Verhaal

Heren horen niet in bussen

Tussen Zwolle en Meppel reden gisteren even geen treinen. Dat heb je soms. Deze keer stonden er ruimschoots genoeg, luxe bussen klaar. Als schaapjes werden de passagiers bijeen gedreven door mannetjes en vrouwtjes in fluoriserende gele vestjes. Gedwee liet ik me mee drijven tot ik op mijn plekje in de bus zat. De chauffeur had sky radio aan staan. Uit de plafond-speakers boven de stoelen klonk muziek uit de jaren 80. Roxette, geloof ik.

Schuin voor me ging een deftig heerschap met een Frans hoedje op zijn grijze kop met een diepe zucht zitten. Hij spotte de chauffeur van de bus die even door de bus liep om te zien of iedereen recht zat. “Chauffeujjjj, kan dit uit alstublieft?”, riep het heerschap met de Franse hoed, en hij wees naar de plafond-speaker boven zijn hoofd. “Nee, dat kan niet”, zei de chauffeur kortaf. Het heerschapje keek geërgerd om zich heen, op zoek naar medestanders, maar zijn buurman deed snel zijn oordopjes in. Zelf dook ik maar in mijn elektronische boek.

De heer met het hoedje zag er nu toch wel wat sneu uit. Hij had zijn tas op zijn knieën en zijn handen om de hengsels geklemd. Het is me ook wat: van ruime stoel in de 1e klas naar een krappe stoel in een bus. Ik zat feitelijk in hetzelfde schuitje, maar schikte me maar gewoon naar de situatie. Ze hadden me ook uren op het koude perron kunnen laten staan in vertwijfelde afwachting op informatie over de toestand. Maar het heertje met de Franse hoed wilde het er niet bij laten zitten. Met bevende handen haalde hij een papiertje uit zijn tas. Een foldertje over ’t een of ’t ander. De achterkant was blanco. Toen haalde hij een chique pen uit zijn binnenzak en schreef hij driftig: “17.50, in de bus”.

Het boze heertje dacht een tijd na. Zijn dikke vingers frummelden nerveus. Plotseling beseft ik me dat ik de man zat te bespieden, dus besloot ik mijn ogen maar even dicht te doen. In mijn gedachten schreef ik met het boze heertje mee: “Geachte heer, met diepe verontwaardiging wil ik u mededelen dat ik door de uwen nogal onheus en met onbetamelijk gebrek aan respect voor oudere heren met hoeden bejegend ben”, zoiets.

Het duurde niet lang voor we in Meppel aan kwamen. Niks langer dan de trein erover zou hebben gedaan. Toen ik mijn ogen open deed ving ik een glimpsje op van het papiertje van het boze heertje met de Franse hoed. Er stond een tijdslijn op. Aan het begin ervan stond 1979. Toen was het OV-personeel nog vriendelijk en beleefd. Toen zette de NS nog taxi’s in voor heren met Franse hoeden. Heren horen toch ook niet in bussen waar je wordt gedwongen te luisteren naar popmuziek?

Otto rekent af met een telemarketeer

Terwijl Otto de Magiër zijn zelf gegrilde spare ribs zit af te kluiven, klinkt ineens het snerpende gepiep van het mobieltje dat hij vandaag in een opwelling heeft aangeschaft. Verbaasd en geërgerd neemt hij op (mond nog vol):

-jezuswiebelternoutijdensheteten…. Ja met Otto

– Een bijzonder goedenavond meneer…eh….

– Otto

– Ah, juist, meneer Otto. Zoals ik al zei, een bijzonder goedenavond! Mag ik een paar minuten van uw tijd meneer Otto?

– Ik zit nog te ete…

– Eet smakelijk meneer Otto! Het spijt me dat ik u in uw ongetwijfeld heerlijke maaltijd moet storen, maar ik heb geweldig nieuws voor u! Als u een paar minuten heeft voor het beantwoorden van een aantal vragen maakt u kans op een geheel verzorgde…blablabladieblabla…

Otto legt de telefoon op tafel en breekt nog een lekker stuk sparerib af. Een paar minuten later pakt hij het telefoontje weer op. De telemarketeer zit nog steeds te leuteren. Otto onderbreekt hem smakkend:

– Nog steeds niet uitgeleuterd?

– Eh…wat?

– Of je al klaar bent!

– Ik was nog midden in…wacht es even, heeft u wel geluisterd meneer Otto? Wij hebben echt een geweldige aanbieding voor u. En het is eenmalig!

