Algemeen

Spring, zweef en aai de vissen

Plotseling ben ik klaarwakker. Ik bruis van de energie. Te zien aan het licht buiten is het nog erg vroeg, maar slapen gaat echt niet meer. Ik gooi het dekbed van me af en spring mijn bed uit. In één beweging trek ik de gordijnen open. Het raam zet ik wagenwijd open en… klim naar buiten, het dak op.

Ik sta in mijn pyjama op het dak van mijn ouderlijk huis. Iedereen slaapt nog, maar de eerste zonnestralen schijnen op mijn gezicht. De straten zijn leeg en het is helemaal stil. Zelfs de vogels zingen nog niet. Ik sta daar op de nok van het dak en haal diep adem. De geur van zoete kersenbloesem en de koele geur van water vullen mijn neus.

En dan spreid ik mijn armen als vleugels en spring van het dak. Vrij! Ik zweef over de tuinen en scheer over de bomen. Als een zeemeeuw vlieg ik moeiteloos op de wind. Als ik naar beneden wil duw ik mijn armen licht naar achteren. Als ik omhoog wil spreid ik mijn armen en benen zodat de wind me weer oppakt.

Ik klim nu hoger en hoger. Cirkel boven de buurt waar ik ben opgegroeid. Het huis van mijn ouders wordt steeds kleiner. In de verte zie ik een groot meer glinsteren. Het meer trekt me en ik laat me er door de wind naartoe voeren. Ik vlieg steeds sneller, en sneller. Mijn pyama klappert in de wind. Ik heb het meer intussen bereikt en vlieg met grote snelheid over het water. Steeds sneller en steeds lager, en lager, tot ik met mijn vingertoppen het rimpelloze wateroppervlak kan aanraken.

Met mijn armen naar voren duik ik in het meer en vlieg in een rechte lijn door onder water. Dieper en dieper tot ik op enkele meters vanaf de bodem zwem. Langzaam kom ik tot stilstand en kijk rustig om me heen. Het is ontzettend helder en ik kan gewoon adem halen! Met soepele slagen zwem ik tussen de begroeiing op de bodem van het meer.

Er groeien alleen maar lange groene slierten die langzaam heen en weer wiegen. Ertussen zwemmen honderden zilverwitte vissen zo groot als mijn hand, ik weet niet wat voor soort. Hun schubben schitteren in de stralen zonlicht die de bodem weten te bereiken. Ik kan ze aanraken en ze laten zich aaien.

Als altijd word ik uitgeslapen en fris wakker. Wat een heldere, intense droom. Vroeger droomde ik dit heel vaak. Het begon altijd bij mijn ouderlijk huis. Heel af en toe komen bepaalde elementen uit de droom terug in andere dromen. Soms, als ik ren in mijn dromen dan merk ik dat ik heel ver kan springen, tientallen meters, alsof ik op de maan loop en ik droom nog dikwijls dat het me erg goed uitkomt dat ik onder water kan ademen. Het zal vast wel iets betekenen. Kom maar op met jullie analyses.

Powered by ScribeFire.

Hommel es

Een hommel bromt voorbij
aan mijn raampje
in de rijrichting
van mijn trein

Wij kruipen terug naar Haarlem
de hommel is er vast eerder
de overgangen zijn gestoord
daarom sukkelen wij

Dag Haarlem, ben ik weer
die Hommel is al in Zandvoort
Ik speel ook met die gedachte
Thuis trekt toch sterker

Ik voeg mij bij de meute
chagerijnige gezichten
gemopper en gebrom
net als die hommel

Laat het maar los
We komen er vanzelf
Kalme gedachten
Hommel es

 

 

 

bron foto: spoenk.nl

Heerlijke metalteepjes

Een lekkere stapel metalteepjes“Ik ga straks tegen de juf vertellen dat wij vanmiddag lekker metalteepjes hebben gegeten!”, zei dochtertje-lief (bijna 5 jaar) enthousiast toen ik het hele spul weer naar school bracht. “Jij maakt de allerlekkerste metalteepjes van de heeeele wereld, papa!”, slijmde ze verder. Dat doen dochtertjes bij hun papa’s: slijmen. En papa laat zich altijd gezapig om haar kleine vingertje winden.

