Kinderen

Op rolletjes fitter én gelukkiger worden

Het moet nu toch echt maar eens: meer bewegen en minder en vooral gezonder snoepen. Mijn snelle metabolisme stelde mij altijd in staat om te vreten wat ik wilde zonder er dik van te worden. Die snelheid is echter blijkbaar tanende, want er zet zich nu toch echt een vetrolletje af rond mijn middel.

Ik maak me nog verre van zorgen hoor. Laatst liep ik in het zwembad met de kinderen, en merkte op dat ik relatief nog broodmager ben. Mijn buikje stelt nog niks voor, maar daarin schuilt een valkuil. Relativeren is een beetje als je kop in het zand steken. Het gaat hier niet om andermans vet, maar mijn vet. En mijn vet zit me in de weg. Mijn conditie laat bovendien ook te wensen over. 

Dus er is een zekere wil tot gezonde beweging. Nu heb ik echter door veel te fanatiek squashen en verkeerd joggen in het verleden het kraakbeen in mijn kniegewrichten nogal uitgehold, dus lekker joggen in de buitenlucht zit er voor mij niet in. Ik kan natuurlijk gaan fitnessen, maar dat voelt zo zinloos. Iets in dat bewegen zonder je te verplaatsen staat me enorm tegen. Ik wil sport en plezier bij elkaar houden. Zonder plezier ga ik het dus never nooit niet volhouden.

Jaren geleden kocht ik (na lang mijmeren) een paar inline skates. Ik deed zelfs een skate clinic om met voeten op rolletjes veilig te kunnen deelnemen aan het verkeer. Al met al heb ik er misschien 25 keer op gereden. Vraag mijn vrouw maar niet naar haar mening over de aanschaf ervan destijds. Diezelfde skates heb ik desalniettemin maar eens weer van zolder gehaald en voorzien van mooie, nieuwe, soepele wieltjes. Het is dus mijn bedoeling om, in plaats van hollen, te gaan rollen. Op rolletjes fitter worden dus. 

Gisteren heb ik met mijn kinderen een paar rondjes om het huizenblok aan de overkant gemaakt. De nieuwe wieltjes voelden zalig. En ik kende de kneepjes nog prima. Met kalme slagen zoefde ik zachtjes en geroutineerd over de klinkertjes van de straat. Mijn vier kinderen ratelden op hun speelgoed-skates op verschillende afstanden achter mij aan.

Af en toe stopte ik om de kinderen de kans te geven om bij te blijven, en om hun schaatshouding te corrigeren. “Door de knieën en kont naar achteren, alsof je moet poepen!”, riep ik. En het sorteerde resultaat. Ze kregen allemaal de slag te pakken en willen voor hun verjaardag ook échte skates. Ik genoot dus met enorme teugen. Mijn nieuwe wieltjes hebben zich nu al terug betaald in geluk. 

Timing

Kleine vent wil niks eten.
Hangt slapjes tegen mij aan
Zijn buikje doet zeer
Mama brengt hem maar naar bed
Dat kan nog net voor ze gaat.

Dan is ’t bedtijd voor de tweeling
Dus ik jaag ze in hun pyama’s
Kleine vent zit al in zijn bedje
Mama leest hem verhaaltjes voor
Daarna knuffelt ze hem extra lang

Ik pak ook maar snel een knuffel
Een slecht voorgevoel bekruipt me
Vier voetjes schuifelen de trap weer af
Ze mogen nog eventjes naar beneden
Totdat mama in de taxi stapt

Dochterlief kleeft aan haar moeder 
Dikke tranen met dikke tuiten
Mama heeft haar koffer weer gepakt 
En ze was net weer terug
Ik ruim de vaatwasser maar in

Net als ik me afvraag of hij slaapt
Hoor ik ons zieke ventje huilen
Ik vlieg snel naar hem toe
Hij voelt zich hartstikke beroerd
Kom maar, zeg ik, kom maar mee

Voor ik hem naar beneden draag
Graaf ik in de medicijnendoos
Naar kinderparacetamolletjes
Kijk eens? Papa heeft ze gevonden
O nee, wat doe je nou dan!?

