Kinderen

Pappie & Daddy

Vandaag kregen we bezoek van een bevriend homostel dat even een aantal weken uit Amerika was overgekomen. Wat klinkt dat eigenlijk klinisch: “bevriend homostel”. Wat maakt het uit dat het hier om een homostel gaat? Het zijn vrienden. Punt. Een van de heren is al jaren een trouwe vriend van mijn vrouw en ook van mij. Het is zo’n ijdele spierbundel. Uit Hollandse klei getrokken. Ik weet nog dat ik heel verbaasd was toen hij ons vertelde dat hij homo was. Mijn vrouw niet. Zij wist het al tijden en wachtte tot hij het ons zelf zou vertellen. Mijn vrouw heeft een hele goeie gaydar. Ik heb dat niet. Maar ik ben dan weer behept met een botte bijl.

Vorig jaar, in de kerstvakantie, trad hij in het huwelijksbootje met de man (waarvan zelfs ik meteen zou hebben vermoed dat hij homo zou zijn) met wie hij al jaren het bed deelde. Omdat ze namelijk vaders gingen worden. Wij waren natuurlijk ook bij hun bruiloft aanwezig. Vandaag kwamen ze met hun prachtige dochtertje op bezoek. Bij binnenkomst kreeg ik een stoere, joviale handdruk van onze spierbundel. Van zijn gayman kreeg ik voor ik er erg in had drie smakkende zoenen. mwah, mwah, mwaaah. Op iedere wang één. Ik deed automatisch mee. Zijn stoppels schuurden langs de mijne. Ik werd er een beetje ongepast en zelfs verlegen van (ik heb sowieso een issue met die driewangzoen) en ging daarom maar wat stoerder staan. En ik blafte maar even een commando naar een zich van geen kwaad bewust kind.

Zo aandoenlijk om die twee kersverse vaders met hun kleine meid bezig te zien. Ze zijn stapelgek op hun dochter. Ze is dan ook om op te vreten. Het zal dat meisje nooit aan liefde ontbreken. Haar Nederlandse vader is haar pappie, haar Amerikaanse vader is haar daddy. Pappie & Daddy. Mijn eigen kinderen keken er niet van op. Tuurlijk kun je ook twee pappa’s hebben. Niks bijzonders, want ze hebben zelf drie opa’s. Ik weet nog hoe verbaasd ik was toen mijn vader ons over zijn geaardheid vertelde. Mijn zusje niet. “Vond je die verwijfde pianostemmer dan niet ontzettend klef met papa?” Weer die magische gaydar waar blijkbaar alle vrouwen mee zijn uitgerust.

Ze doen maar lekker klef met elkaar. Ik draag het homo-huwelijk een warm hart toe. Mijn zegen hebben ze en ik gun het ze vanuit de grond van mijn hart. Iedereen verdient geluk en liefde, ongeacht je geaardheid. Als ze maar niet klef met mij gaan doen. Toen Pappie, Daddy en hun kleine meid weer afscheid van ons namen, gaf ik beide vaders daarom resoluut dezelfde stoere, stevige mannenhand en hun dochtertje een goegiegoegiedoeidoei.

Uitgerukte onschuld

Als ik de “krant” (nu.nl) lees, dan snel ik de kopjes. En dit springt er vandaag voor mij meteen uit: 

Mexicaanse vrouw rukt ogen eigen kind uit

Het staat in het lijstje van meest gelezen artikelen, dus ik ben niet de enige die dit sensationeel vindt. Ik vraag me af of het echt gebeurd is, maar alleen al het idee is verschrikkelijk. Kijk, kinderen opvoeden kan soms best lastig zijn. Kinderen hebben eigen willetjes en willen graag weten waarom ze iets moeten doen. En als ze het niet begrijpen, dan willen ze ook niet meewerken.

Mijn kinderen vragen ook bij alles: “Waarom?”. En met een “Omdat ik het zeg”, kom ik meestal niet weg hoor. Helemaal als ik er even snel iets doorheen wil drukken, worden de hakjes resoluut in het zand gestampt. En, toegegeven (wat ik op het moment dat ik mijn wil door de strotjes van mijn kindjes wil douwen nooit doe), ze hebben gewoon gelijk.

Als ik ze van te voren uitleg wat ik van plan ben en wat ik van hen verwacht, kan ik op veel meer medewerking rekenen. Helemaal als ik ook even naar hun ideeën luister en rekening hou met hun wensen. Kinderen zijn net mensen. En als het om kinderachtigheid gaat, kunnen kinderen zelfs nog wat leren van volwassen mensen. 

Ik probeer me voor te stellen hoe dat gegaan moet zijn bij die mexicaanse moeder. In het nieuwsbericht staat dat ze het kind de oogjes uitrukte toen het niet zijn oogjes wilde sluiten voor een of andere rituele ceremonie. Dat is toch te ziek om waar te zijn, en daarom zal het wel echtgebeurd zijn. Het arme kind begreep er vast helemaal niets van waarom het zijn oogjes dicht moest doen. Er gebeuren allemaal spannende en misschien wel beangstigende dingen om je heen en dan moet je je oogjes dicht houden.

Dit soort dingen vragen natuurlijk heel veel voorbereiding en uitleg aan je kind vooraf. En anders kun je natuurlijk altijd nog dreigen met het uitrukken van de oogjes. Dat alleen al is een verschrikkelijk kinderachtige bedreiging. Het echt doen is way beyond kinderachtig. Dat is beestachtig. Nee, monsterachtig. Ik ga naar buiten, even mijn agressie koelen op de kliko ofzo.

Rotsvaste liefde

Het ouderlijk huis. Dat is iets dat je in je jeugd en je eerste stappen richting volwassenheid ervaart als een veilige, rustige haven waar je altijd mag aanmeren aan je eigen aanlegsteiger. Wat er ook gebeurt in je leven, de haven van je ouders is rotsvast. Er verandert nooit iets in die haven. De tijd staat er stil. Ik hecht daaraan. Het is mijn ideaal. Het is het baken waarop ik me oriënteerde in mijn zoektocht naar mezelf.

Mijn ouderlijk huis brak in tweeën toen mijn ouders gingen scheiden. Ik was al lang het huis uit, en ik kwam al lang niet meer ieder weekend de was doen. Mijn beide ouders gingen nieuwe levens aan waarin niets hetzelfde bleef. Alle vastheid waar ik zo aan hechtte was zoek. Natuurlijk steunde ik mijn ouders in hun zoektocht naar hun nieuwe geluk, maar ik was intussen wel mooi mijn aanlegsteiger kwijt. En mijn baken.

Ik had wel helemaal losgeslagen kunnen raken. Afgedreven naar ik weet niet waarheen. In zekere zin sloeg ik ook even helemaal los, maar ik vond mijn eigen koers. Ik vond ook mijn grote liefde, compleet met een intact ouderlijk huis. De aanlegsteiger van mijn lief was groot genoeg voor ons tweetjes, en bleek ook groot genoeg voor ons zesjes. Die zalige onveranderlijkheid van mijn schoonouderlijk huis. Zelfs de planten groeiden er niet. Heerlijke vanzelfsprekende vastheid. Ik hecht daar zo aan.

Mijn schoonvader had een praktijk aan huis. Ook voor de tandarts meerden we aan bij onze aanlegsteiger. Schoonpa werd Opa. Mijn kinderen zijn stapelgek op hem. Maar Opa tandarts gaat met pensioen. De tijd schrijdt onverbiddelijk voort. De praktijk werd verkocht. Ineens is hun huis mijn schoonouders veels te groot. Zonder pardon werd het te koop gezet. Hoe kunnen ze! Daar gaat mijn fijne aanlegsteiger weer. Ik was er zo aan gehecht.

Ik haat verandering. Toch ben ik over de hele wereld verhuisd en heb vele banen gehad. Ik ben nog wel steeds samen met mijn lief. Samen hebben we vier schitterende kinderen. Ik wil ze vastheid geven. Heel veel vastheid. Vastheid van ouderlijke liefde. De puurste liefde die bestaat. Ik moet al mijn ankers uitgooien. Voor goed. Zodat mijn losgeslagen schip rotsvast komt te liggen. Een diep verankerd startblok voor mijn kinderen om vandaan te sprinten. Iedere keer opnieuw. Een baken op de woelige baren van hun eigen zoektocht naar zichzelf. Toe maar. Ga maar. Ik blijf hier. Voor altijd.

Voor de spiegel

Samen met papa naar de kapper. Ze had zich er al de hele week op verheugd, mijn kleine kattekopje (inderdaad, zonder ‘n’). Ze is ook mijn kleine meid en mijn enige dochter. Een heerlijk pittig ding. We hebben een echte haat-liefde-relatie, zoals vaders en dochters vaker hebben. Zo klein als ze is weet ze al precies waar mijn gevoelige snaartjes zitten. Dus we zitten regelmatig, tot grote ergernis van mijn vrouw, te kibbelen.

Maar vanmiddag dus niet. Na mijn werk haalde ik haar op van de BSO om samen naar de kapper te gaan. We hadden het allebei hard nodig. Zij, een prachtige meid met blonde staartjes tot zo’n beetje haar billen. Ik, een fitte 40plusser met een verwilderde bos grijzende, donkerbruine krullen. Samen fietsten we naar de kapper. Grote zwarte herenfiets naast roze K3-fietsje. Pure liefde.

Zij mocht eerst, ik moest nog eventjes wachten. “Het mag een heel stuk korter, tot op mijn schouders”, zei mijn kleine meid dapper. En even later vielen er stukken blond haar van zeker 12 centimeter op de grond. “Allemaal dooie punten hoor”, zei de kapster geruststellend. “Ja, het is iedere ochtend weer een heel gevecht. Tot in de puntjes” , zei ik gevat. Via de spiegel keek mijn dochter me quasiboos aan en zuchtte overdreven. 

Even later mocht ik in de stoel naast haar klimmen en konden we samen roddelen. Maar zij roddelde liever met de kapster. Over haar rare vader, gewoon waar ik dus bij zat. “Mijn papa is al heel erg oud”, hoorde ik haar ineens giegelend uitkramen, “want hij heeft al grijze haren”. En toen de kapster nieuwsgierig informeerde hoe oud dan precies, wist de hele kapsalon dus dat ik maar liefst 41 jaar oud ben. Zij is dan ook nog maar 6 en dus heeft ze gelijk dat ik heel erg oud ben. Relativeren moet ze nog leren. 

Gelukkig zei mijn barbier – en zelf vader van een dochter van 9 die weer bij mijn zoon van 9 in de klas zit – dat hij wenste dat hij zo mooi grijs wordt als ik. Daarna vergeleek hij mijn grijze haar in één adem ook nog even met dat van Richard Gere en die meneer van de Nespresso-reklame. Die kapsalon heeft er dus écht wel een terugkerende klant bij. En mijn kleine poppetje stond zich tevreden te bewonderen in de spiegel en lachte haar allerliefste lach naar mij. Mijn middag kon niet meer stuk.

De buurtheks

Ze noemden haar de buurtheks. Regelmatig zag je haar in haar wildernis die ze tuin noemde kruiden verzamelen. Alle kinderen wisten zeker dat er in haar keuken geen fornuis stond, zoals bij normale mensen, maar een open vuur met een grote ketel erboven. En natuurlijk had ze zelfs een spinnenkwekerij en moesten haar kinderen iedere dag een boterham met spinnenpootjes eten. Uiteraard kon ze met katten praten.

Zelf kwam ik regelmatig bij haar over de vloer, want ik was vriendjes met haar zoon. En hoewel het opzich een bijzonder gezin was, heb ik die ketel nooit zien hangen in de keuken. Er stond toch echt een gewoon fornuis. Spinnen zag ik er wel, in de tuin, maar die werden niet op brood gesmeerd. Dat werd door andere kinderen dan uitgelegd met: “Ja, maar ze betovert je met zelfgemaakte heksenlimonade zodat je ziet wat zij wil dat je ziet”. 

Ze maakte wel heel veel zelf, en ze wist en kon alles beter. Als je haar trots iets liet zien dat je zelf had gemaakt, dan kon je er gif op in nemen dat ze dan zou zeggen: “je moet het eens zo en zo proberen” of “je moet eigenlijk…”. Ze had niet eens door hoe kleinerend dat op anderen overkwam. Ik had het dan ook wel met mijn vriendje te doen. Maar niet langer toen ik zag dat hij zijn moeder’s gewoontes begon over te nemen. Het werd een arogant en dominant ventje. Einde vriendschap natuurlijk.

Ik vroeg me laatst ineens af hoe het met hem zou zijn. Waarschijnlijk heeft hij, net als zijn moeder, een mak lammetje uitgezocht om mee te trouwen. Om te betuttelen en te beleren. Zijn vader was namelijk een sullige goedzak die zijn vrouw verafgoodde. In de ogen van zijn vrouw kon hij niks goed doen, en dus later ook niet in de ogen van zijn zoon. De brave man beantwoordde hun toorn altijd met een gedwee “ja lieverd” of “nee lieverd”. Ze had hem vast betoverd, de heks.

Internetmanieren

In een grijzend verleden blogde ik namens een grote multinational. Prominent prijken mijn autoritaire gedachten en meningen over trends in technologie nog steeds op de website. Ik was als het ware een soort bloggend boegbeeld. Ze lieten me in principe behoorlijk vrij in de thema’s waarover ik schreef en de manier waarop ik schreef. Ik moest mezelf kunnen zijn. Toch waren er wel regels. Schuttingtaal, sex en religieuze thema’s waren bijvoorbeeld taboe en er werd toch ook wel verwacht dat ik enigszins prikkelend schreef. Ik moest thought provoking zijn. Ook werd ik geacht altijd vriendelijk en beleefd terug te reageren. Dus ik moest én authentiek, én provocerend én een keurige gastheer zijn. 

Dat moest. Verleden tijd. All good things must come to an end, schreef ik heel luchtig op mijn allerlaatste bijdrage op de hierboven genoemde blog. Ik wilde eigenlijk hartgrondig vloeken, want ik had ontzettend last van opgekropte vloeknood. Maar dat mocht ik niet en vond ik zelf ook niet verstandig. Het plaatsen van een vals verhaal zou bovendien zielig zijn geweest. Mij kregen ze er dus niet onder. Ik bleef professioneel en goedgemanierd. Always the gentleman. Maar ik wilde huilen naar de maan, als een wolf.

Ook in mijn eigen blogs en alle andere sociale media waar ik verwoed gebruik van maak, hou ik in mijn achterhoofd dat alles wat ik schrijf onuitwisbaar op het internet staat. Alles wordt door de zoekmachines geindexeerd en met elkaar in verband gebracht. Wat je op het internet zet is er vaak heel lastig weer af te halen en kan zich tegen je keren. Je internetgedrag is onuitwisbaar en door iedereen te vinden. Ga daar maar van uit. Dat besef en goede internetmanieren moeten al op de basisschool worden onderwezen, vind ik. 

Goede manieren. Ik probeer ze op mijn kinderen over te brengen: doe een das om, kam je haren, spreek met twee woorden, stel je netjes voor en zeg U, u, u, u, u, u, u, u…. Ze zullen tegensputteren: maar papa luister nou, ik doe de dingen die ik doe….met mijn ogen dicht. Papa kan alleen maar hopen dat ze het later in zullen zien, net als hijzelf deed. Laat ik maar steeds het goede voorbeeld blijven geven dan en hopen dat mijn kinderen de wijze woorden van hun pa later zullen waarderen. Ze zullen altijd blijven rondzingen op het internet, dus ze kunnen het later zo op google opzoeken. 

 

 


Stomme-medeklinkernamen en erfelijkheid

Je zou toch maar Sjors Smit heten. Dat is toch zonde van die ‘s’. De 2e ‘s’ van Sjors dus. Die hoor je niet, want het gaat op in de ‘S’ van Smit. Waarom konden Sjors’ ouders geen handigere naam kiezen? Net als de ouders van Peter Rademakers, Ruud Dekker en Natasja Adema. Ik snap dat gewoon echt niet. Bij het vinden van namen voor mijn eigen nageslacht was dit een belangrijk dingetje voor mij. Geen voornaam die eindigt op ‘n’, hoe mooi en bijzonder de naam ook moge zijn geweest. Als compromis mocht het dan e-ven-tu-eel bij de tweede naam, maar alleen als er echt geen alternatief kon worden gevonden. Ik hield mijn poot stokstijf als het nodig was (echt).

Een voornaam met “stomme medeklinkers” leidt al tot problemen bij het aangeven van de geboorte van je kind. “Hoe zegt u meneer? Natasja Dumma?” of: “Ru, zegt u?…wat een..eh..bijzondere naam meneer Dekker”. Gelukkig zit papa dan in zo’n roze wolkje en barst hij van het geduld. Dus hij artikuleert kalm en trots de naam van zijn nieuwe spruit tegen de onzeker glimlachende ambtenaar. Aanleg voor het geven van stomme-medeklinkervoornamen is blijkbaar erfelijk, want je wilt niet weten hoeveel Hermannen Nankman er in mijn stamboom zitten.

Mijn eigen ouders braken gelukkig met die generaties durende gewoonte van het vernoemen van zonen naar opa Herman. Mijn tweede naam eindigt dan weer wel op een ‘n’. Daar hield mij ma of pa zijn of haar poot blijkbaar niet stijf genoeg. Met de gevolgen van die slappotigheid moet ik mij nu door het leven zien te worstelen. Mijn vader is gelukkig een doorzetter en gaf dát gen gelukkig wél aan mij door. Nu maar hopen dat dat gen dat ervoor zorgt dat je je zoon Herman wil noemen niet alleen maar een generatie heeft overgeslagen.

Natuurlijk ben jij de allermooiste

Kleine kiem, diep in de bodem
Je barst van potentie
Zodat je omhoog schiet
Kijk eens hoe goed ik groei!

Ongeduldig, reikhalsend
Strek je je naar de hemel
Zo hoog als je kunt
Kijk eens hoe groot ik ben!

De hele wereld kijkt naar jou
Van schrik schiet je in knop
Je barst van de zenuwen
Waarom kijkt iedereen naar mij?

In het prilste daglicht
Ontluik je jezelf
Voor de allereerste keer
Hopelijk ziet niemand je

Onzeker kijk je om je heen
De wereld is gruwelijk mooi
Diep van binnen weet je het
Jij bent mooier dan iedereen

Moedig reik je hoger
Hoe hoger hoe vrijer
Je stijgt boven alles uit
Natuurlijk ben jij de allermooiste

Alles draait om jou
In de bloei van je leven
Kan je de hele wereld aan
Kijk eens hoe sterk ik ben!

Niks krijgt jou eronder
Je zwelgt van zelfvertrouwen
Totdat je wordt vertrapt
Wie dacht je ook dat je was?

Je keert in je zelf
Geknakt tot op je ziel
Toch kruip je weer overeind
Kijk eens hoe veerkrachtig ik ben

Fier richt je je weer op
Je putte nieuwe kracht
Uit je nieuwe wijsheid
Kijk eens hoe stevig ik sta

Mooier dan ooit straal jij
De wereld weer tegemoet
Dan word je eindelijk geplukt
Natuurlijk ben jij de allerliefste

Alles draait om liefde
Je hebt zoveel te geven
Je geluk is oneindig
Nooit krijg je genoeg van elkaar

Ineens ben je ouder
Je straalt bemoedigend
Naar dat reikhalzende grut
Natuurlijk worden jullie nóg mooier

Wie slim is hoeft niet sterk te zijn

Dat ‘ie slim is, dat wist ik natuurlijk al lang. Maar dat ‘ie “cool” is, dat is een nieuwe ontwikkeling. Hij en ik doen tegenwoordig elke vrijdagavond samen boodschappen. Dat is heel gezellig. En handig bovendien, want hij denkt aan dingen waar zijn vader nooit aan zou denken. Dus daarom hebben we morgen ook een bessensausje voor over de griesmeelpudding.

Bij de kassa helpt hij me om alle boodschappen op de band te leggen. Als alles erop ligt staart hij gefixeerd naar de kassa-display om te controleren wat het kassameisje langs het oogje bliept. De lettertjes en cijfertjes die op het display verschijnen worden via zijn ogen zijn wondere brein ingezogen. Daar wordt de informatie op honderden lopende banden door zijn fantastische verbeelding getransporteerd. Zijn oogjes staan op oneindig. Hij lijkt er helemaal in op te gaan. Ik weet intussen dat hem op zo’n moment niets ontgaat van wat er om hem heen gebeurt.

Als alle boodschappen zijn afgebliept, laat hij zijn hand op de lopende band van de kassa mee gaan. Totdat zijn arm maximaal is uitgetelescoopt zodat de band onder zijn hand doorglijdt. Ineens vraagt het kassameisje aan hem: “Ben jij sterk genoeg om de band te kunnen tegenhou…?”. Nog voor dat ze haar zin af heeft, houdt hij heel cool zijn vingertje voor het sensortje aan het einde van de kassaband. De band stopt meteen, en het kassameisje is totaal verbluft. “O, dat doe ik altijd zo”, zegt hij. “Hij hoeft niet sterk te zijn, want hij is heel slim”, zeg ik trots en ik aai zijn haren eens goed door de war. Ik voel mijn mondhoeken naar mijn oren trekken. Lopen er even later een licht grijzende vader met zijn slimme slungel met onuitwisbare grijnzen op hun smoelen de winkel uit.