Mens

Natuurlijk ben jij de allermooiste

Kleine kiem, diep in de bodem
Je barst van potentie
Zodat je omhoog schiet
Kijk eens hoe goed ik groei!

Ongeduldig, reikhalsend
Strek je je naar de hemel
Zo hoog als je kunt
Kijk eens hoe groot ik ben!

De hele wereld kijkt naar jou
Van schrik schiet je in knop
Je barst van de zenuwen
Waarom kijkt iedereen naar mij?

In het prilste daglicht
Ontluik je jezelf
Voor de allereerste keer
Hopelijk ziet niemand je

Onzeker kijk je om je heen
De wereld is gruwelijk mooi
Diep van binnen weet je het
Jij bent mooier dan iedereen

Moedig reik je hoger
Hoe hoger hoe vrijer
Je stijgt boven alles uit
Natuurlijk ben jij de allermooiste

Alles draait om jou
In de bloei van je leven
Kan je de hele wereld aan
Kijk eens hoe sterk ik ben!

Niks krijgt jou eronder
Je zwelgt van zelfvertrouwen
Totdat je wordt vertrapt
Wie dacht je ook dat je was?

Je keert in je zelf
Geknakt tot op je ziel
Toch kruip je weer overeind
Kijk eens hoe veerkrachtig ik ben

Fier richt je je weer op
Je putte nieuwe kracht
Uit je nieuwe wijsheid
Kijk eens hoe stevig ik sta

Mooier dan ooit straal jij
De wereld weer tegemoet
Dan word je eindelijk geplukt
Natuurlijk ben jij de allerliefste

Alles draait om liefde
Je hebt zoveel te geven
Je geluk is oneindig
Nooit krijg je genoeg van elkaar

Ineens ben je ouder
Je straalt bemoedigend
Naar dat reikhalzende grut
Natuurlijk worden jullie nóg mooier

Heren volgen geen instructies

Negen wijze heren kwamen bijelkaar om te praten over gewichtige zaken. Op de grote tafel in hun midden lag een klein kapitaal aan gadgets. Minstens 3 per persoon. Allemaal noodzakelijk natuurlijk, dat staat buiten kijf. Behendigd werd er uit de losse pols met de de diverse gizmos gejongleerd. Ikzelf arriveerde een chique half uurtje later. Met respect werd ik bij binnenkomst door de collega’s begroet. Argeloos slingerde ik mijn fonkelende leipad op tafel terwijl ik mijn leifoon achter mijn rug omhoog gooide, mijn jas over de leuning van de stoel hing, ging zitten en toen de telefoon in het borstzakje van mijn overhemd op ving. Allemaal in één vloeiende beweging. 

Die acrobatiek werd natuurlijk als volkomen normaal beschouwd. Dit werd ik geacht te kunnen en was ik op geselecteerd. De voorzitter knikte wel even goedkeurend, maar dat had er meer mee te maken dat ik was gearriveerd. Hij gaf aan een collega aan de andere kant het teken om de presentatie te starten. Daarop stond de beste man op en drukte op een knopje op een paneel aan de muur. Er rolde een projectiescherm uit het plafond en de projector aan het plafond boven de tafel kwam tot leven. Echter, de beoogde beelden verschenen niet op het grote scherm. De collega drukte nog eens op wat andere knoppen, maar dat leverde geen verbetering op.

De man keek hulpeloos naar zijn collega’s om: “Eh, hij doet ’t niet”. Verbijsterde blikken. Wat nu? “Misschien moet je de projector gewoon even uit en weer aan zetten en het nog eens proberen”, opperde iemand. Er werd meteen instemmend geknikt. Zo gezegd zo gedaan, maar zonder het beoogde effect. Het scherm bleef verstoken van beeld. De man bij het knoppenpaneel streek nerveus door zijn haar. Toen ging er een licht bij hem op. Zijn gezicht klaarde op, waarop de andere heren hoopvol opveerden. Maar toen verzuchtte hij: “Ach, dat werkt natuurlijk ook niet”. De heren zonken weer in. 

De voorzitter bracht verlossing: “Ik stel voor dat we dit moment even benutten voor een korte koffiepauze en dat iemand even contact opneemt met de technische dienst”. Het was natuurlijk evident dat de projector niet naar behoren werkte en dat er maar even iemand moest komen. De man die de twijfelachtige eer was toebedeeld het projectiesysteem te beteugelen werd verwachtingsvol door de voorzitter aangekeken. Hij maakte gehoorzaam twee lenige backflips en trok in één beweging zijn telefoon, koos het nummer van de technische dienst (welke uiteraard onder een sneltoets zat) terwijl hij via een dubbele salto in zijn stoel sprong. 

