Er is een kracht die je overeind houdt als je dreigt te vallen, die je bij elkaar houdt als je dreigt te worden verscheurd. Een kernkracht die je lijf aanspreekt als je hoofd dat niet doet. Voor als je je hoofd nu niet verliezen kan. Of je hoofd oefent de kracht zelf uit. Om erbij te blijven. Een wederzijds vetorecht voor kop en romp. Je moet blijven functioneren. Voel later maar wat je moet voelen. Angst, denk ik.
morgen pak ik je hand vast overmorgen voel ik steeds nog jouw hand morgen kopen we ons eigen huis desnoods overmorgen maar geen dag later morgen beginnen we aan óns leven morgen zie ik onze horizon oneindig ver strekken overmorgen ver voorbij
Hoe zou het toch met Hans zijn? Dit vraag ik me af sinds ik de biografie heb gelezen. Het wordt niets zonder jou. Een totaal voor de hand liggende titel die hij zelf bepaalde. De biografie is mooi geschreven. Je hebt het gevoel dat je zelf bij Hans aan tafel zit. Een kop thee met hem mee drinkt. Of een biertje. Zijn leven kan je gerust roerig noemen. Hij leed in zijn jeugd aan kleptomanie. De muziek genas hem daarvan. Hij werd groot bewonderaar van Ramses Shaffy. In de biografie vertelt hij hoe eenvoudig hij gratis toegang kreeg tot allerlei concerten met een door hem zelf geknutselde perskaart en een oud fototoestel. Zo kon hij op een dag Ramses back stage benaderen.
Hans heeft een ingewikkelde relatie met zijn ouders. Hij blijkt tweede Hans te zijn. De eerste Hans van zijn ouders werd niet ouder dan een jaar of drie. Hans heeft lang gedacht dat de foto’s van eerste Hans van hem zelf waren. Hans houdt van alle vrouwen maar zijn relaties houden geen stand. Onveilig gehecht natuurlijk, hoewel ik daarmee populaire psychologie napraat. Ik ben geen psycholoog, maar ik kan me wel invoelen in zijn situatie. Hij is vader van drie zonen die hij zelden ziet. Je vraagt je natuurlijk gelijk af hoe het zit met hun hechting.
Op latere leeftijd krijgt Hans een diagnose voor autisme. Voor hem verklaart dit een hoop. Onder andere waarom hij andere mensen nooit begrijpt. Hans kon een tijd teren op zijn muzikale successen, maar hij voelt zich belazerd door zijn uitgever. Die verdiende veel meer aan zijn succes. Gisteren kocht ik voor 10 euro zijn debuut album uit 1983. Ik viste hem uit een bak vol tweede hands vinyl. De foto op de hoes staat ook op de omslag van de biografie. Vergane glorie. Hans zit tegenwoordig financieel behoorlijk aan de grond. Aan het eind van de biografie dreigt hij in de bijstand te komen. Arme Hans.
Misschien is dit wel mijn reactie op de mid life crisis. Waar ik overigens kalmpjes doorheen zeilde. Net als mijn pubertijd. Bij een crisis hoort toch een soort paniekgevoel, maar die heb ik gemist. Er is hooguit een beetje paniek door het ontbreken ervan. Had ik niet al eens een keertje bij het punt moeten aanbelanden waarop ik besef dat ik halverwege mijn leven ben en inzie dat ik in mijn leven nog teveel niet heb bereikt om in die andere helft te kunnen verwezenlijken? Ik heb het niet gevoeld. Misschien komt dat wel omdat ik me nooit heel druk maak over later. Ik leef nu. In het moment. En af en toe heb ik dan een moment van impuls.
Nadat ik terug kwam uit Londen, waar ik met mijn twee vrienden vierde dat die vriendschap al dertig jaar duurt, kreeg ik er weer eentje. Een wild impuls. Het idee daarvoor begon in Sister Ray, een platenzaakje in Soho Londen. Ik kocht daar twee platen, tot zover niets bijzonders. Maar toen ik me voorstelde hoe ze zouden klinken, had ik ineens de ingeving dat mijn luidsprekers totaal niet tot hun recht kwamen nog. Ze moesten hoger staan. Veel hoger. En dat is waarom ik vrijwel direct na thuiskomst begon met het eigenhandig bouwen van twee luidsprekerstandaards.
De standaards moesten erg stevig worden en vibraties van en naar de luidsprekers zoveel mogelijk dempen. En ze moesten mooi worden, passend in mijn interieur. Ik begon met het meten van de benodigde hoogte. De tweeters wilde ik op oorhoogte hebben als ik op de bank zit. Op basis van de metingen maakte ik aanvankelijk wel een ontwerpschets. Een driepotig ontwerp, voor de stabiliteit. Het ontwerp heb ik nadien niet meer bekeken. Mijn handen en hoofd wisten precies wat er gedaan moest worden. Gewapend met mijn op youtube opgedane kennis ging ik aan het werk. In de schuur had ik nagenoeg al het benodigde materiaal.
