Kom op, stug doorwinteren!

Gisteren wilde ik mijn blog weer eens in de wilgen hangen. Al mijn blogs. Weg ermee. De hele donderse pijp aan Maarten geven. Dat heb ik eens in de zoveel tijd. Allerlei redenen vliegen dan door mijn kop: geen zin meer, vind niet de voldoening die ik zoek, zou mijn tijd beter aan echt belangrijke dingen moeten besteden, mijn blog zuigt, waar doe ik het voor?

Tot nog toe ging ik toch gewoon door met bloggen. Even een tijdje mokken en broeien en dan ineens vind ik mijn blog-energie weer terug. Soms smijt ik dan zelfs weer een heel nieuwe blog op het web. Nu effe niet. De energie is ver onder peil. Ik zit in een blogdip. Deze tekst komt als stroop uit mijn vingers. Dit is een verwoede poging om mijn vingers achter mijn dip te krijgen.

Het overkomt me dus vaker en het overvalt me ook altijd. Ineens bevind ik me in een dal. Overal om me heen zie ik bomen. Idioot hoge naaldbomen met hun kruinen ver boven me en lange, kale stammen. Hoog boven mij hoor ik de wind door de takken ruisen, maar bij mij staat een vaag briesje, nauwelijks voelbaar en verstrooid door de vele stammen. Eigenlijk voel ik verder weinig. Geen kou, geen warmte. De bodem is bezaaid met dorre naaldjes. Het is er doodstil.

Het is herfst en het belooft een lange donkere winter te worden. Misschien ben ik onbewust aan het voorwinteren. De zomer wil je zo lang mogelijk vasthouden. Lente is leuk, maar we willen toch snel door naar die zomer. Voorzomeren. De herfst ontkennen we door zo lang mogelijk te nazomeren. En dan staat de winter ineens heel snel voor je deur. Onverbiddelijk. Misschien is het een oerinstinct om me nu als een gek vet te vreten en een stil plekje te zoeken waar niemand me kan vinden tot het weer voorjaar is. Helaas, geen optie. Ik heb het veel te druk met geleefd te worden. Stug doorwinteren en daarna gewoon weer opbloeien.

Powered by ScribeFire.

Onno Zeleman laat zich weer eens naaien

Net als hij zit te eten gaat de telefoon. Met gefronste wenkbrouwen loopt Onno naar de telefoon en neemt op. Terwijl hij de hoorn aan zijn oor houdt wacht hij twee ademhalingen en zegt kalm “Met Onno Zeleman”. Aan de andere kant van de lijn begint een vriendelijk klinkende meneer te spreken. Het gesprek verloopt als volgt:

Goedenavond meneer, u spreekt met Mark Eter van de Nederlandse Aktie & Aanbiedingen Integra Maatschappij. Spreek ik met de heer Onno Zeleman?

Onno: daar spreekt u mee inderdaad, waar belt u voor?

Mark: Bel ik gelegen?

Onno: Nou, ik zit nog te eten, maar…

Mark: Uitstekend, dan zou ik u graag een aantal vragen willen stellen.

Onno: Maar…

Mark: Meneer Zeleman – of mag ik Onno zeggen?

Onno: Ik heb liever…

Mark: Mooi, dat praat een stuk makkelijker. Onno, zoals je weet is de Nederlandse Aktie & Aanbiedingen Integra Maatschappij uitgeroepen tot het beste bedrijf op de Nederlandse afzetmarkt. Je bent toch bekend met dit bedrijf?

Onno: Eh.. nee, ik weet niet…

Mark: We bestaan ook nog maar kort. Misschien ken je ons onder de kortere naam De NaaiMij.

Onno: De Naai…Mij…, zegt u? Ja, dat doet geloof ik wel een belletje rinkelen bij me…

Mark: Zie je wel. Het zou ook erg jammer zijn als je ons niet kende, want ik heb een leuke aanbieding voor je.

Onno: O, eh..

Mark: Onno, maak je regelmatig buitenlandse reizen?

Onno: Och, ik zou het wel vaker moeten doen eigenlijk, maar ik ben maar alleen

Mark: Kijk, kijk, dan heb ik echt een zeer interessante aanbieding voor je!

