Kinderen

Neem je even een spookje voor me mee?

Spookje

Gisteren ben ik tegen alle zin (die ik eerst wel degelijk had, maar door allerlei stomme kopzorgen was verschrompeld en nukkig in een hoekje van mijn hoofd was gaan zitten) in  met het hele gezin naar Denekamp (Twente) vertrokken. Voor een gezellig weekendje met de schoonfamilie. Mijn schoonouders hadden ons ter ere van hun 40 jarige jubileum uitgenodigd om met z’n allen een lang weekend in een luxe bungalow door te brengen. Toen mijn schoonmoeder me een maand geleden of zo vroeg of ons dit leuk leek zei ik: “schoonma, dat lijkt me echt heerlijk, wat een leuk idee!”.

Maar op de dag van vertrek trok de hemel boven mijn kop dicht. De wolken boven mijn hoofd torenden zich op tot een dreigende donderkop. Ik had dus geen meter zin meer en gedroeg met als een volwassen kleuter. Ik reageerde dat op alles af dat lawaai kon maken: de schone pannen uit de vaatwasser, deuren en mijn arme schat van een dochter.

Ik lag dwars als een kleuter en bemoeide me tegen alles in, waardoor er dus iets essentieels niet in de bagage kwam: de toilettas van mijn vrouw, met daarin o.a. haar tandenborstel en schildklierhormoonpilletjes. Daar kwamen we dus pas achter na anderhalf uur rijden, bij aankomst in de bungalow.

Je begrijpt dat me een behoorlijke en terechte preek te wachten stond van mijn vrouw. Die preek bespaar ik je. Het volstaat te zeggen dat er enkele spoedinkopen moesten worden gedaan bij de plaatselijke apotheker en drogist.

Toen we samen naar de auto liepen voor die boodschapjes, riep onze zoon ons na vanaf de voordeur. Hij riep: “Nemen jullie ook even een spookje voor me mee?!”. Dat was natuurlijk heel komisch en het brak het wolkendek boven mijn botte hoofd weer wat open. Hij bedoelde zijn Ikea nachtlampje “Spöka” die hij dankzij zijn nukkige vader dus ook had vergeten.

Mijn vrouw en ik zijn nog niet eens de helft van de 40 jaar getrouwd. En ik zou het heel knap vinden als ze dat zo lang gaat volhouden.

Überhaupt raar eigenlijk

Wij hadden in München ooit een huisbaas die bij alles dat wij hem vroegen zei: “Das ist überhaupt kein Problem”. Herr Feitl heette deze beste man. Een rasechte Beier. Het Beiers is een heerlijk dialect. Ik krijg er zo’n lekker groezelig gevoel van. Ik krijg ineens trek in Erdinger (of Franziskaner) Hefe Weizen Bier met een verse, nog warme Pretzel. Herr Feitl sprak heerlijk Beiers en gebruikte het woordje “überhaupt” te pas en te onpas.

Ik werd hieraan herinnerd doordat onze zoon ineens met zijn neus uit zijn boek kwam en grinnikend aan me vroeg wat dit woordje, en hij wees het aan in zijn boek, nou toch weer betekende. Überhaupt, stond er. “Ja, dat is eigenlijk een heel vaag woord”, zei ik. Ik had er überhaupt nog nooit over nagedacht wat het woordje betekende, terwijl ik het ook te pas en te onpas gebruik. Dus ik vroeg me hardop af: “Ja, wat betekent übehaupt überhaupt?”. En toen was het plotseling bedtijd voor hem, dus zeiden mijn vrouw en ik min of meer in koor: “Zeg, heb jij überhaupt wel in de gaten hoe laat het is?”

Verbolgen dat zijn tijdrektaktiek niet had gewerkt slungelde onze zoon de trap op. Hij nam zich voor om morgen op school aan meester te vragen wat überhaupt eigenlijk betekent. Wel ja, wat weten ouders überhaupt ook over taal. Meesters en juffen genieten überhaupt meer respect van onze kinderen. In de klas blijken de kinderen überhaupt altijd oneigenlijk engelachtig te zijn. Kleine huichelaartjes zijn het. Thuis hangen ze hun aureooltjes aan de kapstok en plakken ze hun duivelshorentjes weer op hun guitige tronies. Blijkbaar maken ze op school hun gehoorzaamheid helemaal op, zodat ze thuis überhaupt niet meer te genieten zijn. Maar goed, ik moet überhaupt verdraagzamer worden. Gelukkig weet ik zeker dat ze het überhaupt niet persoonlijk bedoelen allemaal.

