Auteur: Mark

Doendenker, Taalknutselaar

Nice

Wauw! Nieuwe stoeltjes? Nice!
Passen goed bij je tafel. Retro maar ook stylish.
Echt heel nice.
Al dat petrol is misschien wel een beetje too much.
Een tikkeltje overdone.
Maar ík vind het heel nice hoor.
Ja, echt nice.

De godvergeten rambam!

“Zak in de stront” brommen
tegen een vervelend varken,
“Je kan me de boom in!” roepen
tegen een eikel van een eekhoorn,
“Vlieg toch allemaal op!” brullen
naar een plein vol stomme stadsduiven,
“Ga toch op dak zitten!” schreeuwen
tegen de kat van de buurvrouw
lucht allemaal natuurlijk helemaal niet op.
Nare ziektes verwens ik dier noch mens,
maar dwarsbomers mogen toch rekenen
op de godvergeten rambam!

Substantie

Hoe vast is mijn vorm eigenlijk? Hoe los of vast zou mijn vorm moeten zijn? Het zijn vragen die de laatste tijd vaak door mijn hoofd gaan. De achterliggende gedachte is dat ik graag trouw wil blijven aan mezelf, maar dat ik dit tegelijkertijd ook mijn geliefde toewens. We praten er ook vaak over met elkaar. We vinden allebei dat het belangrijk is om niet te vervormen voor de ander. We willen elkaar graag laten zoals we zijn, maar kan dat eigenlijk wel? Hoort een beetje van jezelf opofferen voor de ander ook niet gewoon bij een liefdesrelatie? Een beetje dus, niet alles. Het gaat toch om het vinden van een evenwicht en het respecteren van elkaars grenzen?

Ik denk dus dat je vorm wordt bepaald door je grenzen en de krachten die daarop worden uitgeoefend. En misschien is het woordje “vorm” ook wel teveel bepalend in de perceptie van de vastheid ervan. Bij “vorm” denk ik teveel aan een bepaalde mate van consistentie. Een vloeistof wordt flesvormig door de fles. Te vloeibaar zijn maakt dat je te snel de vorm aanneemt van datgene dat je inperkt. Terug naar de mate van consistentie van je “vorm”: die is niet homogeen. Ik ben gedeeltelijk als een vloeistof, en gedeeltelijk als de fles.

Liefde gaat dan eigenlijk over toelaten dat je in elkaar over gaat. Toelaten dat je een beetje vervormt. Je er bewust van zijn dat de ander ook een beetje jouw vorm zal gaan aannemen. En daartegen hoef je niet per se te verzetten. Dat is gewoon ook niet zwart-wit. Je biedt een bepaalde mate van weerstand tegen vervorming of je geeft een bepaalde mate van vertrouwen in de vorm van de ander zodat je je daaraan in een bepaalde mate kunt overgeven. Liefde gaat over balanceren tussen vorm geven en vorm aannemen. Tussen kracht en overgave. Tussen het zijn van de rots of het zijn van de branding. Je vorm is vast en los. Vorm deugt wat mij betreft dus niet als term. De vorm is ook niet de essentie. Er is een woord dat beter past: substantie.

Niet af, maar naakt

Een mens is gewoon nooit af. Je leven is nooit af. Je sterft zoals je dan bent. Zo zie ik dit althans. Een heel leven wijden aan vervolmaking van jezelf voelt voor mij dus als zinloos.

Ooit las ik ergens dat je als peuter al begint jezelf te plamuren met laagjes gedrag die afwijzing door anderen moeten voorkomen. Ergens halverwege mijn leven ben ik begonnen die lagen plamuur er weer af te beitelen. In een poging mijzelf weer te “normaliseren” tot mijn essentie. Een poging om mijn pure kern weer bloot te leggen.

Misschien is dat wel het doel van een mensenleven: de wederblootlegging van jezelf. Een mens komt naakt ter wereld en moet die ook weer naakt verlaten. Niet af, maar naakt.

Strepen

Tijdens een gesprek met een collega had ik het erover hoe ingewikkeld ons werk eigenlijk is, en hoezeer we verschillen in hoe we ons beroep uitoefenen. “Ons werk is natuurlijk heel divers en we hebben verschillende stijlen. Het werk van een glazenwasser is veel overzichtelijker en eenvoudiger.”, zei ik. “Nou, dat valt ook nog vies tegen, hoe makkelijk dat is. Ik laat altijd strepen na als ik de ramen lap”, zei mijn collega gekscherend. Mijn collega was gekscheers, maar in mijn hoofd werden die strepen belangrijk. Een streep is een vergeten plek op het raam. Een plek waar de kwaliteit van het werk minder is. Een plek waar de aandacht voor de taak verslapte. Een moment waarin je misschien een idee kreeg, een ingeving. Dus ik mijmerde: “We zouden dus eigenlijk goed moeten kijken naar de strepen die we in ons eigen werk na laten”. Na afloop van het gesprek bedacht ik me dat die mijmering natuurlijk zelf ook een streep na liet.

Leeftijd

Instanties moeten van alles van hem
weten zoals geslacht en leeftijd
de antwoorden staan alvast
streng opgesomd in een harnas
dat niemand precies past

Leeftijd is meer dan alleen de tijd
die verstreek sinds je begon
we lijken immers des te liever
te leven als we even kunnen vergeten
wat tijd ook weer was

Over duister krakend ijs scheert
de schaatser gebogen langs
een kille kraag van morsdood gras
zich een weg banend met ijzeren
wil om nú te voelen dat hij leeft

Verkeerd verbonden

Achter mij zei iemand op afwezige toon: “goedemorgen”. Ik stond koffie te tappen en draaide me even half om, nieuwsgierig wie mij dit toewenste. Ik antwoordde dan ook met een waarvan ik dacht vlot en vrolijk “goedemorgen!”. De collega liep me voorbij en keek me niet aan. Blijkbaar was hij diep in gedachten en goedemorgende hij mij gewoon uit automatisme en niet omwille van het maken van een verbinding. Wat dacht ik ook wel zeg? Was ik daar even verkeerd verbonden.

Houvast

En plotseling was alle houvast zomaar weg. Een duizelingwekkend gevoel te vallen overmeesterde me. Een gevoel dat totaal onverwacht kwam. Overrompeld schudde ik op mijn grondvesten. Mijn lichaam liegt niet, daar vertrouw ik op. Mijn rationele verstand doet tevergeefse pogingen om mijn hart te beschermen. Maar het hart stuurt resoluut aan op de sprong in het diepe. Schat, houd me vast.