De kans is aanwezig dat het morgen gaat regenen. De kans is aanwezig. Maar dat kunnen kansen helemaal niet. Aanwezig zijn. Een kans is niet tastbaar en kan daardoor nergens fysiek aanwezig zijn. Een kans heeft geen bewustzijn dus kan deze ook nooit mentaal of geestelijk aanwezig zijn. Zijn er nog andere vormen van aanwezigheid? Die vraag doet er eigenlijk niet eens toe. Ik begrijp best dat er bedoeld wordt dat de kans bestáát dat het morgen gaat regenen. Over de proporties van die kans krijg ik geen informatie. De kans dat ik de voorspelling serieus neem is dus volkomen afwezig. En als het morgen regent, is het zuur.
voorspelling
Bromspiratie
Terwijl mijn barbier (zo noemt hij zichzelf sinds hij ook baarden verzorgt) mijn woeste bos krullen fatsoeneerde, ging regelmatig de telefoon. Hij liet hem lang “rinkelen” (het geluid kwam daar eigenlijk in de verste verte niet mee overeen). Maar uiteindelijk liep hij toch naar de telefoon en nam op. Na een paar seconden bromde hij: “Vandaag niet meer, maar morgenmiddag heb ik nog wel een gaatje”. De barbier krabbelde iets in een boek en liep weer naar mijn stoel. “Wie belt er tegenwoordig nog voor een knipafspraak?”, vroeg ik. Volgens mijn brommende barbier vooral nog heel oude mensen. De meeste klanten plannen via de website een afspraak, volgens hem. “Bellen is ook wel heel ouderwets, hè? Wenkbrouwen ook even meenemen?”
Ik vroeg me af hoe ik in een verre (heel verre) toekomst als ik zelf heel oud ben, mijn knipafspraken regel. Ik zal dat natuurlijk nog ouderwets online doen. Met een aftandse laptop. Tegen die tijd zullen slimme spiegels automatisch die afspraken voor ons willen plannen, maar dat zal ik allemaal niet willen begrijpen. En terwijl ik daarover mijmerde begon mijn barbier ineens over een robotstofzuiger die hij voor zijn verjaardag kreeg. “Ik heb er alleen maar méér werk van, want je moet eerst alles opruimen wat iedereen laat rondslingeren!”, brieste hij. En toen wist ik het: ik moet mijn genoegelijk briesende brombarbier zo lang mogelijk koesteren. Want hij wordt nog voordat ik heel oud ben vervangen door een zacht zoemende kniprobot, die per instructie van mijn spiegel vanzelf mijn woeste grijze manen en wenkbrouwen zal kortwieken. Wat ik je brom.
Flitsbezorgd
Is het erg als de supermarkt zou verdwijnen? Die vraag houdt me de laatste dagen bezig. Dat kwam door de Jumbobaas. Jumbo is namelijk sinds kort gaan samenwerken met flitsbezorgdiensten zoals Gorillas. Wil je net impulsief een cake bakken, maar zijn de eieren op? Een kwestie van een handige swipe en tik op een app en binnen 10 minuten zijn ze flitsbezorgd. Door een flitsende bezorgfietser. Vooral jongeren zouden hiervan veel gebruik maken. Die jeugd van tegenwoordig ook. Straks verdwijnt dankzij hun ongeduldige gemakzucht mijn vertrouwde supermarkt nog. Een schrikbeeld. De Jumbobaas noemde dit “met de tijd meegaan”. En hij voorzag ook dat er supermarkten zullen gaan verdwijnen. Eigenlijk vrees ik dat hij gelijk heeft.