– Ja dat zal wel. Hou maar op, want ik heb er een bloedhekel aan als ik word gestoord tijdens het eten. Hoe kom je eigenlijk aan dit nummer?

– Eh…volgens mijn computer heeft u onlangs…. 

fwoep! Otto verschijnt op magische wijze (hoe hij dat doet weet alleen Otto en het heeft te maken met ongelooflijk stinkende mazzel, maar dan extreem geconcentreerd) in een call center, vlak achter de stoel van een kereltje dat achter een computerbeeldscherm zit met een headset op zijn gladde, kale kop geklemd. Het kereltje hangt onderuit in zijn bureaustoel en is midden in een zin:

– …een mobiele telefoon aangeschaft, klopt dat?

JAZEKERRRRR! 

Het kale kletsertje schrikt zo hard dat hij het bekertje koffie dat hij in zijn hand heeft in de lucht gooit. Otto maakt een snelle handbeweging. Het bekertje en de plens hete koffie die er uit vliegt, blijft vlak voor het tegen het plafond komt, zweven, kalmpjes roterend. 

– Oei, dat is hete koffie die je daar omhoog gooit. Stel toch dat je die op je domme kale kop krijgt. 

Het kale kereltje is verstijfd van schrikt en kijkt langzaam naar boven. Uit de poriën van zijn kale kop druppelen allemaal kleine druppeltjes zweet. Dan draait hij zich om naar de duistere figuur achter hem. Het is een woeste kerel met in zijn ene hand een klein mobieltje en in zijn andere hand een stuk spare rib.Otto kijkt hem grijnzend aan en houdt zijn gloednieuwe mobieltje tussen duim en wijsvinger naar voren:

– Deze dus, en ik heb er nu al spijt van dat ik hem heb gekocht. Ik wordt namelijk steeds gebeld door vervelende kale mannetjes die iets van me moeten. Mannetjes die alleen maar praten en niet luisteren. Mannetjes die vooral heel graag naar zichzelf luisteren. 

Het kale kereltje komt weer een beetje toch zichzelf en trekt een grote geruite zakdoek uit de binnenzak van zijn colbert. Daar dept hij zijn kop mee af en leunt vervolgens weer achterover. Met open mond grijnzend neemt hij Otto zwijgend een aantal seconden op, maar Otto zwijgt stoicijns terug. Dan begint het kale mannetje lachend te ratelen:

– Ahaahahahahaaa, je hebt me goed te pakken hoor. Hahahaha. Pfjiew, is me dat schrikken zeg. Ik had het echt helemaal niet door. Wanneer wordt dit uitgezonden? En laat me raden, daar ergens is de camera verborgen…Toch? Jaaaahahahaha, ik heb het wel door hoor.

Otto kijkt hem meewarig aan en wijst naar boven. Recht boven de kale kletskop zweeft nog steeds het papieren bekertje en de plens hete koffie. Dan knipt Otto met zijn harige vingers. De blob zwevende koffie zweeft tegen het plafond en vormt daar een glanzend-zwarte plas. Vanuit het midden zakt er een dikke vette druppel uit de plas. De koffie gedraagt zich als stroop. De druppel zakt langzaam, een dikke koffiestroopdraad trekkend, in de richting van de kale kop. 

– En wat vind je van die special effects? Ongelooflijk wat ze tegenwoordig allemaal kunnen met computers hè? 

De mond van het kale ventje gaat open, en weer dicht, en weer open. Otto stapt snel naar voren en duwt het mobieltje in de open mond van de telemarketeer en duwt dan met zachte hand de onderkaak van het ventje omhoog. Met Otto’s mobieltje tussen zijn tanden kijkt het kale mannetje naar de dikke druiper koffiestroop die van het plafond druipt. 

Otto plukt het bekertje uit de lucht en zet het voorzichtig op de kale kop, precies onder de gestaag zakkende koffiedruiper. Dan draait hij zich om en loopt weg. Als hij bij de uitgang van de ruimte is, draait hij zich nog even om en zegt:

– Als ik jou was zou ik zo blijven zitten en niet bewegen, want hoe verder ik weg ben, hoe meer die koffie zich weer herinnert hoe het is om gewoon vloeibaar en vooral kokend heet te zijn. 

