alledaagse dingen

Handgezaagde kam? Who cares?

handgezaagde kamOp het plankje onder de badkamerspiegel ligt zo’n chique uitziende, bruin gemêleerde kam van het merk “Zenner” die je bij elke drogist kunt kopen voor een paar euro. Er staat in gouden lettertjes op dat ‘ie handgezaagd is. En gisteravond, bij het tanden poetsen, dacht ik bij het lezen ervan ineens: “ja, en? dus?” en ook: “is het überhaupt waar?”

Even googlen levert niks op behalve een heleboel links naar producten voor kappers. Als ik op de website van Zenner kijk zie ik dat je kammen in allerlei kwaliteiten hebt, waaronder handgezaagde.

Maar zijn dat dan betere kammen dan machinaal gezaagde kammen? Ik neem maar aan van wel, omdat het zo expliciet vermeld wordt. Maar waarschijnlijk is het maar schone schijn. Hier zou de Keuringsdienst van Waarde es een aflevering aan moeten wijden. Ik zal het ze eens vragen. Of weet jij hoe het zit?

Een traag 2015!

2014 is echt voorbij gevlogen. Dagen, weken en maanden waren zomaar ineens alweer voorbij voor ik er erg in had. Gelukkig waren er wel vakanties, maar daar donderde ik hals over kop in. En na de vakanties ging ik meteen weer op volle kracht door. Tijd om tussendoor even lekker weg te dromen nam ik niet (als ik die tijd überhaupt had). Ik wijt dit vooral aan mijn eigen dagwaan. Die creëer ik natuurlijk zelf. Dagen gingen helemaal op in die waan. “Waandagen” noem ik die dan ook maar.

Dagwaan betekent voor mij dat ik de hele tijd aan het hollen ben terwijl ik tegelijkertijd met 12 ballen aan het jongleren ben. Werk en privé lopen hier dwars door elkaar. Privézaken kunnen evenveel waandrukte maken als werkzaken.

Als mensen aan me vroegen hoe het met me gaat, zei ik: “Ja goed, lekker druk”. Natuurlijk is die drukte ook lekker. Lekker druk bezig zijn met leuke, belangrijke dingen geeft gewoon een goed gevoel.

Misschien is drukte zelfs wel verslavend. Misschien heb je op gegeven moment niet meer zelf in de gaten hoeveel hooi je steeds op je vork neemt. Drukte went ook snel. Ze zeggen niet voor niets dat als je iets gedaan wilt hebben, dat je het aan iemand moet vragen die het druk heeft. Het kan er altijd nog wel bij.

Voor 2015 neem ik me dan ook voor om een (iets) kleinere hooivork te gebruiken en regelmatiger waanvrije dagen en tussendoor ook kleine waanvrije momenten in te lassen. Storende apparaten gaan dan even uit. Ik ga eventjes offline. Het kan allemaal eventjes wachten. Eventjes tijd voor niks. Tijd waarin ik weg kan drijven. Zachtjes voortkabbelende tijd waarop ik zachtjes kan deinen met mijn blik op oneindig. Langzaam genieten van het heerlijke moment. Langzaam en spontaan fantastische ingevingen laten ontspruiten in je hoofd.

Ja, langzaam. Ik wens het iedereen toe voor 2015: Een jaar vol bewuste vertraging. Neem er allemaal lekker tijd voor, want het is goed. Dus: Een traag 2015!

S1740018

mijn “wegdroomplaatje” (gemaakt in Zweden tijdens de zomervakantie)

Graancirkels

graancirkels

Laatst moest ik ineens aan graancirkels denken. Het kwam door iets dat iemand tegen me zei in een e-mail. Zeggen en schrijven lopen vaak een beetje door elkaar. Zijn verhaal kwam er niet letterlijk op neer, maar ik haalde eruit dat we in ons dagelijkse werk allemaal netjes in een soort vaste kringetjes moeten lopen. En toen gebeurde het dus.

Ik zag ineens voor me hoe we allemaal, iedere dag graancirkels maken. Ieder in zijn eigen werkgebied. En ik bedacht dat je de patronen van de graancirkels helemaal niet ziet als je zelf in het graanveld loopt. Alleen vanuit de hoogte zijn ze zichtbaar. Hogerop zweven onze leiders. Zij overzien hoe wij onze graancirkels maken. Dat is hun werk. Zelf lopen ze natuurlijk ook netjes in vaste kringetjes, zoals aangegeven en aangemoedigd vanuit hun leider, die nóg hoger zit.