Als ze zulke schattige dingen zegt verbeter ik haar niet gelijk, maar ik vraag: “Wát hebben we gegeten?”. Ze heeft intussen al lang door dat ze dan iets kroms heeft gezegd als ik zo’n vraag stel. Dan fronst ze haar wenkbrauwen en kijkt me nijdig aan. Als antwoord kreeg ik een jengelig: “Phaaphaahaaaa, dóe níet zo stohom!”. Ik til haar op, geef haar een kusje op haar boosgerimpelde neusje en ik zeg: “Maar ik heb je niet goed verstaan, wat zei je nou?”. Ze lacht al weer naar me, maar kijkt nog wantrouwend. En dan zegt ze zuchtend: “Ik word er zoooo moe van dat jij altijd zoooo slecht luistert”. Een blik in de spiegel.

Ik pruil mijn mond en buig nederig mijn hoofd. “Okee, sorry hoor. Ik zal beter luisteren”. En dan gaat de deur van de school open, en stormen alle kinderen naar binnen. Later als ze weer uit de school stormen vliegt dochterlief me om mijn nek en begint een heel verhaal: “Ik heb verteld dat ik metal.. eh ik bedoel eh..hihihihi..eh…o ja.. mentholteefjes heb gegeten en mag ik afspreken want ik heb de hele dag nog niet gespeeld kijk papa ik heb een tekening gemaakt en ik heb in de poppenhoek gespeeld en hier is een briefje ook voor jou”. En dan haalt ze diep adem voor de volgende lange zin. Haar tweelingbroertje kijkt me begrijpend aan en haalt zijn schouders maar op.

 

 

Een lekkere stapel  metalteepjes

 

Voordat de nieuwe woordenbrij eruit komt zeg ik snel: “Wat goed dat je het hebt verteld. Moest de juf er ook zo om lachen?”. Ze knikt en kijkt ineens weer een beetje sneu (op haar gezichtje passeren dagelijks alle seizoenen). “Maar mijn juf wist wél wat het was hoor”, zegt ze dan triomfantelijk. Zo, daar kan ik het dus mee doen. Papa is dom en de juf is heilig. En zo is het goed, want slimme kinderen hebben vaak papa’s die zich heel bewust van de domme houden.

De wentelteefjes die ik tussen de middag had gebakken waren inderdaad erg lekker.

 

Powered by ScribeFire.

Mijn Meesteres

De maandagavond is altijd van mij. Als de kinderen in bed liggen, kleed ik mij om en ga naar mijn meesteres. Zij is een charismatische dame die ik niet graag teleur stel. Ze is een guru als het gaat om het aanvoelen van je lichaam en wat het nodig heeft. Na afloop van mijn wekelijkse sessie bij haar voel ik me weer herboren en fris.

Afgelopen maandagavond ging ik ook weer opgewekt naar haar toe. Ze was nog bezig met een sessie toen ik binnenkwam in haar studio. Mijn opgewektheid verdween als sneeuw voor de zon toen ik hoorde dat ze er mee ophield voor vanavond. Ze voelde zich namelijk niet lekker. “Geef je het weer op”, flapte ik eruit. “Nou ja, ik bedoel, je moet natuurlijk goed naar je lichaam luisteren”, zei ik er snel achteraan.

Mijn meesteres ging naar huis om vroeg onder de wol te kruipen. Opzich verstandig natuurlijk. En toen kwam – nog hijgend van de inspanning van de fietstocht naar de studio – degene binnen die mijn wekelijkse sessie zou leiden in plaats van haar: een licht kalende en lichtelijk onzekere meester. Nu ik er toch was besloot ik er dan maar het beste van te
maken. Bovendien had ik al voor de sessie betaald.

In de studio zei de invalmeester dat ik mijn ogen moest sluiten. Dat deed ik. “Ik wil het rustigaan doen vanavond”, zei de meester. De meester had best een prettige stem, al moest ik mijn oren spitsen om hem te kunnen verstaan. Hij zei iets over de hektiek van de dag en dat hij deze sessie zelf ook hard nodig had. Hij begon ineens hoorbaar door zijn
keel te ademen. Ik deed maar braaf mee.