Het zweet parelt alweer van de kale kop. De arme drommel heeft zijn ogen nu stijf gesloten, in anticipatie op een plens hete koffie. Uit de keel van de kaalkop komt een benepen piepgeluidje. Maar Otto loopt de ruimte uit en trekt de deur achter zich dicht. Tevreden grijnzend en zichtbaar met zichzelf ingenomen knipt Otto nog eens met zijn dikke vingers. Vanachter de deur klinkt het typische geluid van een door kortsluiting sissend en vonkend stuk electronica.

fwoep!, klink het zachtjes in de gang, maar dat komt niet uit boven het gegil van het arme kale mannetje. Het gegil begint als noodkreet, maar gaat over in een opgelucht gegiechel als hij zich beseft dat die hete koffie heus niet op zijn kop is gevallen maar in plaats daarvan in zijn nog na-knetterende en gestorven computer.

Otto’s werk

Hij zou natuurlijk ervoor kunnen zorgen dat “toevallig”, precies wanneer hij het nodig heeft, er geld uit de lucht valt of op straat ligt. Hij kan er dan zelfs nog voor zorgen dat het alleen geld is van bijvoorbeeld een te dik betaalde bankdirecteur. Dat is allemaal niet zo moeilijk,. Otto hoeft maar met zijn grote harige vingers te knippen en de bankbiljetten waaien spontaan naar hem toe, of liggen ineens, zomaar op straat. Toch vindt Otto dat hij ook op een normale manier de kost moet verdienen, dus heeft hij een eigen bedrijfje opgericht.

Otto de Magiër is namelijk freelance rioolontstopper. Hij heeft geen kantoor, geen website en zelfs geen telefoonnummer. Alleen een postbusnummer. Otto komt zelf wel naar je toe als dat nodig is. Als alle andere rioolontstoppers hebben gefaald, staat ineens een vreemde, lange snuiter (die je wel wat doet denken aan Cramer, de buurman van Jerry Seinfeld) voor je deur.  Hij heeft geen gladde praatjes, alleen een jute zak met metalen pijpen erin, zo te horen. Hij belt niet aan, maar staat ’s avonds ineens voor je deur als jij net de brievenbus gaat legen, of de poes gaat roepen, of wat dan ook. “Ik kom u verlossen van uw rioolprobleem”, zegt Otto eenvoudig en met onweerstaanbare overtuiging.

Dus je laat Otto natuurlijk binnen. In je huis loopt hij feilloos naar de juiste plek en haalt twee korte stukken metalen pijp uit de jute zak en schroeft ze aan elkaar. Aan het ene uiteinde monteert Otto dan een zuignap van zo’n gootsteenontstopper, maar dan met een groot gat erin,  en aan de andere kant iets dat lijkt op een mondstuk van een didgeridoo. Verbijsterd zie je vervolgend hoe Otto de zuignap op de afvoer duwt en dan het mondstuk naar zijn mond brengt. Otto zet zijn voeten een eind uit elkaar, neemt een astronomische (vrij letterlijk eigenlijk) hap lucht en bespeelt met een resonantie die je hele huis laat trillen op haar fundering, jouw rioolleiding. Je weet niet wat je ziet, en al helemaal niet wat je hoort.

Na een minuutje of wat stopt Otto en kijkt je ernstig aan: “Ik heb het probleem gevonden en kan het verhelpen. Wilt u dat?”. U knikt heftig van ja waarop Otto een papiertje tevoorschijn tovert: “Dat kost dan 50 euro, wat u overmaakt op dit rekeningnummer”. Je neemt het papiertje aan en knikt. Je weet ook niet helemaal wat je overkomt. Otto’s aanpak is zo bizar dat je je niet kan voorstellen waarom het niet zou kunnen werken. Bovendien ben je wat deze rioolverstopping betreft nogal aan het eind van je Latijn. Dus je stemt graag in met Otto’s voorstel.

Otto draait eens goed met zijn grove schouders en verzet zijn voeten. Dan sluit hij zijn ogen en neemt een nog grotere hap lucht dan zoëven. Hij zet het mondstuk van zijn instrument weer aan zijn mond en begint weer te spelen. Het geluid is nu anders. Iets begint los te komen, zo klinkt het. Het volume wordt groter, en tegelijkertijd wordt de toon lager en lager. Ineens klinkt er buiten een enorme klap, en dan klinkt het geluid helemaal goed. Je weet nu dat je rioolleiding niet langer verstopt zit en zelfs brandschoon is van binnen. Otto speelt nog even door, maar stopt dan en zegt: “Zo, klaar”. Bedaard schroeft hij zijn bizarre didgeridoopijpgeval weer uit elkaar en stopt het terug in de jute zak. Hij laat je verbijsterd achter en je maakt meteen 50 euro over op het rekeningnummer dat die vreemde snuiter je heeft gegeven.

