Ergernissen

Schaamteloze uitbuiting van kinderen

Reklame is een gegeven. Zonder reklame te maken van je goederen en diensten raak je je waren aan de straatstenen niet kwijt. Dat snap ik. Dat reklames in de meeste gevallen ook nog eens misleidend zijn, daar kan ik me ook nog wel overheen zetten. Natuurlijk schilderen ze hun waren zo ideaal mogelijk af. Natuurlijk verkopen ze in de reklamespotjes een hoop leugens. Natuurlijk worden de addertjes onder het gras niet luid en duidelijk vermeld. Dat weet iedereen. Ik kan daar mee leven.  

Waar ik niet mee kan leven is de uitbuiting van kinderen. Wij krijgen bijvoorbeeld herhaaldelijk reklamemateriaal en proefproducten mee van het kinderdagverblijf. Dan komt mijn zoontje mij bij het afhalen helemaal verguld een mooie placemat (van een zuivelfabrikant) laten zien die hij heeft gekregen. Thuis kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om het ding weg te gooien, dus het ding ligt een tijdlang onze kinderen bloot te stellen aan reklame. Nog een voorbeeld is een gratis zak met ontbijtringetjes. Ik vind dit een heel zorgelijke ontwikkeling. In eerste instantie omdat de bedrijven kinderen uitbuiten om hun waren aan de man te brengen, maar in tweede instantie dat de organisaties die de kinderen juist zouden moeten beschermen hiervoor (de kinderdagverblijven waar je je kinderen aan toevertrouwt), hier ook nog aan mee werken.

En de R is weer in de maand. Sinterklaas en Kerst komen eraan, dus worden kinderen een extra belangrijk doelwit voor reklamemakers. Op de radio hoorde ik een speelgoedwinkel zonder enige schaamte bij kinderen bedelen om hun SInterklaas-verlanglijstjes. En om de kinderen daarvoor te motiveren maken ze kans dat ze alles dat ze op hun lijstje zetten winnen! Het doel is me duidelijk: de speelgoedwinkel wil graag weten wat kinderen zoal leuk vinden zodat ze hun logistieke organisatie zo efficiënt mogelijk kunnen runnen. Slim bedacht. En het gaat ook werken…. tenzij heel jeugdig Nederland lijsten inlevert met tenminste 500 peperdure wensjes, liefst meer. Dit is dus mijn snode plan: ik laat een paar miljoen placemats drukken die ik via de kinderdagverblijven verspreid met de oproep om massaal belachelijk lange verlanglijsten in te leveren bij de ToysXL. Nu zoek ik nog een sponsor…

In de stemming

Morgen mag het weer. Met uiterste precisie zal ik trefzeker mijn stem laten gelden. Ik stem de laatste tijd zo vaak, dat ik het al met mijn ogen dicht kan. Begrijp me niet verkeerd, ik bedoel niet dat ik het potloodpuntje op goed geluk met mijn ogen dicht op het stembiljet laat vallen. Stemmen is een ernstige zaak waarover ik geen grapjes duld. Ik heb ook geen begrip voor mensen die zeggen dat ze niet gaan stemmen. “Ik stem blanko”, zeggen ze stoer. Schei toch uit zeg! Je leeft in een maatschappij waarin het volk haar vertegenwoordigers van de wet mag kiezen. Niet kiezen staat wat mij betreft gelijk aan onverschilligheid tegenover die wetten. En kom niet aan met “waarom zou ik nog moeite doen, want de laatste tijd blijft er geen kabinet de volledige termijn overeind”. Wees blij dat wanregeringen in ons land vanzelf uit elkaar vallen in plaats van dat ze ons eindeloos blijven tergen. 

Morgen ga ik opgetogen naar het stemlokaal en laat mijn stem trots gelden. Het mag weer. Ik ben er helemaal voor in de stemming.

Schuitje varen, crisisje remmen

Zolang er wat te ergeren valt, valt er voor mij wat om over te bloggen. Dat is de pluskant. Nu de minkant.

Ik rij regelmatig langs de Drentse Hoofdvaart. Die is vergeven van de sluizen en bruggen. En ook van de plezierjachtjes met van die kijk-mij-nou-toch-eens-genieten-van-mijn-wel-verdiende-pensioen-grijsaards erop. Dit zijn de mensen uit de generatie die onze economie weer hebben opgebouwd na de oorlog. En ze zullen het snotverdorie ook weer helemaal opmaken ook! Asociale levensgenieters! Het zou maar zo kunnen dat de gezamenlijke waarde van al die plezierschuitjes ons begrotingstekort ruimschoots afdekt.

