natuur

Gezwam

image

Er wordt al weer driftig gezwamd in ’t bos, dus ik doe ook maar eens mee. Het zwamgeval op de foto liet zich in het zonnetje even van zijn mooise kant zien. Maar wat is het voor soort zwam? Het lijkt wat op de gewone vuurzwam, maar ook op de zwavelkop. Of is het een of ander wasplaatje? Dankzij google kan iedereen zwam-o-loog spelen.

Als je de namen ziet die men zoal aan zwammen en paddo’s heeft gegeven, krijg je het vermoeden dat iedere variant op een bekende soort tot een nieuwe wordt gebombardeerd. Dat kan ik ook. Ik noem mijn zwam de gouden zwartwordende zwavelkopvuurzwamzwetsplaat.

Maar zeg eens, wat is dit voor zwam?

Eikel met Wortelnijd?

In Zweden zag ik deze monumentale eik. De boom is ontzagwekkend dik. Op het oog minstens twee meter. Het ventje (mijn zoon) dat er een beteuterd naast staat zou met gemak languit kunnen liggen in de boom. Iemand vertelde me dat de eik meer dan 500 jaar oud is. De eikel waaruit deze boom is ontsproten schoot dus ergens aan het eind van de middeleeuwen wortel. 

De eik staat op het terrein van een oude en beetje vervallen camping aan het grote Vänern-meer. We staan er met onze tent tussen dikke, bejaarde berkenbomen (en dikke, bejaarde Zweedse campeerders die alleen uit hun dikke caravan kwamen om óf naar de wc te gaan óf het gras om hun caravan te maaien). ’s Nachts zou het er heel stil zijn als de aftandse ijscovriezer in het kiosk-gebouwtje niet zo bromde. Het bromde niet heel hard, maar draaide niet continu. Als de vriezer zich uitschakelde werd de stilte even hoorbaar, tot het kreng weer aan sprong.

Toch sliep ik er heerlijk en in de laatste nacht op de camping had ik een bijzondere droom:

Ik loop midden in de nacht blootsvoets in een dun, hagelwit gewaad door een dicht woud van spierwitte berken. Het is heel helder en bijna volle maan. Mijn adem beslaat, maar ik heb het niet koud. Ook is het doodstil. Ik hoor geen enkel geluid behalve mijn eigen ademhaling en het gedempte ritselen van mijn eigen voetstappen in het zachte mos. Door de bomen zie ik het spiegelgladde wateroppervlak van het meer. Vastberaden loop ik in de richting van het meer. Het woud wordt minder dicht, en de berken worden steeds dikker.

Dan gebeurt het. Ik kom steeds moeizamer vooruit. Het kost me steeds meer moeite om mijn voeten op te tillen. Ik kijk naar mijn voeten. Ze zijn spierwit en zien er pezig uit. En het gewaad dat ik draag lijkt wel van spinrag. Het hangt in losse flarden om me heen. Steeds moeilijker kom ik vooruit. Mijn voeten komen steeds vaster in de grond te zitten en mijn benen worden steeds zwaarder en stijver. Er steekt een zachte, koele bries op vanaf het water. De raggen om mijn lijf waaien helemaal van me af, maar ik voel geen kou. De berken om me heen fluisteren geruststellend: “Shhhhhh, het is goed. Shhhhhhh”.

Op enkele meters voor de waterkant kom ik tot stilstand. Ik kom nooit meer vooruit, weet ik, maar ik voel me volkomen op mijn gemak. Ik kan me bijna niet meer bewegen. Ik kan mijn armen nog één keer optillen. Ik kijk naar mijn linkerhand, maar zie een dikke tak. Mijn rechterarm is ook een tak. Ik verander in een eik. Dat wat ooit mijn voeten waren zit ergens heel ver onder me, diep in de aarde. En dan groeien mijn ogen dicht en de wereld verstomt. Eindelijk zíe ik. Opgelucht blaas ik mijn longen leeg. Alles is goed.