Een leider stuurt, begeleidt, moedigt aan en jaagt aan, vanuit een bepaalde overtuiging. De graancirkels moeten natuurlijk steeds beter worden. Mooier en groter. Want onze buren kunnen het ook, of juist nog niet. En we moeten ze steeds sneller kunnen maken.

Een leider moet soms moeilijke keuzes maken. Gelukkig zijn er adviseurs die inzicht geven in de keuzemogelijkheden en de gevolgen van die keuzes. Adviseurs draaien in hun eigen vaste kringetjes, zodat ze weten welke behoeften er zijn en wat er speelt. Hoe beter hun kringen, hoe meer invloed ze hebben met hun advies. Hoe hoger de kringen zijn waarin zij verkeren, hoe meer zicht zij hebben op de graancirkels, en hoe meer invloed ze hebben op de patronen die worden gemaakt.

Het gaat natuurlijk allemaal om samenspel en harmonie in het verwezenlijken van een hogere missie. Iedereen is belangrijk, van de top tot op de bodem. De vaklieden in het veld pletten de halmen steeds weer in de gewezen richting. De leiders daarboven bewegen hun mensen steeds weer in de gewezen richting.

De hoogste baas draait zijn dagelijkse rondje langs zijn directeuren. Hij heeft belangrijke informatie. Zijn adviseurs hebben hem ingefluisterd dat er een nieuwe wet aangenomen is welke bepaalt dat 40% van alle graancirkels vierkant dienen te zijn. En de buren zijn al bij 20%….

Een échte smartfoon

Het moet niet gekker worden: een telefoon met een hartslagsensor. Maar in 1992 vond ik een telefoon waarmee je kon e-mailen ook belachelijk, laat staan eentje dat kan fotograferen en je foto’s automatisch op het internet zet. Toch verzend ik nu minstens 5 e-mails per dag met mijn telefoon en plaats ik natuurlijk dagelijks bloto’s van mezelf in de cloud. En de typefouten in mijn e-mailtjes neemt men maar gewoon voor lief, want dat komt door het priegelige toetsenbordje en mijn te grote handen.

Mijn huidige telefoon is een ding dat nog redelijk in de broekzak van mien spiekerboksem (spijkerbroek, voor de niet-Grunningers) past. Daar zocht ik hem min of meer op uit. Maar voor mijn handen is ‘ie eigenlijk te klein. En na bijna 3 jaar wil z’n accu ook niet meer. Hij moet bij veel telefoneren al halverwege de dag weer aan de lader. Dus ik bestelde argeloos een nieuwe (van de zaak), zonder op de specs te letten: als ‘ie maar groot is en geen iphone is.

En dan lees ik dus net dat het ding een hartslagsensor heeft. Wat kan ik daarmee? Is het om te meten dat ik nog leef? Zodat het automatisch 112 belt als ik lig te sterven? Of is het om te meten wat mijn staat van opwinding is? En hoe weet het dan het verschil tussen boos en hitsig? Misschien heb ik dan nu wel een échte smartfoon, die aan mijn hartslag kan detecteren of ik weemoedig ben, zodat het in een geduldige luisterstand gaat en ik al mijn ellende eraan vertrouwen kan. Wauw, dat moet het zijn. Over 5 jaar vind ik dat vast ook net zo normaal als e-mailen met een telefoon.

Jouw post mortem play list

Het is misschien een tikje macaber, en je zou me zelfs een control freak kunnen noemen, maar ik ben soort van begonnen met het samenstellen van een lijst met muziek waar ik me zo sterk mee verbonden voel, dat ik vind dat ze op mijn eigen crematie gedraaid moeten worden. Als een echo van mijn bestaan. En ik ben nog maar net midlife. Dus ik heb nog een heel half leven voor me. In die tijd verbind ik me misschien wel aan nog meer muziek, maar dan voeg ik die gewoon toe aan mijn lijst.

Het was helemaal niet zo dat ik dacht van: goh, laat ik eens een lijstje samenstellen met muziek die ik op mijn crematie gedraaid wil hebben. Nee, het ging andersom. Steeds als ik zo’n lied hoor waar ik me tot in mijn ziel door geraakt voel denk ik: die blijft voor altijd bij me. Zo mooi vind ik het. Het is van die muziek waar ik me in herken. Alsof het bij mij hoort. Soms zit het letterlijk in de tekst, maar soms ook gewoon in de melodie. En soms ook gewoon omdat het een anker is naar prettige tijden uit mijn jeugd. Mijn lijstje begint zich gestaag te vormen. Tegen de tijd dat mijn tijd is gekomen, heb ik vast wel een top-10. En dat is ook genoeg.