Na een tijdje moest ik rechtop gaan staan, met mijn voeten op heupbreedte. Ik keek even door mijn oogleden in zijn richting. De invalmeester had nog steeds zijn ogen gesloten. Hij stond erbij alsof hij wilde opstijgen. Licht naar voren hellend met zijn armen gestrekt, schuin naar achteren langs zijn stevige, ietwat stokkige lichaam. “Open nu je armen, met je handpalmen naar boven”, zei hij nu. “Buk nu met gestrekte rug naar voren, benen
gestrekt, zitbotjes omhoog”, vervolgde de meester. “Hou deze houding vast en adem rustig door”, klonk het nu achter mij.

Ik mocht mijn handen nu voor me op de grond zetten, en naar voren wandelen op mijn handen totdat ik in “De Hond” stond. “Strek weg die benen! Schouders laag”, zei de meester rustig maar toch ook streng. Ik deed mijn uiterste best natuurlijk. De hond is sowieso één van mijn favoriete houdingen. “Okee, prima”, zei de meester, blijkbaar tevreden, “nu mag je even de kindhouding aannemen”. Ik zette mijn knieën op de
grond en liet mijn billen helemaal naar achteren zakken. Net zover totdat ze op mijn hielen kwamen te liggen. Mijn armen lagen helemaal gestrekt voor me. Heerlijk.

Ondanks dat mijn meesteres er niet was, genoot ik toch van de sessie. De invalmeester deed het helemaal niet slecht. Na afloop van de sessie complimenteerde ik hem daarover en kreeg bijval van de anderen. Hij zei dat hij erg onzeker was over hoe het zou gaan vanavond. Hij had tot nog toe eigenlijk alleen sessies met kinderen gedaan. Dat was eigenlijk zijn specialiteit. En dat verklaarde het gevoel dat hij overbracht tijdens de sessie. Dat geduld en die vaderlijke aansporingen: “toe maar jongens, jullie kunnen het best”. Ja, hij is nog erg groen, maar heeft het misschien wel in zich om ooit ook zo’n charismatische Yoga Guru te worden als mijn echte meesteres.

Powered by ScribeFire.

Heilige bonen

Januari startte het nieuwe jaar met een aaneengesloten reeks koude,  donkere en lange winterdagen. Maar de guurste dag bewaarde ze blijkbaar voor het laatst. Het maisveld achter een oeroud houten kerkje van een kleine, vervallen gemeente is een bevroren stoppelveld waarover een doodse stilte hangt. Ondanks de onheilspellende guurheid en zijn
versleten en veel te dunne mantel maakt de dominee zijn vaste ochtendwandeling langs het bijna spookachtige maisveld. De dominee is een man van rotsvaste gewoontes en stapt onverstoorbaar naar buiten.

Door er stevige de pas in te houden, houdt de wandelaar zich warm. De kadans van de beweging van zijn benen laten de dominee in gedachten verzinken. De knotwilgen langs de kant van de sloot lijken vanuit zijn ooghoeken net mensen. Tijdens het wandelen bevroren mensen die straks weer verder lopen als de zon ze heeft ontdooid. Nee, eentje is niet helemaal bevroren en lijkt de dominee te wenken. Hij schrikt op uit zijn halve
droomtoestand.

Aan de knotwilg hangt iets dat heen en weer zwaait door de wind, dat is alles. Maar, dichterbij gekomen blijkt het een lange, dikke overjas te zijn, en nog in prima staat bovendien. En op de grond ligt een al even goede broek, een hemd, ondergoed en een paar
goed onderhouden schoenen met dikke wollen sokken erin. Verbaasd kijkt de dominee om zich heen. Er is niemand te zien zover hij kan kijken. Hij besluit de kleren mee te nemen, maar als hij een van de schoenen oppakt ziet hij iets glinsteren op de grond. Het blijkt een glimmende, rode kidneyboon te zijn dat precies het licht van de bleke zon die zojuist
achter de wolken vandaan kwam, weerkaatste. Wat en wonderlijk moment!

De gevonden jas blijkt als gegoten te zitten, en de dominee besluit het zelf te houden. Wat een geluk! En de mysterieuse kidneyboon bewaart hij eveneens in een klein kistje van gepolijst rozenhout in een kleine vitrine in zijn kerk. Hij is er namelijk van overtuigd dat hij deze boon van God persoonlijk heeft gekregen. Hoe anders had hij deze warme jas
kunnen krijgen. De boon is een duidelijk teken.

