natuur

Ik ben natuurlijk geen techneut, maar…

Dit hoor ik toch zo vaak: “ik ben natuurlijk geen techneut, maar…”. Nou ben ík toevallig wel een techneut en vraag mij dus iedere keer, steevast, als ik iemand een zin met die woorden hoor beginnen, twee dingen af. De eerste vraag die me door de kop schiet is: Hoezo zijn techneuten niet natuurlijk? Het is niet zo raar dat ik dat denk, want de persoon zegt letterlijk: “ik ben natuurlijk geen techneut”, dus het is blijkbaar onnatuurlijk om wel een techneut te zijn. Mensen horen blijkbaar natuurlijk géén techneuten te zijn.

Ten tweede vraag ik mij dan ook af waarom niet-techneuten dan toch steeds in de huid van techneuten willen kruipen. Dat is toch tegen je natuur? Het is wat die “maar…” suggereert. Na de “maar” komt altijd een poging om een technische verklaring of uitleg te geven over iets waar ze natuurlijk geen kaas van hebben gegeten. Daarom verontschuldigen ze zich alvast vooraf. Ik ben natuurlijk geen techneut dus alles wat ik nu ga beweren zou natuurlijk best wel eens niet helemaal kunnen kloppen maar neemt u het mij dan alstublieft niet kwalijk.

Sommige mensen beginnen hun verhaal ook heel bewust met “ik ben natuurlijk geen techneut, maar”. Zij gaan dan iets zeggen dat “nogal tamelijk evident” is en door techneuten over het hoofd is gezien. Ha, en dan hebben we een inwrijver te pakken. En het betekent dus dat die arme, onnatuurlijke techneuten geen domme fouten mogen maken, want dan worden ze natuurlijk gelijk aan de schandpaal genageld. Gelukkig hebben techneuten van onnature dan gelukkig wel een hele dikke olifantenhuid…

Powered by ScribeFire.

De Zure Victoria’s

Bij ons in de voortuin staat een grote pruimenboom. Een week of 5 geleden, voor wij op vakantie gingen, waren zijn takken al zwaar van de pruimen. Allemaal nog lang niet rijp. Het zijn overheerlijke Reine Victoria‘s, genoemd naar Queen Victoria. Na onze vakantie zouden de eerste pruimen al rijp zijn en zouden we tot achter in oktober nog pruimen kunnen plukken. Vorig jaar heb ik zeker een keer of 8 een wasteil vol pruimen geplukt van de takken waar ik bij kon. Veel te veel pruimen voor ons alleen. Liters pruimenjam heb ik gemaakt en aan vrienden en familie uitgedeeld.

Wie schetste onze verbazing toen wij dit jaar na onze vakantie bij de pruimenboom gingen kijken. Geen pruim meer te bekennen aan de hele boom! Zelfs niet aan de hoogste takken. Ook op het gras onder de boom viel afgekloven pruim noch pit te ontdekken. Wie of wat de dader ook moge zijn, hij nam of zij nam (of namen) geen halve maatregelen. Komplete leegroof en voor zover ik kan ontdekken ook geen sporen van de illustere dader(s).

Het vreemde is dat de pruimen nog niet eens halfrijp hadden kunnen zijn toen ze heimelijk werden geplukt. Ze waren dus nog bepaald niet te pruimen die pruimen. Het heeft de daders blijkbaar niets uitgemaakt. Misschien ging het ze wel specifiek om het pruimenzuur. Misschien zijn onze pruimen juist bedoeld om mensen zuur te houden, in plaats van zoet. Ik stel me nu ineens een gemeen gniffelende heksenkring voor dat ergens in de Drentse bossen, bij volle maan rond een ketel bubbelende zuurpruimenjam danst. Ze noemen zich “De Zure Victoria’s”. Afzichtelijke, oude  mopperpotten met vreselijk zure pruimen…

Queen Victoria (Bron: Wikipedia; ze kijkt eigenlijk verdacht zuur op deze foto...)

Powered by ScribeFire.

Zoef plat

Omdat het nog heerlijk warm was had Zoef besloten om nog even een nachtelijk ommetje te maken voor hij onder de wol ging. Maar het was erg donker in het bos en hij verdwaalde. Een klein beetje maar, hield hij zich voor. Weldra zou hij de bekende weg weer hebben teruggevonden. En jawel, daar zag hij al weer wat bekende bomen. Haastig rende Zoef ernaar toe.

