Taal

Struikelpartijen over taalkronkels

mijntens en jountens

Terwijl ik in de vakantie mijn ogen bij de weg hield, hield ik mijn oren bij mijn kinderen achter mij. Zo hoorde ik deze vakantie regelmatig de woorden “jountens” en “mijntens”. Een voorbeeld van een stukje gesprek:

“Mijntens is lekker al bijna af”

“Ja maar jountens is ook veel makkelijker”

Je moet weten dat ik een lichtelijk pedante vader ben. Zeker als het gaat om taal. Dus ik heb een nauwelijks te onderdrukken neiging tot verbeteren. Dan roep ik dus heel pedant naar achteren: “Neee, het is de mijne, of die van mij, en de jouwe, of die van jou”. Waarop twee kinderen met hun oogjes rollen, en hun moeder me een veeg uit de pan geeft omdat ik mijn aandacht niet bij de weg heb en dat we dan weer een afslag missen. En ik moet ook gewoon niet zo zemelen, vindt hun moeder bovendien.

Mijn mond was effectief gesnoerd (voor dat moment althans), maar mijn hoofd ging er toch eens over nadenken. Ik vind die woordjes “jountens” en “mijntens” eigenlijk toch wel wat hebben. Ik hoor mijn eigen kinderen ze gebruiken, maar ook andere kinderen. En ze zijn ook best wel praktisch. Ik overweeg sterk om ze over te nemen. Bijvoorbeeld heel serieus op het werk onder collega’s:

Collega: “Vandaag was toch de deadline voor de ontwerpen?”

Ik: “Klopt”

Collega: “Maar jountens is nog niet compleet hoor”

Ik: “Weet ik, maar mijntens is ook veel ingewikkelder dan we van te voren hadden ingeschat” 

Collega: “Nou, mijntens was anders ook geen sinecure hoor, poeh!”

Ik: “Is jountens dan ook nog niet helemaal af soms?”

Collega: “Mijntens is in ieder geval wel veel verder uitgewerkt dan jountens”.

In het begin zal het een beetje kinderlijk aanvoelen, maar na verloop van tijd is het ingeburgerd. En op een zekere dag staat het gewoon in de Van Dale en heb ik wat dat betreft niets meer om over te zemelen. 

Twijfelachtig

Schilderachtig: Als het wel een schilderij lijkt
Heuvelachtig: Als de glooiingen wel heuvels lijken
Lenteachtig: Als het wel voorjaar lijkt
Regenachtig: Als het wel lijkt te regenen
Fabelachtig: Als het onvoorstelbaar lijkt
Kernachtig: Als het wel lijkt of je duidelijk bent
Koortsachtig: Als het wel lijkt of je verhit bent 
Leugenachtig: Als de leugen wel twijfelachtig lijkt
Waarachtig: Als de waarheid wel twijfelachtig lijkt
Twijfelachtig: Als het wel lijkt of we twijfelen

Onderschat nooit de macht van ooit

Zeg nooit ‘nooit’, zeggen ze wel eens. Nooit is namelijk nooit zo definitief als het soms lijkt. Met ‘nooit’ zeggen moet je blijkbaar voorzichtig zijn. Laatst legde ik nog aan mijn zoon uit dat de bliksem echt nooit inslaat, en prompt sloeg hij binnen een week drie keer in de omgeving van ons dorp in. Ik bedoel dus maar. Onderschat nooit de macht van nooit.

Ooit mag je daarentegen blijkbaar te pas en te onpas gebruiken. Niemand die zegt dat je nooit ‘ooit’ mag zeggen. Mijn kinderen maken van die vrijheid dankbaar gebruik en zeggen het dan ook zo ongeveer om de 5 zinnen: Wanneer mag ik ooit nog eens weer DS-en? Hoe moet ik die knoop ooit uit mijn veters krijgen? Hoe kon ik dat nou ooit weten? Hoe kan ik nou ooit winnen als jij steeds vals speelt? Hoe lang duurt dit ooit? Wie heeft ooit gezegd dat Chili con carne gezond is? 

