Ergernissen

Van kasteeltje naar hutje dichter op de hei

Als ik door “ons” oude huis loop valt het me op hoe weinig dit met me doet. We konden het huren tot het verkocht zou worden. Zelf wilden we het huis niet kopen, want het is “ons huis” niet. Ja, het ligt heel mooi, staat helemaal vrij en is heel ruim. Maar die ruimte is voor een belachelijk groot gedeelte benut voor de hal en de overloop. De oorspronkelijke bewoners van het huis zijn Britten. Die hadden er hun eigen little castle van gemaakt, zoals alle Britten doen. Een castle heeft natuurlijk as many rooms as possible. Zo dus ook ons oude optrekje.

Nederlanders houden van doorzonnigheid. Ik in ieder geval wel. Ons huurkasteeltje had op de benedenverdieping 5 kamers (wc niet meegerekend) en dus die enorme hal. Allemaal muren die de doorstroming van zonnestralen verhindert. Als we het zouden hebben gekocht (we hebben best met het idee gespeeld) dan zouden we al die muren eruit gemokerd hebben. Ook een grote schuifpui stond op de verlanglijst. Al met al een behoorlijk verbouwing. Er zouden CV-leidingen moeten worden verplaatst. Er zou zelfs misschien ook een stuk dragende muur verplaatst moeten worden. Teveel gedoen met te hoge kosten.

Dus wachtten we maar tot het huis zou worden verkocht terwijl wij intussen heel rustig de lokale huizenmarkt in de gaten hielden. Tijdens onze zomervakantie was er een bezichtiging door potentiële kopers van ons huurkasteeltje. Dat bleken dus de toekomstige nieuwe eigenaars, maar na het bericht over die bezichtiging was er komplete radiostilte vanuit onze verhuurders. Helemaal niets hoorden we. Tot ik op een ochtend onze jongste zoon naar het kinderdagverblijf bracht en daar door één van de leidsters werd geïnformeerd over de verkoop van ons huurkasteeltje: “zeg, klopt het dat jullie moeten verhuizen?”. Ik was natuurlijk met stomheid geslagen. Het moest wel waar zijn, want nieuwtjes gaan heel snel rond in een dorp als Dwingeloo.

En het wás ook waar. Dus vol gas gingen we nu echt op huizenjacht. Enkele bezichtigingen en onderhandelingen later mochten we ons verheugen op een eigen doorzonwoning. En nog een tijdje later wilde een bank het ook nog financieren. De verhuizing is intussen achter de rug. Ons huurkasteel staat een maand eerder leeg dan onze land lord and lady hadden voorzien. Die maand huur die ze nu mislopen is de boete voor de belachelijke radiostilte die, naar hun eigen zeggen, was omdat ze bang waren dat we anders eerder zouden weggaan. DUH!!!

Ik heb de nieuwe eigenaren van ons oude optrekje ook al ontmoet. Hele leuke mensen die het huis bijna exact zo gaan verbouwen als wij zouden hebben gedaan. Ik bedoel maar. Wij zitten intussen prinsheerlijk in ons (ja, ons, echt helemaal ons) doorzonhuis. We zijn de koning te rijk met ons hutje dichter op (500 meter dichterbij om precies te zijn) de hei. De enige verbouwing die wij willen doen is het uitbreiden van het aantal slaapkamers en het toevoegen van een paar openslaande deuren de tuin in. Die tuin grenst direct aan het weiland waardoor we vrij zicht hebben op de bosrand van het bos langs het Dwingelderveld……

….als ik tenminste het achterdeel van de schutting die om één of andere idiote reden om de hele tuin staat, heb gesloopt. Binnenkort maar eens even een mokertje halen. Want die schutting zit tussen mij en de hei. Iemand interesse in stuk of wat schuttingdelen? Hou Marktplaats in de gaten zou ik zeggen. Je mag ze ook zelf eruit komen slopen. Be my guest!

Hoe haalde Johannes het ook in zijn razende bol

Op de dag dat de wereld had moeten vergaan, op mijn verjaardag for crying out loud, strandt er een bultrug op de Razende Bol. Bultruggen kunnen heel goed overweg met ondiepe zeeën zoals de Waddenzee. Toch liep dit dier vast op een zandbank. Maar Johannes hoefde niet te vrezen, want dankzij de dappere lieden van de Ecomare kwam hij prompt weer vrij. Dat moest. Bultruggen horen niet te stranden. Dat is tegennatuurlijk natuurlijk. Hoe haalt dat domme beest het ook – ik kon de woordgrap niet nalaten – in zijn razende bol. 

