Levens

Een leven lang voelde ik me alleen. Alleen wilde ik dat niet toegeven. Ik hield mezelf voor dat ik nou eenmaal een einzelgänger ben, wat ook wel echt waar is. Maar ik was het wel. Alleen. Zelfs ik zelf liet mij links liggen. Nu weet ik dat ik ooit juist zélf begonnen ben met het in de steek laten van mezelf. Maar lange tijd hield ik een leugen in stand.

Het gekke is dat ik twee levens leek te leven. In het ene leven stond ik er midden in. In het andere aan de zijlijn, machteloos toe te kijken. Ik had een werkleven en een sleepleven. In mijn werkleven voel ik mij het meest mezelf. Het sleepleven voelde als een leugen en holde me uit. Maar misschien waren beide levens wel gefundeerd op zelfverloochening. Misschien diende het werkleven wel om het sleepleven te vergeten. In mijn werkleven beschikte ik wél over mezelf. In mijn sleepleven raakte ik mezelf meer een meer kwijt.

Vandaag heb ik één enkel leven. Een aantal jaren geleden heb ik mijn dubbelleven met enorme kracht van me afgeworpen. Nog immer de einzelgänger, maar wel een vrolijke. Ik laat mezelf nooit meer in de steek. Die belofte heb ik mezelf plechtig gemaakt. In mijn leven sleept niets meer. Nooit meer. Ik heb de wind in de rug. En het vrijgezellenbestaan dat ik met zoveel verve oppakte, lijkt tóch een korter leven beschoren te zijn. Ze wandelde zo mijn leven in. Weerloosheid maakt zich meester van me. O jee…

Lief

Hoe zou een bloemknop zich voelen, nu de lente zo dichtbij is? Zou het verlangen naar warmte? Zou het verlangen naar de sprong in de volle bloei? Zou het smachten naar het zoemen van de bijen? Zou de sapstroom op hol slaan bij de gedachte daaraan? Ik zie die knoppen als ik buiten wandel en voel me er vreemd genoeg mee verbonden. Alhoewel, vreemd? Gezien de stand van mijn gemoed is het eerder vanzelfsprekend. Een intens gevoel van geluk bruist in me. Ze is zo waanzinnig lief.

Ubuntu

Een tijdje geleden kocht ik in een opwelling een boek over de Zuid-Afrikaanse filosofie “Ubuntu“. In het boekje staat op bijna iedere bladzijde wat Ubuntu is, maar steeds een beetje anders verwoord. Je ziet jezelf in anderen, en anderen zien zichzelf in jou. Jij bent waardevol voor en door anderen. Anderen helpen is jezelf helpen. Anderen in de steek laten is jezelf in de steek laten. Ubuntu gaat dus over de verbondenheid met anderen.

In hetzelfde boekje las ik verder dat Ubuntu over perspectief gaat. Iets kunnen zien vanuit het perspectief van een ander. Bij een conflict zou je volgens Ubuntu moeten proberen het perspectief van de ander te begrijpen. Alleen dan kan aan weerszijden ruimte ontstaan voor een verbreding van de zienswijze.

Dat geeft toch wel te denken. Je hoort immers heel vaak dat er gesproken wordt over de polarisatie van de maatschappij. We weten allemaal dat de polarisatie veroorzaakt én versterkt wordt doordat de ene zijde zich niet kan (en wil) verplaatsen in de andere zijde. Polarisatie is verdeeldheid. En verdeeldheid maakt een maatschappij zwak. Poetin spint daar nu garen bij. Op de wereldschaal waarop het conflict om Oekraïne nu speelt zou een beetje meer Ubuntu volgens mij niet misstaan.

Woordspeling

Woordspeling is wiebelruimte in een woord. Waardoor de betekenis ervan lekker los zit. Zodat een woord vanuit een andere hoek zomaar iets heel anders betekent. Woordspeling is zelf ook zo’n woord. Gaat het nu over de beweeglijkheid van een woord, of over speelsheid met woorden? Ontmoeting is een andere favoriet. Ik zie dan dat mooie verband met onthaasten. Dat is niet alleen je tempo verlagen, maar ook het moetgehalte. Een onthaast mens heeft daardoor meer tijd voor het moment. En natuurlijk ook duidelijk minder haas.

