liefde

Naast je

Iemand die je beweegt,
je zonder voorwaarden
lief heeft.
Iemand die je vast houdt,
je zonder aarzeling
troost geeft.
Iemand die je draagt,
je onbevangen
steun geeft.
Iemand die je laat zijn,
je vol vertrouwen
ruimte geeft.
Iemand die je begrijpt,
je zonder woorden
diep raakt.
Iemand die naast je staat,
je vol tederheid
kracht geeft.
Iemand niet tegenover je,
niet boven je,
maar naast je.

Veel te lief

Nog geen week geleden sprak ik haar nog. Ze had niet lang meer, was de prognose. Weken. Hooguit. Ik hield haar hand vast. Wist niet wat ik moest zeggen. Maar ik hoefde niks te zeggen. Ze sprak zelf. Heel zacht. Ze vertelde me dat ze het had geaccepteerd. En dat ze haar einde al voelde komen. Al voor die vreselijke diagnose. Ze sprak er rustig en onbevreesd over.

Vier dagen later overleed ze. De tweelingzus van mijn moeder. Hun band was erg hecht. Ze deden heel veel samen. Wandelen, fietsen, schilderen, vrijwilligerswerk doen in de schoolbibliotheek, en samen op vakantie gaan. Ze waren net terug van hun laatste vakantie toen het plotseling slecht ging met mijn tante. Ze at bijna niets. De huisarts verwees haar meteen door. Al snel werd duidelijk dat er iets ernstig mis was met haar lever. Niet lang daarna kwam uit waar we allen voor vreesden. Alvleesklierkanker. In ver gevorderd stadium. Niet meer behandelbaar.

Gisteren werd alles rond haar afscheid en crematie geregeld. Het was gelijk ook een soort familiereünie, zoals dat wel vaker is bij een overleden familielid. We waren allemaal verdrietig, maar we voelden ons ook samen sterk. Er moest van alles worden geregeld en gedaan. De taken werden op heel natuurlijke wijze verdeeld. Ik heb samen met mijn zusje alle adressen op de enveloppen voor de rouwkaarten geschreven. Mijn moeder ontvangt straks een rouwkaart met mijn handschrift op de envelop. Dat voelt bizar. Alsof ik daarmee de brenger van het slechte nieuws ben dat haar tweelingzus is overleden.

Mijn moeder hielp mee met het wassen, mooi aankleden en opmaken van haar zus. Als een laatste vertroeteling. Ze kon maar niet van de zijde van haar zus wijken. Ze hield de kist vast terwijl die door de gangen van het wooncentrum werd gereden. Mijn hart scheurt telkens opnieuw bij de gedachte daaraan. Veel te lief.

Toen ik laatst aan het bed van mijn tante zat was ze al heel erg verzwakt. Ik had volgens mij nog nooit haar hand vastgehouden, maar misschien was het wel andersom. Vroeger kwam ik vaak bij haar, mijn oom en hun dochters thuis. Het was er altijd gezellig en ongedwongen. Mijn tante was altijd in de weer om het iedereen naar ’t zin te maken. Ze cijferde zichzelf eigenlijk altijd weg: maak je maar geen zorgen om mij, maar laat mij me maar zorgen maken om jou. En toen ze mijn hand vasthield, voelde ik dat weer. Veel te lief.

De weide

Tijdens een lange wandeling met een goede vriend hoorde ik mezelf zeggen dat ik nog lang niet uitgekeken ben op de weide waarin ik rond huppel, omdat ik nog lang niet aan alle bloemen had gesnuffeld. De weide stond in die zin voor het werk dat ik momenteel doe. Ik put er ontzettend veel levensplezier uit, en dat kan ik nog heel lang doen. Het is een uitgestrekte weide. Het reikt tot aan de horizon.

Ooit waren de goede vriend en ik collega’s. We konden het van meet af aan goed vinden met elkaar. We hebben hetzelfde gevoel voor humor. Zoiets schept meteen een band. Nu hebben we het type vriendschap waarin je elkaar soms jaren niet ziet, maar elkaar niet vergeet.