De andere heren wandelden één voor één, met soepele, nonchalante tred naar de coffee corner om zichzelf te voorzien van een ristretto, capuchino, machiato of een doodgewone, maar desalniettemin acceptabele espresso. Even later kwamen de heren, met koffiekopje in de ene hand en al twitterende met de telefoon in de andere hand, de zaal weer binnendruppelen. Er kon gelukkig worden gemeld dat de technische dienst met succes kon worden gecontacteerd. Alles was onder controle. Er werd meteen opgeluchter adem gehaald. 

De opluchting ging acuut over in verbazing toen er een klein, spichtig vrouwtje met een streng klein brilletje op haar neus in uniform de zaal binnentrippelde. Ze deed me sterk denken aan juffrouw Mier. In haar hand droeg ze een kaart met een overzichtelijk ogend lijstje. Klaarblijkelijk de bedieningsinstructies voor het projectiesysteem. Ze las de eerste instructie met luide stem voor: “aan de muur bevindt zich een bedieningspaneel…”. De heren wezen haar behulpzaam in de juiste richting. “Aha”, zei het mensje en las de volgende instructie voor: “Schakel de installatie in met de rode knop”. Knop werd ingedrukt en wederom kwam alles tot leven. En zo liep het mensje alle instructies één voor één af en geschiedde er een wonder: Op het scherm verscheen het door ons zo vurig gewenste beeld.

Enigzins geirriteerd haalde het mensje haar schouders op en keek ons meewarig aan. “Als je precies de instructies volgt, dan werkt het gewoon”, zegt ze. De heren, mijzelf incluis, keken van schaamte naar hun glimmende schoenen. “Eh, waar kunnen wij die instructies vinden”, werd binnensmonds door een van de heren gevraagd. “Die zou hier op de tafel moeten liggen. Kijk, daar ligt ‘ie”. En toen trippelde juffrouw Mier van de technische dienst weer de zaal uit: “Tot uw dienst heren, goedemiddag”. Met stomheid geslagen schoven de heren weer aan de vergadertafel aan, terug op hun plaats. Belangrijk turende naar het schermpje van het eerste gadget binnen handbereik hervonden de mannen weer hun waardigheid en kon er gelukkig fijn verder worden gegaan met de orde van de dag. 

Met de driewieler langs de Diamantlaan

Ik ben op ontdekkingstocht, op mijn driewieler. Hoe die driewieler er precies uitziet heb ik geen idee van. Ik neem ook maar aan dat het een driewieler is. De wereld is primair gekleurd: groen, hemelsblauw en goud-geel. Ik rij langs een smal strookje gras dat naast een hoge muur ligt. De muur is zo hoog dat het tegen de lucht aan komt. Ik voel me intens gelukkig. Mama loopt naast me geloof ik, maar dat denk ik omdat ik aanneem dat ik hier niet alleen mag zijn. De wereld is schitterend. 

Dat is hoe ik me dit blije moment herinner. Meer dan dit weet ik niet. Het is mijn eerste herinnering. Vage beelden en een nog heel sterk gevoel van geluk en verwondering. Het kan niet anders dan dat ik me een moment herinner van toen ik nog alleen met mijn papa en mama in een flat aan de Diamantlaan woonde, in Groningen. Ergens tussen 1971 en 1973. Ik was toen 2 jaar oud, misschien bijna 3. Ik weet het niet precies. 

Ze zeggen dat je je niets meer zou moeten kunnen herinneren uit je peutertijd. Nou ja, het is ook praktisch niets. Er zitten ook veel aannames en logische conclusies in om de vage beelden aan te vullen. Toch is het een heel levendige herinnering die me nog altijd doet glimlachen.

Zonder eten naar bed

Op de radio hoorde ik vanochtend een spotje over kindermishandeling. Hierin hoor je twee kinderen met elkaar praten en eentje verzucht: “ik moest gisteren alweer zonder eten naar bed”. De strekking van het spotje is dat we signalen die duiden op kindermishandeling, moeten melden. Absoluut belangrijk. Wat mij betreft is dat burgerplicht nummer 1. Alleen vind ik het voorbeeldsignaal van dit spotje wel erg ongelukkig gekozen. Deze vind ik namelijk helemaal niet zo duidelijk. Dan moet je ook andere indicatoren meenemen, zoals: , hoor ik dit kind dit vaker zeggen?, is het kind erg mager?, ziet het kind er ongezond uit?