Alle medicijnen onder gespuugd
Gauw naar de badkamer!
Och, het blijft maar komen
Uiteraard niet in de wc
En dan gaat natuurlijk de deurbel…

Mama’s taxi staat dus klaar
Ik krijg nog een haastig kusje
En ontferm me over de zieke
Lekker onder de warme douche
Hij kan er ook niks aan doen

Wat later ligt hij opgelucht in bed
Slaap maar fijn, kleine stumper
Papa gaat nergens heen
Alleen even naar beneden
Om een emmer sop te halen

Jongens, jullie gaan nu ook naar bed
De badkamer is nog buiten gebruik
Ja, ik weet het, ik stink heel erg
Ga nou maar naar boven
Ik krijg het allemaal wel weer schoon

Als ik klaar ben is het al ver na achten
Onze grootste vent is nog niet naar bed
Maar ik krijg een hele fijne knuffel
Omdat hij het met me te doen heeft
Ik krijg er écht heel veel voor terug

Ik duim een whatsappje de wereld in
Op zoek naar nog meer medeleven
Niet leuk, bliept vrouwlief meteen terug
Hoi met mij, zeg ik even later schor
Ze is net in Zwolle aangeland

Zij vindt het ook een geweldige timing.
Dit is echt een kutafscheid, zegt ze
Nee, leuk is inderdaad anders
Ach, afscheid moet je kort houden
Maar dit voelt wel heel schraal

Nou, hou je maar taai lieverd
Ja, jij ook. 
Goeie reis en geniet ervan he.
Dank je, zal ik doen. Doeoeg
Doehoeg

Poppetje

“Tot straks poppetje”, zei ik tegen mijn kleine ballerina die ik even stevig knuffelde voordat ze de balletles in ging. Zo noem ik mijn dochter soms: poppetje. Een koosnaampje waar ik ineens over moest nadenken toen ze de zaal in liep naar haar balletjuf. Als ballerina is ze helemaal een poppetje, met haar mooie blonde haar in een knotje. Ze is veruit de allerprachtigste ballerina van het klasje.

“Waarom ‘poppetje’ en niet ‘popje'”, dacht ik. Een popje is ook een kleine pop toch? Maar ik vond mijn dochtertje op dat moment niet zomaar een kleine pop, maar een heel lieve kleine pop, dus moest het veel liever en zoeter. De ‘pet’ tussen ‘pop’ en ‘je’, voegt die extra zoetheid blijkbaar voor me toe.

Het werkt bij kip trouwens ook. Een kipje uit de oven is niet lekker. Daar druipt het kippenvet niet vanaf. Van een kippetje uit de oven wel. Een kipje is maar gewoon een smakeloze kleine kip. Wij eten geen kipjes, maar kippetjes.

Kinderen tekenen ook nooit popjes, maar poppetjes. Een popje is eigenlijk ook een larfje, wat mijn dochter volgens Midas Dekkers natuurlijk ook is, maar een larve heeft niks kozigs. Niet voor mij althans, ik zou mijn kinderen nooit liefkozend “larfje” noemen.

Het is een bijzonder woord, dat “poppetje”. Ze zitten bijvoorbeeld in je ogen, en als ze niet op de juiste plaats staan, wordt er meestal niet goed gevoetbald. En je kunt de poppetjes laten dansen. Hop Marjanneke, stroop in ’t kanneke. En als ik lief en geduldig ben naar mijn poppetje, dan krijg ik al haar zachtheid en geeft ze mij haar liefste lach, maar als ik haar tegen haar blonde haren in strijk… dan hebben we de poppen aan het dansen. Geen poppetjes, want die zijn altijd onschuldig.

