alledaagse dingen

Das Dachpfannenmänchen

Er werd vanmiddag bij mij aangebeld. Toen ik open deed stond er een klein mannetje met een pet voor de deur. “Einen schönen Tag, mein Herr”, zei het mannetje. En toen kwam er een heel verhaal over het feit dat mijn Dachpfannen sehr Schmutzig waren, maar dat hij mij “ein sehr günstiges Angebot machen” kon. Volgens das Dachpfannenmänchen – hij deed me eigenlijk wel een beetje denken aan een Meinzelmänchen – gaan Schmutzige Pfannen lekken en moesten ze deswegen professionel gereinigt und impregniert werden. Mijn buren werden sicher auch ganz froh sein als mijn dakpannen er weer schön sauber uit zouden zien.

Normaal zou mein Dach inclusief BTW zwei tausend oiro kosten, aber heute, und nur heute kon hij mij dit aanbieden voor slechts zwanzig hundert oiro. Jawel: zwanzig hundert in plaats van zwei tausend. Na, das ist doch gar nicht doer, durfde hij ook nog te zeggen. Ich bin doch nicht blöd! Ik kon hem nog maar amper tegenhouden, want hij was al halverwege de ladder mijn Dach auf om kostenlos mal drei Pfänchen zu reinigen. Ik ben benieuwd of hij mijn buurvrouw wel zo gek heeft gekregen.

Powered by ScribeFire.

Verkeerd geslacht en bevroren hersenen

Vanochtend boodschappen gedaan, maar de rode kool vergeten.
Kon ik dus weer terug naar de supermarkt.
Als ik langs de kaas kom, besef ik dat ik die ook was vergeten.
Bij de kassa aangekomen blijkt mijn rode kool ongeprezen.
Nu woon ik hier toch al ruim een half jaar. “Ik leer het ook nooit”, zeg ik.
Vergoelijkend glimlachend kijkt het kassameisje me aan. “Na een half jaar nog steeds niet gewend?”, vraagt ze.
“Na tien jaar weet ik het nog niet. Ik heb het verkeerde geslacht”, zeg ik in een poging grappig te zijn.
Een vakkenvuller mag de kool gaan wegen. Het kassameisje bliept alvast mijn kaas.
Ik haal intussen alvast mijn bankpas door de sleuf van de pinautomaat en toets mijn code in.
“Wacht op bedrag”, lees ik op het apparaat. Ik ben de rode kool alweer vergeten.
“Ik wacht op een bedrag”, zeg ik even later tegen het kassameisje.
“En ik wacht op een rode kool”, zegt het kassameisje nu giechelend.
“O ja”, breng ik nog schamper uit. Ik krijg een kleur.
“Met die kou werken de hersenen ook nog eens trager hè?”, zegt het kassameisje.
Ik kan er dus vandaag helemaal niks aan doen. Gelukkig.