En omdat we elkaar niet uit het oog waren verloren, dwaalden we samen door het bos. Ons gesprek dwaalde ook alle kanten op. Het ging dan weer over toen, dan weer over nu. Toen waren we naïef en gelukkig. Nu waren we veel wijzer. Toen waren we collega’s. Nu zijn we lotgenoten.

Lotgenoten. Twee mannen met een gebroken hart. Om verschillende redenen, maar dat maakt niet uit. We zijn allebei uit een diepe put geklommen. We konden elkaar steunen. We konden ontboezemen. Het is fijn om ellende te delen met iemand voor wie dat heel erg herkenbaar en invoelbaar is.

We spraken over nieuwe inzichten in onszelf. Mijn bloemenweide die nog vol door mij onbesnuffelde bloemen staat, is zo’n inzicht. Mijn dwaalgenoot snapte precies wat ik bedoelde en zag zichzelf al vrolijk door zo’n weide huppelen. Hij zit momenteel zonder werk, maar vast niet voor lang. Hij ging mijn mooie zin onthouden, zei hij. Jij vindt weer een bloemenweide waar je vol passie doorheen kan huppelen, beloofde ik hem. Ik beloofde mijn ogen en oren voor hem open te houden.

We hadden het over geluk en liefde. Over warmte en genegenheid. Over hoe het ons daarin nu ontbrak. We waren heel open over hoe onbezonnen we in onze op de klippen gelopen liefdes waren gedoken. Misschien hadden we meer moeten scharrelen. We hadden er beter aan gedaan om eerst ook wat andere bloemen te besnuffelen. Maar we waren te onzeker. Te verlegen en te afwachtend. De bloemen werden vanaf een afstandje door ons bewonderd. Heimelijke liefdes die nooit opbloeiden.

Maar we spraken ook over hoop. Over toekomstige liefde. De weide staat vol bloemen. Kijk maar eens om je heen. Ik ga weer genegenheid en geborgenheid voelen, voorspelde hij. Hij raakte mijn gevoeligste snaar en ik werd er stil van. “Je hoeft je er alleen maar voor open te stellen”, zei hij. Eigenlijk geloof ik niet dat ik dat ooit weer kan. Bloemen zijn allemaal giftig. Dus ik laat het snuffelen en hou het voorlopig maar bij huppelen.

Familieband

Het moment van mijn geboorte staat netjes op mijn geboorteakte. Maar ik ontstond al eerder. Een week of 40 eerder, maar preciezer weet ik het niet. Op dat magische moment versmolt een deel van mijn vader zich met een deel van mijn moeder. Zoals dat al miljoenen jaren gaat.

Bij mijn geboorte veranderden twee geliefden in twee ouders. Mijn ouders gingen de opvoeding van mij en mijn zusjes aan met alle liefde die ouders voelen voor een kind. Dat weet ik zeker. Ik heb het zelf gevoeld. Ik weet nu ook dat ze zich daar onzeker in moeten hebben gevoeld, want dat heb ik zelf ook gevoeld bij mijn eigen kinderen. Eigenlijk nog steeds. Ik stel me altijd gerust met de gedachte dat de perfecte ouder niet bestaat. Ouders zijn ook maar gewoon mensen die fouten maken.

Eén van mijn eigen fouten in de manier waarop ik mijn kinderen opvoedde is dat ik ze teveel probeerde te behoeden voor fouten. Ik ben een curling parent. Dus ik kan heel moeilijk loslaten. En in alle waan van de dag en de gejaagdheid die ik daarbij voelde, had ik ook geen tijd voor potentiële fouten van de kinderen. Dus ik deed alles zoveel mogelijk zelf. Wel zo makkelijk, maar helemaal niet goed. Nu weet ik dat.