De dominee verkondigt dit zelf-ervaren wonder waar en wanneer hij kan. Vol overtuiging spreekt hij van hoop en de komst van rijkere tijden voor deze arme streek. Echter, de tijden van beloofde verbetering breken nimmer aan. De opbrengsten van de omringende boerderijen nemen alleen maar verder af en meer en meer mensen trekken weg om hun geluk elders te zoeken.

Jaren later, als de dominee zijn wonder al honderden malen plichtsgetrouw heeft verteld aan de kerkgangers die zijn diensten in zijn kleine houten kerk bijwoonden, gaat hij wederom op 31 Januari naar buiten voor zijn vaste ochtendwandeling. Het valt hem gelijk op dat de weersomstandigheden exact hetzelfde zijn als 10 jaren geleden. Boven
het maisveld hangt weer die doodse stilte. Maar er bekruipt de oude dominee geen gevoel van onbehagen. Een nieuwe boodschap wacht op hem. Wordt zijn trouwheid beloond?

Snel en onbevreesd loopt de dominee naar die ene knotwilg waaraan hij zijn nog steeds warme en schijnbaar onslijtbare jas vond. De knoestige boom heeft hij sindsdien iedere ochtend begroet. En vandaag doet hij dat ook. “Goedemorgen, oude vriend”, zegt hij. Tot zijn stomme verbazing krijgt hij antwoord, maar het is een vreemd antwoord. Een raadselachtig antwoord. Met een stem die klinkt als een straffe wind die door verdorde rietstengels giert, zegt de knotwilg: “Alleen door zaaien kunnen de vruchten van het leven worden geoogst. Uw voorgangers waren al even egoïstisch”.

Nederig knielt de dominee voor de boom neer. “Heer, geef me meer aanwijzingen, zodat ik uw opdracht alsnog goed kan uitvoeren”. Maar de wilg zwijgt. De dominee denkt een lange tijd na, maar begrijpt dan nog steeds niet wat de boodschap die hij zojuist ontving betekent. Moedeloos staat hij op en verzucht: “Heer, u heeft ongetwijfeld wijs gesproken, maar ik mag een boon worden als ik u begrijp”. De wilg lijkt daarop een diepe zucht te slaken en spreekt: “Uw opofferingsgezindheid zuivert uw falen. Uw wens geschiedt”.

Bij een doodnormale sloot dat langs een maisveld loopt, niet ver van een vervallen en nagenoeg verlaten dorp met een heel oud, houten kerkje,  hangt een lange, warme jas te wapperen aan een oude knotwilg, wachtend op een waardiger drager.

Powered by ScribeFire.

Voetwanten

Ik kom er rond voor uit: ik vind het helemaal niks, die Uggs. Het zijn vormeloze leren, met schapenwol gevulde wanten voor om je voeten. Ze zijn er nog niet voor mannen geloof ik, maar dat is een kwestie van tijd, want ongetwijfeld is er nu ergens een mode guru bezig een Ugg for Men te ontwerpen (iedereen beweert tegenwoordig te weten wat mannen willen).

Vormeloze voetwanten dus. Ja, best lekker warm natuurlijk in deze winter, maar de mode schrijft kennelijk ook voor dat je die uggs al gaat dragen in de nazomer en blijft aanhouden tot ver in het voorjaar. Paris Hilton (als ik haar zie vormt zich vanzelf een walgneiging in mijn strot die kwa klank wel wat weg heeft van “ugghhh”) doet dit immers ook. Dus wat doen alle bakvissen van Nederland? Juist, die doen dat dus ook, want je kan natuurlijk niet af wijken van wat cool is. Kom op zeg, zelf denken en een eigen mening hebben kan niet als je in de puberteit bent. Stel voor, dan hoor je er ineens niet meer bij.