Ze gebruiken ‘ooit’ om een stuk verzuchting in te bouwen. Een beetje drama zodat het erger klinkt dan het is. Als je een ‘ooit’ in je vraag zet, wordt ‘ie wanhopiger. En hoe langer je de ooit uitspreekt, hoe dramatischer het wordt: wanneer mogen we ooooooit nog eens wat lekkers? Dan natuurlijk de rest van de dag nooit meer. En heel vaak voegt ‘ooit’ ook extra verbazing en verwondering toe: Jeetje, hoe dééjedat ooit!? Nah, hoe verzín je dat ooit!? 

En deze schreeuwde dochterlief vanmiddag (armpjes over elkaar, vuur schietende oogjes): “JA HÁLLO!! HOE KAN IK NOU ÓÓÓÓÓIT RUSTIG DOEN ALS JULLIE ME STEEDS BOOS MAKEN!? En bij dat ‘ÓÓÓÓÓIT’ stampte ze heel hard met haar voetje op de grond en balde ze haar kleine vuistjes naar me. En hoe moet je dan als vader op zo’n moment óóóóit je gezicht nog in de plooi houden? Dat lukt dus nooit. Mijn boosheid was terstonds vervlogen (waar was ik ook ooit boos over eigenlijk?) en ik was ontwapend. Onderschat dus ook nooit de macht van ooit. 

Het punt van de punt

Dit is een zin. Dit niet. De grammatica heeft daar, taaltechnisch, een punt. Persoonlijk vind ik zin 2 best zinnig in zijn context, maar technisch is het inderdaad geen zin. En dat is ook precies het punt van dit verhaal. Een ónzijdig punt dus. Punten kunnen ook zijdig zijn. Denk aan de punt van je neus, of van je schoen of van het leesteken: “punt”.

Het punt van het leesteken de punt is dat het een zin termineert. De komma last slechts een pauze in, zie daar, waarna de zin verder gaat. Het punt is dat een zin die eindigt met een komma niet af is. Een punt maakt de zin af. Zinnen kunnen, net als i’s, niet zonder punt. Wel zonder komma. Weer geen zin dat laatste. Eigenlijk was het een voortzetting van de zin daar voor. Die zin eindigde in een premature punt. De grammatica gebiedt mij die punt te vervangen door een komma, maar dat staat me tegen. 

Mijn punt is dat ik de pauze waarin de komma voorziet, gewoon te kort vind. Een komma kan het momentum van een zin niet breken, zodat deze door kan rollen. Tot het einde. Daar heb ik dus moeite mee. Ik wil eigenlijk een zwaardere komma die de zin even helemaal lam legt. Zodat het weer helemaal opnieuw op gang moet komen.

De puntkomma kan dat op zich wel; maar van de grammatica mag ik na de puntkomma, strikt genomen, geen hoofdletter gebruiken; tenzij het een eigen naam betreft. Een puntkomma laat de zin nog steeds haar verband behouden, hoe lelijk het er ook uit ziet. Ik wil zinnen helemaal uit hun verband kunnen trekken. Dus gebruik ik lekker de punt. Punt uit en daarmee basta!

Ontmoet

we zouden ‘ns minder moeten zeuren,
minder zeiken en zaniken
we zouden beter moeten weten,
beter vertrouwen op ons verstand
we zouden ‘ns meer moeten geloven,
meer geloven in elkaar
we zouden ‘ns vaker moeten lachen
vaker onbedaard schateren
we zouden ‘ns vaker moeten leven
niet morgen, maar vaker leven in het nu
we zouden ‘ns meer moeten laten
meer laten los gaan, laat maar gaan
ja, we zouden ‘ns minder moeten móeten
ontsnap aan de waan van de dag, ontspan en ontmoet!