De volgende ochtend zie je de auto van de overburen. Het deksel van de put ernaast ligt op het dak van de auto, evenals de totale inhoud van jouw rioolleidingen. Je knippert even met je ogen, maar onder het motto van “mijn naam is haas en bovendien gelooft toch niemand mijn verhaal”, stap je met een boei van een kop snel in je auto en rijdt gauw naar je werk.

Oprit sneeuwvrij maken, Otto-style!

– Good evening, Bindi Restaurant, how can I help you?

– Yes good evening, it’s me, Otto.

-O, it’s you, how much Widower do you wish to order tonight (chuckle, chuckle)?

-The usual of course, two kilos.

-Hihihihihi (nerveus), you sure wish to make your wife a widow, don’t you Mister Otto.

-Yes, indeed, sort of, yes.

-Allright sir, it will be ready in about 20 minutes…(de Indiër aan de andere kant van de lijn brabbelt iets in zijn moeder’s taal tegen de kok)

-Excuse me, what was that?

-Nothing sir, the cook wanted to know what on earth, in spite of you being our best customer, you keep ordering such ridiculus amounts of the world’s hottest curry for.

-O, it’s actually not for myself hoor. It is for my cat. He loves the stuff!

-Er, did you just say you feed our Widower to your cat, sir?

-Yes, my cat indeed. He can’t get enough of it. Have it prepared on time as always. (klik, Otto legt de hoorn van zijn ouderwetse telefoon met draaischijf op de haak).

Knarf, de lelijkste en gevaarlijkste kater op deze aardkloot, strijkt langs Otto’s benen en brengt een geluid voort dat spinnen moet voorstellen, maar klinkt als het geluid van een vette Harley Davidson die 2 straten verderop komt aanrijden. Het is etenstijd. Otto moet opschieten, want hij riskeert dat hij weer een nieuwe stoel moet kopen. Als Knarf honger heeft, wordt hij nogal aggressief en reageert dat het liefst af op Otto’s stoel.

In een steegje in Grantham (Engeland) verschijnt, na een zacht “fwwwoep!”, een enorme gozer met een woest kapsel. Met grote passen baant Otto de Magiër zich naar Bindi Restaurant en loopt naar binnen. Al gauw wordt hij opgemerkt door het personeel. “Ah, mister Otto, nice to see you again”. Otto maakt zich zorgen om zijn stoel dus hij wil zo snel mogelijk terug naar huis: “Do you have my two kilos of Widower ready?”, vraagt hij daarom botweg. Het valt meteen helemaal stil in het restaurant. Een vrouw slaakt een kreetje. De Indiër kijkt geschrokken om zich heen en neemt Otto snel mee naar achteren: “Here it is sir, with an extra but complimentary 5 Naga Infinity’s added so we are sure to kill your cat this time, yes?”, en de man geeft Otto een vette knipoog. Otto grijnst tevreden en betaalt. Dan haast hij zich het restaurant uit, met een grote bak Widower onder zijn arm. De Indiër rent hem achterna: “Sir, your change!”. Maar Otto hoort hem niet meer. Buiten ziet de Indiër Otto een doodlopend steegje in rennen, en hij rent er achteraan. Maar bij het steegje aangekomen is Otto natuurlijk in het niets opgelost.

Thuis staat Knarf al met al zijn haren overeind en een enorme dikke staart de favoriete stoel van Otto te intimideren. Maar als hij Otto ziet verschijnen, begint hij zo hard te spinnen dat de glazen in de kast meerammelen. Otto kwakt de hele inhoud van de bak met Bindi’s Widower in Knarf’s trog. Knarf valt meteen aan. Met ongeloofelijke snelheid werkt hij de 2 kilo’s heetste curry ter wereld naar binnen. De trog wordt schoon leeg gelikt. En dan is het wachten geblazen voor Otto. Deze keer duurt het nog geen vijf minuten voor Knarf begint te kokhalzen. Zou het door de extra Naga Infinity’s komen? Knarf kokhalst en kokhalst en kokhalst. Eerst braakt Knarf een enorme, dampende haarbal uit. Het is een flinke deze keer. Toch zeker 2 à 3 ons, schat Otto.