Onno: O ja?

Mark: Jazeker Onno, speciaal voor jou. Ik heb daarvoor nog wel wat gegevens van je nodig.

Onno: eigenlijk zit ik nog te…mijn gehaktballetje wordt koud…kan ik u later…

Mark: Wanneer ben je geboren?

Onno: 12 september 1959, maar…

Mark: Heel goed, en wat is je beroep?

Onno: ik werk bij de gemeente, maar eh…

Mark: Mooi, mooi, nu heb ik nog uw adresgegevens nodig.

Onno: maar wacht even, u hebt me nog niet verteld wat de aanbieding precies is.

Mark: Kijk, een oplettende klant, daar hou ik van. Eh..even kijken…ja..ik mag je onze exclusieve en uitgebreide reisverzekering een heel jaar gratis aanbieden. En dankzij onze zeer exclusieve afspraken met diverse grote reisorganisaties krijg je met die verzekering ook nog eens tot wel 40% korting op bijvoorbeeld hotelkosten en vliegtickets.

Onno: nou, dat klinkt zeker interessant zeg.

Mark: Nu kun je je dromen waarmaken Onno. Het enige dat jij daarvoor hoeft te doen is even je adres, bankrekeningnummer en creditcardnummer aan mij door te geven. Dan zorg ik persoonlijk dat het hele pakket vanavond nog naar je toe wordt gestuurd.

Als Onno heeft neergelegd staat hij vertwijfeld te glimlachen. Hij wrijft vergenoegd in zijn handen en gaat weer aan de eettafel zitten. Zijn gehakballetje is intussen helemaal koud geworden, maar dat geeft eigenlijk niks, want hij heeft vanochtend van die aardige meneer die aan de deur kwam een professionele Combi-magnetron-oven die door alle grote chefkoks wordt aanbevolen gekocht voor maar 1199 euro terwijl ze normaalgesproken wel 2500 euro kosten. Een buitenkansje dus waardoor Onno Zeleman nu zijn gehaktballetje toch lekker warm kan nuttigen.

Powered by ScribeFire.

De stilte van 15 miljoen

Een van mijn favoriete oasen van verstilling in Nationaal Park Dwingelderveld (vanmiddag zelf gekiekt met mijn fotofoon)

Vanmiddag liep ik door de Drentse bossen, niet ver van Spier, niet ver van de snelweg, niet ver van het Noorderveld. Samen met mijn vier dartele veulentjes. Ik had 3 pogingen nodig om een stil stukje Drenthe te vinden. Gelukkig was mijn favoriete stukje nog relatief rustig. Rondom onze woonplaats Dwingeloo waren de bosparkeerplekken bomvol en overal tussen de bomen zag én hoorde je mensen lopen. Allemaal toeristen die op zoek waren naar die Drentse stilte. Dit werd mij duidelijk toen ik het Journaal van 8 uur vanavond zag.

Die Drentse stilte wordt in de nabije toekomst dus nóg stiller, en daarvoor wordt even 15 miljoen euro opgehoest. Het Noorderveld zelf wordt weer zoals het was vóórdat het landbouwgrond werd: een sompig en uitgestrekt heidegebied. Een glorieuze muggenkwekerij. Van het Noorderveld wordt momenteel een laag aarde afgegraven en over en strook van 5 kilometer langs de A28 op een grote langwerpige hoop gekwakt. Die hoop krijgt twee functies: geluidsdemper en toeristenlokker.

Nietsvermoedende automobilisten wil men van de snelweg lokken met behulp van een 5 kilometer lange lokstrook vol heide, bomen en wat waterpartijen. Als vliegen moeten de potentiële toeristen op de nieuwe natuur en stilte afkomen. Goed voor de lokale economie, want daarmee gaat het blijkbaar niet goed. Komt zeker door de krimp. Vanmiddag had Het Dwingelderveld bepaald geen tekort aan toeristen. Het gonsde ervan in de bossen en op de hei. Oh, wat is het hier stil hè? Ja, echt heel stil. Jeetje wat stil. En kun je nagaan, het wordt nóg stiller. Echt waar? Ja, echt waar.