Ik moet ook denken aan de impact van de opruk van diezelfde supermarkten destijds op de “kleine winkels” . De supermarkt heeft menige groenteboer, slager en warme bakker doen verdwijnen. En nu wordt de supermarkt dus door de MKB-ers aangevallen vanuit een andere hoek. Die flitsbezorgdiensten maken nog totaal geen winst, maar dat is een kwestie van tijd. Het is een kwestie van groei realiseren in je marktaandeel. En dat zal snel gaan. Vooral in dichtbevolkte gebieden. Het is dus waarschijnlijk wel verstandig om je als grote supermarktketen niet te laten inhalen, maar je nieuwsgierig op te stellen en de samenwerking te zoeken. Om de aanval van de gorilla’s te overleven moet een supermarktketen wellicht filialen sluiten. Dat zou ook zomaar een dorpssuper kunnen zijn, die eigenlijk onvoldoende rendabel is. Misschien betekent dat wel de revival van de groenteboer en de slager. Misschien is dat wel helemaal niet zo erg dus.
Ik zie mezelf op korte termijn trouwens nog geen gebruik maken van flitsbezorgservices. En dat zegt een fanatieke online shopper. Ik zou namelijk niet graag mijn verse waren laten uitkiezen door een ander. In de supermarkt pak ik altijd de achterste zuivelpakken, want vooraan staan de pakken met de kortste houdbaarheid. En bij de groenten laat ik alle kneuzen liggen. Ik zou voor zo’n flitsbezorger een lastige klant zijn dan. De bananen niet te groen graag, maar ook niet met teveel bruine vlekken. En controleer alstublieft even of de eieren allemaal heel zijn. Graag ook even de rijpheid van de pompoen controleren door erop te kloppen. Nee, ik doe dat liever zelf. En nu zal ik dat met nog meer verve doen, om mijn fijne, vertrouwde dorpssuper te behoeden voor sluiting.
Misschienmoeheid
Buiten, in de natuur, speelt onze crisis totaal geen rol. Of misschien toch. De natuur kan veel ongestoorder z’n gang gaan nu de mensen binnen blijven. De natuur is bij mij om de hoek, dus ik breng het dan af en toe maar een bezoekje. Die natuur heeft geen weet van onze coronacrisis, en dat zou ik zelf ook best willen.
Eigenlijk wil ik over covid-19 alleen weten wat er toe doet. Ik wil alle misschiens en waarschijnlijkheden dus liever niet horen. Dat we misschien toch niet imuun kunnen worden, of waarschijnlijk toch wel als je symptomen niet te licht waren, heb ik niets aan. Dat het virus zich zo snel kan muteren dat we misschien wel nooit imuun kunnen worden, wil ik al helemaal niet horen. Ik leid aan misschienmoeheid. Doe maar mij maar zekerheden. Dat wil natuurlijk iedereen.
Nou wil ik natuurlijk ook niet per se horen dat op (bijvoorbeeld) 18 september 2031 rond theetijd covid-31 (het tot killervirus doorgemuteerde covid-19) zal uitbreken en dat deze waarschijnlijk een sterfte-ratio van 20% zal hebben. Laat doemscenario’s ook maar weg uit het nieuws. Doe mij dan maar vooral opbeurende zekerheden dan. Zo van: Het is aangetoond dat onbaatzuchtigheid je imuunsysteem tot 80% effectiever maakt in de bestrijding van net gelijk welk virus. Lang leve de naïviteit natuurlijk, maar ik ben nou eenmaal een onverbeterlijke optimist.
De weide
Tijdens een lange wandeling met een goede vriend hoorde ik mezelf zeggen dat ik nog lang niet uitgekeken ben op de weide waarin ik rond huppel, omdat ik nog lang niet aan alle bloemen had gesnuffeld. De weide stond in die zin voor het werk dat ik momenteel doe. Ik put er ontzettend veel levensplezier uit, en dat kan ik nog heel lang doen. Het is een uitgestrekte weide. Het reikt tot aan de horizon.
Ooit waren de goede vriend en ik collega’s. We konden het van meet af aan goed vinden met elkaar. We hebben hetzelfde gevoel voor humor. Zoiets schept meteen een band. Nu hebben we het type vriendschap waarin je elkaar soms jaren niet ziet, maar elkaar niet vergeet.