Natuurlijk heeft de puberteit alles te maken met het ontdekken van je eigen identiteit. Er
zijn maar weinig pubers die er al eentje hadden voor ze in de puberteit kwamen. De uitzonderingen daarop zijn dan ofwel trendsetter ofwel loser in de ogen van de rest. Maar goed, experimenteren met stromingen (in mijn puberteit kon ik kiezen uit kakker, boer of alto) hoort bij die ontdekkingstocht. Mijn dochter is gelukkig nog lang niet toe aan de
puberteit. Dat duurt nog een jaartje of 10. Ik ben benieuwd of ik mijn kinderen als ouder goed kan bijstaan in hun ontdekkingstocht. Natuurlijk zijn pubers geneigd om te denken dat hun ouders het slechtste met hen voor hebben en dus het tegenovergestelde doen van wat je adviseert….

Dus dochterlief: koop Uggs! Ze zijn echt rete-vet-cool-gaaf.

Powered by ScribeFire.

Parkiet komt om bij woningbrand. Thieme stelt kamervragen.

Vanavond zag ik dit nieuwsbericht: “Woningbrand in Haren; Parkiet overleeft brand niet”.
Vooral de vermelding dat de parkiet sneuvelde valt mij op. Dat er brandschade is, dat diverse huizen een tijdje zonder stroom zaten en dat er misschien mensen ternauwernood aan gewisse dood zijn ontsnapt, vergeet ik helemaal. Die parkiet is dood. Morsdood. Gestikt door de rook? Of levend geroosterd? Heeft Tuffie (mijn eigen parkietje heette vroeger zo) geleden?

In het bericht staat dat de brand waarschijnlijk is veroorzaakt door kortsluiting. Stond de kooi van die arme parkiet misschien op de televisie en veroorzaakte de parkietenpoep die in al die jaren dat Tuffie op de TV stond in de TV was gevallen misschien wel de kortsluiting (best plausibel toch? Eén van de belangrijkste brandveroorzakers in de VS is ironisch genoeg kortsluiting veroorzaakt in aquariums…). In dat geval valt de parkieteigenaren te verwijten dat ze nalatig zijn geweest in de zorg voor hun huisdier. Zet nooooooooit je parkiet op je TV!

 

 

Als Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) hier maar geen lucht van krijgt. Ik zie de krantenkoppen al voor me:

 

 

Parkiet komt om bij woningbrand. Thieme stelt kamervragen.

 

 

 

 

update:

Net zie ik ook dit bericht (ook via 112-Groningen): Kat komt om bij brand op zeilschip Farmsum – http://url4.eu/1CrGG

 

Zie ik een trend?

 

Powered by ScribeFire.

Koffiesnobisme

Iemand zei ooit eens tegen me: “jij mag je nu tot de koffiesnobs rekenen”. Het betreft een oude kennis van me in de VS, die prat ging op zijn eigen koffiesnobisme. Je weet wel, zo iemand die zijn koffiebonen zelf maalt en alleen single blend Arabica wil. Liefst shade grown natuurlijk, spreekt voor zich. Deze kennis zei het tegen me omdat ik me in de periode dat ik in de VS woonde vanwege mijn visumstatus nogal veel tijd had om koffie te drinken (lees: werkloos) en me nogal verdiept had in koffie. Ik las over de historie van koffie, over het productieproces van koffie, de beste manieren om koffie te zetten en natuurlijk ook kookrecepten en bakrecepten met koffie als ingrediënt (hopjesvla is er toevallig ook eentje). En al die kennisvergaring werd mogelijk gemaakt door het feit dat in Amerika in veel staten lidmaatschap van bibliotheken gratis is. Dus deze zuunige Hollander las zich helemaal binnenstebuiten.

Maar goed, ik werd dus gebombardeerd tot koffiesnob. Ik vond het zelfs een compliment, terwijl een snob volgens de wikipedia in het algemeen iemand is die denkt dat hij in wezen meer is dan anderen op grond van afkomst, kennis, intellect of rijkdom. Slik! Bovendien staat in hetzelfde wikipedia-artikel ook nog eens dat snobisme door sommigen wordt beschouwd als een burgelijke neurotische reactie op het als doelloos beschouwde alledaagse grauwe bestaan. Zo, dat zet je wel even aan het denken hoor!

Dus als ik even mag resumeren ben ik als het om koffie gaat een pretentieuze bal die zich af wil zetten tegen de grauwe alledaagsheid van zijn leven.
Poe hee. ’t Is dat ik het zelf zeg, want anders kreeg ik een plens loeihete koffie (uiteraard zorgvuldig zelf gebrouwen van zorgvuldige geselecteerde en zelf gemalen, 100% pure Costaricaanse Arabica bonen) in mijn gezicht.