Knarf is opgehouden met kokhalzen. Hij kijkt Otto vreemd aan. Nou kijkt Knarf mensen sowieso vreemd aan, want hij is nogal scheel. Bovendien haat hij mensen, dus als hij je al aankijkt is het met enorme minachting en cross eyed. Otto verdraagt hij om redenen die Otto zelf ook niet helemaal begrijpt. Nu kijkt hij Otto bijna hulpeloos aan, wat belachelijk is voor een kater dat vorige week nog een volwassen wild zwijn ving in het bos. Otto weet dat Knarf zich nu hondsberoerd voelt. Er moet nog iets uit. Er klinkt een diep geborrel uit de maag van Knarf, en hij begint weer te kokhalzen. De spasmen van Knarf’s lijf zijn nu zo heftig dat hij achteruit en ongecontroleerd met zijn grote kop van links naar rechts kronkelend door de keuken kruipt. En als Knarf z’n beide ogen dichtknijpt en zijn bek wijd open spert springt Otto naar voren met een teiltje en duwt het onder Knarf’s bek. Net op tijd, want dan spettert de kater een vieze, grauwe, stinkende en bruisende vloeistof in het teiltje. Een paar eetlepels, hooguit. Knarf kruipt met een voldane, maar ook beschaamde blik onder de tafel om zich eens uitgebreid schoon te likken, om te beginnen bij z’n gat.

Snel, voordat Knarf’s gal door de bodem van het teiltje heen vreet, giet Otto het spul in een keramieken kruik. Het is een heel potent goedje. Het is het beste verfafbijtmiddel dat Otto kent. Het lost tevens alle lijmsoorten op. Eigenlijk lost bijna alles er in op. Vanavond wilde Otto eens kijken of je er ook snel je oprit sneeuwvrij mee krijgt. Dus hij doet een paar druppeltjes in zijn grote gietijzeren tuingieter en vult het snel bij met water, voordat de gieter geen bodem meer heeft. God, wat stinkt het toch. Met zijn neus dichtgeknepen, giet Otto behoedzaam de inhoud van de gieter leeg over zijn oprit. Het resultaat is verbluffend. Sissend verdampt de sneeuw, maar er gebeurt meer. De klinkertjes worden ook nog eens brandschoon geëtst. Otto’s oprit is binnen luttele momenten niet alleen sneeuwvrij, maar ook vrij van alle mos en groene aanslag. Zelfs Otto is verbijsterd. Om zich een houding te geven lacht hij maar eens manisch: MOEOEOEHAHAHAHAHAAAAA!

Autopathie

Vanochtend liet de auto me in de steek. Ik kon het de auto eigenlijk ook niet kwalijk nemen, want ik hou nauwelijks rekenschap met weersomstandigheden als het gaat om het gebruik van de auto. Het ding mot rije als ik het wil potverdorie! Aan de andere kant moet de auto ook niet zo miezerig doen, want hij wordt goed onderhouden. Ik ga bijna voor ieder onbekend bibbertje of bijgeluidje naar de garage en laat netjes alle beurten doen. 

Maar toch liet de wagen me barsten vandaag. Hij startte slecht en sloeg onder het rijden telkens af. Dus ik schopte tegen de band en dreigde eens flink met de schroothoop. Dat hielp eventjes. Hij startte weer, al was het met enorme tegenzin, en het wilde alleen nog draaiende blijven boven de 3000 toeren. Ik aaide liefdevol over zijn stuurtje en stelde hem gerust dat alles goed zou komen, want ik zou hem naar de garage brengen.

Onderweg naar de garage sloeg de motor niet één keer af. Hij deed ontzettend zijn best om me niet teveel teleur te stellen. Mijn schroothoop-dreiging was harder aangekomen dan ik bedoelde. En toen ik in de leenauto wegreed van de garage, keek ik nog even bezorgd achterom naar mijn zorgenkind. Moedig wachtte het daar zijn operatie af. Even overwoog ik om te blijven en zijn buitenspiegeltje vast te houden tijdens de operatie, maar dat leek me nogal behoorlijk belachelijk, bovendien moest ik werken.    

En zoëven belde ik de garage eens op om te horen hoe het met de auto ging. “Nou, het is allemaal weer prima en uw auto heeft de operatie dapper doorstaan hoor meneer. Hij heeft een viervoudige bougietransplantatie ondergaan en we hebben zijn motortemperatuursensor vervangen. Hij is weer helemaal in orde meneer”. Dat was goed nieuws! Ik ging de auto meteen halen. En even later reed ik weer fijn in een goed gemutste auto die weer helemaal zichzelf was, weer naar huis. Het gaf geen enkele blijk van ongenoegen over mijn afschuwelijke verwensingen die ik in de ochtend had gemaakt. Net zo trouw als een hond. En hij kan er toch ook niks aan kan doen dat hij van Franse makelij is, toch? Ja, ik probeer me gewoon in die auto te verplaatsen. 

Koffie, een topdrug!