En alsof ze het ons ook nog eens even extra in willen wrijven hebben die suffe schuitjes ook nog eens voorrang op het wegverkeer. Zelfs in de spits. Dan mag je vanuit je auto, waarvan ik braaf om economische redenen de motor heb gestopt, gelaten toezien hoe je eigen dreigende pensioentekort tergend langzaam voorbij tuft. Ik haat ze!

In de kantine vanmiddag blies ik hierover al wat stoom af. Een bijna gepensioneerde haalde zijn schouders op en merkte op dat die luizenlevenslijders wel eens een remmende werking op de economische crisis zouden kunnen hebben. Zonder hun uitgavenpatroon zou de crisis immers nog wel eens veel erger kunnen zijn, zo redeneerde hij. Klink walgelijk logisch dus het zal wel waar zijn ook. Bah.

Mooi Weer Partij

Nu wisten we al dat er politieke geluiden opgegaan zijn over de verpakking van de weersvoorspellingen. Die verpakkingen moeten prettiger. Het weerbericht moet positiever. Ik vind dat dus al dikke stierenpoep. Maar toen ik las over die protestmars in Amsterdam tegen het slechte weer, brak mijn klomp. Ze eisen nota bene betere weersomstandigheden. Het moet toch niet gekker worden? Alsof weersomstandigheden beïnvloedbaar en onderhandelbaar zijn. Wat een mafkezen!

Het is dus alleen nog een kwestie van tijd voor zo’n mafkees de Mooi Weer Partij opricht. Ik zie het al helemaal voor me. De partijkleur is geel met een zonnetje als logo. Op het programma staan belachelijke zaken zoals het instellen van een wettelijke maximale neerslagnorm waarbij gemeenten die niet onder die norm blijven een boete krijgen, of een nationaal verbod op het bezit van paraplu’s en andere vormen van weerpessimisme. En zonnestudio’s moeten natuurlijk gratis worden en emigratie naar warme landen moet binnen ieders handbereik komen. Een enorme berg stierenpoep dus. Maar mafkezen te over in dit land, dus die partij maakt nog een goeie kans op zetels ook. Zucht.

Aanstaande zaterdag is de protestmars. Ik kan niet wachten tot de krantenkoppen van maandag, als het eindelijk zomerweer is: “Protestactie tegen slecht weer bijzonder succesvol!”. Laat me alsjeblieft niet lachen.

Nachtmerrie van een bumperklever

Waldo heeft een afspraak bij een belangrijke klant en hij is laat, maar als hij even gas geeft kan hij nog op tijd zijn. De weg voor hem is leeg dus hij trapt het gaspedaal van zijn zilvergrijze Mercedes helemaal in. De auto schiet gretig naar voren. De weg is van hem. Iedereen zal wijken.

Verderop doemt de eerste sukkelaar al op. Even een kort tikje groot licht en de sukkel schiet schichtig als een hert opzij. Hij is heer en meester van de weg. Dat heerlijke gevoel van superioriteit geeft hem een geweldige kick. Hij aait voorzichtig langs de zijkant van zijn hoofd. Strak in de gel. Hij checkt het even snel in de binnenspiegel. “Goeie kop”, zegt hij hardop.

Hij passeert een colonne vrachtwagens. Als slakken kruipen ze over het asfalt. Een halve kilometer verderop voegt een lullig klein autootje in op de snelweg, tussen twee van die dikke slakken. Waldo geeft nog meer gas. Tot zijn grote ergernis besluit dat kleine kutautootje ineens in te gaan halen. Het gore lef. Waldo trapt nijdig op zijn rem en gaat vlak achter het aftandse karretje rijden. Het is een roestige, oude VW Golf, met gaten in de achterklep.

Waldo stuurt een beetje naar links en kruipt er nog dichter op. Nijdig flitst hij een paar keer met zijn groot licht. De bestuurder van het golfje draait bedaard zijn raampje open, steekt een grote harige hand naar buiten en geeft hem een middelvinger. Waldo wordt woest. Rechts is er ruimte, dus hij duikt naar de rechter baan. Maar dan schiet die ouwe roestbak naar voren. Dit wordt dus persoonlijk. Waldo trapt zijn Mercedes op zijn staart, maar de Golf is belachelijk snel.