Ik bewijs er mijn nabestaanden beslist een dienst mee, want ze hoeven dan niet zelf al snotterend van verdriet (de stakkers) door mijn CD-verzameling en MP3-collectie te gaan. Maar misschien is het ook wel omgekeerd. Misschien willen ze mijn muzieksmaak wel helemaal niet meer verteren na mijn dood. Nou, dan hebben ze lekker pech! Post mortem steek ik dan mijn tong nog even uit. Desnoods zet ik het in mijn testament dat het mijn wil is dat ze mijn verzoeknummers spelen (zie je wel: control freak).

Dat er nog geen online dienst is waar je (in het geniep) jouw laatste verzoeknummers, jouw post mortem play list, kunt opgeven. Het is een gat in de markt als je het mij vraagt. Dan worden tijdens mijn verassing als verrassing voor mijn lieve nabestaanden (want zij wisten het niet en hadden een heel andere lijst samengesteld) mijn zorgvuldig geselecteerde lijfliederen – nee: lijkliederen – afgespeeld.

Ik heb mijn lijst nog lang niet compleet, maar ik weet al wel welke als eerste moet:
Van Dik Hout met “Zo stil in mij”

En dan, vlak voor ik de oven in mag:
“Fearless” van Massive Attack

En tot slot, keihard de Simple Minds:
“Don’t you forget about me”

Ben jij al begonnen met je post morten play list? Wie weet duik ik wel in dat gat in de markt: http://www.mypmplaylist.com ofzo…

Hoe te poepen

Natuurlijk weet je al lang hoe je moet poepen. Het primaire poepproces is bij iedereen bekend vanaf de geboorte, zullen we maar zeggen. Maar waar menigeen (mijzelf incluis) volgens mij mee worstelt is de poep-etiquette. Wat is nou geaccepteerd gedrag qua poepen in openbare toiletten of toiletten die je deelt met anderen zoals op kantoor, op school, et cetera?

Wat mij betreft is het poepen op een openbaar toilet, bijvoorbeeld bij een tankstation langs de snelweg nog het minste probleem, want daar kom ik alleen vreemden tegen. Dan is het kunnen hebben van schijt aan wat men van je denkt, heel gemakkelijk. Dus dan poep ik vrijwel net zo ontspannen als thuis.

Op kantoor is het anders. Daar kent iedereen elkaar, en maakt het me veel meer uit wat men van mij denkt. Vanuit het perspectief van de toiletgebruiker zie ik twee kanten aan de poep-etiquette:
1. Vanuit de poependen: Wat is netjes poepgedrag?
2. Vanuit degenen die het poepgedrag van anderen waarnemen: Wat is netjes observatiegedrag?

Te beginnen bij het gedrag van de poepende:

Als er anderen in de toiletruimte aanwezig zijn (op slot zittende deuren duiden wellicht op mede-poepers waardoor je gelijk ook waarnemende wordt), dien je er rekening mee te houden dat anderen aanstoot nemen aan jouw geknetter en gesteun. Probeer dus zo geluidloos mogelijk te poepen. Wacht desnoods tot je zeker weet dat je de toiletruimte voor jezelf hebt, voor je gaat persen. Je kunt ook handig gebruik maken van de mogelijkheden om je perswerk te doen op de momenten dat een andere toiletgebruiker doorspoelt of, heel ideaal in mijn optiek, de handendroger aan zet. Als je onverhoopt toch pruttel- en knettergeluiden voortbrengt (wat door de toiletpot en de akoestiek van de toiletruimte erg wordt versterkt), dan dien je je te schamen en moet je je eigenlijk openlijk excuseren via een e-mail naar de hele kantoorvleugel:

“Beste collega, mijn oprechte excuses voor de onbetamelijke geluiden door mij voortgebracht tijdens het poepen. Ik vermoed dat het de bruine bonen waren. Sorry voor de overlast”. Zoiets.

En dan het gedrag van de waarnemende:

Neem aanstoot aan ongegeneerd geknetter en gesteun van een poepende mede-toiletgebruiker. Mocht je deze persoon na dit gedrag uit het toilethokje zien komen, schenk deze dan een afkeurende blik (met gerimpelde neus). Als je weet wie deze onbetamelijke poepert is, spreek er dan achter de rug van diegene om, schande over. Temeer als het een hooggeplaatste collega is. Ik zou zelfs zo ver willen gaan om een bruine lijst te plaatsen op het intranet, waarop alle ongegeneerde poepers met naam en foto komen te staan. Dat zal ze leren om zich zo onbetamelijk te gedragen!