Geselen

Gisteren geselde de regen de straten. Dat is hoe ik het beleefde. Als een geseling. Tegelijk vroeg ik me af: wie zegt er vandaag de dag nog “geselen”? Het is meer een woord dat je schrijft dan uitspreekt. Geselen is een beetje als zwarte peper. Het is een woord dat in spannende verhalen wordt gebruikt om de scene “op smaak” te brengen voor de lezer. Geselen versterkt de beleving van regen. Geselende regen is geen voorjaarsbuitje. Een geselende bui striemt en kwelt.

Stel je een te voet gaande reiziger voor. Zijn pad wordt gegeseld door een niet aflatende regenbui. Diep voorover gebogen klieft hij zich door het noodweer. In de verte lokt de warme gloed van zijn bestemming: herberg “De Gegeselde Reiziger”. Na wat een eeuwigheid lijkt, bereikt de reiziger de herberg alwaar hij zijn doornatte jas bij de kachel te drogen hangt en plaats neemt aan een wiebelende tafel. Het ruikt er naar boenwas en natte hond, maar het is er droog en warm. De potige herbergier komt zijn tafel schoon vegen met een geruite theedoek vol vlekken, en bromt: “Wilt u iets bestellen?” De wandelaar bestudeert even de groezelige menukaart en zegt dan: “Ja, ik had graag de gegeselde uitsmijter met uw beste bier”.

De ruimdenker

Hij probeert zo min mogelijk van dingen op te kijken. Dingen die ver van hem af staan. Dingen die indruisen tegen zijn overtuigingen. Dingen die hij nog niet begrijpt en misschien wel helemaal niet hoeft te begrijpen. Dingen die ook gewoon zijn wat ze zijn. Dus denkt hij er niets over. Hij vindt eigenlijk dat hij niet eens per se een mening over alles hoeft te hebben. Het leven is eenvoudigweg te kort om over alles wat gebeurt in de wereld, een mening te hebben. Dus hij denkt maar ruim. Zodat er plaats is voor het respecteren van het vreemde. Het leven zelf voelt dan ook ruimer.

Het zou hem ook niet verbazen als anderen zich zouden verbazen over dingen die voor hem heel gewoon waren. Dingen die hij doet en morgen weer. Dingen die indruisen tegen hun overtuigingen. Dingen die ver staan van hun waarden. Misschien is het voor anderen moeilijk of zelfs onmogelijk om zijn dingen te laten zijn wat ze zijn. En misschien is het voor hen zelfs onmogelijk om geen mening te hebben over die dingen. Ook daarover moet hij ruim kunnen denken, vindt hij. De ruimte in het denken van anderen is immers ook slechts een ding dat hij niet per se hoeft te begrijpen.


Hoe laat

Hoe laat is het? Een veel gestelde vraag. Maar het is eigenlijk een rare vraag. Waarnaar verwijst “het” precies? En welbeschouwd neemt de steller ook een vooringenomen standpunt in. Er wordt namelijk vanuit gegaan dat “het laat is”. Wat de vrager dan eigenlijk vooral wil weten is de mate van verlating. Dit staat overigens los van de beklemming van “laat” in de uitspraak van de vraag. Rationeel gezien staat het “hoe” hoe dan ook centraal.

Hoe laat is het? Mijn reflex bij het horen van deze vraag is wel dat ik dan een uurwerk zoek, maar in mijn hoofd speelt zich steevast het bovenstaande af. Mijn linker hersenhelft laat zich namelijk niet zomaar weg vlakken.

Hoe kan je de vraag dan wel correct stellen? Nou, de vrager wil klaarblijkelijk weten welke tijd er wordt aangegeven door een voor de vrager onzichtbaar uurwerk dat gelijk loopt met de geijkte tijd in de tijdzone waarin de vrager zich bevindt. Als je het mij vraagt zou de vrager dus eerst aan de ondervraagde moeten vragen of deze beschikt over een uurwerk dat gelijk loopt met de geijkte lokale tijd. Als het antwoord daarop “ja” is, dan kan de tweede vraag worden gesteld: welke tijd geeft dat uurwerk nu aan?