Traag gepeupel belemmert hem verderop op de rechter baan. Zonder richting aan te geven duikt Waldo weer naar de linker baan. Het Golfje rijdt nog steeds voor hem maar mindert snelheid. Even later kleeft Waldo weer aan zijn roestige, scheve bumper. Weer wordt het raampje bedaard open gedraaid. Tot zijn ontsteltenis ziet hij dan hoe de bestuurder nota bene door het raampje naar buiten klimt! Het is een bizar lange gozer met woeste, zwarte haren en borstelige wenkbrauwen.

Tot Waldo’s verbijstering klimt de mafkees op het dak van de Golf en gaat staan. Het is onmogelijk, maar de man weet zich staande te houden. Wie bestuurt nu die Golf!? Ineens beseft Waldo dat hij maar beter zijn afstand vergroot en haalt zijn voet van het gaspedaal. Hij ziet de toerenteller teruglopen, maar de afstand tot de Golf wordt geen millimeter kleiner. Hij remt flink bij, maar behalve dat de mafkees op het dak van de Golf wild met zijn armen moet zwaaien om zijn balans te bewaren, wordt de afstand tot de Golf niks kleiner. Het lijkt wel alsof hij letterlijk aan de Golf zit vastgeplakt.

Otto de Magiër kijkt naar de bestuurder van de dikke Mercedes die hij heeft gevangen. De stumper schijt nu vast zeven kleuren stront. Moet ‘ie ook maar niet zo plakken. De gril van de Mercedes is versmolten met de achterkant van zijn Golf. Tsss, hoe is het mogelijk. Otto grijnst tevreden. Wijdbeens staat hij op het randje van het dak van zijn ouwe Golfje. Zijn lange zwarte jas wappert om hem heen. Otto steekt zijn rechterhand in zijn jas, alsof hij een pistool gaat trekken. Hij lacht boosaardig. Dan springt hij op de motorkap van de Mercedes en trekt een fel brandende snijbrander uit zijn binnenzak….

Mijn Spartaanse Vlieg

Het beest zoemt zenuwachtig door de kamer. De rode knor ligt naast me op de bank. Zijn oren bewegen. Hij richt ze op het gezoem. Ik kriebel hem geruststellend over zijn buik. “Zou je die vieze vlieg niet eens gaan vangen?”, vraag ik hem. Maar hij rolt zich op zijn rug.

Intussen word ik kriegel van dat gezoemzoem om mijn kop. Het vliegt een kriebelige vlucht. Nerveuze bewegingen. Willekeurig door mijn gezichtsveld. Alsof het in wilde paniek naar iets op zoek is. Ik word er gek van, dus ik sla er woest naar. Het lukt me om de vieze vette vlieg een flinke mep te geven als het voor me langs buzzt. Met een geruststellende tik slaat het beest tegen de muur, en dan op de grond. Einde buzz. Mooi

Nu kan ik weer mijn aandacht bij de film houden. Er vliegen afgehakte ledematen en hoofden in slow motion over de buis. Die vlieg leidde me van al dat geweld af. Maar nu is hij verdelgd. De rode knor krijgt het zo meteen als snoepje. Ineens zie ik iets over de parketvloer trippelen. In een kronkelig patroon van duizeligheid. Het is die stomme strontvlieg weer. Het stijgt op en vliegt pissiger dan ooit rond de kamer. Maar het wordt roekeloos en sjeest de halogeenlamp in. Daar wordt ‘ie geroosterd als een pinda. Nog een laatste zwakke bzz en dan is het afgelopen met hem.

Leonidas werpt zijn helm af. Gooit zijn zware schild op de grond. Hij veinst zich te onderwerpen aan de overmachtige Xerxes, maar dan…buzzzebuzzzebuzzzebuzzzzzz. De onsterfelijke strontvlieg is herrezen uit zijn hoopje as. Terwijl ik als een wildeman door de kamer spring met een opgerolde krant zie ik nog net hoe Leonidas verdelgd wordt door een hemelverduisterende regen van pijlen. Mijn Spartaanse vlieg trotseert mijn toorn. Ik weet niet hoe ‘ie het doet, maar ik zweer je dat het gezoem een smalend toontje kreeg. Ik geef het op en ga maar slapen.