Gelukkig heb ik een hechte band met mijn kinderen. Ik heb het gevoel dat het nog hechter is geworden sinds ik ben vertrokken. Dat komt niet door mijn vertrek, maar doordat ik heb los gelaten. Ik laat ze veel vrijer dan ik voorheen deed. Ze krijgen het vóórdeel van de twijfel in plaats van het nadeel. Ik merk dat dat veel goeds doet.

De band die ik met mijn eigen ouders heb is trouwens ook aanzienlijk versterkt. Of misschien is die weer op de sterkte die het ooit had. Vooral met mijn Pa, zo noem ik hem nu, is mijn band enorm verbeterd. We hebben het verleden achter ons gelaten en willen allebei het beste maken van onze relatie. Een relatie op basis van wederzijds respect. Een relatie waarin begrip is voor elkaars fouten zonder dat het voelt als falen in de ogen van de ander.

Ik hou van mijn ouders. Een heel warm en sterk gevoel. Ze zijn er voor me. Altijd. Dat gevoel was ik een beetje kwijt, maar heb ik weer helemaal terug gevonden. Uit hun liefde ben ik ontstaan en door hun liefde ben ik groot gebracht. De kracht van de band tussen mij en mijn ouders (en mijn lieve zusjes) geeft mij zelf kracht. Kracht waaruit ik heb geput om mezelf ook weer terug te vinden.

 

 

 

Lief Temperamentje

Felle, blauw ogen
vol vuur en verontwaardiging
kijken vanonder de mooiste wimpers
woedend naar me op
Mijn lief temperamentje
is weer eens boos op me

Haar zachte gezichtje
staat op ontploffen
Van aangedaan onrecht
pruilt haar kleine mondje
Mijn lief temperamentje
kan me weer niet uitstaan

Ze gromt gevaarlijk
Slaat haar kleine armpjes
dreigend over elkaar
Nog even en ze spat uiteen
Mijn lief temperamentje
schopt me bij kans naar de maan

Ze perst kokende tranen
uit haar ziedende oogjes
als blikken konden doden
vertelde ik het nu niet na
Mijn lief temperamentje
komt stampend op me af

Haar fantastische ego
tegenover die van mij
Weerloos als ik ben
spreid ik vertederd mijn armen
Mijn lief temperamentje
stort zich er snikkend in

Tegenwoordigheid van geest

“Ja, maar je had blijkbaar wél de tegenwoordigheid van geest om een paraplu mee te nemen”, hoorde ik laatst een vrouw tegen haar echtgenoot zeggen. Ik ving alleen dit stukje van een gesprek (meer een monoloog eigenlijk) tussen een 60+ echtpaar op terwijl ik over een perron liep. De vrouw zei het op verwijtende toon. De man keek ietwat ongemakkelijk om zich heen. Heel even hadden we oogcontact. Instant begrip over en weer.

Later bleef ik maar nadenken over dat “tegenwoordigheid van geest”. Wat een mooie uitdrukking is het eigenlijk. Ook al misbruikte die vrouw op het perron het om haar echtgenoot een veeg uit haar pan te geven. Het betekent dat je in een heldere toestand verkeert, een toestand waarbij je je hoofd er goed bij hebt. De mopperende echtgenote verwees met haar snibbige opmerking natuurlijk naar de periode van totale afwezigheid van geest dat vooraf ging aan dat moment dat hij er aan dacht om zijn paraplu te pakken.

De man onderging het gelaten. Hij had duidelijk de tegenwoordigheid van geest om haar niet tegen te spreken. Uit liefde voor zijn vrouw hield hij zijn geestdrift maar in toom.

Eens te meer begrijp ik dit prachtige lied: Liefde van later (gezongen door Herman van Veen, geschreven door Jacques Brel):

Als liefde zoveel jaar kan duren
dan moet het echt wel liefde zijn
ondanks de vele kille uren
de domme fouten en de pijn…

3 maal zo sterk

Tijdens zo’n zogeheten self assessment training, leerde ik ooit dit over mezelf: ik moet het effect dat ik op anderen denk te hebben met drie vermenigvuldigen. Ja, lees het nog maar eens keer. Ik begreep toen ineens waarom mensen mij soms met geknepen ogen bekijken. Mijn uitstraling is namelijk drie maal zo sterk als ik zelf denk. Mijn enthousiastme is 3 keer zo aanstekelijk als ik bedoel. Ik overtuig de ander ook als ik 3 keer zo weinig moeite zou doen. Best een handige eigenschap dus. 