Het is dan maar goed dat ik onlangs behoorlijk van mijn geloof ben gevallen. Ik geloofde namelijk heilig dat de Senseo tot het laagste van het laagste behoorde in de koffiekringen. Ik keek op Senseokoffiedrinkers neer. Senseokoffie zit in het grijze gebied tussen filterkoffie en espresso. De Senseo is de “poor man’s espresso machine”. Ik vond Senseokoffiedrinkers dom en gemakzuchtig bovendien. Dom omdat de pads nogal duur zijn terwijl ze al na enkele dagen niet meer lekker kunnen zijn want gemalen koffie is kwa smaak maar enkele dagen houdbaar. Na 3 dagen smaakt de beste gemalen koffie naar in water geweekte, bruine, gerecycled papieren zakken.

Ik vond Senseokoffiedrinkers altijd gemakzuchtig omdat ik de Senseo zo’n typisch
“fast life style” product vind. We hebben tegenwoordig een druk bestaan en de media speelt daar heel handig op in met producten zoals magetronmaaltijden, drinkontbijtjes en dus ook de Senseo. Alles voor de gemakzucht en de onwil om tijd te maken om echt te genieten. Hierin geloof ik eigenlijk nog rotsvast. En in de voornoemde domheid geloof ik
ook nog steeds.

En toch staat er sinds kort een Senseo op mijn aanrecht. Mijn vrouw kocht hem omdat ze dat gedoe met die zelfgemalen koffie zat was. Ondanks mijn zeer verfijnde kennis en kunde op het gebied van koffiezetten vond mijn vrouw (en mijn hele schoonfamilie) mijn koffie ronduit smerig. Ik verweet ze tijdenlang dat het aan hun grove, onderontwikkelde smaakpapillen lag en voelde me miskend. Ja ja, wat een drama. Maar die Senseo staat er ineens toch. Aanvankelijk zwoer ik het ding niet te gebruiken. Maar je voelt hem al aankomen, ik ben gezwicht. Ik leid namelijk toch best een druk leven en vind het maar wat gemakkelijk dat je in korte tijd een acceptabel bakkie leut kunt zetten.

Conclusie: ik ben weer neergedaald tussen de gewone Senseokoffiedrinkers. Mijn mooie dure koffiemolen staat naast de Senseo en gebruik ik zelfs ook nog, want ik heb namelijk twee navulbare koffiepads van Sinterklaas gekregen zodat ik me toch nog een beetje boven het Senseogepeupel kan verheffen. Maar de koffie met de echte pads wordt eerlijk gezegd toch wel lekkerder en scheelt een hoop geknoei met versgemalen koffie, en ik drink zoveel koffie dat een zak koffiepads binnen drie dagen op is…

stroom opwekken als je de pijp uit gaat

Vraag me niet hoe ik erbij kwam om op de website van “Uitvaart in Nederland” te kijken. Ik denk dat ik struikelde. Anyway, ik kwam er terecht en las daar op hun nieuwspagina (hier, om precies te zijn) dat een Taiwanees crematorium op het lumineuze idee is gekomen om de hitte die vrijkomt bij de crematie om te zetten in elektriciteit zodat ze daarop de koffiemachine en de airco konden voorzien van de nodige stroom.

Ik vind het geweldig! Lieve mensen, als ik sterft dan wil ik niet de grond in, niet in een urn belanden en niet verstrooid worden (want dat ben ik al). Nee, ik wil dan het net in en door de hoogspanningskabels knetteren. Wat zou het fantastisch zijn als die optie er zou komen. Natuurlijk doneer ik al mijn bruikbare organen als dat kan, maar de rest van mijn vlees mag als brandstof worden gebruikt om energie op te wekken.

Verbranden lijkt mij alleen niet de meest rendabele vorm van energie opwekken. Nee, misschien is het beter als ze het lichaam eerst in een vat stoppen waarin het zelf de chemische processen ontketent om te veranderen in een batterij. Die batterij wordt dan bijgezet in een ondergrondse batterijkamer en aangesloten op het elektriciteitsnet. Zo
keer je na je dood dus even terug als stroompje. Het moet toch een geruststellende gedachte zijn voor de nabestaanden dat hun nachtlampje mede dankzij jou brandt.