De lokstrook moet ook het geluid van het verkeer dat ondanks de verlokkingen tóch door raast, dempen en verstommen zodat de natuur erachter nóg beter kan verstillen. Als natuur- en stilteliefhebber hoop ik dan maar dat de hoeveelheid nieuwe stilte, die stilte van 15 miljoen, groter is dan de de toename van het geroezemoes van die broodnodige nieuwe toeristen, anders komt er van die verstilling niks terecht. Aan de andere kant hebben al die nieuwe muggen ook weer verse toeristen nodig. Kom toch maar dan, u bent van harte welkom!

Powered by ScribeFire.

Bloggers zijn volhardende, idealistische sukkels

Naast mijn verwoede blog-pogingen alhier, probeer ik ook leuk en gevat te zijn op mijn Engelstalige blog #frappings. Met verwaarloosbaar succes probeer ik daar boven al het blog-gekrakeel dat op het web plaats vindt, uit te komen. In maart van dit jaar deed ik daar de gevleugelde bewering dat eigenlijk de meeste blogs een hoge gaap-factor hebben (inclusief die van mijzelf) in een verhaal getiteld “Bloggers are tenaciously idealistic fools, as they should be”.

De titel bevat heel bewust het woordje “fools”, want dat zou schijnbaar heel prikkelend moeten zijn en veel hits moeten genereren. Ik laat het werkelijke resultaat maar even in de lucht hangen. De centrale stelling van mijn verhaaltje was dat de boodschap die je wilt overbrengen in een blog post, waarschijnlijk al door vele anderen vóór jou is overgebracht (echte genieën daargelaten). Toch plaatsen wij stug onze ongetwijfeld briljante maar meestal overvloedige boodschappen op onze blogs, want bloggers zijn volhardendende idealisten. En dat lijkt mij een goeie zaak! Dankzij die volharding blijft Het Blog Springlevend, maar dat is al door vele anderen gezegd. Volhardende, idealistische sukkel die ik ook ben.

Gelukkig bijna uitgestorven

Voor ik mijn (gemakshalve zeg ik ‘mijn’, maar eigenlijk heb ik het ding in bruikleen van de baas) schootcomputer – type stoeptegel met vergelijkbaar gewicht – openklap in de trein kijk ik schuchter om me heen. Het is een 1e klas coupé, dus op diverse schoten ligt een laptop open. Hier en daar een eitje met een appeltje, maar overwegend zakelijke apparaten met een versie van Microsoft’s OS “Windows” erop. Ik zie gelikt zwiepende venstertjes op die schermen. Een en al grafische lenigheid. Toe maar! Windows 7 zeker! Uitslovers. Allemaal expres op standje maximale flitsflats-imponering gezet. Om de ogen uit te steken van noodgedwongen dinosaurier-users zoals als ik.

Hopelijk met een blik van “ik vind het helemaal niet belangrijk om een moderne OS op mijn laptop te hebben” klap ik mijn laptop nonchelant open. Met een hoop geflikker komt mijn scherm tot leven en zit dan gelijk helemaal vast. Na een halve minuut reageert het ding nog steeds niet op mijn dringende aanmoedigingen op de toetscombinatie ctrl-alt-del, hoe stevig ik ze ook in druk. Geroutineerd houd ik dan maar de power-knop 4 seconden ingedrukt. Dat geeft altijd resultaat en weldra zie ik het vertrouwde opstartscherm.

Onmiddelijk meen ik achter mij gegrinnik te horen. Sissend gefluister: “pfff moet je zien…wzwzwzwz…XP…kgmpf”. Ik doe alsof ik even iets uit mijn jas moet pakken die op het bagagerek ligt. Steels kijk ik naar de mensen op de stoelen achter mij. Ogen schieten schuldig opzij. Hah!