Der Klempner

(bron foto: wikipedia)

Giet een loodgieter eigenlijk nog lood vandaag de dag? Vroeger gebruikte de loodgieter lood om leidingen waterdicht te maken. Tegenwoordig doen ze dat niet meer volgens mij. Rioolpijpen zijn tegenwoordig van kunststof en de koperen waterleidingen knel je eenvoudig aan elkaar. Loodgieten heeft niks meer met lood te maken, net zomin als het Engelse plumbing nog met plumb te maken heeft.

De Duitse vertaling voor loodgieter is Klempner. Oh, spreek het maar eens uit in je beste Derrick-imitatie: KlemPneRRR (articuleer die hoofdletters!). Duitser dan dat kom je niet tegen. Ik vind het een schitterend woord. Het is waarschijnlijk een verbastering van de oudere woorden Klemperer en Klamperer.

Een Klemperer was een plaatbewerker, een plaatslager. Het is het geluid van een hamer op een metaalplaat: klemp klemp klemp!  En een Klamperer was iemand die niets anders deed dan klammern: verbinden. Nieten in het Duits is trouwens ook klammern. Klammern klink degelijk, definitief. Iets dat festgeklammert is gaat nooit meer los.

Duitsers en hun Grundigkeit. Bij ons kwam de altijd goed geluimde loodgieter met zijn kannetje gesmolten lood om je leidingen waterdicht te smeden. Dat ging van een kloddertje lood hier, een kloddertje lood daar (bij wijze van hè). In Duitsland kreeg je een nors kijkende beul die je leidingen aan elkaar beukte met zijn Klemphammer. En dat ging van klemp klemp klemp! Van schrik zwoeren die pijpen voor eeuwig waterdicht te blijven.  

Mededelingen

Dankzij sociale media (een blog-platform zoals WordPress is zo’n medium, maar we denken vooral aan Facebook en Twitter bij het horen van die term) is het erg makkelijk geworden om dingen met de wereld te delen. En met dingen bedoel ik voor het gemak maar even vanalles. En omdat er miljoenen mensen heel actief vanalles met de wereld delen, zit daar een heel groot stuk overlap in. Je kunt er eigenlijk altijd wel van uit gaan dat een ding dat jij wilt delen al gedeeltelijk of geheel is gedeeld door iemand anders. Misschien niet letterlijk in jouw bewoordingen, maar wel met dezelfde strekking.

Is dat erg? Nee, dat is niet erg. Herhaling is juist de kracht van sociale media. Als iets heel belangrijk is, dan wordt het heel erg veelvuldig gedeeld en is de kans heel groot dat jij het leest. Deze constatering is op zichzelf vast ook al veelvuldig gedeeld. Ik deel het nog maar eens mede met de wereld. Het woord “mededeling” heeft eigenlijk precies de juiste betekenis. De nadruk is alleen meer op “mede” komen te liggen.

 

Ode aan de waardeloosheid

Er zijn woorden die teveel betekenis hebben. Neem nou “waardeloos”. Bij dat woord denkt iedereen (jij ook, geef maar toe) meteen aan “slecht”. Helemaal platgeslagen kan iets waarde hebben, of geen waarde hebben. Daar speelt natuurlijk ook het perspectief van de beoordelaars een rol. Waarde is vaak subjectief. Waarde is vaak iets dat een gek ervoor geeft. Maar als iets, bezien vanuit een bepaald gezichtspunt (ook al is het een gekke), geen waarde heeft, dan is het dus vanuit dat gezichtspunt zonder waarde, ofwel: waarde-loos.

 

Dus als Gordon (om eens een gek te noemen) bij Holland’s got Talent jouw auditie waardeloos noemt, dan heeft jouw optreden alleen maar geen waarde voor Gordon en iedereen die waarde hecht aan Gordon’s mening. Dan is het dus niet per definitie een slechte auditie, alleen maar een auditie die niet wordt gewaardeerd door Gordon. En dan gaat het ook alleen maar om de auditie en niet om jou als persoon. Jouw eigen waarde bepaal je vooral zelf. Heb daar vertrouwen in. Dan kun je altijd waardig van een podium verdwijnen (of er gewoon blijven staan, zoals Gordon).

 

Niemand is natuurlijk waardeloos, en als iemand je toch waardeloos vindt, dan betekent het niets meer dan dat die persoon je niet kan waarderen om wat hij of zij van je heeft gezien. Je kunt hooguit waardeloos gedrag vertonen en zelfs dat is subjectief. Ik ga er altijd van uit dat alles en iedereen waarde heeft. Als het niet voor mij is, dan wel voor een ander. Zelfs voor waardeloosheid kan waardering worden opgebracht. Vandaar deze ode aan de waardeloosheid.

Tegenwoordigheid van geest

“Ja, maar je had blijkbaar wél de tegenwoordigheid van geest om een paraplu mee te nemen”, hoorde ik laatst een vrouw tegen haar echtgenoot zeggen. Ik ving alleen dit stukje van een gesprek (meer een monoloog eigenlijk) tussen een 60+ echtpaar op terwijl ik over een perron liep. De vrouw zei het op verwijtende toon. De man keek ietwat ongemakkelijk om zich heen. Heel even hadden we oogcontact. Instant begrip over en weer.

Later bleef ik maar nadenken over dat “tegenwoordigheid van geest”. Wat een mooie uitdrukking is het eigenlijk. Ook al misbruikte die vrouw op het perron het om haar echtgenoot een veeg uit haar pan te geven. Het betekent dat je in een heldere toestand verkeert, een toestand waarbij je je hoofd er goed bij hebt. De mopperende echtgenote verwees met haar snibbige opmerking natuurlijk naar de periode van totale afwezigheid van geest dat vooraf ging aan dat moment dat hij er aan dacht om zijn paraplu te pakken.

De man onderging het gelaten. Hij had duidelijk de tegenwoordigheid van geest om haar niet tegen te spreken. Uit liefde voor zijn vrouw hield hij zijn geestdrift maar in toom.

Eens te meer begrijp ik dit prachtige lied: Liefde van later (gezongen door Herman van Veen, geschreven door Jacques Brel):

Als liefde zoveel jaar kan duren
dan moet het echt wel liefde zijn
ondanks de vele kille uren
de domme fouten en de pijn…

Telepret

Kinderen kunnen soms geweldig uit de hoek komen. Laatst vroeg onze oudste zoon waarom een telefoon “telefoon” heet. Dus legde ik uit dat “tele” betekent dat iets op afstand (ver weg) is, en dat “foon” “geluid” betekent. Dus met een telefoon kun je geluid horen dat ver weg is.

In het hoofd van mijn zoon vielen blijkbaar diverse kwartjes, zag ik aan zijn oogjes, dus ik vroeg of hij nu zelf kon uitleggen waarom  televisie “televisie” heet. Hij hoefde niet lang na te denken en zei: “een televisie is een ding waarmee je iets kunt zien dat ver weg is”.

“Maar hoe zit dat dan met een telescoop?”, vroeg ik toen. Ja, dat was natuurlijk gewoon een hele grote verrekijker. En toen mijn zoon dat hardop zei, viel er weer een kwartje: ver (tele) kijken (scoop). 

“En weet je misschien nog een ander voorbeeld van een woord dat begint met tele?”, vroeg ik bemoedigend. Aan de pretlichtjes in zijn oogjes zag ik dat hij er nog wel eentje wist. “Jahaa, ik weet er nog wel eentje hoor Papa”, begon hij, en hield het een beetje spannend. Hier ging een heel goed voorbeeld komen. En toen kwam het: Teletubbie. Wat een boef is het ook.