Kletsglad

Van de week waren de klinkerstraten van Dwingeloo hier en daar spekglad van de aangevroren rijp, dus gleed Emiel toen hij samen met papa naar school fietste wel drie keer uit met zijn fietsje. De volgende dag had het geregend maar niet gevroren, en waren de klinkertjes van de straten alleen maar nat. Zegt Emiel tegen mij als we samen naar school fietsen: “papa, pas op dat je niet uitglijdt hoor, want de weg is kletsglad!”

Je begrijpt het, vanaf nu is spekglad vervangen door kletsglad. Dekt veel beter de lading. Meneer van Dale, voegt u het even toe aan uw dikke boek. Bij voorbaat dank.

Inside the box thinking…

Kapla is ontegenzeggenlijk het beste speelgoed dat er is. Echt. Het zijn een heleboel kleine houten plankjes die perfect recht zijn en exact dezelfde afmetingen hebben. En die simpele plankjes nodigen ongelooflijk uit tot creëren. Je kunt er behoorlijk onmogelijk uitziende bouwwerken mee bouwen die de zwaartekracht lijken tegen te spreken. Dit speelgoed nodigt je uit om outside the box te denken. Zo niet bij mijn vierjarige zoontje. Zie zijn creatie hieronder. Ik vind het heel bijzonder wat hij heeft gemaakt. Dit is outside the box denken binnenste buiten gekeerd. Dit is beyond outside the box denken. Papa is outside zichzelf van trots.
image

vette knipogen

Ogen moeten regelmatig knipperen, heb ik vandaag begrepen van de oogarts. Helemaal vierkante, zoals die van mij. Mijn ogen zijn dus te vaak en te lang gericht op een beeldscherm. Tevens heb ik mezelf een onnatuurlijke, intensieve aanstaar aangemeten. Mensen worden daar soms ongemakkelijk van en beginnen nerveus met hun ogen te knipperen. Maar nu besef ik me dat dat misschien wel helemaal geen nervositeit is, maar een behulpzame hint of zelfs ergernis. Zo van: “knipper toch eens met je ogen man! je lijkt verdorie wel een etalagepop!”. 

Ik zat bij de oogarts vanwege mijn klachten over droge, geïriteerde en vermoeide ogen. Toen de oogarts een praatje met me maakte viel het hem meteen op hoe weinig ik knipper. “Daardoor krijgt u dus van die droge en vermoeide ogen, ziet u”. Hij gaf me een folder over droge ogen. Daarop stond een plaatje van de traanfilm (nee, niet Titanic). Die bestaat uit water, slijm en vetten (lipiden) die het verdampen van de waterige laag (door bijvoorbeeld wind, tijdens het fietsen) tegen moet gaan. “Door te knipperen wordt de traanfilm ververst en krijgt het oog iedere keer een smeerbeurtje, ziet u?”. Ik knikte. Het stelde me gerust dat de man steeds “ziet u” zei, ik was in uitstekende handen. “Vooral dat laagje vet is heel belangrijk, ziet u wel?”. Ik zag het helemaal in, en prentte het goed in dat mijn ogen gebaat zijn bij veel vette knipogen. 

“Heeft uw horloge een secondenwijzer meneer?”, vroeg de oogarts. Ondanks dat ik dat wel wist, keek ik toch naar mijn horloge. “Eh, ja”, zei ik en keek de oogarts weer aan, en nu even duidelijk knipperend met beide ogen.”U moet gewoon regelmatig, verspreid over de dag even een minuutje lang iedere 5 seconden even met beide ogen goed knipperen. Dus even kort ‘tak!’, niet knijpen, ziet u?”. Ik deed even simultaan ‘tak!’ met mijn twee vierkante ogen en keek de oogarts tegelijk vragend om bevesting aan. “Juist, zo!”, bevestigde de oogarts. “En het zou maar zo kunnen dat uw ogen, als u dit regelmatig zo oefent, weer geconditioneerd kunnen worden dat ze uit zichzelf vaker knipperen”. O, dus ik moest er wel aan werken. “Maar als dat niet werkt kunnen we u altijd nog kunsttranen voorschrijven”. Ah, gelukkig, er is een medische oplossing voor als mijn wilskracht niet mee werkt. Zo, en nu ga ik even een minuutje vette knipogen geven.