Dankzij Johannes hebben we er nu een gezegde bij: alleen een bultrug strandt twee keer op dezelfde zandbank. Dom zeg. Ja, maar wat nu als Johannes met opzet op die zandbank wilde stranden? Hij verzette zich toch bij de verwoede reddingspogingen? Hebben ze eigenlijk wel geprobeerd met Johannes te communiceren? Er loopt vast wel ergens een bultrugfluisteraar rond. Dan hadden ze misschien kunnen weten dat Johannes zwaar depressief was. Kotsmisselijk van het slechte milieu. Johannes was misschien wel gewoon klaar met leven. 

Ik was blij toen eindelijk werd besloten om het dier met rust te laten. Let it be. Nu is Johannes doodgelukkig. In de lucht boven de Razende Bol draaien aasgieren rondjes. Het water loopt ze uit de bek. En als ze Johannes tot op het bot hebben afgekloven slepen ze zijn geraamte naar Leiden. Ik zie het voor me. Tegen een bleke hemel afgestoken fladdert in het gloren van de kille ochtend een groep machtige aasgieren met een 12 meter lang bultrugskelet in hun klauwen. Van Texel naar Leiden. Van lijden naar Leiden.  

Oranje teiltje?

De laatste tijd worden we op radio en TV dood gegooid met een, naar mijn smaak nogal wansmakelijke reklame-campagne van de ING. Met de volgende patriotische leus probeert de ING nieuwe klanten te lokken: “ING is Oranje, Oranje is ING”. Op zich heb ik geen moeite met de associatie van ING met Oranje. Van mij mogen ze. Vooral bij de tweede helft rijzen mij de haren ten berge.

Ik stoor me dus met name aan dat “Oranje is ING”. Jakkes. In drie luttele woordjes wordt even gesuggereerd dat datgene waar wij Nederlanders voor staan allemaal samen komt in een financiële instelling. Dat zeggen ze niet letterlijk, maar suggereren ze met “Oranje”, wat onze volkskleur is. Met “Oranje” doe je een beroep op de vaderlandsliefde in de Nederlander. Toch? Als je het dan hebt over een bank met ideeën…

Op mij werkt dit spotje dus volkomen averechts. Of krijg je als klant ook een mooi oranje ING-teiltje?

Neem je even een spookje voor me mee?

Spookje

Gisteren ben ik tegen alle zin (die ik eerst wel degelijk had, maar door allerlei stomme kopzorgen was verschrompeld en nukkig in een hoekje van mijn hoofd was gaan zitten) in  met het hele gezin naar Denekamp (Twente) vertrokken. Voor een gezellig weekendje met de schoonfamilie. Mijn schoonouders hadden ons ter ere van hun 40 jarige jubileum uitgenodigd om met z’n allen een lang weekend in een luxe bungalow door te brengen. Toen mijn schoonmoeder me een maand geleden of zo vroeg of ons dit leuk leek zei ik: “schoonma, dat lijkt me echt heerlijk, wat een leuk idee!”.

Maar op de dag van vertrek trok de hemel boven mijn kop dicht. De wolken boven mijn hoofd torenden zich op tot een dreigende donderkop. Ik had dus geen meter zin meer en gedroeg met als een volwassen kleuter. Ik reageerde dat op alles af dat lawaai kon maken: de schone pannen uit de vaatwasser, deuren en mijn arme schat van een dochter.

Ik lag dwars als een kleuter en bemoeide me tegen alles in, waardoor er dus iets essentieels niet in de bagage kwam: de toilettas van mijn vrouw, met daarin o.a. haar tandenborstel en schildklierhormoonpilletjes. Daar kwamen we dus pas achter na anderhalf uur rijden, bij aankomst in de bungalow.

Je begrijpt dat me een behoorlijke en terechte preek te wachten stond van mijn vrouw. Die preek bespaar ik je. Het volstaat te zeggen dat er enkele spoedinkopen moesten worden gedaan bij de plaatselijke apotheker en drogist.

Toen we samen naar de auto liepen voor die boodschapjes, riep onze zoon ons na vanaf de voordeur. Hij riep: “Nemen jullie ook even een spookje voor me mee?!”. Dat was natuurlijk heel komisch en het brak het wolkendek boven mijn botte hoofd weer wat open. Hij bedoelde zijn Ikea nachtlampje “Spöka” die hij dankzij zijn nukkige vader dus ook had vergeten.

Mijn vrouw en ik zijn nog niet eens de helft van de 40 jaar getrouwd. En ik zou het heel knap vinden als ze dat zo lang gaat volhouden.

De netnietnies

Ken je dat, dat je een ontzettende nieskriebel hebt, en dat je heel graag wilt niezen, maar dat ‘ie er maar half uit komt? Da’s echt verschrikkelijk als dat gebeurt. Niezen is het lekkerst als je het vanuit je tenen kan doen. Ik begrijp die mensen die hun niezen afknijpen dan ook niet. En tegelijkertijd verbaas ik me erover dat bij die niesknijpers de trommelvliezen niet scheuren.