Liever oppervlakkig volmaakt dan diep tevreden

Pukkels, zwetende oksels, gelige tanden, grijze haren, rimpels, kaalheid. Zomaar een aantal heel normale dingen die ons allemaal kunnen overkomen. Het zijn dingen die we als onvolkomenheden zijn gaan zien en voelen, dingen waarvan we zijn gaan geloven dat we ze dienen te voorkomen en als dat niet lukt, maskeren. 

Voor elk van deze “onvolkomenheden” zijn legio middeltjes te koop om het te maskeren. De reklame’s op televisies laten ons schaamteloos geloven dat je een strak gezicht met stralende, witte tanden moet hebben, een weelderige, glanzende haardos op je hoofd moet hebben en heerlijk fris moet ruiken om succesvol in het leven te kunnen zijn.

Het meest tragische hieraan is nog wel dat het een self fulfilling prophecy is geworden. We zien in reklame’s dat mooie mensen succes hebben. Kale zwetende mannen bereiken niks. Pubers worden bestookt met reklame’s voor anti-acné-middeltjes omdat pukkelkoppen niet op coole feesten uitgenodigd worden. Met een hagelwit gebit mag je rekenen op de volle aandacht van andere mooie mensen. Met een dof gebit ben je niemand. Alleen met glanzend haar ben je echt vrij. Met dof haar moet je je verstoppen.

We worden dagelijks herhaaldelijk doodgegooid met perfecte mensen. Mensen die niet echt bestaan. Mensen die vooral stralen aan de oppervlakte. Gehersenspoeld door de media verspillen we geld aan middeltjes die ons helemaal niet gelukkiger of meer succesvol maken. Ik weet het, het is een supercliché, maar echte schoonheid zit van binnen. Iemand met een slecht zelfbeeld zit inderdaad ook niet lekker in zijn of haar vel. Volgens de reklame’s hoeven we onze onvolkomenheden alleen maar te maskeren en het geluk lacht ons vanzelf weer toe. Zo gemakkelijk en zo verleidelijk. We zijn liever oppervlakkig volmaakt, dan diep tevreden.

 

Snot, verbazing en ergernis

Met mijn kleine ventje aan de hand stapte ik in peutertempo naar de ingang van de dorpsdrogist. Een vriendelijke oude grijsaard stond voor de ingang op zijn stok te leunen. De oude man hoestte een piepende en reutelende oudemannenhoest. Vriendelijk glimlachend liet hij mij en mijn peuter, die mij er even op wees dat hij hier altijd een snoepje krijgt, voor. 

Binnen bestelde ik bij de kassa een doosje kinderparacetamolletjes en een flesje kinderneusspray. Dat is hard nodig, want er lopen ettelijke kleine en grote snotneuzen rond bij ons thuis. Pa en ma vliegen de hele dag af en aan met lotiontissues om de geelgroene snottebellen weg te poetsen. Toen ik had afgerekend stelde de drogiste de geijkte domme vraag aan mijn snotterpeuter: lus jij ook een snoepje? Nou en of natuurlijk.

Intussen was het oude heerschap ook binnen komen hobbelen en was nu aan de beurt. “Goedemorgen meneer, kan ik u helpen?”, riep de drogiste luid. Tot mijn dubbele verbazing vroeg de op zijn minst 80-plusser of ze even een pasfoto wilde maken voor de verlenging van zijn rijbewijs. Ten eerste wist ik niet dat de drogist tegenwoordig ook fotograaf was. Waarschijnlijk was dat altijd al zo en wist ik het niet. Wel handig, want ik reed voor pasfoto’s altijd een dorpje verderop. Maar ten tweede verbaasde ik me er hogelijk over dat deze man nog kan autorijden. 

Mobiele bejaarden. Je ziet ze regelmatig rijden. Bedaard kachelend over de binnenwegen. De snelwegen mijden ze gelukkig zoveel mogelijk. Ze nemen hun tijd bij de kruispunten. Ongeduldige drammertjes (zoals ik) laten ze rustig in hun eigen sopjes gaar smoren. Allemaal zinloos gehaast. Ooit waren ze zelf ook jong en onbezonnen. Het gaat vanzelf wel over in berusting. Zij kunnen het weten. Maar ík wil het nog niet weten. Aan de kant opa, want ik wil er met mijn onbezonnen woestenij tóch erg graag voorbij. Ouwe lullen achter het stuur. Levensgevaarlijk. Toch?

Koot en Bie, nu zelf al aardig bejaard, dachten er vroeger in ieder geval net zo over.