Rare droom vol clichématige symboliek. Ik onderga in mijn droom gelaten een metamorfose die ik best griezelig vind. Mijn interpretatie is dat ik de eindigheid van het leven niet moet bestrijden, maar juist omarmen. Moet ik loslaten om echt goed te kunnen wortelen? Moet ik me ontdoen van omhullingen omdat ze me belemmeren te voelen? Moet ik mijn ogen en oren sluiten om echt te kunnen zien? Of ben ik gewoon een eikel met wortelnijd?

Milieubarbaren!

Rij ik te genieten van de mooie natuur om me heen, rijdt er voor mij zo’n uitgeleefde roestbak op wielen ten eerste al smerige dampen te walmen, draait de bijrijder het raampje open en komt me daar toch een gore rookwolk uit dat raam! En dan flikkert die ranzige slons tot overmaat van natuurramp ook nog eens de inhoud van zijn asbak leeg in de berm!! Gadverdegadverdegadver! Milieubarbaren!

….

oooooooooooohmmmmmmmmmmmmmmmmmmm

Uitgerekend nu

Ieder jaar wisselen wij te vroeg
De Aarde heeft haar ronde nog niet af
Van lente naar herfst en terug
De Aarde neemt er écht de tijd voor
De échte tijd ijlt na op onze werkelijkheid
Maar in werkelijkheid is onze tijd achterhaald
Er blijft ongeconsumeerde tijd over
Tijd die nog moet worden geleefd
Tijd die niet ten gelde is gemaakt
Iedere vier jaar krijgen we kliekjestijd
Inhaaltijd, schrikkeltijd, uitgerekend nu
Om in de pas te springen met het universum
Staan we allemaal even stil
Leef even heel bewust, uitgerekend nu

Natuurlijk ben jij de allermooiste

Kleine kiem, diep in de bodem
Je barst van potentie
Zodat je omhoog schiet
Kijk eens hoe goed ik groei!

Ongeduldig, reikhalsend
Strek je je naar de hemel
Zo hoog als je kunt
Kijk eens hoe groot ik ben!

De hele wereld kijkt naar jou
Van schrik schiet je in knop
Je barst van de zenuwen
Waarom kijkt iedereen naar mij?

In het prilste daglicht
Ontluik je jezelf
Voor de allereerste keer
Hopelijk ziet niemand je

Onzeker kijk je om je heen
De wereld is gruwelijk mooi
Diep van binnen weet je het
Jij bent mooier dan iedereen

Moedig reik je hoger
Hoe hoger hoe vrijer
Je stijgt boven alles uit
Natuurlijk ben jij de allermooiste

Alles draait om jou
In de bloei van je leven
Kan je de hele wereld aan
Kijk eens hoe sterk ik ben!

Niks krijgt jou eronder
Je zwelgt van zelfvertrouwen
Totdat je wordt vertrapt
Wie dacht je ook dat je was?

Je keert in je zelf
Geknakt tot op je ziel
Toch kruip je weer overeind
Kijk eens hoe veerkrachtig ik ben

Fier richt je je weer op
Je putte nieuwe kracht
Uit je nieuwe wijsheid
Kijk eens hoe stevig ik sta

Mooier dan ooit straal jij
De wereld weer tegemoet
Dan word je eindelijk geplukt
Natuurlijk ben jij de allerliefste

Alles draait om liefde
Je hebt zoveel te geven
Je geluk is oneindig
Nooit krijg je genoeg van elkaar

Ineens ben je ouder
Je straalt bemoedigend
Naar dat reikhalzende grut
Natuurlijk worden jullie nóg mooier

Zwermen buizerds

Toen ik veel te hard door de dikke mist en over het tot net boven het vriespunt gekoelde asfalt van de A28 naar huis scheurde, zag ik even voorbij Haren een buizerd op een paaltje zitten. Het beest leek me aan te kijken. In mijn ooghoek zag ik zelfs hoe het zijn kop meedraaide terwijl ik voorbij zijn paaltje zoefde. Gek, dacht ik, zou er soms iets interessants voor buizerds te zien zijn aan de auto? In de linkerbuitenspiegel zag ik hem nog even zitten voor hij in de mist verdween. Nog steeds had ik zijn nakijken.