MP3-geneuzel

De afgelopen vakantie hadden al mijn kindertjes onderweg in de auto oordopjes in. Ze hadden namelijk allemaal een MP3-spelertje. Niet dat het daardoor rustiger was in de auto, hoor. In tegendeel zelfs. Ze gingen namelijk luid roepend boven hun eigen muziek uit aan elkaar vragen welk nummer ze aan het luisteren waren: “WELKE HEB JIJ? HEEE, DIE HAD IK NET OOK!”. En de jongste (4) ging iedere keer bij het kinderen-voor-kinderen-lied “je vader is gek”, keihard meezingen: “hahahahaha, je vader die is gek…”. En aan het einde luidkeels: “HOU JE BEK!”. Heel komisch dus.

Tijdens het autorijden moest pa of ma ook erg hard roepen om de aandacht van de kindertjes te krijgen: “MOET ER NOG IEMAND PLASSEN?!!…HALLOOOOOO!!!”. Dus ik bedacht dat de auto ook maar moest worden uitgerust met een centraal omroep-systeem waarbij wij de mogelijkheid hebben om de microfoon te pakken en dan iets in hun oordopjes te tetteren: “Jongens en meisje, wij naderen zodadelijk een parkeerplaats met WC, indien gewenst zullen wij daar dan een korte plaspauze houden?…Niemand?…okee, dan rijden wij gewoon verder. Wij wensen jullie een prettige doorreis en bedanken jullie voor het gebruik maken van onze papa-en-mama-vakantieservice”. Ach ja, je fantaseert wat af.

Ergens in de vakantie vroeg mijn dochtertje (8) aan me: “Papa, wat betekent MP3 ooit?”. Natuurlijk wist ik dat, en zei: “MP3 is gewoon een afkorting voor MPEG3, schat”. Fronsende wenkbrouwtjes waren mijn deel, plus een hele diepe zucht: “Ja, en wat betekent MPEG3 dan weer”. En dat wist papa niet zo precies. Ik draaide er wat omheen met ge-blabla over media-codering en compressies enzo, maar dat kon mijn dochter niet boeien. Ze wilde weten waar die letters M en P voor stonden, en waarom er een 3 achter stond. Ik had op dat moment effe geen wikipedia en google, dus mijn kennis beperkte zich tot de inhoud van mijn hersenpan.

Maar ik heb het maar eens opgezocht. MPEG is een afkorting voor Moving Picture Experts Group. Dat was een groepje slimme wetenschappers en zakenlieden die in 1988 begonnen met het bedenken van een manier om filmps (video) en muziek (audio) digitaal én compact te maken zodat films op een CD-tje konden worden gezet en film en muziek over computernetwerken konden worden verzonden. Ze begonnen met audio, en ontwikkelden een techniek om alle audio-bitjes samen te persen, en een manier om uit die samengeperste bitjes weer nagenoeg hetzelfde geluid te halen. Ze konden hiermee de hoeveelheid bitjes terugbrengen tot 10% van het origineel. Knap toch? De compressietechniek is gedeeltelijk gebaseerd op het weglaten van de bitjes die toonhoogtes hebben die toch buiten ons gehoor vallen. Bij het oppompen van de samengeperste bitjes komen die weggelaten bitjes niet helemaal terug, dus je krijgt kwaliteitsverlies. Dat is erg kort door de bocht uitgelegd, maar het komt wel daarop neer.

Deze compressie- en decompressie-techniek werd door de MPEG in 1991 tot hun eerste standaard gebombardeerd: MPEG-1. En toen ik tegen mijn dochtertje zei dat MP3 een afkorting is voor MPEG3, had ik het dus helemaal fout. MP3 blijkt en afkorting te zijn voor MPEG-1, layer 3. En inderdaad, er bestaan ook een layer 1 en 2, ofwel: MP1 en MP2. Zie die maar als oudere versies van MP3. 