Ik kan me nu al verkneukelen over de eerst volgende keer dat iemand me domweg vraagt hoe laat het is. “Hoezo, hoe laat? Waarom vraagt nooit eens iemand hoe vroeg het is? Volgens mij stelt u mij ook niet de juiste vraag. U wilt ongetwijfeld weten wat de exacte tijd is in deze tijdzone, maar u gaat er vanuit dat ik beschik over een betrouwbaar uurwerk. Misschien beschik daar wel helemaal niet over. Misschien kan ik ook wel helemaal niet precies aangeven hoe betrouwbaar dat uurwerk dan wel is. Hoe betrouwbaar moet het zijn voor u? Maar goed, mijn horloge geeft aan dat het precies – maar ja, wat is precies precies? – 11 minuten over 11 is. Is dat voor u voldoende? Ja? Nou fijn dat ik dan toch van dienst kon zijn. Fijne dag nog!”

Nou

Nou, ik ben dus nou-zegger. Ik ben de laatste die dat ontkent. Menig antwoord dat ik geef begint ermee. Nou is nou meestal een soort startblok voor de zin die dan volgt, maar het heeft diverse nuances.

In mijn geval betekent het dikwijls “Mooi”: Nou, dat is dan duidelijk. Ik uit het ook vaak om onverschillig te klinken terwijl ik dat misschien niet eens ben. In het algemeen betekent het vaak “Wat een strop”: Nou, alle wc-papier was op. In combinatie met “dus” gaat de betekenis over in “En jawel!”: Nou, alle wc-papier was dus op.

Er was een periode dat ik vakanties filmde. Dan stond ik dus met die handycam bij een uitzicht dat moest worden vereeuwigd, en met welk woord begon dan nogal steevast mijn live commentaar? Precies. Veelvuldig mee geplaagd natuurlijk. Nou, plaag maar lekker hoor.

Flitsbezorgd

Is het erg als de supermarkt zou verdwijnen? Die vraag houdt me de laatste dagen bezig. Dat kwam door de Jumbobaas. Jumbo is namelijk sinds kort gaan samenwerken met flitsbezorgdiensten zoals Gorillas. Wil je net impulsief een cake bakken, maar zijn de eieren op? Een kwestie van een handige swipe en tik op een app en binnen 10 minuten zijn ze flitsbezorgd. Door een flitsende bezorgfietser. Vooral jongeren zouden hiervan veel gebruik maken. Die jeugd van tegenwoordig ook. Straks verdwijnt dankzij hun ongeduldige gemakzucht mijn vertrouwde supermarkt nog. Een schrikbeeld. De Jumbobaas noemde dit “met de tijd meegaan”. En hij voorzag ook dat er supermarkten zullen gaan verdwijnen. Eigenlijk vrees ik dat hij gelijk heeft.

Ik moet ook denken aan de impact van de opruk van diezelfde supermarkten destijds op de “kleine winkels” . De supermarkt heeft menige groenteboer, slager en warme bakker doen verdwijnen. En nu wordt de supermarkt dus door de MKB-ers aangevallen vanuit een andere hoek. Die flitsbezorgdiensten maken nog totaal geen winst, maar dat is een kwestie van tijd. Het is een kwestie van groei realiseren in je marktaandeel. En dat zal snel gaan. Vooral in dichtbevolkte gebieden. Het is dus waarschijnlijk wel verstandig om je als grote supermarktketen niet te laten inhalen, maar je nieuwsgierig op te stellen en de samenwerking te zoeken. Om de aanval van de gorilla’s te overleven moet een supermarktketen wellicht filialen sluiten. Dat zou ook zomaar een dorpssuper kunnen zijn, die eigenlijk onvoldoende rendabel is. Misschien betekent dat wel de revival van de groenteboer en de slager. Misschien is dat wel helemaal niet zo erg dus.

Ik zie mezelf op korte termijn trouwens nog geen gebruik maken van flitsbezorgservices. En dat zegt een fanatieke online shopper. Ik zou namelijk niet graag mijn verse waren laten uitkiezen door een ander. In de supermarkt pak ik altijd de achterste zuivelpakken, want vooraan staan de pakken met de kortste houdbaarheid. En bij de groenten laat ik alle kneuzen liggen. Ik zou voor zo’n flitsbezorger een lastige klant zijn dan. De bananen niet te groen graag, maar ook niet met teveel bruine vlekken. En controleer alstublieft even of de eieren allemaal heel zijn. Graag ook even de rijpheid van de pompoen controleren door erop te kloppen. Nee, ik doe dat liever zelf. En nu zal ik dat met nog meer verve doen, om mijn fijne, vertrouwde dorpssuper te behoeden voor sluiting.