Ja, mijn laptop draait nog Windows XP. Een OS uit de oertijd. Niks geen soepele, sexy flitflats user interface, maar sobere spartaansheid. En bovendien werkt het ook nog eens niet goed. Ja, die zandloper, die wel. Die doet het uitzonderlijk goed. Zelfs Microsoft wil niet meer met XP worden geassocieerd en heeft haar zegen en steun voor dit kind uit het nest ingetrokken. Dit prehistorische OS is zwaar bedreigd met uitsterven. En dat is maar goed ook.

Eind van dit jaar mag ik ook over op Windows 7. Gezien de gebleken houdbaarheid van XP zal ik daar in mijn beroep zeker de komende 8 jaar mee moeten werken. Over acht jaar kan ik dit verhaal dan gewoon recyclen. Ik hoef alleen ‘XP’ te vervangen door ‘W7’ en ‘Windows 7’ door ‘Windows 12’. Ja, Windows 8, 9 en 10 worden dan overgeslagen, want als bedrijf moet je een OS tot op het bot afkluiven voor een positieve business case.

Powered by ScribeFire

Polsjapanner

Ooit voor honderd gulden op de kop getikt
Anderhalve rib uit het lijf van een arme student
Een Casio Quartz model doodgewoon
Het sloot een periode vol digitale prutsklokjes af
Eenvoudig en degelijk met een wijzerplaat
En een uurwerkje met een hart dat tikt
Regelmatig, elke seconde secuur doserend
Jaren en jaren tikte het mij voorwaarts

Op en dag brak de metalen polsband
Ach, het werd ook wel tijd voor iets nieuws
Mijn trouwe polsjapanner wurde ersatzt
Durch ein modernes, titanium Uhr
Een mooi geschenk van mijn lief
De Casio ging bij de andere herinnerdingen
In het luxe doosje van zijn vervanger
Tikte het nog lange tijd stug door

Das neues Uhr bleek Duits maar niet degelijk
Een val op een Nederlands perron
Deed het krasvaste kristalglas barsten
Geen horlogemaker zag er nog heil in
Irreparabel kaput, Scheisse.
Een tijd lang bleef mijn pols ontsierd
Niet dat ik tijdloos door het leven ging
De mobiele telefoon weet ook hoe laat het is

Tijdens een verhuizing dook hij ineens op
Mijn ouwe, trouwe polsjapanner
Alleen maar een nieuw bandje nodig
En een nieuwe batterij
Zonder hapering tikte het als vanouds
Weer mijn eigen tijd vooruit
Tijdloos mooi prijkt het nog steeds
Zwaar maar geruststellend aan mijn pols

Maar veraderlijk lonken ze in etalages
Stoere mannensierraden vol tandwielen
Midlife doet schijnbaar veroorloven
Die oude Casio is te min voor mijn ego.
Van weggooien is natuurlijk geen sprake
Ceremonieel schenk ik het later een van mijn zonen
Beleefd neemt hij het dan aan en zegt eerlijk
“Pap, ik weet niet wat ik zeggen moet…”

Powered by ScribeFire.

Boterham

Het is een sneetje van een brood. Een sneetje worst noemen we dan weer een plak. Tenminste, als het niet te dik gesneden is, want dan wordt het een homp of een stuk. Een plakje wortel is dan weer een schijfje.

En alleen bepaalde sneetjes brood mag je boterham noemen. Ik heb geen scherp afgekaderde definitie, maar stokbroden kun je bijvoorbeeld geen boterhammen van snijden. Dus niet al het brood is boterhamwaardig.

Ik begin te vermoeden dat de vorm van de broodplak bepaalt of het een boterham mag heten of niet. Een soort paddestoel met een dikke steel. Die vorm denk ik aan bij een boterham. Maar ik noem een plak vloerbrood ook een boterham. Die plakken hebben de vorm van de hoofdletter D. Misschien is het toch niet de vorm.

En dan nog het woord zelf. Ja, op een sneetje brood is boter vrij standaard, maar ham niet. Of was vroeger toen de boterham werd uitgevonden ham het enige beleg dat bestond? Hier kom ik niet uit.