En om de verwarring compleet te maken zijn er ook MP4-spelers. Onze dochter kreeg er laatst eentje voor haar verjaardag. Het eerste wat ze opmerkte toen ze het uitpakte was dat het een MP4-speler was: “kan die ook empeedrietjes spelen Papa?”. Tuurlijk kan dat. MP4 is trouwens officieel een afkorting voor MPEG-4, part 14 – knoop het in je oren – en is een heel geavanceerde compressietechniek voor video. Veel MP4-spelertjes die je vandaag de dag kunt kopen (vooral de goedkope) kunnen die filmpjes echter niet afspelen. Het is maar een marketingtruuk om de spelers te verkopen. Het zijn gewoon MP3-spelers met een schermpje en kan maar beperkt filmpjes afspelen. Gelukkig kon het MP4-spelertje van mijn dochter ook fotootjes weergeven, dus de teleurstelling bleef beperkt…

mijntens en jountens

Terwijl ik in de vakantie mijn ogen bij de weg hield, hield ik mijn oren bij mijn kinderen achter mij. Zo hoorde ik deze vakantie regelmatig de woorden “jountens” en “mijntens”. Een voorbeeld van een stukje gesprek:

“Mijntens is lekker al bijna af”

“Ja maar jountens is ook veel makkelijker”

Je moet weten dat ik een lichtelijk pedante vader ben. Zeker als het gaat om taal. Dus ik heb een nauwelijks te onderdrukken neiging tot verbeteren. Dan roep ik dus heel pedant naar achteren: “Neee, het is de mijne, of die van mij, en de jouwe, of die van jou”. Waarop twee kinderen met hun oogjes rollen, en hun moeder me een veeg uit de pan geeft omdat ik mijn aandacht niet bij de weg heb en dat we dan weer een afslag missen. En ik moet ook gewoon niet zo zemelen, vindt hun moeder bovendien.

Mijn mond was effectief gesnoerd (voor dat moment althans), maar mijn hoofd ging er toch eens over nadenken. Ik vind die woordjes “jountens” en “mijntens” eigenlijk toch wel wat hebben. Ik hoor mijn eigen kinderen ze gebruiken, maar ook andere kinderen. En ze zijn ook best wel praktisch. Ik overweeg sterk om ze over te nemen. Bijvoorbeeld heel serieus op het werk onder collega’s:

Collega: “Vandaag was toch de deadline voor de ontwerpen?”

Ik: “Klopt”

Collega: “Maar jountens is nog niet compleet hoor”

Ik: “Weet ik, maar mijntens is ook veel ingewikkelder dan we van te voren hadden ingeschat” 

Collega: “Nou, mijntens was anders ook geen sinecure hoor, poeh!”

Ik: “Is jountens dan ook nog niet helemaal af soms?”

Collega: “Mijntens is in ieder geval wel veel verder uitgewerkt dan jountens”.

In het begin zal het een beetje kinderlijk aanvoelen, maar na verloop van tijd is het ingeburgerd. En op een zekere dag staat het gewoon in de Van Dale en heb ik wat dat betreft niets meer om over te zemelen. 

ik ga op vakantie en neem mee: 738 boeken, …

Nou, ‘k heb er sinds eergisteren ook eentje hoor. Een iiiiirieder. Ik kon niet langer om de praktische kanten van zo’n apparaat heen. Het weegt niks, en bevat met gemak je complete boekenkast. En dat is dan ook precies wat ik straks meeneem (welja, een palyndroom) op vakantie. Dankzij de grootte van mijn gezin passen er meestal maar 2 of 3 boeken van pa bij in het doedingen-krat. Ik neem meestal een ontspannend stuk scifi en/of fantasy mee van een stapeltje boeken dat mijn vrouw al heeft verslonden, en koop on the go in een boekenwinkel op het allerlaatste moment nog een afgeprijsd boek.