En omdat we elkaar niet uit het oog waren verloren, dwaalden we samen door het bos. Ons gesprek dwaalde ook alle kanten op. Het ging dan weer over toen, dan weer over nu. Toen waren we naïef en gelukkig. Nu waren we veel wijzer. Toen waren we collega’s. Nu zijn we lotgenoten.
Lotgenoten. Twee mannen met een gebroken hart. Om verschillende redenen, maar dat maakt niet uit. We zijn allebei uit een diepe put geklommen. We konden elkaar steunen. We konden ontboezemen. Het is fijn om ellende te delen met iemand voor wie dat heel erg herkenbaar en invoelbaar is.
We spraken over nieuwe inzichten in onszelf. Mijn bloemenweide die nog vol door mij onbesnuffelde bloemen staat, is zo’n inzicht. Mijn dwaalgenoot snapte precies wat ik bedoelde en zag zichzelf al vrolijk door zo’n weide huppelen. Hij zit momenteel zonder werk, maar vast niet voor lang. Hij ging mijn mooie zin onthouden, zei hij. Jij vindt weer een bloemenweide waar je vol passie doorheen kan huppelen, beloofde ik hem. Ik beloofde mijn ogen en oren voor hem open te houden.
We hadden het over geluk en liefde. Over warmte en genegenheid. Over hoe het ons daarin nu ontbrak. We waren heel open over hoe onbezonnen we in onze op de klippen gelopen liefdes waren gedoken. Misschien hadden we meer moeten scharrelen. We hadden er beter aan gedaan om eerst ook wat andere bloemen te besnuffelen. Maar we waren te onzeker. Te verlegen en te afwachtend. De bloemen werden vanaf een afstandje door ons bewonderd. Heimelijke liefdes die nooit opbloeiden.
Maar we spraken ook over hoop. Over toekomstige liefde. De weide staat vol bloemen. Kijk maar eens om je heen. Ik ga weer genegenheid en geborgenheid voelen, voorspelde hij. Hij raakte mijn gevoeligste snaar en ik werd er stil van. “Je hoeft je er alleen maar voor open te stellen”, zei hij. Eigenlijk geloof ik niet dat ik dat ooit weer kan. Bloemen zijn allemaal giftig. Dus ik laat het snuffelen en hou het voorlopig maar bij huppelen.
Praatjes
Vanochtend toog ik met mijn laptop onder de arm naar een zaaltje om een klein publiekje te trakteren op een praatje. Ik had een stuk of 40 slides voorbereid. Veel te veel dus, maar ik had dan ook onvoldoende tijd gehad om een kortere presentatie in elkaar te zetten.
Na de aankondiging door de gastheer, krijg ik het woord. Een mooi geschenk vind ik dat altijd, want ik krijg graag woorden. Dus ik stak lekker van wal en hoorde mezelf in de eerste minuut grappen: “okee, ik wil er graag een interactieve sessie van maken, dus ga ik eerst een half uur over mezelf praten, daarna een kwartiertje over het onderwerp van mijn praatje en dan mogen jullie vragen stellen, goed?”.
Er werd gelachen, omdat ze dachten dat ik een grapje maakte. Dat dacht ik zelf ook, maar mijn grapje bleek een nogal accurate voorspelling. Uiteindelijk lulde ik bijna het hele uur vol, en was er nog maar heel weinig tijd voor de discussie waar ik op uit dacht te zijn. Ik had dus veels te veel praatjes. Note to self: bereid de volgende keer het praatje voor alsof ik maar de helft van de tijd heb die voor me is gereserveerd.
Wat als we ons nooit meer zouden vervelen
Ik heb er sinds een tijdje een nieuwe verslaving bij: BNR De Nieuwe Wereld. Dit is een radioprogramma dat de ontwikkelingen van onze samenleving in de verre toekomst beschouwt en met een select groepje slimme mensen (hoogleraren, ondernemers, et cetera) filosofeert over de betekenissen van die ontwikkelingen voor het bedrijfsleven. De formule is heel leuk: het begint met en nieuwsbericht uit de verre toekomst en vervolgens een stelling in de vorm: “Wat als ….”