Ooit kreeg ik eens de twijfelachtige eer mezelf koffiesnob te mogen noemen (dus een koffieleut die denkt dat hij in wezen een betere koffieleut is dan anderen op grond van afkomst, kennis, intellect of rijkdom). Ik mikte het toen denk ik vooral op kennis en intellect om mijn afkomst en rijkdom te camoufleren. Intussen weet ik beter, alhoewel ik laatst toch nog een uitspatting van koffieleuterij had. Altruistisch als ik ben deelde ik namelijk het geheim van een lekker bakkie met de wereld.  

Eigenlijk ben ik gewoon een ordinaire koffieverslaafde. Als de koffienood hoog is, maakt de smaak me bijna niet meer uit. Als er maar caffeïne in zit. Gelukkig hoeven koffieverslaafden zich momenteel geen zorgen te maken, want koffie drinken blijkt verdacht goed voor je te zijn. Het remt Alzheimer, verkleint de kans op Parkinson, beschermt tegen kanker en diabetes, verhoogt je uithoudings- en concentratievermogen en je wordt er gelukkiger van. Kortom: een topdrug.

En zelfs met de koffieprut uit je koffiefilter kun je ook al louter goed doen. Het houdt slakken, luizen en ander ongedierte uit je tuin, terwijl het tegelijkertijd uitstekende bemesting vormt voor je plantjes. En de geur ervan zorgt er ook nog voor dat de poes haar behoeftes in de tuin van de buren doet. Dan kun je met koffiedik ook nog je handen ontvetten en helpen voorkomen dat je gootsteenafvoer verstopt raakt en dat deze ook nog eens niet stinkt. En koffiedik is 100% biologisch afbreekbaar ook nog. Ik zei het toch: een topdrug.

Als je al een nadeel zou kunnen opnoemen over koffie, is dat je er misschien dik van wordt. Ha ha, koffiedik! Vat je hem? Koffiedik. Ach, ik sta zo stijf van de cafeïne dat ik veel te gelukkig ben om me druk te maken over die paar kilootjes. En het is waarschijnlijk toch koffiedik kijken dat je dik wordt van koffie. Nog een positief effect van koffie dus: verhoogd relativeringsvermogen. Wat een topdrug.

Van kasteeltje naar hutje dichter op de hei

Als ik door “ons” oude huis loop valt het me op hoe weinig dit met me doet. We konden het huren tot het verkocht zou worden. Zelf wilden we het huis niet kopen, want het is “ons huis” niet. Ja, het ligt heel mooi, staat helemaal vrij en is heel ruim. Maar die ruimte is voor een belachelijk groot gedeelte benut voor de hal en de overloop. De oorspronkelijke bewoners van het huis zijn Britten. Die hadden er hun eigen little castle van gemaakt, zoals alle Britten doen. Een castle heeft natuurlijk as many rooms as possible. Zo dus ook ons oude optrekje.

Nederlanders houden van doorzonnigheid. Ik in ieder geval wel. Ons huurkasteeltje had op de benedenverdieping 5 kamers (wc niet meegerekend) en dus die enorme hal. Allemaal muren die de doorstroming van zonnestralen verhindert. Als we het zouden hebben gekocht (we hebben best met het idee gespeeld) dan zouden we al die muren eruit gemokerd hebben. Ook een grote schuifpui stond op de verlanglijst. Al met al een behoorlijk verbouwing. Er zouden CV-leidingen moeten worden verplaatst. Er zou zelfs misschien ook een stuk dragende muur verplaatst moeten worden. Teveel gedoen met te hoge kosten.

Dus wachtten we maar tot het huis zou worden verkocht terwijl wij intussen heel rustig de lokale huizenmarkt in de gaten hielden. Tijdens onze zomervakantie was er een bezichtiging door potentiële kopers van ons huurkasteeltje. Dat bleken dus de toekomstige nieuwe eigenaars, maar na het bericht over die bezichtiging was er komplete radiostilte vanuit onze verhuurders. Helemaal niets hoorden we. Tot ik op een ochtend onze jongste zoon naar het kinderdagverblijf bracht en daar door één van de leidsters werd geïnformeerd over de verkoop van ons huurkasteeltje: “zeg, klopt het dat jullie moeten verhuizen?”. Ik was natuurlijk met stomheid geslagen. Het moest wel waar zijn, want nieuwtjes gaan heel snel rond in een dorp als Dwingeloo.