Blijkbaar kun je “überhaupt” zo’n beetje in elke zin gebruiken. Heeft “überhaupt” überhaupt nog een betekenis, of is het slechts een pedantig preekwoord. Teruglezend verliezen mijn zinnen nauwelijks aan betekenis als ik “uberhaupt” weg laat. Wel aan dynamiek en ritme. Überhaupt raar eigenlijk.

Pa Pier

Gisteren ging ik met mijn twee grote knaapjes zwemmen in zo’n “zwemparadijs”. Midden in de herfstvakantie. Dat is vragen om problemen natuurlijk, maar ik had het mijn zoontjes beloofd. Het begon al met de mededeling bij de balie dat het erg druk was en dat we even moesten wachten tot er wat paradijsbezoekers naar huis gingen. Hoe lang het zou duren wist hij niet. 

Gelukkig droop al snel een aantal wachtenden voor ons af, dus dat schoot op. En even later druppelden er ook een aantal bezoekers naar buiten zodat wij er toch nog vrij vlot in mochten. Ik vroeg aan het kassameisje of ze een vijftig-cent-muntje zodanig kon breken dat ik twee van 20 zou hebben, voor twee kluisjes. “Nou, ik denk niet dat er nog vrije kluisjes zijn meneer, ’t is echt zoooo druk”. 

Even later renden mijn (kn)apen en stapte ik behoedzaam (bangig om uit te glijden) in onze zwemkledij over de natte tegels. Er was nog precies 1 kluisje waar wij al onze jassen, schoenen en kleren in wisten te proppen. En toen, joepie, kon er gespetterd worden. Mijn apen renden het paradijs in. Ik wandelde regelrecht de hel in. 

Eigenlijk wilde ik liever naar de bios, maar mijn jongens wilden heel erg graag naar een tropisch zwemparadijs. Ik heb in het paradijs vooral genoten van het plezier van mijn knulletjes. Maar verder niet. Ik voelde me als een pier in een potje pieren. Het was te vol. Vooral in het tropische gedeelte. En als de golfslag aan ging werd het golfslagbad één grote wriemelende en over elkaar heen tuimelende massa pieren. Ook de hormoonspiegel was me veels te hoog: geflikvlooi tussen jonge goden en godinnen. Pa Pier voelde zich hier gewoon heel oud.

Ik smachtte naar een rustig plekje met een kop koffie en een stuk lektuur. Die was er niet. Er stonden ook wachtrijen pieren te wachten voor de stoomcabine’s en de sauna’s, dus ook dat genoegen liet ik maar zitten. Gelukkig was er wel een gewoon recht-toe-recht-aan baantjes-bad waar een aantal grijsaards rustig hun bedaarde baantjes trokken. Daar was minder gekrakeel. Pa Pier voelde zich hier al veel beter. Hij kwam hier weer ruim onder de gemiddelde leeftijd en kon als hij zijn buikje wat introk zelfs doorgaan voor fitte dertiger. Met een lenige snoekduik dook ik het bad in, zwom een soepele 20 meter onder water, kwam niet eens zoveel buiten adem weer boven en voelde me toch even weer een jonge God.

Schaamteloze uitbuiting van kinderen

Reklame is een gegeven. Zonder reklame te maken van je goederen en diensten raak je je waren aan de straatstenen niet kwijt. Dat snap ik. Dat reklames in de meeste gevallen ook nog eens misleidend zijn, daar kan ik me ook nog wel overheen zetten. Natuurlijk schilderen ze hun waren zo ideaal mogelijk af. Natuurlijk verkopen ze in de reklamespotjes een hoop leugens. Natuurlijk worden de addertjes onder het gras niet luid en duidelijk vermeld. Dat weet iedereen. Ik kan daar mee leven.  