Wij gebruiken de strafmaatregel “naar bed sturen” ook wel eens voor onze kinderen. Die straf wordt typisch uitgedeeld tijdens het avondmaal. Het betroffen kindje is sowieso al moe van een lange schooldag en nogal vervelend. De oortjes zitten dan ook nog eens vol stopverf, dus de luisterfunctie is ook behoorlijk gestoord. En omdat ze familie van mij zijn, liggen ze op dat soort momenten graag zo dwars als een dwarse keutel. In zulke situaties dreigen we nog wel eens met de naar-bed-straf als regeltjes die duidelijk met hen zijn afgesproken, met stampende voetjes worden getreden. Netjes op je beurt wachten en netjes vragen vinden wij aan tafel bijvoorbeeld erg belangrijk. “Als ik iemand nog één keer ‘ik wil’ hoor gillen, kan die naar z’n bed gaan”, zegt papa of mama op gegeven moment dan. We zeggen dan duidelijk wat we zullen doen, en moeten dan ook echt doen wat we zeggen.

Als ze pech hebben liggen ze dan dus zonder dat ze hun bordje leeg hebben gegeten in hun bed. Het komt gelukkig weinig voor en meestal moeten ze het alleen zonder toetje stellen. Naarmate de schoolvakanties dichterbij komen, of naarmate de aankomst van Sinterklaas dichterbij komt, worden de kinderen wel wat minder handelbaar. Dat is heel normaal en dan is vaste routine en duidelijkheid extra belangrijk. Juist dan zijn we als ouders scherper op de dingen die we met hen afspreken. Dan kan het dus wat vaker voorkomen dat we een recalcitrant kindje naar bed bonjouren.

Om even op dat radiospotje terug te komen: ik ben het helemaal eens met de essentie. Ik ben ook blij dat er zoveel aandacht wordt besteed aan kindermishandeling. Alleen het voorbeeldsignaal “alweer zonder eten naar bed” vind ik een beetje vreemd gekozen. Ik hoop dat potentiële melders hun nuchtere verstand blijven gebruiken en pas melding doen als ze zeker denken te weten dat het om structurele ontzegging van basisbehoeften gaat. Eten is zo’n basisbehoefte. En dan drijft toch ook nog de volgende verveldende vraag bij me naar boven: Is er dan ook sprake van kindermishandeling bij kinderen die obesitas hebben vanwege het voorzien in overmatig veel ongezonde voeding en het onvoldoende stimuleren van lichaamsbeweging door hun ouders? 

Ze pikken alles in

Toen ik bij de voetbaltraining van mijn zoontje langs het veld liep ving ik een stukje van een gesprek op tussen een man en een vrouw. De man sprak luid en wilde blijkbaar dat iedereen die langs de kantlijn stond te kijken naar de kinderen, kon horen hoe hij over de dingen dacht. De vrouw luisterde maar half en zei af en toe beleefd: “ja, jaaa ja”, terwijl de man de volgende onnozelheden over haar uitstortte:

“Wij pompen miljarden in een zwart gat. Waarom laten ze dat land niet gewoon failliet gaan? Ik begrijp dat niet. Ik begrijp dat gewoon echt niet. En wat kost dat hele gedoe met die Mauro ons wel niet. Al die dure politici zijn er al dagen over aan het ouwehoeren. Weet je wat de beste baan is die je kunt bedenken? Politicus in de oppositie! Enige dat je nodig hebt is een vlotte babbel. Geen verantwoordelijkheden en handje op houden voor een dik salaris. En allemaal zijn ze bezig met die Mauro. Wat een geldverkwisting. Die gast moeten ze d’r gewoon uitzetten. Net als als die Polen. Die pikken alles in. Alles!”

We leven in een land waarin je gelukkig vrij je mening mag uiten. De bewuste man stond volledig in zijn recht, maar sloeg mij met volslagen stomheid.

Powered by ScribeFire.

Je sterft maar één keer. Toch?

Je leeft maar één keer, zeggen ze. Dus dan moet je er het beste van maken. Wat een dooddoener. Dan ben je steeds aan het vergelijken. Doe ik het wel beter dan hem (of haar)? Ik had “hem” voor het laatst gesproken toen ik nog volop puberde. Hij kon altijd alles beter dan ik, vond ik. Laatst zocht ik hem eens op op LinkedIn om te kijken hoever hij het had geschopt. Dat had ik niet moeten doen dus. Toch hoef ik geen herkansing.

Het leven is kort, zeggen ze. Dan kun je maar beter zo eerlijk mogelijk leven. Dan duurt het langer. Eerlijk gezegd geloof ik daar geen snars van. Geloven is sowieso niet mijn sterkste vaardigheid, moet ik je bekennen. Alles moet in de twijfel getrokken, en zelfs dat weet ik niet zeker. Alles is immers nogal veelomvattend, maar ook weer heel betrekkelijk. Ik kan toch onmogelijk álles in twijfel trekken. Daar is het leven gewoon te kort voor.

