets leuk gevonden eigenlijk. Het is compleet verwaarloosbaar.

Maar mijn vind-ik-leuks zijn toch uitingen van mijn identiteit? – zou je kunnen denken. Ik ben wat ik leuk vind, en dat wil ik met de hele wereld delen. En hopelijk krijg je dan veel bijval van anderen. Die bijval is heerlijk. En dus verslavend. Eigenlijk wil je dus graag dat anderen leuk vinden dat jij leuk vindt wat je leuk vindt. Te triest voor woorden dus. Met name die realisatie maakte dat ik met facebook wilde stoppen.

Helemaal facebook-vrij ben ik trouwens nog (lang) niet. Mijn account bestaat nog steeds. Je kunt je account verwijderen, maar dat voelt nog teveel als een amputatie. Een zuiver teken van afhankelijkheid. Facebook biedt je ook de mogelijkheid om je account tijdelijk in de koelkast te zetten. Maar dat heb ik ook nog niet gedaan. Ik weet niet wat me tegen houdt. Misschien het signaal dat ik op die manier mijn vingers virtueel in mijn oren steek. Nu negeer ik iedereen alleen maar. Dat voelt minder erg.

Dat cold turkey stoppen betekende eigenlijk alleen maar dat ik de facebook app van mijn telefoon heb gegooid. Dat bevalt heel goed. Zo krijg ik geen push-meldingen van facebook meer op mijn telefoon. Dat is eigenlijk toch virtueel de vingers in de oren steken. Sindsdien vind ik niks meer expliciet, digitaal leuk. Laatst keek ik stiekem even via de browser. Er stonden honderden berichtjes op me te wachten. Vele gemiste nieuwe uitnodigingen voor een spelletje, vele gemiste nieuwe foto’s, vele gemiste reacties op een reactie van een vriend/vriendin op een berichtje van daar weer een vriend of vriendin van. Ik heb ze maar gelaten voor wat ze waren.

Dus tja, hoe te stoppen met facebook? Willen is 1, kunnen is 2. Als je echt wilt stoppen, dan is het zo gebeurd. Gewoon je account opheffen. Dat dat voelt als een virtuele zelfmoord is precies wat Mark Zuckerberg heeft willen bereiken bij je. Of je doet het net als ik: je wordt een virtuele zombie.

minecraft-zombie

Reetfilter

Vanaf nu hoor ik geen reet meer. Ik kan namelijk letterlijk geen reet meer horen. Ik wíl ook geen reet meer horen. Ik verdraag geen ene reet meer.

Daarom heb ik een reetfilter laten implanteren. Een aanrader wat mij betreft. Nu kan reet me geen reet meer schelen. Het doet me eenvoudig geen ene reet meer.

Achter mijn beide oren zit nu dus een miniscuul reetfiltertje die het lijntje tussen oor en brein aftapt. Zit er een reet op de lijn, dan wordt het getagd met “ruis” en doorgestuurd naar het brein. Dat brein vat het vervolgens op als irrelevant waardoor reet me geen reet meer doet. Retegoed toch?

.

Moest van poes

Blij, blijer, blijst.
Vrij, vrijer, vrijst.
Lui, luier, luist.
Sneu, sneuer, sneust.
Moe, moeër, moest.

Ik zeg eigenlijk nooit “blijst”, of “vrijst”. Misschien zou ik “sneust” nog wel eens kunnen zeggen. Maar zeker nooit “moeër”. Wel “moest”, maar niet omdat ik zo moest uitdrukken dat ik me ooit het moest voelde. Moest is de verleden tijd van moet, en ik moet niks, dus ik moest ook nooit iets. Als ik al moest, dan was het op de plee, en dan had het doorgaans een bevrijdend effect op me. Niks zo bevrijdend als heerlijk zelfsloos moeten op de plee. Heel zen dus (alsof ik daar verstand van heb, maar toch). Hoewel moeten en zen volgens mij weinig met elkaar op hebben.

Zen is in de volksmond ook een bijvoeglijk naamwoord. Iemand zei laatst tegen me dat strijken heel zen kan zijn. En katten zijn ook altijd zen. Daar ben ik het mee eens. Niets is zenner dan een kat. Katten trekken zich niks aan van regels. Katten zijn de zenste wezens op Aarde. Katten zijn te edel om te moeten. Katten mogen schaamteloos lui doen. Niets zo lui als een kat. Katten zijn het allerluist. Ze wakkeren luiheid bij je aan. Als poeslief bij je op schoot springt, zich uitstrekt en uitgebreid gaapt, voel je je ineens ontzettend moe. Je vergeet ineens wat je eigenlijk doen moest. Je moet eigenlijk helemaal niks, vind je ineens.  Je gaapt zelf ook eens flink en zakt wat meer onderuit. Je bent ineens veel te moe om te moeten. Nog voordat je hoofd tegen de bankleuning zakt, lig je, net als poeslief, heerlijk zelfloos te ronken. Je was er ook aan toe, en poes wist dat. Het moest van poes.

Ben

Tot mijn grote verbazing blijkt meditatie op mij een bijzonder sterk effect te hebben. De uitroep van een verbaasd “Huh?” komt van mijn rationele kant. Mijn spirituele kant zegt natuurlijk: “Duh!”. Het mediteren gaat me ook best gemakkelijk af vind ik. Ik begon laatst gewoon maar eens met 5 minuten alleen maar concentreren op mijn ademhaling. Bij iedere inademing word ik langer, en mijn rug rechter. Bij iedere uitademing laat ik spanningen wegglijden.