Een paar kilometer verderop zag ik langs het weiland iets fladderen. Er landde juist een grote roofvogel op een paaltje. Al weer een buizerd. In termen van buizerds hebben we het hier nu praktisch over een zwerm. Ook deze buizerd toonde bijzondere interesse in mij, zo leek het. Toen ik opzij keek, zag ik dat ook dit dier me na keek. Heel vreemd. Rationeel als ik ben schoof ik het maar gauw onder louter toeval.

Weer enkele kilometers verder zag ik, je raadt het al, al weer een grote roofvogel op een paaltje. Nog een buizerd. En verderop nóg een buizerd, en later nóg één. Het wemelde van de buizerds langs de snelweg! Nu viel het me op dat ook andere automobilisten door de buizerds in de gaten werden gehouden. Ik moest ineens denken aan die rare motorfanaten die  tijdens de TT-dagen langs de snelweg gaan staan om naar de voorbij ploffende helmen met grote snorren eronder te kijken. Die buizerds leken dus massaal aan het carspotten te zijn geslagen. Ik viel duidelijk ook in de categorie van spotwaardige weggebruikers.

Thuis liep ik eens goed om de auto heen. Niks te zien natuurlijk. Rare buizerds. Die zitten nu allemaal thuis te gniffelen: zag je ze kijken die rare tweevoeters in hun stinkende machines?Jammer dat er niet eens een ongeluk gebeurde hè? Nou volgend jaar beter.

En tóch zal er snert zijn!

De buitenthermometer beweert vandaag dat het buiten 14 graden is. Wat een slap gedoe. Het zou nu moeten stormen en regenen. Mijn dikke jas en sjaal hangen te popelen in de kast en mijn dunne jas steekt, bij het toevallig passeren van mijn dikke jas, zijn tong uit. Dit zachte weer is snertweer van lik-mijn-vestje. Zo smaakt de boerenkoolstampot nergens naar, laat staan dat we zin hebben in snert.

Het ziet ernaar uit dat mijn kinderen op 11 november in T-shirt langs de deuren kunnen met hun lampionnen. Windstil en zwoel zal het zijn. Vorig jaar stormde het op Sint Maarten. De lampionnen waaiden voor de kinderen uit en hun kleine stemmetjes kwamen nauwelijks boven het gegier en gebrul van de storm uit. Dát is pas snertweer. Dáár worden ze pas hard van. O, wat smaakte dat karige beetje snoep dat ze bijelkaar hadden gezongen ze toen goed.

Op 12 november meert die Spaanse stoomboot ook weer aan in Nederland. Vroeger begonnen de winters al halverwege de herfst en had Sinterklaas een ijsbreker nodig om de Noordzee door te komen. Sint, laat uw dikke tabbert deze keer maar gerust in de koffer en laat uw Pieten maar strooien met ijslollies. En die maan zullen we heus niet door de bomen zien schijnen, want daar hangen nog veel te veel groene bladeren aan. Misschien kunt u beter na de kerst komen, want dan heeft het weer veel meer karakter, hoop ik.

En tóch staat er snert op het menu, met woeste ingrediënten. Eigenhandig gespleten erwten, keiharde winterpeen, een hele kast varkensribben en boer’n rookworst . Dat moet. Het hoort bij de tijd van het jaar. Het ís potverdorie herfst, dus zal er stoer voedsel op tafel komen. Deze miezerige herfst krijgt mij er niet onder. Hah!

Powered by ScribeFire.

De stilte van 15 miljoen

Een van mijn favoriete oasen van verstilling in Nationaal Park Dwingelderveld (vanmiddag zelf gekiekt met mijn fotofoon)

Vanmiddag liep ik door de Drentse bossen, niet ver van Spier, niet ver van de snelweg, niet ver van het Noorderveld. Samen met mijn vier dartele veulentjes. Ik had 3 pogingen nodig om een stil stukje Drenthe te vinden. Gelukkig was mijn favoriete stukje nog relatief rustig. Rondom onze woonplaats Dwingeloo waren de bosparkeerplekken bomvol en overal tussen de bomen zag én hoorde je mensen lopen. Allemaal toeristen die op zoek waren naar die Drentse stilte. Dit werd mij duidelijk toen ik het Journaal van 8 uur vanavond zag.