Waar ik niet mee kan leven is de uitbuiting van kinderen. Wij krijgen bijvoorbeeld herhaaldelijk reklamemateriaal en proefproducten mee van het kinderdagverblijf. Dan komt mijn zoontje mij bij het afhalen helemaal verguld een mooie placemat (van een zuivelfabrikant) laten zien die hij heeft gekregen. Thuis kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om het ding weg te gooien, dus het ding ligt een tijdlang onze kinderen bloot te stellen aan reklame. Nog een voorbeeld is een gratis zak met ontbijtringetjes. Ik vind dit een heel zorgelijke ontwikkeling. In eerste instantie omdat de bedrijven kinderen uitbuiten om hun waren aan de man te brengen, maar in tweede instantie dat de organisaties die de kinderen juist zouden moeten beschermen hiervoor (de kinderdagverblijven waar je je kinderen aan toevertrouwt), hier ook nog aan mee werken.

En de R is weer in de maand. Sinterklaas en Kerst komen eraan, dus worden kinderen een extra belangrijk doelwit voor reklamemakers. Op de radio hoorde ik een speelgoedwinkel zonder enige schaamte bij kinderen bedelen om hun SInterklaas-verlanglijstjes. En om de kinderen daarvoor te motiveren maken ze kans dat ze alles dat ze op hun lijstje zetten winnen! Het doel is me duidelijk: de speelgoedwinkel wil graag weten wat kinderen zoal leuk vinden zodat ze hun logistieke organisatie zo efficiënt mogelijk kunnen runnen. Slim bedacht. En het gaat ook werken…. tenzij heel jeugdig Nederland lijsten inlevert met tenminste 500 peperdure wensjes, liefst meer. Dit is dus mijn snode plan: ik laat een paar miljoen placemats drukken die ik via de kinderdagverblijven verspreid met de oproep om massaal belachelijk lange verlanglijsten in te leveren bij de ToysXL. Nu zoek ik nog een sponsor…

De Sint-stress is weer begonnen

Er wordt bij ons aan de keukentafel al weer druk over gepraat: Sinterklaas. Mijn tweeling gelooft nog heilig in Sinterklaas. Maar ze vinden het wel raar dat de pepernoten al in de winkel liggen. “Blijven die pepernoten dan wel zo lang goed tot Sinterkaas in Nederland is?”, vraagt mijn dochtertje. Haar tweelingbroer rolt met z’n ogen en zegt dan heel pedant: “Natúúrlijk wel joh! Weet je dan niet meer dat we laatst pas de pepernoten van vorigjaar hadden opgemaakt? En die waren nog gewoon goed!” Deze discussie vindt plaats als ik ’s middags op papadag met ze aan de lunch zit.

Op dit soort momenten vind ik het altijd erg leuk om eens wat proefballonnetjes op te laten om hun geloof te testen. Ik vraag: “Zou Sinterklaas het nou nooit eens zat zijn om al die stoute kinderen kadootjes te brengen. Hij is tenslotte al meer dan 500 jaar”. Ze vallen natuurlijk vooral over die “stoute kinderen”. Maar na een tijdje merkt mijn dochtertje toch op dat niemand 500 jaar kan worden, maar daar heeft ze een oplossing voor: Er komt gewoon steeds een nieuwe Sinterklaas die de Sinterklaas die nú Sinterklaas is uit de hulp-Sinterklazen kiest. “Hij kiest dan gewoon een Sinterklaas die nog niet zo oud is en heel goed meehelpt”, zegt ze vol overtuiging.

Maar haar broertje ziet nog en ander probleem: “Maar SInterklaas is toch de broer van de Kerstman?”. Daar had z’n zus niet aan gedacht: “O ja, ach, maar Sinterklaas bestaat tóch niet echt”. Maar haar broertje hoort dat niet, of wil het niet horen. Hij zegt: “Ik denk dat Sinterklaas dan gewoon alleen maar de beste vriend van de kerstman is, toch papa?”. Ik knik geruststellend: “ja hoor, ze zijn vast hele dikke vrienden”. Hoewel ik ze op dit punt een beetje gerust heb gesteld, leidt het gelijk tot een nieuw dilemma: Sinterklaas kán helemaal niet dik zijn, want anders kan het paard hem toch niet het dak op krijgen? En hoe kan het paard eigenlijk op het dak komen?

Hun rotsvaste geloof is al aan het afbrokkelen. Het is prachtig om te zien hoe de logica in hun hoofdjes langzaam terrein wint op de tegenstrijdigheden. Ik leg maar snel uit dat het ook geen gewoon paard is, maar een beetje een toverpaard die gewoon heel lichtvoetig is en nét niet kan vliegen, maar wel heel makkelijk op een dak springt. Ik wordt met grote oogjes vol ongeloof en ook lichte bezorgdheid (is Papa gek?) aangekeken. Maar mijn oudste zoon (die al lang is ingewijd in het grote geheim) komt me te hulp: “Ja, het is ook geen écht toverpaard, maar een paard dat niet zoveel last heeft van de zwaartekracht”. En dat gaat er in als peperkoek. 