Ik kneep ooit eens mijn nies tijdens een klassiek concert. Ik was snipverkouden en men zat al voortdurend geërgerd achterom te kijken naar mij als ik voor de zoveelste keer net in een stilte in de muziek mijn neus ophaalde. En toen moest ik dus ineens heel erg niezen, precies in een heel zacht stukje waarin een dwarsfluiter iets heel fragiels en prachtigs deed. Maar ik hield het niet meer. Ik kneep de nies af, in mijn zakdoek. Het luchtte geen meter op, dus het bleef kriebelen (het werd alleen maar erger) en ik bleef maar niesknijpen. Mijn oren deden er pijn van en de tranen liepen over mijn gezicht. Een nies moet gewoon door je neus en mond naar buiten, op maximaal vermogen, want anders kan de niesfunctie zijn werk niet goed doen.

Uiteindelijk ben ik naar het toilet gegaan om even uitgebreid en ongeneerd te niezen. Ik moest eerst langs een lange rij geërgerde mensen strompelen. In het toilet aangekomen ging ik voor de spiegel staan en keek naar mijn druipende gezicht. Mijn neus was rood en mijn ogen rood doorlopen. Ik trok die typische niesgrimas en zette mezelf helemaal open voor die heerlijke, woeste, bevrijdende nies. Mijn neusvleugels tintelden, mijn wimpers trilden, ik liet hem al zijn kracht verzamelen, vanuit mijn tenen:

Ha…haaaaa…haaaaaaaa….hjaaaaaa….HJAAA….HAAAAAA….

HAAAAAAAAAAAAAA!!!!……

NNNNJAAAAAAAAH……tssssjit

Niet die zalige ontlading. Geen bevrijding. Geen opluchting. Mijn neus en ogen leken wel in brand te staan. In de spiegel keek iemand naar me terug die ik nauwelijks herkende. Kleine oogjes, enorme rode neus, mond half open, boventanden zichtbaar. Het resultaat van de gevreesde netnietnies. En ondanks alle prikkelende tintelingen in mijn hele gezicht was de niesbui opgelost en kwam niet meer terug voor een herkansing.

Ik sjokte maar weer naar de concertzaal terug. Deed de deuren open en kroop weer voor al die mensen langs, terug naar mijn stoel. Het hele orkest, inclusief alle slagwerkers ging net geweldig tekeer. Een magnefieke muzikale klimax: PAHMPAHMPAHM! PAHMMM! PAAAHM! … PAMMM!….PAAAAAHM…En plotseling kwam hij dan toch. Niet tegen te houden. Ik keek angstig om me heen. Het kón nu wel. Het orkest zou mijn nies camoufleren, dus ik liet ‘m komen. De muzikale klimax bouwde verder op:

RRRRRAHMPAHMPAHM! PAHMMM! PAAAHM! … PAMMM!….PAAAAAHM………PAHM…..

en in de stilte voor de finale orkestrale uitbarsting kwam mijn fenomenaalste en best getimede nies ooit:

WHAAAAAAAAAAAAATSSSSSJOEOEOEOEOEOEOEH!!!

…en toen volgde het orkest met PAAAAAAAAAAAAAAHMMMMMMMM!  En ik was me toch een partij opgelucht zeg! Ik ga natuurlijk nooit meer snipverkouden naar een klassiek concert.

eenzijdig telefoongesprek

ja….ja……ja……..ja……….hmm-hmm……ja…ja,ja,ja……ja maar…jaaja….hmm-hmm……ja……hahahahaha dat doet me..wat zeg je?…..ja…….ja……ja……zeg kee…..ja…jaaaja…zeg kees…o ja….nee hoor…neeeee….ja……ja…..ja…..ja…..ja……ja…..ja…..ja…..ja……ja…..ja…..ja…..ja……ja…..ja…..ja…..ja……ja…..ja…..ja…..ja……ja…..ja…..ja…..ja…..ja…..jjjjja…juist…ja helemaal goed joh….nee hoor…nee…tuurlijk….nee hoor geen prob…wat?….ja…ja…hmm-hmm…ja…ja…zeg kees ik moe………ja……….hmm-hmm……..hmm-hmm……..hmm-hmm………ja………leuk…….nee……ja….ja ik sprak hem van de week en….ja…ja…ja……zeg kees, ik wou nog even zeggen dat…wablief?…o…ja…ja..nee begrijp ik joh…ja…..okee….ja hoor…..ja….dag kees bedankt voor je tijd, joe! hoi..dahaag kees

Dingetjes

Ik vraag: “Heb je nog iets met dat idee van jou gedaan?”.
Collega antwoordt: “Eh, tja, het is een beetje een dingetje geworden”.