Maar dan de schaduwzijde. Mijn lichte ongenoegen wordt verward voor boosheid. Mijn milde kritiek laat knieën knikken. Mijn ongezouten kritiek is zielsvermorzelend. zo vermorzelde ik van de week bijna mijn lieve, oude moederziel met een iets te bot uitgesproken puntje van kritiek. Gelukkig was het door de telefoon, want anders had haar hart het begeven denk ik. Sorry Mam, ik hou hartstikke veel van je hoor. En daar kom ik weer op veilige emotie. Van liefde kun je nooit teveel ontvangen toch? Liefde maal drie is nog steeds liefde. En zij die mijn oneindige liefde genieten voelen dan precies wat ik bedoel, want 3 maal oneindig is nog steeds oneindig. 

De K-schaaf

Toen ik – lang geleden – introk bij mijn (toen nog) vriendin, maakte ik kennis met de killer-kaasschaaf. Een geslepen ding dat al menige duim had gescalpeerd. Die van mij niet. Ik leerde al snel om het loeder met respect te behandelen, vooral bij de belegenere kazen. Ik zorgde er dus altijd voor dat bij het uitschieten bij het schaven mijn duim- en ook andere vingertoppen niet konden worden geraakt.

De killerkaasschaaf hebben we nog steeds en nog altijd is het ding gemeen scherp. Maar onlangs meende mijn vrouw dat het tijd was voor een nieuwe. Ik was eigenlijk nog heel tevreden met de oude, dus ik gebruik die nieuwe dan maar als de oude in de vaatwasser zit. Het nieuwe geval blijkt een regelrechte K-schaaf. Er valt gewoonweg niet fatsoenlijk mee te schaven. Het lukt me niet om er mooie regelmatige plakjes mee te schaven. Het schraapt meer dan dat het schaaft. Het is een regelrechte kaasverkrachter en heeft het vooral gemunt op zachte, jonge kaas.

De kaasschaaf is overigens uitgevonden in Noorwegen. Tijdens onze vakantie trokken wij door dit prachtige land. En de bewuste K-schaaf was mee. Mijn vrouw had het heel praktisch in het ontbijt- en lunchkratje gestopt. Bij de eerste schaafgelegenheid pakte ik het uit het krat. Toen ontdekte ik pas dat het de K-schaaf was. Ik zweer je dat het er zeer zelfingenomen uitzag. En toen ik het over een zacht Noors stukje kaas trok, waren verfrommelde frotjes kaas mijn deel. “Ach, jij kan ook niet met dat ding overweg!”, sneerde vrouwlief. De K-schaaf keek me zo mogelijk nog zelfingenomener aan. Er stak nog een flapje kaas uit de snede waardoor het ook nog leek alsof het een tong naar me uitstak: “lekker puh!”.

Je begrijpt het, ik koester een zekere wrok jegens de K-schaaf. Temeer omdat het zich in de handjes van mijn vrouw voorbeeldig gedraagt. Op een dag moest ik even wat bekers omspoelen. Die lagen in het (opvouwbare) afwasteiltje. In het campingkeukentje kwam ik er achter dat ik bloeide. Er drupte namelijk bloed in de gootsteen. Mijn bloed. Afkomstig uit een jaap aan mijn middelvinger. En ik kon me niet herinneren dat ik iets had gevoeld. Dus ik ben langs iets vlijmscherps gekomen met mijn vinger.