Ik maakte van twee lagen multiplex twee vloerplaten en twee draagplaten waarop de speakers precies passen. Twee dikke, massieve, houten middenpoten, gemaakt van resten dakspant die onder een helling van 80 graden omhoog zouden stuwen. Die hellingshoek loopt door in de voor en achterkant van de bodemplaten. Strakke lijnen. Voor de andere twee poten van de standaards gebruikte ik vier holle, aluminium tafelpoten. Die maakte ik akoestisch dood door ze te vullen met zand. De poten zijn op de kop gemonteerd met bouten en glimmende dopmoeren. Ik lakte al het hout knalblauw af. De metalen poten liet ik blank.
Ik ben enorm tevreden over het resultaat. De standaards zijn niet alleen mooi, maar laten de luidsprekers geweldig tot hun recht komen. Ik had niet gedacht dat de verbetering van de geluidskwaliteit zo groot zou zijn. Nu stond ik altijd vrij sceptisch tegenover audiofielen, maar die scepsis vertoont barsten. Grote barsten. Er gaat een wereld voor me open en ik stap daar nu pas in. Ik heb een half leven verspild aan het niet inzien hiervan. Voel ik dan nu zowaar toch paniek?
Terwijl ik voort ga, concentreert mijn aandacht zich. Naarmate ik meer doorleef wat gebeurde, wordt duidelijk wat wezenlijk is en wat niet. Zo zie ik dat voor me. Al voortschrijdende ben ik steeds beter in staat te zien wat is en hoe ik me daartoe wil verhouden. Inzichten zijn ook net als vruchten. Ze moeten rijpen. Sommige langer dan andere. Misschien worden ze zelfs nooit helemaal rijp. Pluk je inzichten. Beproef onbevangen de rijpheid ervan. Er groeien altijd weer nieuwe. Misschien is dit wel het meest wezenlijke inzicht in het leven. Het besef dat je bloeit en rijpt tot je sterft. Je bent nooit af.
Een mens is gewoon nooit af. Je leven is nooit af. Je sterft zoals je dan bent. Zo zie ik dit althans. Een heel leven wijden aan vervolmaking van jezelf voelt voor mij dus als zinloos.
Ooit las ik ergens dat je als peuter al begint jezelf te plamuren met laagjes gedrag die afwijzing door anderen moeten voorkomen. Ergens halverwege mijn leven ben ik begonnen die lagen plamuur er weer af te beitelen. In een poging mijzelf weer te “normaliseren” tot mijn essentie. Een poging om mijn pure kern weer bloot te leggen.
Misschien is dat wel het doel van een mensenleven: de wederblootlegging van jezelf. Een mens komt naakt ter wereld en moet die ook weer naakt verlaten. Niet af, maar naakt.
Instanties moeten van alles van hem weten zoals geslacht en leeftijd de antwoorden staan alvast streng opgesomd in een harnas dat niemand precies past
Leeftijd is meer dan alleen de tijd die verstreek sinds je begon we lijken immers des te liever te leven als we even kunnen vergeten wat tijd ook weer was
Over duister krakend ijs scheert de schaatser gebogen langs een kille kraag van morsdood gras zich een weg banend met ijzeren wil om nú te voelen dat hij leeft
Een leven lang voelde ik me alleen. Alleen wilde ik dat niet toegeven. Ik hield mezelf voor dat ik nou eenmaal een einzelgänger ben, wat ook wel echt waar is. Maar ik was het wel. Alleen. Zelfs ik zelf liet mij links liggen. Nu weet ik dat ik ooit juist zélf begonnen ben met het in de steek laten van mezelf. Maar lange tijd hield ik een leugen in stand.
Het gekke is dat ik twee levens leek te leven. In het ene leven stond ik er midden in. In het andere aan de zijlijn, machteloos toe te kijken. Ik had een werkleven en een sleepleven. In mijn werkleven voel ik mij het meest mezelf. Het sleepleven voelde als een leugen en holde me uit. Maar misschien waren beide levens wel gefundeerd op zelfverloochening. Misschien diende het werkleven wel om het sleepleven te vergeten. In mijn werkleven beschikte ik wél over mezelf. In mijn sleepleven raakte ik mezelf meer een meer kwijt.
Vandaag heb ik één enkel leven. Een aantal jaren geleden heb ik mijn dubbelleven met enorme kracht van me afgeworpen. Nog immer de einzelgänger, maar wel een vrolijke. Ik laat mezelf nooit meer in de steek. Die belofte heb ik mezelf plechtig gemaakt. In mijn leven sleept niets meer. Nooit meer. Ik heb de wind in de rug. En het vrijgezellenbestaan dat ik met zoveel verve oppakte, lijkt tóch een korter leven beschoren te zijn. Ze wandelde zo mijn leven in. Weerloosheid maakt zich meester van me. O jee…