En als ik dan heerlijk in het zonnetje zit met één van die drie boeken, de fantasy, kom ik er al na 20 bladzijden achter dat het boek me tegenvalt. Dus ik leg het weg en pak boek nummer twee. De scifi. Maar die is ontzettend langdraderig en bepaald niet ontspannend. Dus ook die gaat aan de kant. En tot overmaat van ramp blijkt mijn last-minute-boek een groot drama vol cliché’s. Dan maar net zo lang spelletjes doen met de kinderen tot mijn vrouw haar boek, dat mij hopelijk wel kan bekoren, eindelijk uit heeft.

Maar dit jaar gaat het anders. Met mijn vederlichte iiiirieder volgestauwd met 738 boeken kan het bovenstaande scenario niet optreden. En ik doe gewoon hetzelfde als altijd, maar nu digitaal. Mijn vrouw heeft namelijk al een jaartje zo’n iiiirieder, en dus al een aardige digitale boekenkast. En nu pak ik ik niet 1 of 2 boekjes van haar stapeltje, nee ik kopi…eh…backup gewoon haar hele collectie naar mijn apparaatje. Ook scharrel ik her en der wat iiiiboekjes van het internet op, ter aanvulling.

En als ik dan strakjes heerlijk in het zonnetje zit met mijn iiiiriedertje, komen mijn kindertjes vragend bij me staan. Nee, papa kan nu geen spelletje doen jongens. Ga maar lekker naar die leuke speeltuin daar. Papa is even lekker aan het snuffelen in zijn boekenkast. Er zit beslist iets bij dat niet zal tegenvallen. Je zult dan natúúrlijk zien dat het eerste de beste boek al gelijk raak is, maar dat risico neem ik dan maar voor lief.

Onderschat nooit de macht van ooit

Zeg nooit ‘nooit’, zeggen ze wel eens. Nooit is namelijk nooit zo definitief als het soms lijkt. Met ‘nooit’ zeggen moet je blijkbaar voorzichtig zijn. Laatst legde ik nog aan mijn zoon uit dat de bliksem echt nooit inslaat, en prompt sloeg hij binnen een week drie keer in de omgeving van ons dorp in. Ik bedoel dus maar. Onderschat nooit de macht van nooit.

Ooit mag je daarentegen blijkbaar te pas en te onpas gebruiken. Niemand die zegt dat je nooit ‘ooit’ mag zeggen. Mijn kinderen maken van die vrijheid dankbaar gebruik en zeggen het dan ook zo ongeveer om de 5 zinnen: Wanneer mag ik ooit nog eens weer DS-en? Hoe moet ik die knoop ooit uit mijn veters krijgen? Hoe kon ik dat nou ooit weten? Hoe kan ik nou ooit winnen als jij steeds vals speelt? Hoe lang duurt dit ooit? Wie heeft ooit gezegd dat Chili con carne gezond is? 

Ze gebruiken ‘ooit’ om een stuk verzuchting in te bouwen. Een beetje drama zodat het erger klinkt dan het is. Als je een ‘ooit’ in je vraag zet, wordt ‘ie wanhopiger. En hoe langer je de ooit uitspreekt, hoe dramatischer het wordt: wanneer mogen we ooooooit nog eens wat lekkers? Dan natuurlijk de rest van de dag nooit meer. En heel vaak voegt ‘ooit’ ook extra verbazing en verwondering toe: Jeetje, hoe dééjedat ooit!? Nah, hoe verzín je dat ooit!? 

En deze schreeuwde dochterlief vanmiddag (armpjes over elkaar, vuur schietende oogjes): “JA HÁLLO!! HOE KAN IK NOU ÓÓÓÓÓIT RUSTIG DOEN ALS JULLIE ME STEEDS BOOS MAKEN!? En bij dat ‘ÓÓÓÓÓIT’ stampte ze heel hard met haar voetje op de grond en balde ze haar kleine vuistjes naar me. En hoe moet je dan als vader op zo’n moment óóóóit je gezicht nog in de plooi houden? Dat lukt dus nooit. Mijn boosheid was terstonds vervlogen (waar was ik ook ooit boos over eigenlijk?) en ik was ontwapend. Onderschat dus ook nooit de macht van ooit.