Ik luister altijd naar een op het internet geplaatste opname van de radio-uitzending die ik download op mijn telefoon. Als “podcast” dus. Dat het ook live op de radio werd uitgezonden kwam ik zelfs onlangs pas achter. Ik zorg dat ik altijd een flinke hoeveelheid recente podcasts op mijn telefoon heb staan voor het geval ik me ergens sta, lig of zit te vervelen. Want dat mag natuurlijk niet, totdat ik (hoe kan het ook anders) deze opgenomen uitzending van De Nieuwe Wereld beluisterde: Wat als we nog maar 4 uur slaap nodig hebben.
Het was een interessante sessie over de 24-uurs economie en een maatschappij waarin mensen nog maar 4 uur slaap nodig hebben. Er zat een hoogleraar “chronobiologie” in het gezelschap en hij gelooft daar dus absoluut niet in. Wel heb je inderdaad verschillende chronotypes: van ochtendmens tot avondmens, maar zelfs voor de die hards onder de kortslapers is 4 uur slaap structureel te weinig. Luister zelf maar.
Tijdens deze uitzending stelde hun vaste trend watcher Farid Tabarki dat we niet minder moeten gaan slapen om meer tijd te creëren, maar dat we juist meer tijd moet nemen om ons te vervelen. Jawel! Want door verveling komen je creatieve processen op gang. Dit waren precies de woorden die ik nodig had: vervelen is goed voor de creativiteit. Yes! Want als ik me niet genoeg verveel, dan krijg je dus miscreaties zoals deze, deze of zelfs deze.
En omgekeerd: als je bij het lezen van één van mijn verhalen denkt: potverdorie wat is dit goed, dan heb ik me voor het schrijven ervan dus eerst uuuuren of misschien wel daaaaaagen zitten vervelen. Dus als wij ons nooit meer zouden vervelen, wordt het dus een saaie, inspiratieloze wereld. Dus waar wacht u nog op: Gaat heen, en verveelt u zich!
Deze storm werd mede mogelijk gemaakt door…
Het is dus voor een deel Ulla’s schuld dat een groot deel van Engeland blank staat. Willemijn de weervrouw zei even tussen neus en lippen door dat de storm die over GB trok in Duitsland Ulla werd genoemd. En als jij je naam ook op de internationale weerkaart wil hebben, dat dat kan als je daar veel geld voor over hebt.
Ik zag dat dus meteen voor me. En dan natuurlijk ook meteen de wedijver die daaruit ongetwijfeld gaat voortvloeien. Wie is de eerste die een storm claimt? Er zal een heus internationaal storm claimers hall of fame komen met daarop de storm top scores: windsnelheid, neerslagvolume, totale schade (hectares verwoest oerwoud, aantal verwoeste woningen, aantal doden). Uiteraard kunnen claims ook worden verhandeld. En allicht kan de storm-eigenaar advertentie-inkomsten werven: Deze storm werd mede mogelijk gemaakt door Gamma… Over 10 jaar vinden we dat heel normaal.
Het claimen van een storm met potentie kost veel geld, maar ik zie ook een markt voor andere natuurrampen zoals tsunami’s, vulkaanuitbarstingen en natuurlijke bosbranden. De wedijver zit in de plek die je zult krijgen op de natural disaster hall of fame. En je zou natuurlijk moeten kunnen wedden op de omvang van de schade van de natuurrampen. Er zullen apps komen zodat je altijd en overal, terwijl je de ramp ter plekke ziet ontstaan, je weddenschap kunt plaatsen. En omdat dat nogal macaber is moeten de opbrengsten van die weddenschappen voor een belangrijk deel naar de gevallen slachtoffers gaan.
Ik zie een nieuwe startup. Nu nog een crowd die het wil funden. Wat een gekte, maar over 10 jaar denk ik daar anders over en heb ik er spijt van dat ik toen ik dit schreef de ondernemendheid ontbeerde.