Die Drentse stilte wordt in de nabije toekomst dus nóg stiller, en daarvoor wordt even 15 miljoen euro opgehoest. Het Noorderveld zelf wordt weer zoals het was vóórdat het landbouwgrond werd: een sompig en uitgestrekt heidegebied. Een glorieuze muggenkwekerij. Van het Noorderveld wordt momenteel een laag aarde afgegraven en over en strook van 5 kilometer langs de A28 op een grote langwerpige hoop gekwakt. Die hoop krijgt twee functies: geluidsdemper en toeristenlokker.

Nietsvermoedende automobilisten wil men van de snelweg lokken met behulp van een 5 kilometer lange lokstrook vol heide, bomen en wat waterpartijen. Als vliegen moeten de potentiële toeristen op de nieuwe natuur en stilte afkomen. Goed voor de lokale economie, want daarmee gaat het blijkbaar niet goed. Komt zeker door de krimp. Vanmiddag had Het Dwingelderveld bepaald geen tekort aan toeristen. Het gonsde ervan in de bossen en op de hei. Oh, wat is het hier stil hè? Ja, echt heel stil. Jeetje wat stil. En kun je nagaan, het wordt nóg stiller. Echt waar? Ja, echt waar.

De lokstrook moet ook het geluid van het verkeer dat ondanks de verlokkingen tóch door raast, dempen en verstommen zodat de natuur erachter nóg beter kan verstillen. Als natuur- en stilteliefhebber hoop ik dan maar dat de hoeveelheid nieuwe stilte, die stilte van 15 miljoen, groter is dan de de toename van het geroezemoes van die broodnodige nieuwe toeristen, anders komt er van die verstilling niks terecht. Aan de andere kant hebben al die nieuwe muggen ook weer verse toeristen nodig. Kom toch maar dan, u bent van harte welkom!

Powered by ScribeFire.

Spinnenleed

bron: zoom.nl

Vanochtend was mijn wereld weer eens in dichte nevels gehuld. De bomen langs het weiland waren vagen schimmen. Daarachter was alles verdwenen. Maar bepaalde dingen worden door de mist juist extra goed zichtbaar: Spinnewebben. Overal om me heen zag ik prachtige, glinsterende draden en witte webben. Vroeger, als ik door de mist naar school liep, dan maakte ik een lus van een soepel takje en ging dan spinnewebben vangen. Vooral die fijne, dichte webjes zijn mooi om te vangen. Na een stuk of 25 webjes krijg je een heel taai velletje. Sterker dan plastic. Dat ik het vlijtige werk van vele kleine spinnetjes had vernield, en dat ze geen vliegjes konden vangen en dus honger zouden krijgen, ging ik helemaal aan voorbij. Hoe wreed is dat?

Op deze mooie nevelige ochtend hadden de spinnen de auto alweer gebruikt om hun webben te verankeren. Het is natuurlijk weer volop spinnentijd, dus loop ik weer elke ochtend met mijn gezicht tegen onzichtbare draden aan. Zelfs als ik met mijn armen voor me uit zwaai. Dankzij de mist kon ik nu wel precies zien waar die draden liepen. Dus ik manouvreerde mezelf over en onder de draden om ze niet kapot te maken. Maar om in de auto te kunnen stappen moest ik toch echt het portier open maken. Daar ontwrichtte ik dus het eerste web. Onbruikbaar viel het in de buxuscubus. Total loss. En toen ik even later achteruit de oprit afreed, trok ik ook de andere spinnewebben mee. Eén voor één schoten ze los. Wat een drama! En ik doe het morgen ijskoud weer. Hoe wreed is dat?

Webben vangen doe ik al lang niet meer, en misschien moest ik het mijn kinderen ook maar niet leren. Maar de auto laat ik niet staan. Misschien moet ik de auto vanavond maar eens met groene zeep insmeren. Zou dat helpen? Ach, wat huichel ik nou toch weer. Ik griezel van spinnen. Als ik eerlijk ben koester ik niets dan wreedheid tegen spinnen. Het schijnt dat chimpansees dat ook hebben. Zie je wel, Darwin heeft dus weer gelijk.

Powered by ScribeFire.