En het wás ook waar. Dus vol gas gingen we nu echt op huizenjacht. Enkele bezichtigingen en onderhandelingen later mochten we ons verheugen op een eigen doorzonwoning. En nog een tijdje later wilde een bank het ook nog financieren. De verhuizing is intussen achter de rug. Ons huurkasteel staat een maand eerder leeg dan onze land lord and lady hadden voorzien. Die maand huur die ze nu mislopen is de boete voor de belachelijke radiostilte die, naar hun eigen zeggen, was omdat ze bang waren dat we anders eerder zouden weggaan. DUH!!!

Ik heb de nieuwe eigenaren van ons oude optrekje ook al ontmoet. Hele leuke mensen die het huis bijna exact zo gaan verbouwen als wij zouden hebben gedaan. Ik bedoel maar. Wij zitten intussen prinsheerlijk in ons (ja, ons, echt helemaal ons) doorzonhuis. We zijn de koning te rijk met ons hutje dichter op (500 meter dichterbij om precies te zijn) de hei. De enige verbouwing die wij willen doen is het uitbreiden van het aantal slaapkamers en het toevoegen van een paar openslaande deuren de tuin in. Die tuin grenst direct aan het weiland waardoor we vrij zicht hebben op de bosrand van het bos langs het Dwingelderveld……

….als ik tenminste het achterdeel van de schutting die om één of andere idiote reden om de hele tuin staat, heb gesloopt. Binnenkort maar eens even een mokertje halen. Want die schutting zit tussen mij en de hei. Iemand interesse in stuk of wat schuttingdelen? Hou Marktplaats in de gaten zou ik zeggen. Je mag ze ook zelf eruit komen slopen. Be my guest!

Superman geveld door groene kloddertjes-virus

Volgens mij ben ik een superheld geworden. Ik kan me natuurlijk vergissen, maar ik overweeg serieus de aanschaf van zo’n strakke hansop waar je onderbroek dan overheen draagt. Met bijpassende wappercape.

Het zit zo: Mijn halve gezin, echtgenote incluis, ligt in de lappenmand te blaffen en te steunen. Ik vlieg (vuist naar voren, één knietje opgetrokken) af en aan met kopjes thee en kippensoep. Ik dep gloeiend hete voorhoofdjes met natte washandjes. Ik wring nat gezweette lakens uit. Tegelijkertijd doe ik boodschappen, vier ik het kampioenschap van het voetbalteam van mijn zoontje (die niet ziek is) en breng ik een beleefd bezoekje aan het 40-jarige jubieumfeest van de buren. En tussen de heldentoeren door stop ik ook even de halve inboedel in verhuisdozen, doe ik de was en kook ik het eten (waar vervolgens de helft van over blijft).

Ik moet onfaalbaar zijn voor mijn geliefde Metropolisje. Dus ik suis stoer rond het huis. Te snel voor het menselijk oog. Dan flits ik hier heen dan zoef ik daar heen. Maar het griepvirus dat ik zo dapper bestrijdt, vecht gemeen terug. Ook bij mij ontwikkelen zich de kryptonietgroene klodders. Te snel, te snel. Plotseling ben ik toch weer die sterfelijke sukkel met die bril. Mijn Lois wil ineens een tosti, maar haar held laat het afweten, of toch niet…

Klaar met dit jaar!

Van mij mag dit jaar wel om zijn. Ik ben er namelijk wel klaar mee. Nou ja, klaar, ik bedoel niet klaar in de letterlijke zin. In tegendeel zelfs. We motte namelijk nog effe een hele verhuizing doormaken. Dat kon nog precies tussen kerst en oud&nieuw. Inpakken tijdens de kerstdagen en uitpakken op oudjaarsdag. Leuk! Op de 28e, om 8 uur s’ochtends komt de verhuiswagen. En dan gaat het, zo weet ik uit ervaring, allemaal heel erg snel. Je komt in een maalstroom waarin alles allemaal op wonderbaarlijke manier goed gaat.

We verhuizen hemelsbreed hooguit 500 meter. Van noord naar zuid. We waren namelijk klaar met die lange, donkere winters, dus trekken we een flink stuk naar het zuiden. Jazeker! De verhuizers zullen er waarschijnlijk niet meer dan een halve dag voor nodig hebben ook. Een paar keer laden en lossen en klaar zijn ze. Ja, zij wel. Wij niet. Wij zitten dan mooi bij de pakken en dozen. Zijn we dus mooi klaar mee dan.

Dus ik ben er nu alvast helemaal klaar mee. Op de valreep van het jaar ligt er nog even een enorme berg om tegenop te zien. Nou mogen de verhuizers de berg natuurlijk gaan verplaatsen, dus eigenlijk is niet echt een berg, maar een flinke heuvel. En ach, we hebben in de afgelopen weken ook al aardig wat opgeruimd en in dozen gepropt en zo, dus die heuvel is eigenlijk meer een flinke molshoop. Maar toch ben ik er al goed klaar mee. In overdrachtelijke zin dan.