Ai, heel vervelend, dingetjes. We hebben liever geen dingetjes. Als iets een dingetje wordt, of dreigt te worden, gaan teveel mensen er iets van vinden. Meningen raken verdeeld. Wat eerst heel eenvoudig leek, is uitgegroeid tot een complicatie.

Plotseling lopen er beren op de weg. Beren die jij weg wuift. Maar door je gewuif wordt het dingetje alleen maar groter. Het wordt steeds moeilijker voor je om het dingetje te blijven zien voor wat het eerst was. Je oorspronkelijke idee wordt steeds minder leuk. Het is niet meer helemaal jouw ding, zeg maar. 

 

Nep-Limburgs

Het Sinterklaas-journaal haalde vandaag het nieuws doordat er in een scene die zich in Roermond afspeelde “nep-limburgs” werd gesproken. Dat kon natuurlijk niet. De arme Limburgers zouden zich “te kakken” gezet voelen. Och gut. Laat me alsjeblieft niet lachen zeg. Dit gaat toch helemaal nergens over? Dialecten nabootsen is ontzettend alledaags. Ik heb Amsterdammers nog nooit horen klagen over nep-Amsterdams. Ik heb Hagenezen nog nooit horen zeuren over nep-Haags, Ik heb Groningers (en plattelanders uit het Noord’n) nog nooit horen mopperen over nep-Grunnings en andere nep-platte-taal. Cabaretiers doen het veelvuldig en vaak direct bedoeld als een te-kakken-zetting en dan lachen we ons allemaal dood. Maar wordt er in een onschuldig kinderprogramma (wat het Sinterklaasjournaal is) een heel onschuldige poging gedaan om een scene een beetje Limburgs te laten klinken, dan worden Limburgers boos. Kom op zeg.

Dialecten zijn prachtig. Niks mis mee. En als je je te kakken gezet voelt omdat een ander jouw dialect nadoet, dan komt dat voort uit je eigen weggestopte gene voor je dialect. Wees gewoon trots op je dialect en lach fier met de naäpers mee. 

Pa Pier

Gisteren ging ik met mijn twee grote knaapjes zwemmen in zo’n “zwemparadijs”. Midden in de herfstvakantie. Dat is vragen om problemen natuurlijk, maar ik had het mijn zoontjes beloofd. Het begon al met de mededeling bij de balie dat het erg druk was en dat we even moesten wachten tot er wat paradijsbezoekers naar huis gingen. Hoe lang het zou duren wist hij niet. 

Gelukkig droop al snel een aantal wachtenden voor ons af, dus dat schoot op. En even later druppelden er ook een aantal bezoekers naar buiten zodat wij er toch nog vrij vlot in mochten. Ik vroeg aan het kassameisje of ze een vijftig-cent-muntje zodanig kon breken dat ik twee van 20 zou hebben, voor twee kluisjes. “Nou, ik denk niet dat er nog vrije kluisjes zijn meneer, ’t is echt zoooo druk”. 

Even later renden mijn (kn)apen en stapte ik behoedzaam (bangig om uit te glijden) in onze zwemkledij over de natte tegels. Er was nog precies 1 kluisje waar wij al onze jassen, schoenen en kleren in wisten te proppen. En toen, joepie, kon er gespetterd worden. Mijn apen renden het paradijs in. Ik wandelde regelrecht de hel in. 

Eigenlijk wilde ik liever naar de bios, maar mijn jongens wilden heel erg graag naar een tropisch zwemparadijs. Ik heb in het paradijs vooral genoten van het plezier van mijn knulletjes. Maar verder niet. Ik voelde me als een pier in een potje pieren. Het was te vol. Vooral in het tropische gedeelte. En als de golfslag aan ging werd het golfslagbad één grote wriemelende en over elkaar heen tuimelende massa pieren. Ook de hormoonspiegel was me veels te hoog: geflikvlooi tussen jonge goden en godinnen. Pa Pier voelde zich hier gewoon heel oud.

Ik smachtte naar een rustig plekje met een kop koffie en een stuk lektuur. Die was er niet. Er stonden ook wachtrijen pieren te wachten voor de stoomcabine’s en de sauna’s, dus ook dat genoegen liet ik maar zitten. Gelukkig was er wel een gewoon recht-toe-recht-aan baantjes-bad waar een aantal grijsaards rustig hun bedaarde baantjes trokken. Daar was minder gekrakeel. Pa Pier voelde zich hier al veel beter. Hij kwam hier weer ruim onder de gemiddelde leeftijd en kon als hij zijn buikje wat introk zelfs doorgaan voor fitte dertiger. Met een lenige snoekduik dook ik het bad in, zwom een soepele 20 meter onder water, kwam niet eens zoveel buiten adem weer boven en voelde me toch even weer een jonge God.