Wikipedia raadplegen leert me dat de herkomst van het woord onduidelijk is. Vroeger werd een sneetje brood ook wel een “rammel” genoemd. Een mogelijk oorsprong daar weer voor ligt in België, want daar noemen ze een geroosterde boterham een rammeke. Zie je wel, het ligt dus niet aan ons Nederlanders dat wij over boterhammen spreken. Die rare Belgen toch 🙂

iTomb

Noem het morbide, maar dit is waar ik aan dacht toen ik hoorde dat Steve Jobs is overleden: iTomb. De grafzerk is natuurlijk een levensgrote, granieten iPhone. Het oppervlak is glanzend zwart. Enigmatisch, zonder enige gravering. Zelfs niet het woordje “iTomb”. Eronder liggen Steve’s stoffelijke resten. De man die Silicon Valley mede heeft gemaakt tot wat het nu is. De man met de gouden visie. Ik ben Apple-fan noch -hater, maar Apple liet me in ieder geval niet koud. Steve Jobs laat niemand koud. Apple laat niemand koud.

De iTomb mag je aanraken om in contact te komen met de ziel van Steve. Het wordt een bedevaartsoord, dat is zeker. Het huis in Silicon Valley, waarin Steve opgroeide, wordt een nationaal monument (misschien is dat al zo). Een must-visit voor Silicon Valley toeristen. Zelfs een broodnuchter type zoals ik zou zeker en bezoekje overwegen als ik in de buurt zou zijn. Steve is een iCon. Zijn dood laat niemand onberoerd. Rust zacht Steve.

Niks Crisis

George Berkeley was een bisschop en een beruchte filosoof. Hij vroeg zich ooit het volgende af: Als een boom in een bos omvalt en er is niemand in de buurt om het te horen, maakt het dan geluid? In essentie komt dat erop neer dat iets alleen echt bestaat of gebeurt als het wordt waargenomen. Of nog korter om: Geen getuige, geen gebeurtenis. Dit is natuurlijk puur filosofisch en werkt dus niet in de omgekeerde richting: iets gebeurt niet als iedereen het negeert. Of toch? Ik bedoel, we stoppen toch aan de lopende band gebeurtenissen in doofpotten en we steken toch massaal onze koppen in het zand wanneer we willen dat iets niet is gebeurd.

Wat dan het verschil tussen zintuigelijke waarneming en de werkelijkheid is, is dan inderdaad een belangrijke vraag. Iets dat in de doofpot zit wordt, zolang het in die doofpot zit, niet zintuigelijk waargenomen, dus je mag je dan afvragen of de inhoud van de doofpot wel echt bestaat. Een verkrachting en moord op een meisje van 11 jaar (Marietje Kessels) door een Tilburgse pastoor bestond meer dan honderd jaren niet omdat het in een doofpot zat. Wat in een doofpot zit, is niet gebeurd. Een afgrijselijk voorbeeld natuurlijk. De daad was werkelijk, maar de dader bestond niet, want die zat in een doofpot. Heel effectief dus, die doofpotten.

Nu vraag ik me af of je met doofpotten (of koppen in het zand) ook vicieuze cirkels zou kunnen doorbreken. Mijn economische kennis is nog nooit zintuigelijk door iemand waargenmomen, dus maak deze zin zelf maar af. Wat ik van economie denk te begrijpen is dat de stabiliteit ervan afhangt van hoe wij de stabiliteit collectief ervaren. Als wij het gevoel hebben dat de economie wiebelt, dan gaat ‘ie vanzelf wiebelen. Bij zoiets ongrijpbaars als de economie kan het tóch in omgekeerde richting: als we denken iets zintuigelijk waar te nemen, dan gebeurt het ook. Als we er collectief van overtuigd raken dat er een crisis zichtbaar is, dan gebeurt die crisis dus ook. Natuurlijk raaskal ik. Of niet? Wat weet ik nou van economie? Misschien moesten we die hele economische crisis ook eens een paar decennia in de doofpot stoppen. We moeten de economie natuurlijk vooral blijven waarnemen, anders bestaat deze helemaal niet meer. Of is dat juist precies wat er aan de hand is? Door de bomen zien we geen bos meer. Door de crisis zien we geen economie meer. Niks crisis!

Powered by ScribeFire.