En als die lijkbatterij helemaal leeg is, dan ga het gewoon naar de vuilverbrandingscentrale zodat je ook nog bijdraagt aan bijvoorbeeld de stadsverwarming in Amsterdam-West (EAB zet daadwerkelijk afval om in energie voor Amsterdam-West).

Dus, beste uitvaartondernemers, stort u zich op dit gat in de uitvaartmarkt. U kunt ongetwijfeld rekenen op de vele fanatieke groenen van Nederland. Duurzaam de pijp uit gaan wordt het helemaal.

Wat mannen willen?

Dat is wat ik de laatste tijd veel hoor tussen de televisieprogramma’s door: “Wat mannen willen”. Klaarblijkelijk willen mannen zalfjes en smeerseltjes om te voorkomen dat hun gezichtshuidjes uitdrogen. Ja, vast. We heten namelijk niet allemaal Umberto Eco over wie mijn eigen vrouw zegt dat hij er erg goed uit ziet en dat ze duidelijk kan zien dat hij zijn gezicht goed verzorgt. Een andere favoriet in de lijst van knappe mannen van mijn vrouw is Pierce Brosnan die naast Brits geheimagent nu ook verzorgde man speelt voor Loreal. Verrader!

Als je het mij vraagt willen de meeste mannen vanuit zich zelf helemaal geen antirimpelcremepjes en vochtinbrengende zalfjes. Bovendien zijn we al genoeg tijd kwijt met het gladscheren van onze ruige smoelen. Ikzelf scheer me 2 of hooguit 3 keer in de week (in de vakanties nog minder vaak), omdat ik geen zin heb om dat elke dag te doen. Dat gekras met die messen over je gezicht lijkt mij verder ook niet heel bevordelijk voor de conditie van je huid. En dat haar dat groeit daar toch met een reden? Bescherming van de huid misschien?

Nee baarden zijn vies en ze kriebelen, vinden de meeste vrouwen (die van mij vindt dat ook). Vele mannen scheren zich dan ook om het zachte, verzorgde huidje van de vrouwen met wie ze het bed delen te beschermen (lees: om de kans op seks te vergroten). De andere reden waarom wij onze stoere kinnen scheren is als we strak in het pak moeten voor zoiets als een bruiloft, begravenis of sollicitatiegesprek.

Dus regelmatig mishandelen de mannen hun gezichten met aggresieve scheergels en vieze scheermesjes. Ja, eigenlijk moet je een scheermesje maar 1 keer gebruiken, maar daarvoor zijn ze vaak net weer te duur dus we gebruiken ze vaker. Meneer Gilette heeft dat heel goed begrepen: maak een produkt dat wordt verbruikt en weggegooid, zodat we er veel van kunnen verkopen. Na 3 keer scheren zijn ze bot, dus ik gooi elke week een paar gram staal in de vuilnisbak. Ik scheer dus met tegenzin, maar onder al die maatschappelijke druk doe ik het toch maar, en intussen gelooft de hele wereld dat het iets is wat mannen willen. En een verdere stap naar de versofting van ons ooit stoere imago is dan de druk op mannen om huidverzorgende middeltjes te gaan consumeren. Want, dat is wat moderne mannen willen. En het ellendige is dat we het door al dat scheren ook nog nodig hebben ook.

Ach, Loreal en Nivea zijn niet de enigen die appelleren aan wat mannen zouden willen. Heineken denkt ook te weten wat mannen willen. Kijk maar eens naar het filmpje hieronder.

Tja, de commercie heeft ons in de greep. We worden met zijn allen dagelijks gebrainwashed en weten eigenlijk helemaal niet meer zo zeker wat we willen. Ik beweer niet dat ik geheel ongevoelig ben voor wat de commercie zoal op ons projecteert, maar ik probeer wel kritisch te blijven. Ik vrees echter dat de Goedheiligman mij dit jaar een tube hele dure dagcreme voor mannen kado gaat doen en dat hij in zijn grote boek gaat bijhouden of ik het braaf gebruik. Zucht.

Powered by ScribeFire.