Onzin natuurlijk. Iedereen moet wel eens poepen. Ook je gerespecteerde collega’s. Een toiletruimte is daar voor bedoeld. Heb gewoon lekker schijt aan wat anderen vinden. Pers je drollen er gewoon net zo uit als thuis en voel je opgelucht in plaats van opgelaten.

www.kattenbakschepjes.nl

Internetten is soms bij het griezelige af. Het lijkt eigenlijk altijd precies de juiste website te hebben voor wat ik op een bepaald moment nodig heb. Ik koop vaak online. Helemaal sinds ik op de Drentse hei woon. Dan heb ik iets nodig dat het lokale boeren warenhuis (dat echt heel erg goed zijn best doet om alles te verkopen dat ik ooit nodig heb) niet verkoopt of mij onvoldoende keus in biedt.

Zo zag ik laatst bij het stofzuigen van de auto dat de mat voor de bestuurdersstoel helemaal door gesleten was op de plek van mijn gashak. Een gat waar een tennisbal doorheen past. Dus ik pakte de laptop en begon te typen in het adresvak van de browser. Al na de eerste aanslag op het toetsenbord verschijnt er een lijstje met suggesties voor wat ik bedoel te zoeken. En al bij “automat” staat er als eerste suggestie in dat lijstje:

www.automatten.nl

Wauw. En ze hadden ook gewoon de matten voor onze 9 jaar oude auto. In meerdere materialen en kleuren!

Volgende voorbeeld. Mijn horloge stond zomaar stil. Ondanks de grote wijzerplaat gaat er een miniscuul batterijtje in dat ik hier in’t dorp nergens kon vinden. Dus maar even internetten. En jawel, ik hoefde slechts “horlogebat” in te typen en ik krijg:

www.horlogebatterijen.nl

Indrukwekkend. Batterijtje op typenummer opgezocht, besteld, volgende dag in de brievenbus. Belachelijk gemakkelijk. Een mens hoeft nooit meer van de bank af te komen. Eigenlijk heb ik geen horloge nodig, want de wandklok hangt tegenover de bank aan de muur…

Nog eentje. Mijn kinderen hebben zo’n grote skelter met van die grote, dikke luchtbanden. Tot voor kort waren er drie chronisch lek vanwege de oude, versleten buitenbanden en binnenbanden die voor de helft uit plakkertjes bestaan. De bandmaat is hetzelfde als die van doorsnee kruiwagens. De lokale tuinbouwbenodigdhedenwinkel verkoopt sets bestaande uit één buitenband en één binnenband voor 19,95 euro per stuk. En dan had ik er dus drie nodig. Vond ik dus wel veel geld. Dus ik ging maar eens internetten. Al bij “skelterb” krijg ik:

www.skelterbanden.nl

Goeie genade. Ik heb er dus 3 sets binnen+buitenband besteld voor 28 euro inclusief verzendkosten. De volgende dag had ik ze in huis.

Okee, nog een voorbeeld. Nu iets ingewikkelder. Ik heb een headsetje voor mijn laptop zodat ik vanaf de voornoemde bank kan televergaderen met collega’s. De headset heeft twee stekkertjes: eentje voor audio uit, en eentje voor audio in (microfoon). Toen kreeg ik een nieuwe laptop dat audio in en uit combineerde in een enkel gaatje. Dus ik had dringend een verloopje nodig. Maar hoe zoek je zoiets? Dit ging minder makkelijk. Omdat ik niet wist hoe je zo’n verloopje precies moet noemen. In een poging van wanhoop zocht ik dan maar een winkel dat alle mogelijke soorten kabeltjes verkoopt. Dus ik typte “alle kabels” en drukte op Enter. Google gaf mij als eerste hit:

www.allekabels.nl

En geloof het of geloof het niet, maar op die website vond ik na enkele clicks mijn verloopje. Griezelig goed. Het heet overigens een “jacksplitter”. Weer wat geleerd.

En nu schepte ik net de kattenbak uit met zo’n handig schepje. Een vies klusje dat ik gelukkig maar eens in de week hoef te doen. Ik schraapte eens goed over de bodem om de aangekoekte zooi ook los te bikken. Krak! zei het plastic schepje. Nu vraag ik me dus af…

 

Kletsglad

Van de week waren de klinkerstraten van Dwingeloo hier en daar spekglad van de aangevroren rijp, dus gleed Emiel toen hij samen met papa naar school fietste wel drie keer uit met zijn fietsje. De volgende dag had het geregend maar niet gevroren, en waren de klinkertjes van de straten alleen maar nat. Zegt Emiel tegen mij als we samen naar school fietsen: “papa, pas op dat je niet uitglijdt hoor, want de weg is kletsglad!”