Voor mijn gevoel vliegen die 5 minuten om. Ook lukt het heel goed om binnendrijvende gedachten gewoon te laten voorbij drijven, als een wolkje aan de hemel. En na een tijdje gebeurt het. Soms meteen, soms pas in de laatste minuut. Ineens ben ik heel bewust. Natuurlijk ben ik voortdurend, maar niet bewust en aandachtig. Als ik ben, dan observeer ik alleen maar. De tijd lijkt wel stil te staan. Ik vind nergens wat van, maar voel gewoon dat ik voel. Ik vind het heerlijk.

Dus nu ben ik bewust minstens tweemaal daags een paar minuten. Omdat mijn hoofd er zo lekker leeg van wordt. Omdat mijn humeur er zo erg van opklaart dat ik het zonnetje in huis wordt. Omdat ik dan beter kan zien wat nou echt belangrijk is. En dat allemaal doordat ik af en toe gewoon alleen maar even ben. Ik kan het iedereen aanraden: laat af en toe eventjes de boel de boel, en ben.

Gezond verstand

Volgens het NL-EN-woordenboek is gezond verstand in het Engels “common sense”. Maar voor mij voelen ze verschillend. Dus ik heb wikipedia maar eens geraadpleegd: Gezond verstand is het natuurlijke, onbedorven verstand waarmee mensen (zoals ik het begrijp tenminste) redeneren over onze waarnemingen en ervaringen. Common sense is het vermogen van (bijna alle) mensen om dingen waar te nemen, te begrijpen en te beoordelen.  In die betekenissen zit genoeg overlap om de vertaling toch te rechtvaardigen.

Common sense zou je ook letterlijk kunnen vertalen naar “gewoon waarnemingsvermogen”. Iedereen zou dit basisvermogen moeten bezitten, vandaar “common”. Volgens Aristoteles zouden zelfs alle dieren (inclusief mensen) dit vermogen in de basis hebben.  Common sense mag je dus van iedereen verwachten. Nogal wiedes. Het is een collectief verstand. Zoiets als wikipedia, maar dan offline, en natuurlijk veel betrouwbaarder.

Common sense heeft eigenlijk geen tegenovergestelde. Gezond verstand overduidelijk wel: ongezond, aangetast verstand. Common sense kun je moeilijker aantasten dan gezond verstand. Gezond, onbedorven verstand raakt bedorven door eenzijdige informatie. Door dominante vaders, propaganda, of – nogal verontrustend – door algoritmen op sociale media. Of denk ik dat omdat die zelfde algoritmen mij dat laten geloven. Hoe gezond is mijn eigen verstand eigenlijk?

Volgens mij is het sowieso altijd verstandig om te beseffen dat je je kunt vergissen. Daarvoor zijn we mens. Je common sense zit in die ene seconde van twijfel voor je met de meute mee gaat. Of je ziet op het allerlaatste moment toch af van een impulsief besluit, vanwege een onbestemd gevoel in je onderbuik. Daar huist je common sense. Misschien is gezond verstand dan wel het vermogen om op je common sense te vertrouwen.

Waarop dan?

Helaas zit het er weer op. De zomervakantie dus. Maar waarop dan? Eh… Tja, het is net zoiets als waar ’s maandags het weekend altijd op zit, maar dan groter, vermoed ik. De grootte is afhankelijk van de lengte van je vakantie, dus die van mij zal wel vrij groot zijn deze keer. Er moet ruim een maand vakantie op passen. Maatje XL-maand dus. Koffie- en lunchpauzes zitten er trouwens ook dikwijls op, dus je hebt ze ook in uren – en minutenmaten.

Wat ik me nu ook ineens afvraag is dit: Wanneer komt het er weer af? Eigenlijk let ik daar nooit op. Ik weet dat pauzes, weekenden en vakanties er iedere keer op gaan zitten, maar ik laat ze daarna volledig aan hun lot over. Ik laat ze er maar gewoon een beetje op zitten. Je kunt er immers ook niks meer mee. Ze zijn op gebruikt dus je hebt er verder niks meer aan. Als ik hun was, zou ik trouwens lekker gaan liggen in plaats van zitten. Ergens vermoed ik dat ze dat ook gewoon doen.

Weekenden en vakanties (vooral schoolvakanties) komen ook altijd ineens voor je deur staan (ze zitten nadrukkelijk niet). Pauzes gelukkig niet want dan ben je immers toch niet thuis. Tenzij je thuis werkt natuurlijk, maar dan nog staan ze niet voor de deur, want daarvoor zijn ze te klein. Ik denk eerder dat deze als een roodborstje op je raampje gaan staan tikken. Maar weekenden en vakanties staan dus op gegeven moment wel voor de deur. Weekenden doen dat steevast op vrijdagmiddag. Vakanties staan soms al wel een maand van te voren te trappelen voor je deur.

Er wordt overigens niet nader gespecificeerd welke deur dan precies, maar ik vermoed de voordeur. Het belt ook niet aan, maar gaat gewoon stoïcijns, als een huiskat, een beetje naar je voordeur zitten staren totdat je de hint begrepen hebt. Je moet er iets mee voordat ze op hetgeen gaan zitten waar ze na hun afloop altijd op willen zitten. Waarop precies, dat bepaalt het zelf. Ook weer net als een kat (deze eet vast ook de roodborstjes die ik vergeet binnen te laten). Waarschijnlijk ergens schaamteloos languit in het zonnetje op de vensterbank. Zou ik ook doen als ik mijn vakanties en weekenden was.