Heel even denk ik dat de Sint-stress weer even voorbij is, tot mijn oudste zoon ineens aan zijn jongere broertje en zusje vraagt of ze ook weten waarom de Pieten zwart zijn. Hij vertelt ze vervolgens dat het komt door de schoorstenen. Maar mijn dochtertje slikt dat niet: “Nee joh, want dan zouden hun kleren toch ook allemaal zwart zijn?”. Gelukkig heeft ze ook een oplossing: “Zwarte Pieten worden gewoon helemaal zwart getatoeëerd, dat kan je er nooit afwassen!”, zegt ze triomfantelijk. Schitterend toch? 

Zwamzilla

Tijdens de zondagse boswandeling met deze keer alleen de kinderen (ma zat met een zweepslag te balen op de bank) kwamen wij deze monsterachtige zwam tegen. Hij groeit pontifikaal midden op een boomstronk, direct in het zicht. Het is een monster. Minstens 40 cm in doorsnee en 20 cm dik. Het is een ijdeltuit bovendien. Kijk mij nou lekker zitten te schimmelen op deze stronk. Aanschouw mijn gruwelijke schoonheid.

De enorme zwam zit te pronken in de volle zon en trekt onmiddelijk de aandacht van de kinderen die er met hun nieuwe fototoestelletjes om heen lopen te flitsen. Als een filmster baadt de zwam in al die aandacht. Hij had een rol kunnen spelen in de Muppet Show. Hij ziet er uit alsof hij elk moment zijn enorme muil open zou kunnen sperren om mijn niets vermoedende kindertjes op te slokken. We laten Zwamzilla maar snel met rust, je weet maar nooit.

Voor zover ik kan beoordelen met behulp van SoortenBank.nl, is het een geelbruine plaatjeshoutzwam. Vrij algemeen, staat erbij. Pff, maar zo groot zie je toch maar zelden.

Stil in mij

Zo’n beetje heel Dwingeloo is nog steeds verbijsterd. Hoe kon iemand die zo gezond en nog zo midden in het leven stond en nog zo hard nodig was, plotseling overlijden aan een hartaanval? Zelf kende ik de man helemaal niet, maar ik kende zijn dochtertjes, een tweeling van 7 jaar. Even oud als onze eigen tweeling. Vlak voor hun vader overleed waren ze nog op het feestje van onze tweeling. Vooral voor die twee kleine meisjes, maar ook hun moeder voel ik mee.

Mijn vrouw deed waar ik natuurlijk niet aan dacht: ze kocht drie mooie rouwkaarten. Ze had de tekst van Ren Lennie Ren van Akda en de Munnik aangepast naar Ren Meisje Ren en als gedicht bij de twee kaarten voor de tweeling gedaan. Mijn vrouw verdient een standbeeld. Ze is de liefste engel die ik ken.

Ik ging naar de kerkdienst om hen mijn medeleven en steun te betuigen. Ik gaf de weduwe een warme knuffel en zei zachtjes: “van harte gecondoleerd”. Ze beantwoordde het met een even warm “dankjewel”. De dienst maakte een hele diepe indruk op me. De kerk zat tot de nok toe gevuld met treurende mensen. Zoveel medeleven. De tweeling stak ieder en kaars aan voor hun papa in de kist. Hartverscheurend lief. En even later klonk “Ren Lennie Ren” door de luidsprekers. Nu heb ik voor altijd iets met dat lied. Het zal me nog lange tijd een brok in de keel bezorgen, ieder keer als ik het hoor.

Eigenlijk maakt de hele tragedie een diepe indruk op me. Je beseft je dat je zelf ook zomaar ineens kunt verdwijnen. Je beseft je ineens wat de betekenis is van je eigen leven. Je beseft je ineens dat je de tijd die je met elkaar hebt beter kunt koesteren dan er in grote haast aan voorbij te leven. Je beseft je ineens wat echt belangrijk is.