Je begrijpt het, vanaf nu is spekglad vervangen door kletsglad. Dekt veel beter de lading. Meneer van Dale, voegt u het even toe aan uw dikke boek. Bij voorbaat dank.

Handdrukduel

Een nieuw gezicht neemt mij op als ik de vergaderkamer binnen stap. Ik zie nieuwsgierigheid en verwachtingen. Van mijn leeftijd, zo schat ik. Dus ben ik meteen tot je-en-jijen geneigd. Hij staat meteen op van zijn stoel en zet een stap in mijn richting. Zijn rechter hand maakt een royale zwaai naar achteren en omhoog, om vervolgens zijwaarts op me af te duiken. Theatraal blijft de hand voor me in de lucht hangen. Het breeduit glimlachende gezicht van de aanbieder kijkt me met afwachtende blik aan.

Ik kijk de man rustig en (hopelijk) nieuwsgierig aan en steek twee tellen later mijn hand recht naar voren en neem de aangeboden hand aan. Normaal gesproken moet er voor een handdruk die prettig is voor beide partijen een zeker contactoppervlak zijn tussen de twee handen. De duim-oksels moeten lekker tegen elkaar sluiten en de handpalmen op elkaar. Dat lijkt mij de algemeen geaccepteerde handdruk. Maar de ander denkt daar duidelijk anders over. Al voor ik mijn duimoksel tegen de zijne heb, knijpt hij zijn hand dicht waarbij zijn vingers een rechte hoek met de rug van de hand maken. Een ongemakkelijke handdruk is het resultaat. Ik voel autoriteit gemengd met onzekerheid. Ik knijp terug en zorg dat hij zijn hand pas los kan laten als ik mijn naam heb uitgesproken. Hij moet zelfverzekerde autoriteit voelen van mijn kant. 

In het gesprek dat dan volgt blijken we mentaal toch elkaar’s gelijke. Er woedt een beschaafde egostrijd waarin we – ongemerkt voor de anderen aan tafel – schermen met kennis en ervaring. Een waardige opponent ondanks de hoekige handdruk. Ik zie uit naar het volgende duel. 

Gewoon alles in de cloud

Wacht, ik moet ff dit docje naar mijn box-account uploaden. Dan staat ‘ie mooi in de cloud. Da’s heel handig, want dan kan ik er overal bij. Moet jij ook doen joh. Kan gewoon met je smartphone. En dan kan je er met je tablet ook bij. Sterker nog, ik sync automatisch alle foto’s die ik met mijn telefoon maak, met de cloud. En die foto’s share ik dan vanaf de cloud met mijn vrouw die haar foto’s daar ook synct. Echt simpel. Ja, en we whatsappen dus ook. Dat is eigenlijk een soort SMS-en in de cloud.

Wij doen eigenlijk alles in de cloud tegenwoordig. De kids krijgen les in de cloud en zetten dus ook spiekbriefjes in de cloud. Wat ik dan dus automatisch zie, want ik volg mijn kids ook in de cloud. Hahaha, ik zie ze vaker in de cloud dan in real life. Laatst ving ik, terwijl ik een stuk stoofvlees in blokjes aan het hakken was, een tweetje van mijn dochter, alias bakvisje27, op met de tekst:

“wie is die man die zondag’s het vlees staat te hacken… :-p #pa #kannietkoken”

Ha ha, daar had ze me mooi tuk. Daar hou ik wel van, dus ik tweette terug: “@bakvisje27 LOL!” Ja, we dollen dus ook in de cloud.

En als ik je een gouden tip mag geven: kibbelen moet je ook in de cloud doen. Het gaat meestal toch eigenlijk helemaal nergens over, dus kun je het gerust in de cloud zetten. Obama mag het van mij allemaal best lezen. En het allerhandigste is nog wel dat ik ons gebakkelij altijd kan terug-googlen om te bewijzen dat ik echt gelijk had (of niet natuurlijk). Geldingsdrang via de cloud. Ideaal.

Nee hoor, deze jongen doet niks meer op papier. De volgende generatie zou eigenlijk al niet eens meer hoeven leren schrijven, je weet wel met pen op papier. Dat heeft toch geen enkel nut meer, want tegenwoordig swype je al je teksten digitaal, zo de cloud in. Da’s dan de normaalste zaak van de wereld. Gewoon alles in de cloud dus.