Over één ding twijfel ik nauwelijks: sterven doe ik maar één keer. Toch? Wacht even, ik leef natuurlijk wel voort in mijn kinderen. Zolang zij zich blijven voortplanten, leef ik onderhuids door. Mijn manier van denken gaat voor een deel over op mijn nageslacht. Wie denkt die bestaat, dat weet iedereen. Dus ook mijn manier van bestaan is dan erfelijk. Geleidelijk besta ik steeds minder naarmate mijn stukje genetisch materiaal steeds verder wordt gestekt. In die theorie sterf je dus precies zo vaak als je nakomelingen hebt plus 1. Nog een hele wilde denkstap verder is dan beweren dat de kerk het liefst zou zien dat je zo vaak mogelijk sterft. God, wat vergezocht. Weer een half uur van mijn leven verspild met dit geneuzel.

Powered by ScribeFire.

De stilte van 15 miljoen

Een van mijn favoriete oasen van verstilling in Nationaal Park Dwingelderveld (vanmiddag zelf gekiekt met mijn fotofoon)

Vanmiddag liep ik door de Drentse bossen, niet ver van Spier, niet ver van de snelweg, niet ver van het Noorderveld. Samen met mijn vier dartele veulentjes. Ik had 3 pogingen nodig om een stil stukje Drenthe te vinden. Gelukkig was mijn favoriete stukje nog relatief rustig. Rondom onze woonplaats Dwingeloo waren de bosparkeerplekken bomvol en overal tussen de bomen zag én hoorde je mensen lopen. Allemaal toeristen die op zoek waren naar die Drentse stilte. Dit werd mij duidelijk toen ik het Journaal van 8 uur vanavond zag.

Die Drentse stilte wordt in de nabije toekomst dus nóg stiller, en daarvoor wordt even 15 miljoen euro opgehoest. Het Noorderveld zelf wordt weer zoals het was vóórdat het landbouwgrond werd: een sompig en uitgestrekt heidegebied. Een glorieuze muggenkwekerij. Van het Noorderveld wordt momenteel een laag aarde afgegraven en over en strook van 5 kilometer langs de A28 op een grote langwerpige hoop gekwakt. Die hoop krijgt twee functies: geluidsdemper en toeristenlokker.

Nietsvermoedende automobilisten wil men van de snelweg lokken met behulp van een 5 kilometer lange lokstrook vol heide, bomen en wat waterpartijen. Als vliegen moeten de potentiële toeristen op de nieuwe natuur en stilte afkomen. Goed voor de lokale economie, want daarmee gaat het blijkbaar niet goed. Komt zeker door de krimp. Vanmiddag had Het Dwingelderveld bepaald geen tekort aan toeristen. Het gonsde ervan in de bossen en op de hei. Oh, wat is het hier stil hè? Ja, echt heel stil. Jeetje wat stil. En kun je nagaan, het wordt nóg stiller. Echt waar? Ja, echt waar.

De lokstrook moet ook het geluid van het verkeer dat ondanks de verlokkingen tóch door raast, dempen en verstommen zodat de natuur erachter nóg beter kan verstillen. Als natuur- en stilteliefhebber hoop ik dan maar dat de hoeveelheid nieuwe stilte, die stilte van 15 miljoen, groter is dan de de toename van het geroezemoes van die broodnodige nieuwe toeristen, anders komt er van die verstilling niks terecht. Aan de andere kant hebben al die nieuwe muggen ook weer verse toeristen nodig. Kom toch maar dan, u bent van harte welkom!

Powered by ScribeFire.

iTomb

Noem het morbide, maar dit is waar ik aan dacht toen ik hoorde dat Steve Jobs is overleden: iTomb. De grafzerk is natuurlijk een levensgrote, granieten iPhone. Het oppervlak is glanzend zwart. Enigmatisch, zonder enige gravering. Zelfs niet het woordje “iTomb”. Eronder liggen Steve’s stoffelijke resten. De man die Silicon Valley mede heeft gemaakt tot wat het nu is. De man met de gouden visie. Ik ben Apple-fan noch -hater, maar Apple liet me in ieder geval niet koud. Steve Jobs laat niemand koud. Apple laat niemand koud.

De iTomb mag je aanraken om in contact te komen met de ziel van Steve. Het wordt een bedevaartsoord, dat is zeker. Het huis in Silicon Valley, waarin Steve opgroeide, wordt een nationaal monument (misschien is dat al zo). Een must-visit voor Silicon Valley toeristen. Zelfs een broodnuchter type zoals ik zou zeker en bezoekje overwegen als ik in de buurt zou zijn. Steve is een iCon. Zijn dood laat niemand onberoerd. Rust zacht Steve.