Aangekomen bij de bomen die hij eerst meende te herkennen zag Zoef dat hij voor de gek was gehouden. Deze bomen hadden hem nóg verder van Het Grote Dierenbos weggelokt. Zoef raakte nu in paniek en begon nu in het wilde weg rond te rennen. Plotseling rende hij het bos uit. Hij stond aan de rand van een kale, grauwe strook met witte strepen erop. In de verte hoorde hij een zoevend geluid.

Zoef keek in de richting waar het geluid vandaan kwam. Daar zag hij twee felle lichten die met hoge snelheid op hem afkwamen. Het geluid werd ook steeds luider. Zoiets angstaanjagends had Zoef nog nooit gezien. Dit moest hij even heel goed bekijken zodat hij de andere dieren dit gevaar precies kon beschrijven. Dus hupte hij dapper over de witte streep. De grond voelde ruw onder zijn pootjes. Zoef huiverde. Ineens waren de lichten weg, maar het zoevende geluid hoorde hij nog wel. Zoef liep nog iets verder de kale strook op om te kijken waar de lichten nou toch waren gebleven.

En toen waren de lichten er ineens weer. Zoef werd er totaal door verblind. Hij probeerde weg te springen, maar wist niet meer waar de bosrand was. Zoef bevroor van angst. Met grote ogen zag hij de lichten op zich afkomen. Het gezoef werd een oorverdovend geraas en gebulder. En toen was Zoef plat.

Het was 1 uur ’s ochtends en ik was op weg terug naar huis. De haas kwam uit het niets en ik kon hem niet meer ontwijken. Er was een harde klap en ik voelde hoe ik het arme dier verpletterde onder de banden. Op een parkeerplaats laat ik even de adrenaline eruit beven. De volgende ochtend blijkt de voorbumper ontzet en er kleeft flink wat bloed aan het rechter achterwiel en het spatbord. En ik denk dan: gelukkig was het maar een haas en geen hert…

Powered by ScribeFire.

Een rat kan niet kotsen

Het schijnt dat ratten niet kunnen kotsen. Ik las dit toevallig op wikipedia omdat ik wilde weten welke kleur gal heeft. Omdat ik een verband zag met ergernis, dacht ik aan een mengsel van groen en geel. Klopt dus als een bus. Ik leerde er ook nog even bij dat groengeel in het Grieks cholè is, en dat De Klere (Cholera) dus is vernoemd naar de gal. Maar die arme ratten hebben geen galblaas. En daarom worden ze dankbaar gebruikt in onze laboratoria, want ze kunnen immers toch niet kotsen.

Zeg nou zelf, dat is toch bijzonder praktisch? Het scheelt een heleboel viezigheid en zure stank in je laboratorium. Je kunt een rat volproppen met allerlei chemicaliën zonder dat het beest deze – volkomen terecht – weer uitbraakt. Mensen die zwaar op de hand zijn noemen we cholerisch en zwartgallig. Deze mensen hebben blijkbaar een overactieve galblaas en spuien voortdurend gal. Maar een rat is fysiek niet in staat om gal te spuien. Dus je zou kunnen zeggen dat ratten van nature altijd heel zonnige karaktertjes hebben. Nooit zwaar op de hand, altijd blij en optimistisch. Ratten kunnen niet klagen. De ironie is hier zo schrijnend. Ik wordt er gewoon gallisch van!

Powered by ScribeFire.

Bewogen door het Drentse landschap

Dwingelderveld, in mooie weekenden loopt heel Nederland daar en soms ook half Duitsland. Vandaag heb ik de natuur helemaal voor mezelf.

Ik loop zo snel mogelijk bij de weg vandaan die dit mooie gebied doorklieft. Het geraas van het verkeer stoort. Jammer genoeg draagt dat geluid nu heel ver omdat de bomen zo kaal zijn.

Het is bijna windstil en kil. De vennen zijn omringd door dorre bomen. Niets beweegt. Zo doods en zo vredig. Ik laat me erdoor bewegen. Wervelende gedachten dwarrelen rustig neer terwijl ik mijn pad volg.

Een jonge berk buigt zich over mijn pad en lijkt me aan te moedigen om dit pad te blijven volgen. Ik volg het advies. Even later breekt zelfs de zon even door. De bleke stralen worden weerkaatst door de talloze waterpoelen om me heen. Een schitterend moment dat zich niet liet pakken door de lens van mijn telefoon. Waarom zou het ook?

Struisvogel versus nijlpaard.

Gek genoeg stond er op een ochtend ineens een nijlpaard in de achtertuin. Het beest maakte een verwarde indruk maar zag er verder gezond uit. Ik kreeg het gevoel dat ik iets moest doen. Er werd iets van mij verwacht. Maar wat? Ik besloot om een kop koffie in te schenken in de keuken. Na een kop koffie ziet de wereld er vaak eenvoudiger uit.