Terug bij de tent liep ik mijn recente handelingen eens na. Te beginnen bij de afwasteil. Daarin lag de K-schaaf onschuldig maar o zo verdacht voor zich uit te kijken. Het valse kreng moet me hebben gepakt toen ik de bekers uit de teil haalde. Sindsdien weet ik het zeker, de haat is wederzijds. Weer thuis heb ik die goeie ouwe killer-kaasschaaf teder ter hand genomen en liefdevol – met de keukenla open zodat de K-schaaf het kon zien – een perfect plakje heerlijke jong-belegen kaas geschaafd en in volste vertrouwen zo met mijn mond van mijn geliefde killertje gehapt. En toen nog eens. En nog eens! Hah!

Stil in mij

Zo’n beetje heel Dwingeloo is nog steeds verbijsterd. Hoe kon iemand die zo gezond en nog zo midden in het leven stond en nog zo hard nodig was, plotseling overlijden aan een hartaanval? Zelf kende ik de man helemaal niet, maar ik kende zijn dochtertjes, een tweeling van 7 jaar. Even oud als onze eigen tweeling. Vlak voor hun vader overleed waren ze nog op het feestje van onze tweeling. Vooral voor die twee kleine meisjes, maar ook hun moeder voel ik mee.

Mijn vrouw deed waar ik natuurlijk niet aan dacht: ze kocht drie mooie rouwkaarten. Ze had de tekst van Ren Lennie Ren van Akda en de Munnik aangepast naar Ren Meisje Ren en als gedicht bij de twee kaarten voor de tweeling gedaan. Mijn vrouw verdient een standbeeld. Ze is de liefste engel die ik ken.

Ik ging naar de kerkdienst om hen mijn medeleven en steun te betuigen. Ik gaf de weduwe een warme knuffel en zei zachtjes: “van harte gecondoleerd”. Ze beantwoordde het met een even warm “dankjewel”. De dienst maakte een hele diepe indruk op me. De kerk zat tot de nok toe gevuld met treurende mensen. Zoveel medeleven. De tweeling stak ieder en kaars aan voor hun papa in de kist. Hartverscheurend lief. En even later klonk “Ren Lennie Ren” door de luidsprekers. Nu heb ik voor altijd iets met dat lied. Het zal me nog lange tijd een brok in de keel bezorgen, ieder keer als ik het hoor.

Eigenlijk maakt de hele tragedie een diepe indruk op me. Je beseft je dat je zelf ook zomaar ineens kunt verdwijnen. Je beseft je ineens wat de betekenis is van je eigen leven. Je beseft je ineens dat je de tijd die je met elkaar hebt beter kunt koesteren dan er in grote haast aan voorbij te leven. Je beseft je ineens wat echt belangrijk is.

Na de kerkdienst keek ik naar de stille stoet die statig achter de lijkwagen aan liep. Mijn vrouw en onze tweeling liepen ook mee. Ik kon niet mee lopen omdat ik onze jongste zoon moest ophalen bij de oppas. De dienst was nogal uitgelopen vanwege de enorme opkomst, vandaar. De stoet moest van de Sint Nicolaas Kerk, langs de Brink naar de begraafplaats lopen. De zaterdagmarkt was er speciaal voor verplaatst. Ik zag de stille stoet vertrekken en keek hen na. De serene stilte en het hypnotiserende beieren van de klokken van de Siepeltoren maakten het stil in mij.

Het is zo stil in mij ik heb nergens woorden voor
Het is zo stil in mij en de wereld draait maar door

Van Dik Hout. Zo mooi. Control freak die ik ben, zet ik dit lied bij dezen op mijn eigen uitvaartlijst.

voor jou

voor jou
bestorm ik donkere wolken
en leid de bliksem
langs mijn ruggegraat

voor jou
overbrug ik oceanen,
bestijg ik bergen
op blote voeten

voor jou
beweeg ik de hemel
en breng de wereld
op haar knieën

voor jou
verlies ik mijn gezicht
en tast in het licht
van jouw wijsheid

voor jou
open ik mijn ogen
en laat alles varen
in hete tranen