Na de kerkdienst keek ik naar de stille stoet die statig achter de lijkwagen aan liep. Mijn vrouw en onze tweeling liepen ook mee. Ik kon niet mee lopen omdat ik onze jongste zoon moest ophalen bij de oppas. De dienst was nogal uitgelopen vanwege de enorme opkomst, vandaar. De stoet moest van de Sint Nicolaas Kerk, langs de Brink naar de begraafplaats lopen. De zaterdagmarkt was er speciaal voor verplaatst. Ik zag de stille stoet vertrekken en keek hen na. De serene stilte en het hypnotiserende beieren van de klokken van de Siepeltoren maakten het stil in mij.

Het is zo stil in mij ik heb nergens woorden voor
Het is zo stil in mij en de wereld draait maar door

Van Dik Hout. Zo mooi. Control freak die ik ben, zet ik dit lied bij dezen op mijn eigen uitvaartlijst.

Niet te bevatten

Op het schoolplein
Huilende gezichten
Het gebeurde in het bos
Zomaar zakte hij in
Wat een schok
Het is niet te bevatten

Ik ken hem niet
Hij is de papa van
vriendinnen van mijn dochter
En voetbaltrainer
Hij is zomaar dood
Het is niet te bevatten

Bij de bakker
Kan ik u helpen?
Ze heeft rode ogen
Het hele dorp huilt
Zelfs de bomen op de brink
Het is niet te bevatten

Aangedaan
fiets ik naar huis
Miezerende regen
op mijn gezicht
Het is gewoon
niet te bevatten

Uitverkoren bijzitter

Een tijdje terug werd ik met een ruime meerderheid gekozen als lid van de medezeggenschapsraad van de school van mijn kinderen. Ik had al de nodige MR-varing, dus het was voor de kiezers een no brainer. In een MR-vakblad (jawel, die bestaan) las ik dat MR-leden maar zelden verkozen moeten worden omdat er erg weinig animo voor zo’n lidmaatschap bestaat. Meestal worden de MR-leden gesmeekt om zitting te nemen.

En als je dan toch in de luxe verkeert dat je wordt verkozen, zou dat een bepaalde mandaat moeten geven volgens het artikel in het MR-blad. Je kan dan je stem laten gelden in belangrijke zaken. Je hebt immers “vele” kiezers achter je staan. Vele staat tussen aanhalingstekens, want de opkomst bij de verkiezingen was vrij laag. Micropolitiek. Desalniettemin gaf het me een heel goed gevoel. 

Vanwege mijn MR-varing op een andere school werd er al meteen naar me gelonkt rond de invulling van de voorzittersrol. Heel vleiend, maar ik hield me beleefd terug. Ik wilde eerst vertrouwd raken met routine van de gevestigde orde. Daarom heb ik ingestemd met een vice-voorzittersrol. De oudvicevooritter werd gepromoveerd tot voorzitter. En ik ben dan dus de reserve-voorzitter. In de niet-afwezigheid van de voorzitter, ben ik dan slechts een bijzitter. Maar wel een uitverkoren bijzitter, laat dat duidelijk zijn!

Eén tel terug in de tijd

Ken je dat gevoel waarbij je heel eventjes het gevoel krijgt dat je ooit had bij een ervaring uit het verleden? Het flitst door je heen. De echo van een emotie uit je verleden. Het duurt maar heel kort. Veel te kort, want eigenlijk zou je dat gevoel even willen vasthouden om je er in om te wentelen, om de geluiden, beelden en geuren die er bij horen, op te rakelen in je geheugen.

Vanochtend had ik het weer. Ik bracht mijn kinderen naar school en ik wachtte nog even tot de schoolbel ging. De zon scheen en de kinderen speelden schoolpleinspelletjes. Ze hebben nauwelijks zorgen. Waar ze zich druk over maken is de hoeveelheid dagen die ze nog moeten aftellen tot de zomervakantie. Voor hen is dat nog een eindeloze tijd.

Terwijl ik me dat bedacht voelde ik ineens dat gevoel van toen ik zelf als jongetje op het schoolplein liep. In een flits voelde ik de zonnestralen van toen tegen mijn gezicht. Ik voelde eventjes de zwaarte van mijn benen van toen. Ik voelde weer eventjes die moedeloosheid over die eindeloze periode die ik nog door moest zien te komen voor het ein-de-luk vakantie was. Het duurde maar een tel, langer kreeg ik het niet gerekt. Eén tel terug in de tijd.