Nippend aan een dampende espresso liep ik terug naar de woonkamer. Ik keek strak naar de grond, want pas als ik de koffie op zou hebben zou mijn tuin er weer zo eenvoudig uitzien als het er altijd uitzag. Met mijn ogen dicht genoot ik overdreven van de veel te bittere, hete koffie. Even later was mijn kopje leeg en had ik er spijt van dat het geen dubbele espresso was. Ik haalde me mijn tuin voor de geest, nog steeds met de ogen gesloten. Met extra energie verdrong ik het beeld van een nijlpaard: ik maakte als het ware een antinijlpaard. Langzaam opende ik mijn ogen.

Het nijlpaard bleef onvermurwbaar realistisch. Draaiende met zijn (of haar?) staart sproeide het dier een zeer realistische fontein van nijlpaardenpoep over mijn gazon. Weer hing die verwachting in de lucht. Ik stond op het punt om dan maar de dierenbescherming te bellen, maar ik bedacht me. “Wát staat er in uw achtertuin???” Bovendien leek het nijlpaard niet in nood te zijn. Het had hooguit honger, maar dat probleem werd al door het gazon dat nodig moest worden gemaaid, opgelost.

Geen dierentuin in de buurt, maar nijlpaarden blijken ’s nachts, terwijl ze op zoek zijn naar graasland, met gemak 10 kilometer te kunnen wandelen. Wie weet had mijn nijlpaard tijdens zijn dwaaltocht al diverse gazonnetjes kaal gegeten. En daarin zat dan ook de oplossing van mijn situatie. Het nijlpaard zou vanzelf wel weer verder gaan als het in mijn tuin geen voedsel meer kon vinden. Gelukkig, ook deze uitdaging kon worden aangevlogen met de struisvogelmethode. Ik hoefde alleen maar te doen alsof er niets aan de hand was en wachten tot het vanzelf een probleem werd van iemand anders.

Het gadgethaantje

Het gadgethaantje is een vogeltje dat vooral goed gedijt in welvarende gebieden. Het meest in het oog springende aan het gadgethaantje zijn zijn glanzende pootjes. Verder kenmerkt dit vogeltje zich door de vertikale witte strepen over zijn verder saaie, antracietkleurige verenkleed. Bij de meeste vogelsoorten zijn het de mannetjes die opvallend gekleurde veren hebben, maar zo niet de gadgethaan. Het is eigenlijk een saaie piet.

Om indruk te maken op de wijfjes – de zogeheten gadgetgansjes – dost het gadgethaantje zich uit met de duurste gadgets die het zich kan veroorloven (desnoods steekt het zich tijdelijk in de schulden). Eerder gebruikte gadgets worden niet opnieuw gebruikt. Het gadgethaantje wil alleen state of the art gadgets. De biologen zijn het er nog niet helemaal over eens of het gadgethaantje daarmee alleen indruk wil maken op een wijfje. Het lijkt er namelijk meer op dat ze met hun gadgets vooral de oogjes van andere haantjes willen uitsteken. Vooral bij jonge gadgethaantjes is dat gedrag opvallend sterk. De roep van de gadgethaan bestaat uit een uiteenlopende reeks poenerige klanken. Een veel gehoord geluid is een honend “loooooser!!!”.

Domme jonge gansjes willen nog wel eens paren met jonge gadgethaantjes, wat in vrijwel alle gevallen leidt tot een nest vol kleine verwaande gansjes en zelden nieuwe haantjes. De meeste gadgethaantjes vinden dan ook pas een geschikt wijfje als ze wat ouder zijn. Vermoedelijk is het precies andersom: het wijfje acht een haantje pas geschikt wanneer het wat ouder is. Hij moet hebben bewezen dat zijn kapitaalkracht niet alleen groot is, maar ook groot blijft. De wat rijpere gadgethaantjes zijn ook trouwer en blijven doorgaans bij het eerste gansje waarmee ze paren. Waar die trouwheid vandaan komt weet men niet precies. Het is waarschijnlijk te verklaren door het simpele feit dat gadgethaantjes hun koopgedrag niet eindeloos financieel kunnen volhouden. Zodra hij een geschikt vrouwtje heeft gevonden verdoffen zijn poten en koopt hij steeds minder vaak gadgets (met een piek rond middelbare leeftijd, dat wel). Zijn geld stroomt voornamelijk naar het interieur van het nest, de garderobe van zijn gansje en naar de eerste gadgets van zijn zonen.

Powered by ScribeFire.