Of nee, toch niet, want de overdracht moet nog plaatsvinden. Pas dan is het nieuwe huis echt van ons. Eerst liet de bank ons ontzettend lang in het ongewisse. Ik heb nachten liggen draaien. Mijn humeur werd hoe langer hoe donkerder. Op gegeven moment kreeg ik zelfs mijn eigen zwaartekrachtsveld, zo zwart zag ik. Ik dempte en absorbeerde alle zonnigheid in de omgeving. Daar was mijn vrouw dan op gegeven moment ook weer behoorlijk klaar mee.

Toen het verlossende “het is rond” kwam van de bank, ging ik dus helemaal supernova. In één oorverdovende oerknal ontlaadde ik al die opgebouwde spanning en straalde ik al die geabsorbeerde zonnestralen weer terug naar mijn geliefden. Niet alles, want ik heb nog wat energie bewaard om over die molshoop heen te klimmen. Je begrijpt dat ik blij ben als dat achter de rug is. Ik ben er alvast klaar mee.

Gelukkig kan ik ook alvast uitzien naar een verbouwing. Jottem. Ook daar ben ik al bij voorbaat klaar mee. Potverdorie, ik weet ineens wat mijn goeie voornemen voor 2013 moet zijn: niet meer zo snel klaar zijn met alles. Relaaaaaax. Meer los laten. Maar eerst nog even al mijn lieve lezers heerlijk relaxte en zorgeloze feestdagen toe wensen en dan ben ik daar ook weer mooi klaar mee. Toedeloe en tot volgend jaar.

12-12-12, geen paniek!

Op 12-12-1970, vandaag precies 42 jaar geleden stierf een Belgisch astronoom en uurwerkmaker: Louis Zimmer. Hij is nog steeds ereburger van Lier en maakte de Jubelklok (zie de foto rechts) die nog immer prijkt op de Zimmertoren in Lier.

Het was ook de geboortedag van actrice Jennifer Connelly die in de fantasyfilm “Labyrinth” de rol van Sarah speelde en haar vervelende kleine broertje naar de wereld van de goblins wenst, waar goblinkoning Jareth (gespeeld door en op het lijf geschreven van David Bowie) regeert.

En met die bijzondere gebeurtenissen en nog de eerste verschijning van Jan,  Jans en de Kinderen in de Libelle, moet ik mijn eigen geboorte dan maar delen. Vandaag, op de allermooiste datum van deze eeuw ben ik op de kop af 42 jaren oud (ik bel je wel als ik wens te worden behaagd met welgemeende felicitaties…).

42. In Douglas Adams’ Hitchhiker’s Guide to the Galaxy (HHGTTG) draait het bestaan van de planeet Aarde om dat getal. In die hilarische fantasy moet de Aarde, op een donderdag, tijdens lunch plaats maken voor een nieuwe intergalactische snelweg, dus wordt de Aarde gesloopt. Arthur Dent, wiens huis diezelfde ochtend om vergelijkbare redenen werd gesloopt, overleeft dit alles omdat hij een lift krijgt op een buitenaards ruimteschip. In een belachelijk avontuur leert Arthur over een super-intelligent interdimensionaal ras dat Deep Thought creëerde, een superkrachtige computer die het antwoord moest vinden op een heel moeilijke vraag: Wat is de betekenis van het leven, het universum en alles?

42 bleek het antwoord. Maar de berekening duurde zo lang dat men toen al niet meer wist wat de vraag ook al weer was, dus werd een andere computer gemaakt die de vraag waarop 42 het antwoord is moest berekenen. Deze computer, en tevens onze geliefde planeet Aarde, werd dus enkele minuten voor het klaar was met het programma dat 10 miljoen jaar had gedraaid, vernietigd om plaats te maken voor die nieuwe intergalactische snelweg.

Stel nou dat die Maya’s gelijk hebben met hun voorspelling dat onze wereld, zoals wij hem nu kennen, eindigt op 21-12-2012, 9 dagen na vandaag. En stel nou dat dat gebeurt op het ironische moment dat er nog slechts enkele minuten nodig zijn voor het vinden van de vraag waarop 42 het antwoord is. Dat is zo ontzettend ver gezocht dat de kans dat dit waar kan zijn uiterst miniem is (1 op 1 miljard), dus mijn advies luidt: