Taal

Struikelpartijen over taalkronkels

Persoonlijkheidstemperatuur

Bij mijn weten is hier nog geen betrouwbare thermometer voor uitgevonden. Ik denk daarbij niet aan een schaal van nul tot honderd. Een kleurverloopje van kil naar warm is al heel wat. Het instrument zou dan gevoelsmatig de warmte van iemands glimlach moeten meten. Warme mensen glimlachen met hun hele gezicht. Kille mensen hebben daar vooral de onderste helft van het gezicht voor gereserveerd. Daarnaast meet de persoonlijkheidsthermometer de grootte van de onzichtbare cirkel die iemand om zich heen trekt. De persoonlijkheidstemperatuur is natuurlijk omgekeerd evenredig met de grootte van die cirkel.

Interessanter is natuurlijk hoe iemand aan zijn of haar persoonlijkheidstemperatuur komt. Is het erfelijk? Kan je een temperatuur aanleren? Kan een kille persoon veranderen in een warme persoon? En die temperatuur is natuurlijk sterk subjectief. In een veilige omgeving is een daarbuiten kille persoon misschien wel heel warm. Je temperatuur is voor een groot deel wat anderen bij je voelen. Warme types kunnen zich voor je gevoel kil gedragen en vice versa. Ik ben er niet over uit, maar die thermometer moeten we maar niet willen denk ik. Er zijn al apps die je stemming kunnen aflezen van je gezicht, en daar word ik al niet bepaald warm van.

De Systeemdenker

Systemen zijn elementair, zo zegt hij. Systemen kunnen worden ontleed in kleinere systemen. Hij bekijkt het holistisch. Het hele universum is een systeem. Sterrenstelsels zijn systemen. Sterren en planeten, die om elkaar draaien. De Aarde is een systeem vol draaiende systemen. Het klimaat, de Oceanen en talloze ecosystemen. Een wereld vol samenlevingen vol clubs, partijen en verenigingen. Mensen organiseren zich in systemen, raken eraan verslaafd en raken erin verstrikt. Een mens ontsnapt niet aan systemen. Iedere samenwerking is een systeem. Talen zijn systemen, en misschien ook wel andersom. Als mens is hij zelf ook een systeem. Een waanzinnig complexe bovendien. Hij heeft daar allemaal geen verstand van, maar weet wel dat het steeds weer systemen vol systemen zijn. Dat is namelijk zijn paradeparadigma. Hij houdt van systemen, hoe abstract ze ook zijn. Misschien wel juist daarom. Hoe abstracter hoe mooier. Aan systemen kan hij alles ophangen. Systemen lossen alles voor hem op. Als hij praat gaat zijn blik op het oneindige en bewegen zijn handen onnavolgbaar met de dynamiek van de systemen in zijn gedachten.

Donkerte

Is de donkerte hetzelfde als het donker? Misschien moet ik dezelfde vraag stellen voor het duister en de duisternis. Die laatste vind ik overigens beduidend donkerder dan donkerte. Voor mij voelt donkerte als een halfslachtige duisternis. In de duisternis zie ik in mijn verbeelding overwegend minder hand voor ogen dan in de donkerte. Duisternis voegt echt wel wat toe naast het duister. Donkerte niet. Het bekt gewoon ook niet, donkerte. Het geslacht is ook niet duidelijk. Het donkerte kan wat mij betreft ook. Ik heb niet eens voorkeur. Donkerte zelf klinkt bovendien alsof het verkeerd wordt gespeld. Alsof er letters ontbreken. Of overbodig zijn. Misschien is donkerte wel geheel overbodig. Ik bezig het zelf nooit. Lezen doe ik het wel regelmatig, en telkenmale als me dat overkomt, bevreemd het me. Ik weet niet wat ik met donkerte aan moet. Donkerte doet me hoegenaamd niets. Nee, dat is niet waar, want anders zou ik er hier niet zoveel woorden aan kwijt moeten. Wat het me doet is denk ik nog het best vergelijkbaar met wat dood bier met me doet. Donkerte is vlak, lauw en schuimt niet.

Driedimensionaal nadenken

Nadenken. Eigenlijk zegt het woord het al. Aan nadenken gaat altijd iets vooraf. Iets dat gebeurde. Ik beperk me even tot gebeurtenissen waar je zelf bij betrokken was. Misschien wel zonder dat je denken er aan te pas kwam. Van iets kleins zoals een vriendelijke groet van een dorpsgenoot op een wandeling tot iets groots zoals een klimaatverandering. Daar dan over nadenken is reflectief. Een weerspiegeling van je herinnering van wat er gebeurde. Wat gebeurde er? Waarom gebeurde het? Wat deed ík? Waarom? Welk effect had mijn gedrag? Moet ik mijn gedrag veranderen? Moet ik mijn houding ten aanzien van het gedrag van anderen veranderen?

Over dit nadenken zelf kan je dan ook weer nadenken. Dat is nadenken op een diepere laag. Voor mij hoort daar het besef bij dat gedachten in je hoofd gebeuren. Ik vraag me dan af waarom ik denk wat ik nu denk. Om het te verklaren ontrafel ik de gedachte zo ver als ik kan tot de oorsprong. Een gedachte begint in mijn eigen verbeelding als een ragfijn, glinsterend draadje dat drijft op de golven van mijn brein. Draadjes klonteren vanzelf samen tot dikkere of langere draden.

Gedachten over gedachten worden eigenlijk teveel verdrongen door wat we “de waan van de dag” noemen. In mijn hoofd drijven na verloop van tijd zoveel gedachten dat er een voelbare, opwaartse druk ontstaat. Ze drijven dan naar de oppervlakte als de waan afneemt. Bij voldoende opwaartse druk kunnen gedachten de dagwaan zelfs verdringen. Ook die gebeurtenis kan aanleiding geven tot nadenken. Dan moet alle waan wel erg ver op de achtergrond kunnen blijven. Het is nadenken over gedachten over gedachten. De gewaarwording van zo’n gedachte is dan haast niet te bevatten, maar ook dat kan.

Peptalk

Soms moet een mens aan zichzelf voorbij gaan. Om iets te bereiken dat buiten handbereik ligt. Liggen kansen daar meestal eigenlijk sowieso niet gewoon binnen maar hield je jezelf te klein? Reikhalzen is veilig maar je bereikt er niks mee. Als je ruimte in jezelf voelt groei dan. Wurm je desnoods uit je krapte.

Fluitend

Hoe ik in elkaar steek ging haar begripsvermogen te boven denk ik nu. Of haar begrip zit gewoon op een andere golflengte. Dat voelt meer plausibel. Jarenlang stemde ze tevergeefs op me af, maar ik zat op een frequentie buiten haar bereik. Dan kan je afstemmen wat je wil, maar je krijgt geen enkel signaal. Niet dat ik die niet uitzond, maar ik deed dat als een merel bij de dageraad. Hoe kan er dan nog verbinding zijn? De merel vertrok.

De merel liet zich een tijdje doelloos meevoeren op de wind maar is toch weer neergestreken. Op het nokje van jouw dak. Hoe ik in elkaar steek voel jij feilloos aan. Bij dageraad zingen we wang aan wang. Verbinden doen wij fluitend.